Vlaanderen

Artikel 38 Groeipakketdecreet

§1. Er wordt rekening gehouden met de volgende categorieën van gezinnen:

1° een gezin waarin de rechthebbende leerling zijn woonplaats heeft bij één ouder of bij beide ouders samen;

2° een gezin waarin de rechthebbende leerling ingevolge een gerechtelijke uitspraak of een tussenkomst van een publiekrechtelijke overheid of instelling zijn woonplaats heeft bij een andere natuurlijke persoon dan de ouders, of een gezin waarin de rechthebbende leerling op 31 december van het schooljaar in kwestie zijn woonplaats heeft bij een andere natuurlijke persoon dan één ouder of beide ouders;

3° gehuwde leerlingen;

4° zelfstandige leerlingen;

5° alleenstaande leerlingen.

§2. De categorie waartoe een gezin behoort, wordt voor elke rechthebbende leerling als vermeld in artikel 24, afzonderlijk bepaald.

§3. De Vlaamse Regering geeft een nadere begripsomschrijving van de verschillende categorieën van gezinnen op basis waarvan de selectieve participatietoeslag leerling wordt berekend, en bepaalt met welke inkomsten van welke personen rekening wordt gehouden om de gezinsinkomsten, vermeld in artikel 39, vast te stellen.

§4. Om te bepalen tot welke categorie van gezin een rechthebbende leerling als vermeld in artikel 24, behoort, wordt eerst nagegaan of de leerling voldoet aan de voorwaarden voor de categorie van gehuwde leerlingen,  vermeld in paragraaf 1,3°,  dan of de leerling voldoet aan de voorwaarden voor de categorie van zelfstandige leerlingen,  vermeld in paragraaf 1,4°,  daarna of de leerling voldoet aan de voorwaarden van de categorie van het gezin waarin de leerling zijn woonplaats heeft,  vermeld in paragraaf 1,1°,  vervolgens of de leerling voldoet aan de voorwaarden voor de categorie van het gezin, vermeld in paragraaf 1, 2°.

Als wordt vastgesteld dat de leerling niet behoort tot een van de categorieën van gezinnen, vermeld in paragraaf 1, 1°, 2°, 3° of 4°, wordt nagegaan of de leerling voldoet aan de voorwaarden voor de categorie van alleenstaande leerling, vermeld in paragraaf 1, 5°.

Als wordt vastgesteld dat de leerling niet behoort tot een van de categorieën van gezinnen, vermeld in paragraaf 1, wordt de leerling beschouwd als een persoon die behoort tot de categorie van gezin, vermeld in paragraaf 1, 1° of 2°, waarbij, in voorkomend geval, wordt uitgegaan van de laatste woonplaats van de leerling bij één ouder of bij een andere natuurlijke persoon als vermeld in paragraaf 1, 2°.

 

Datum van publicatie
Datum van afkondiging
Datum einde geldigheid
Top