Vlaanderen

Artikel 226 Groeipakketdecreet

Gearchiveerde versie Dit artikel werd gewijzigd door artikel 59 van het decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, het decreet van 8 juni 2007 betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap, de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, de codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016 en het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid, wat betreft de afstemming op het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid (B.S. 15.05.2019)

 

§1. Als een rechtgevend kind dat recht geeft op kinderbijslag als vermeld in artikel 211, §1, of op kinderbijslag voor wezen als vermeld in titel 2, op 31 december 2018 door bemiddeling of ten laste van een openbare overheid geplaatst is in een instelling, blijft voor het aan de instelling toegekende bedrag dat vastgesteld is op 31 december 2018, de wijze van uitbetaling en verdeling behouden, zoals die op 31 december 2018 van toepassing was overeenkomstig de verdeelsleutels, vastgesteld overeenkomstig artikel 70 of artikel 70bis van de Algemene kinderbijslagwet.

Een afwijking kan in het belang van het kind door de bevoegde rechtbank toegestaan worden mits naleving van de regels die nader bepaald kunnen worden door de Vlaamse Regering.

§2. Als zich vanaf of na 1 januari 2019 voor het rechtgevende kind, vermeld in paragraaf 1, een wijziging in de plaatsing voordoet, wordt de uitbetaalde toelage verdeeld tussen de instelling en de bijslagtrekkende of begunstigden voor het kind dat geplaatst is overeenkomstig de bepalingen van artikel 68.

§3. In afwijking van paragraaf 1, als met toepassing van artikel 210, §5, tweede lid, een rechtgevend kind dat tot het gezin van het geplaatste kind behoort, vanaf of na 1 januari 2019 niet langer recht geeft op kinderbijslag of het gezin van zijn bijslagtrekkende of begunstigden verlaat, of als er, met toepassing van artikel 210, §5, derde lid, een nieuw rechtgevend kind, dat voldoet aan artikel 210, §1, vanaf of na 1 januari 2019 in het gezin van het geplaatste kind bij komt, wordt de uitbetaalde toelage voor het geplaatste kind vanaf of na 1 januari 2019 verdeeld tussen de instelling en de bijslagtrekkende of begunstigden, overeenkomstig de bepalingen van artikel 68.

Datum van publicatie
Datum van afkondiging
Datum einde geldigheid
Top