Vlaanderen

A/15 van 31 mei 2020 - aangepaste versie - Impact Coronamaatregelen op het Groeipakket

Mededeling van het VUTG van 31 mei 2020 - Algemeen - 15

Betreft: Impact Coronamaatregelen op het Groeipakket - aangepaste versie

 

Sedert 14 maart 2020 nam de federale overheid een aantal maatregelen om de verspreiding van het Coronavirus (COVID-19) tegen te gaan. Deze maatregelen betreffen, onder andere, de opschorting van de lessen, de sluiting van niet-essentiële winkels en bedrijven die de opgelegde voorzorgsmaatregelen niet kunnen naleven. Ook bepaalde openbare diensten kunnen niet, of slechts in aangepaste vorm aangeboden worden.

De genomen maatregelen hebben in bepaalde gevallen ook een impact op het Groeipakket. Deze mededeling geeft een overzicht van deze impact op de verschillende toelagen in het kader van het gezinsbeleid.

Op 30 april 2020 besliste de Vlaamse Regering om een aantal maatregelen in te voeren naar aanleiding van COVID – 19, met betrekking tot het Groeipakket.1 Deze maatregelen zullen doorheen deze mededeling toegevoegd worden.

1. Rechtgevend kind

1.1 Opschorting van de lessen

Sedert 14 maart 2020 zijn alle lessen in de verschillende onderwijsinstellingen (basis-, secundair en hoger onderwijs) opgeschort. De hogere onderwijsinstellingen bieden vaak afstandsonderwijs aan via online platformen en de mogelijkheid wordt onderzocht om dit in de nabije toekomst ook in het basis- en secundair onderwijs aan te bieden. Dit betekent echter in elk geval dat leerlingen/studenten niet meer fysiek aanwezig zijn in de onderwijsinstelling om de lessen te volgen.

1.1.1. Gezinsbijslagen

Tot en met de maand waarin het kind 18 jaar wordt, heeft het een onvoorwaardelijk recht op gezinsbijslag. De opschorting van de lessen heeft dus geen gevolgen voor -18-jarigen. Het recht op gezinsbijslagen blijft voor hen behouden.

Wat betreft 18- tot 25-jarigen, hun recht op gezinsbijslagen is afhankelijk van het volgen van lessen of een inschrijving aan een onderwijsinstelling.

  • Niet-hoger onderwijs:

Leerlingen in het niet-hoger onderwijs dienen minstens 17 lesuren per week te volgen aan een onderwijsinstelling. Door de opschorting van de lessen voldoen zij in principe niet langer aan deze voorwaarde. De onderwijsinstellingen zullen echter gedurende de periode van opschorting van de lessen geen afwezigheden registreren. Dit betekent dat de leerlingen in het niet-hoger onderwijs als aanwezig worden beschouwd. Bijgevolg behouden zij hun recht op gezinsbijslagen gedurende de periode van opschorting van de lessen. Een kind dat reeds voorafgaand aan de opschorting van de lessen niet meer voldeed aan de voorwaarde van minstens 17 lesuren per week kan op deze grond echter niet opnieuw recht krijgen op gezinsbijslagen[1].

  • Hoger onderwijs:

Voor het hoger onderwijs is het recht op gezinsbijslagen gekoppeld aan een inschrijving voor minstens 27 studiepunten gedurende het academiejaar. Er is geen voorwaarde van een minimaal aantal te volgen lesuren in de onderwijsinstelling. Bijgevolg kan men op basis van een inschrijving voor minstens 27 studiepunten de gezinsbijslagen verder uitbetalen tot het einde van het lopende academiejaar (inclusief zomervakantie). Ook studenten die de norm van 27 studiepunten niet haalden maar toch recht hadden op basis van een diplomajaar, kunnen de gezinsbijslagen verder uitbetaald worden op basis van de inschrijving.

Voor kinderen in het hoger onderwijs werd met het BVR Covid-19 (artikel 6) voorzien dat wanneer zij na 14 maart 2020 hun studiepunten onder de norm van 27 studiepunten hebben gebracht, zij toch nog hun recht behouden op gezinsbijslagen als student voor het volledige academiejaar 2019-2020. In deze kinderen reeds werden opgevangen in het systeem schoolverlater dan zal deze periode kunnen worden herroepen, waardoor deze periode geen invloed heeft op de (hen resterende) periode van 12 maanden.

  • Studeren in het buitenland:

Leerlingen en studenten aan een buitenlandse onderwijsinstelling dienen op dezelfde manier behandeld te worden als binnenlandse leerlingen/studenten (zie hierboven niet-hoger en hoger onderwijs). OPGELET: sommige leerlingen/studenten die normaal in het buitenland studeren en momenteel in België verblijven (vakantie aan buitenlandse onderwijsinstelling), kunnen omwille van het reisverbod niet terugkeren naar het buitenland om zich in te schrijven voor het nieuwe semester/school- of academiejaar. Sommige leerlingen zijn ook teruggekeerd uit het buitenland omdat de lessen daar werden onderbroken of de gezondheidstoestand niet langer toeliet om in het betrokken land te verblijven.

Deze leerlingen werden tot heden opgevangen in het systeem schoolverlater. Met het BVR Covid-19 (artikel 4) werd voorzien dat kinderen die vanaf 14 maart 2020 omwille van het Covid-19-virus de lessen in het buitenland hebben onderbroken, toch recht behouden als scholier of student voor de rest van het schooljaar of academiejaar 2019-2020. Dit brengt met zich mee dat kinderen die reeds werden opgevangen in het systeem schoolverlater deze periode herroepen zien, waardoor deze periode geen invloed heeft op de (hen resterende) periode van 12 maanden.

  • Modulair onderwijs/volwassenenonderwijs:

In het modulair/volwassenenonderwijs kunnen leerlingen zich inschrijven voor verschillende modules die op verschillende tijdstippen beginnen. Door de huidige Coronamaatregelen is het voor sommige van deze leerlingen onmogelijk om zich in te schrijven voor een nieuwe module die had moeten beginnen tijdens de periode van de genomen maatregelen. Omwille van dit gebrek aan inschrijving en bijgevolg het niet behalen van de uurnorm/week kan er volgens het huidige regelgevende kader niet langer recht zijn op gezinsbijslagen in de hoedanigheid van leerling.

De Vlaamse Regering heeft dit effect met het BVR-Covid-19 (artikel 5) geremedieerd. Om te vermijden dat leerlingen of studenten die door een beslissing van de onderwijsinstelling omwille van het coronavirus vanaf 14 maart 2020 niet kunnen voldoen aan de voorwaarden van artikel 16 en 24 van het BVR rechtgevend kind2, bepaalt dit artikel dat deze leerlingen en studenten recht hebben als student of scholier op de gezinsbijslagen tot het einde van het schooljaar (31 augustus) of het academiejaar (30 september). Dit brengt met zich mee dat kinderen die reeds werden opgevangen in het systeem schoolverlater deze periode herroepen zien, waardoor deze periode geen invloed heeft op de (hen resterende) periode van 12 maanden.

1.1.2. Selectieve participatietoeslag (schooltoeslag)

Het recht op een schooltoeslag is onderworpen aan een aantal pedagogische voorwaarden, afhankelijk van het type onderwijs dat gevolgd wordt. Deze pedagogische voorwaarden hebben betrekking op een minimaal aantal aanwezigheidsdagen of een maximaal aantal ongewettigde afwezigheden per schooljaar.

  • Kleuteronderwijs: afhankelijk van de leeftijd van de kleuter, moet er een aanwezigheid zijn tussen de 100 en 250 halve dagen of als de kleuter de leeftijd van 6 jaar bereikt, maximaal 29 halve dagen ongewettigde afwezigheid. Aangezien de onderwijsinstellingen geen afwezigheden zullen registreren gedurende de periode van opschorting van de lessen, worden de kleuters als aanwezig beschouwd. De periode van opschorting van de lessen heeft dus geen negatieve impact op een mogelijk recht op schooltoeslag voor dit schooljaar.
  • Lager onderwijs: aangezien hier de voorwaarde van maximaal 29 halve dagen ongewettigde afwezigheid geldt, zal er geen negatieve impact zijn op het mogelijke recht op een schooltoeslag. De onderwijsinstellingen zullen namelijk geen afwezigheden registreren.
  • Secundair onderwijs: zelfde situatie als voor het lager onderwijs.

 

1.1.3. Kleutertoeslag

De kleutertoeslag voor 4-jarigen is gekoppeld aan de voorwaarde van voldoende aanwezigheid. Ook hier zal er geen negatieve impact zijn op het recht op de kleutertoeslag aangezien de onderwijsinstellingen geen afwezigheden zullen registreren. De kleuters worden bijgevolg als aanwezig beschouwd.

 

1.1.4. Kinderopvangtoeslag

Voor de kinderopvangtoeslag werken we met aanwezigheden die geregistreerd worden door kinderopvanginitiatieven.  Deze gegevens worden door Opgroeien aan de uitbetalingsactoren bezorgd.  Indien het kind momenteel niet naar de kinderopvang gaat, zullen we ook geen aanwezigheidsdagen doorkrijgen. Bijgevolg kan er ook geen kinderopvangtoeslag worden uitbetaald indien het kind niet aanwezig is op de kinderopvang. Er is echter wel in de sector van de kinderopvang voorzien dat ouders/opvoeders voor de periode van 14 maart tot en met 7 juni (kan eventueel verlengd worden) niet hoeven te betalen voor de dagen dat hun kind niet naar de opvang gaat. Indien ouders aangeven dat ze niet akkoord zijn dat ze hun kinderopvangtoeslag niet kunnen ontvangen, ondanks het feit dat er geen aanwezigheden zijn, betreft dit een beleidsklacht die wordt ingediend bij de klachtendienst van Opgroeien (klachtendienst@kindengezin.be).

 

1.2. Tijdelijke werkloosheid

Een groot aantal werknemers ontvangt momenteel werkloosheidsuitkeringen omwille van tijdelijke werkloosheid door overmacht ten gevolge van de maatregelen die werden genomen om de verspreiding van het Coronavirus tegen te gaan. Ook leerlingen/studenten en schoolverlaters kunnen in het systeem van tijdelijke werkloosheid omwille van overmacht terechtkomen indien zij een activiteit als student/stagiair/werknemer uitoefenden, waardoor er mogelijk een impact is op hun recht op gezinsbijslagen. Hetzelfde geldt voor kinderen met een specifieke ondersteuningsbehoefte voor wat betreft de zorgtoeslag.

 

1.2.1. Leerlingen/studenten en schoolverlaters

Leerlingen/studenten en schoolverlaters mogen een winstgevende activiteit uitoefenen zonder dat dit leidt tot een schorsing van hun recht op gezinsbijslagen. Het gaat om een activiteit die:

  • gedurende maximaal 475 uur, waarvoor een verminderde sociale bijdrage verschuldigd is, uitgeoefend wordt in het kader van een arbeidsovereenkomst voor studenten;
  • in een maand niet meer dan tachtig uren uitgeoefend wordt in het kader van elke tewerkstelling, die geen tewerkstelling is in het kader van een arbeidsovereenkomst voor studenten;
  • uitgeoefend wordt door een kind als zelfstandige en daarbij geen bijdragen verschuldigd is als een zelfstandige in hoofdberoep.

Wanneer leerlingen/studenten of schoolverlaters een sociale uitkering (tijdelijke werkloosheid) ontvangen omwille van een toegelaten activiteit vormt dit een beletsel voor het recht op gezinsbijslagen. Met het BVR Covid-19 (artikel 3) werd dit beletsel met betrekking tot tijdelijke werkloosheid vanaf 14 maart 2020 opgeheven, dit tot en met 30 juni 2020. Hierdoor kan het recht in het betrokken statuut behouden blijven. De minister bevoegd voor Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding kan deze periode verlengen

Indien het gaat om een tewerkstelling in een systeem van alternerend leren en werken, uitgeoefend in het kader van de praktische opleiding op de werkplek, tijdens een bezoldigde stageovereenkomst of in het kader van een leerovereenkomst, wordt dit niet beschouwd als een winstgevende activiteit. De sociale uitkering (tijdelijke werkloosheid) die er uit voortvloeit zal in dit geval niet leiden tot een schorsing van de gezinsbijslagen.

 

1.2.2. Kinderen met een specifieke ondersteuningsbehoefte

Voor het behoud van de maandelijkse zorgtoeslag mag het kind geen winstgevende activiteit uitoefenen, tenzij het gaat om één van de bij punt 1.2.1. opgesomde activiteiten, aangevuld met een tewerkstelling in een maatwerkbedrijf.

Wanneer het kind een sociale uitkering (tijdelijke werkloosheid) ontvangt, vormt dit een beletsel voor de maandelijkse zorgtoeslag. Met het BVR Covid-19 (artikel 2) werd dit beletsel met betrekking tot tijdelijke werkloosheid vanaf 14 maart 2020 opgeheven, dit tot en met 30 juni 2020. Hierdoor kan het recht op de zorgtoeslag behouden blijven. De minister bevoegd voor Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding kan deze periode verlengen. Als het echter een sociale uitkering betreft die voortvloeit uit een activiteit in een maatwerkbedrijf, of die voortvloeit uit een tewerkstelling tijdens een systeem van alternerend leren, een leerovereenkomst of een bezoldigde stageovereenkomst, wordt de maandelijkse zorgtoeslag niet geschorst.

 

1.3. Studentenarbeid

Federaal werd beslist om de uren die tijdens het tweede kwartaal van 2020 gepresteerd worden als jobstudent, niet mee te tellen om de 475 urennorm voor jobstudenten te bepalen. Ook in Vlaanderen worden de uren studentenarbeid gepresteerd van 1 april 2020 tot en met 30 juni 2020 niet in rekening genomen voor het Groeipakket, onder toepassing van artikel 1 van het BVR Covid-19. Deze toepassing geldt zowel voor scholieren/studenten, schoolverlaters alsook in het kader van de zorgtoeslag voor kinderen met een specifieke ondersteuningsbehoefte. De minister bevoegd voor Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding kan deze periode verlengen.

Dit heeft geen impact op de praktische werking binnen de sector. Deze prestaties zullen via de DmfA nog steeds doorgegeven worden als studentencontracten. Bij de controle op de prestaties zal GPA sowieso geen rekening houden met studentencontracten.

  2. Verblijfsvoorwaarden

Om aanspraak te maken op gezinsbijslagen, schooltoeslagen en andere toelagen moet het kind toegelaten of gemachtigd zijn in België te verblijven of er zich te vestigen overeenkomstig de Vreemdelingenwet van 15 december 1980.  Wat betreft de gezinsbijslagen (en andere toeslagen) wordt dit item besproken in TN2bis en mededeling A9.  De nationaliteitsvoorwaarde voor de schooltoeslagen wordt dan weer toegelicht in TN 13 en mededeling 11.

Diverse administraties die betrokken zijn in deze materie namen maatregelen ter bestrijding van de coronavirus-pandemie.  Hierbij wordt ook gestreefd om de continuïteit van een aantal diensten te voorzien.  De invloed op de gezinsbijslagen (en andere toelagen) hierop worden hieronder besproken.  Dit heeft geen invloed op de schooltoeslagen voor het schooljaar 2019-2020 (de nationaliteitsvoorwaarden wordt gecontroleerd op 31/12/2019).

 

2.1. Afgifte en verlenging van elektronische verblijfskaarten

Het verblijfsrecht wordt gecontroleerd via de elektronische verblijfskaarten A, B, C, D, E, E+, F, F+ en H of via het bijzonder document ‘bijlage 15’ (TN 2bis – punt 5).

De elektronische verblijfskaart moet tijdens de maatregelen nog steeds tijdig worden aangevraagd.  Behoudens uitzondering wordt deze niet meer uitgereikt.  In plaats daarvan krijgt de vreemdeling via e-mail een bijlage 15 met geldigheid van 90 dagen. De bijlage zal telkens vermelden dat de aanvraag uitzonderlijk per e-mail is afgeleverd in de periode van de speciale maatregelen betreffende het coronavirus.

De afgifte van bijlage 15 wordt nog steeds geregistreerd.  Deze registratie vind je terug in de flux ‘nationaliteitsvoorwaarden’ , rubriek ‘identiteitsbewijzen’ .  

afbeelding_1_mededeling_a15_0.png

 

De bijlage 15 biedt de mogelijkheid 8 vakjes aan te kruisen. Afhankelijk van de reden van afgifte wordt het desbetreffende vakje aangekruist.  Welk vakje is aangekruist wordt niet geregistreerd en vind je bijgevolg niet terug in de rubriek ‘identiteitsbewijzen’.

Werkwijze: a) Nieuwe onderzoeken:

  • Je vindt in de rubriek ‘identiteitsbewijzen’ alleen de bijlage 15 terug (voorafgaand geen elektronische verblijfskaart) à je vraagt een kopie van  de bijlage 15 voor te leggen.  Wanneer de bijlage vermeldt dat ze werd afgeleverd in de periode van de speciale maatregelen betreffende het coronavirus en optie 8 is aangekruist besluit je dat het verblijfsrecht bewezen is voor de periode van de geldigheid van de bijlage 15.  
  • Voorafgaand aan de bijlage 15 vind je een elektronische verblijfskaart terug à de bijlage 15 wordt opgevraagd.

    Wanneer de bijlage vermeldt dat ze werd afgeleverd in de periode van de speciale maatregelen betreffende het coronavirus en optie 1, 2, 3, 4 of 8 is aangekruist, besluit je dat het verblijfsrecht bewezen is voor de periode van de geldigheid van de bijlage 15.  De afgifte van de elektronische verblijfskaart moet bijgevolg niet worden afgewacht.  

  1. Actieve dossiers:

    Het verblijfsrecht blijft behouden tot zolang de vreemdeling wordt afgevoerd wegens verlies van verblijfsrecht.  Punt 10 van toelichtingsnota 2bis blijft bijgevolg van toepassing.  

2.2. EU-burger

Bij de aanvraag om verblijfsrecht wordt een model 19 afgeleverd.  TN 2bis punt 9.2.2. vermeldt dat bij een positieve beslissing de betrokkene een E-kaart of een bijlage 8 (papieren equivalent) ontvangt.  Tijdens de periode van de coronamaatmaatregelen wordt de elektronische verblijfskaart E, net zoals andere elektronische verblijfskaarten, niet afgeleverd.   Deze bijlage wordt elektronisch verstuurd en geregistreerd.  Deze registratie vind je terug in de rubriek ‘identiteitsbewijzen’ van de flux ‘nationaliteitsbewijzen’.

Door de afgifte (en registratie) van de bijlage 8 is bijgevolg het verblijfsrecht bewezen vanaf de inschrijving in het rijksregister (TN 2bis 9.2.2.).  

2.3. De positieve beslissing na een beroep voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV)  

In punt 9.2.4. van de TN 2bis wordt de procedure voor de RvV besproken.Er wordt gesteld dat bij een positieve beslissing genomen door de RvV betrokkene verblijfsrecht heeft tijdens de periode dat deze in het bezit was van debijlage 35 en afgevoerd was wegens verlies van verblijfsrecht.

De afgifte of de verlenging kan tijdens de maatregelen digitaal gebeuren. De registratie blijft en vind je terug onder de rubriek ‘ identiteitsbewijzen’ van de flux ‘nationaliteitsbewijzen’.

De beschreven procedure in TN 2 bis wordt bijgevolg tijdens de maatregelen behouden.  

2.4. Het kind slachtoffer van mensenhandel of -smokkel en de NMBV

Het kind slachtoffer van mensenhandel of -smokkel in het bezit van een attest van immatriculatie (of geattesteerd door een daartoe bevoegd centrum) en het kind NBMV  in het bezit van een attest van immatriculatie wordt geacht te voldoen aan de voorwaarde van toegelaten of gemachtigd verblijf (TN 2bis punt 8.1. en 8.2.).

Zowel de  afgifte van het eerste attest van immatriculatie  als de verlenging van het attest van immatriculatie kan worden opgeschort. 

De registratie ervan blijft evenwel en vind je terug onder de rubriek identiteitsbewijzen van de flux ‘nationaliteitsbewijzen’. 

De beschreven procedure in TN 2 bis wordt bijgevolg tijdens de maatregelen behouden.

afbeelding_2_mededeling_a15.png

Woonstvoorwaarde:

Om aanspraak te maken op gezinsbijslagen moet het kind in Vlaanderen wonen (domicilie of feitelijke verblijfplaats waar de persoon gewoonlijk verblijft). 

Bij een aangifte van inschrijving of adreswijziging moet de woonstcontrole gebeuren binnen de 15 werkdagen hierop volgend. Tijdens de periode van de  coronamaatregelen kan de woonstcontrole worden uitgesteld.   In uitzonderlijke situaties kan deze wel nog worden uitgevoerd.  Ook kan de gemeente aanvaarden om bepaalde burgers in te schrijven in het rijksregister zonder voorafgaande woonstcontrole, op basis van bepaalde (andere) bewijsstukken (zoals een huurcontract, opening van meters, energiefacturen, internetabonnement enzovoort). Achteraf moet de gemeente het onderzoek naar de reële verblijfplaats uitvoeren ter verificatie.

Het model 2, 2bis (ontvangstbewijs van de aangifte inschrijving)  wordt tijdens de maatregelen per mail verstuurd.  Na de woonstcontrole zal de inschrijvingsdatum zoals gebruikelijk de datum zijn waarop de burger de aangifte (van verandering) van verblijfplaats heeft gedaan. Indien duidelijk zou zijn dat betrokkene pas later dan de aangifte zijn hoofdverblijfplaats kon hebben op het desbetreffende adres kan de inschrijving op een latere datum gebeuren, maar nooit later dan de datum van de positieve woonstvaststelling.

Het model 2, 2bis wordt, zoals voorheen aanvaard als bewijs dat aan de woonstvoorwaarde wordt voldaan (TN 8 punt 2.2.).  Ondanks het feit dat ingevolge de coronamaatregelen de periode tussen inschrijving en de effectieve inschrijving/adreswijziging meestal langer zal zijn blijft het model 2/2bis gelden als bewijs van de woonstvoorwaarde.

 

3. Formulier E401  

Omwille van Coronamaatregelen die van toepassing zijn in verschillende landen die onder het toepassingsgebied vallen van de Europese verordening 883/2004, is het voor gezinnen die in het buitenland verblijven niet altijd mogelijk het formulier E401 te laten invullen en/of te versturen. Daarom werd besloten dat het niet ontvangen van het formulier E401 voorlopig geen blokkerende factor is. De gezinsbijslagen mogen bijgevolg verder uitbetaald worden. Vanaf 1 september 2020 zal dan een nieuwe verzending gebeuren van het formulier E401.

 

 

Meegedeeld via mail van 4 juni 2020 - gericht aan de uitbetalingsactoren - officiële publicatie
 

[1] Indien echter uit een inschrijvingsbewijs blijkt dat de leerling vanaf een bepaalde datum toch meer dan 17 lesuren/week had moeten volgen, kan er op basis hiervan wel uitbetaald worden vanaf het bereiken van de norm.

  • 1. Besluit van de Vlaamse Regering van 30 april 2020 tot vaststelling van maatregelen ten gevolge van de uitbraak van het COVID-19-virus, wat betreft de toelagen in het kader van het gezinsbeleid (B.S. 7 mei 2020), verder BVR Covid-19
  • 2. Besluit van de Vlaamse Regering van 5 oktober 2018 tot vaststelling van de diverse hoedanigheden van het rechtgevend kind en betreffende de vrijstellingen van de toekenningsvoorwaarden voor de gezinsbijslagen, de startbedragen geboorte en adoptie en de universele participatietoeslagen.

Deze mededling vernietigt en vervangt de medeling A/15 van 27 april 2020.

Datum van publicatie
Datum van afkondiging
Top