Vlaanderen

A/22 van 9 oktober 2020 - Bijdrage aan het begrotingsfonds voor juridische tweedelijnsbijstand

Mededeling van het VUTG - Algemeen 22

9 oktober 2020

Betreft: Bijdrage aan het begrotingsfonds voor juridische tweedelijnsbijstand

 

In veel vonnissen van de Arbeidsrechtbank wordt de uitbetalingsactor veroordeeld tot betaling van een bijdrage (20 EUR) aan het begrotingsfonds voor juridische tweedelijnsbijstand. Dit begrotingsfonds werd opgericht bij de wet van 19 maart 20171.   

Met de opbrengsten van het fonds wordt het stelsel van de juridische tweedelijnsbijstand (pro-deo stelsel) mede gefinancierd, om zo de advocaten die pro-deo prestaties leveren een billijke vergoeding te kunnen garanderen.

De bijdrage van 20 EUR (of een veelvoud hiervan) is verschuldigd in burgerlijke zaken en in strafrechtelijke zaken.

In burgerlijke zaken wordt de bijdrage in principe door de griffier geïnd bij de inschrijving van de gedinginleidende akte. Er zijn echter 5 vrijstellingscategorieën voorzien, waaronder de vorderingen door of tegen een sociaal verzekerde in sociale zekerheidszaken (vorderingen op grond van artikelen 579, 6°, 580, 581 en 582, 1° en 2°, en bij arbeidsongevallen of beroepsziekten). 

In deze gevallen is de eisende partij vrijgesteld om de bijdrage te betalen bij neerlegging van het verzoekschrift.

De vrijstelling bij de inschrijving van de zaak op de rol geldt echter niet bij de veroordeling tot de kosten. Er is dus geen vrijstelling van de betaling van de bijdrage in hoofde van de sociale zekerheidsinstelling die tot de kosten van het geding wordt veroordeeld. Weliswaar moet de rechter in zijn eindbeslissing wel de bijdrage begroten wanneer hij de sociale zekerheidsinstelling veroordeelt tot de gerechtskosten.

De uitbetalingsactoren zijn dus verplicht deze bijdrage te voldoen, indien ze hiertoe veroordeeld worden. In de “Omzendbrief 256 betreffende de richtlijnen voor de toepassing en de verwerking van de invorderingen ten bate van het begrotingsfonds voor juridische tweedelijnsbijstand” wordt dit voorbeeld uitgewerkt onder punt VI, 1, “verweerder verliest”, waarmee de hypothese dat de sociale zekerheidsinstelling wordt veroordeeld tot de kosten, wordt gelijkgesteld.

De invordering kan enkel gebeuren door de FOD Financiën, op basis van de rechterlijke beslissingen en lijsten die de griffiers om de drie maanden aan de FOD Financiën bezorgen. Deze lijsten bevatten de namen van de partijen die veroordeeld zijn tot betaling van de bijdrage, het bedrag van de bijdrage en het rolnummer. 

Het initiatief van deze dienst dient dus afgewacht te worden. Het is niet de bedoeling dat de uitbetalingsactor zelf het initiatief tot betaling neemt.

Meegedeeld via mail van 9 oktober 2020 - gericht aan de uitbetalingsactoren - officiële publicatie
  • 1. De wet van 19 maart 2017 tot oprichting van een Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand (B.S. 31 maart 2017)
Datum van publicatie
Datum van afkondiging
Top