Vlaanderen

A/27 van 10 juni 2021 - aangepaste versie 19.10.2021 - Subrogatie OCMW

A/27 - Mededeling van het VUTG van 10 juni 2021

Betreft: Subrogatie OCMW (aangepaste versie 19.10.2021)

 

 

Tussen de aanvraag van de gezinsbijslagen en de effectieve vaststelling van het recht op toelagen in het kader van gezinsbeleid kan er enige tijd verlopen (bijv. bij onduidelijkheid over de woonplaats of verblijfsstatus van betrokkene). Het OCMW kan de burger tijdens deze onderzoeksfase een voorschot op de toelagen in het kader van gezinsbeleid verlenen.

Net zoals onder de toepassing van het algemene kinderbijslagstelsel (eerder uitzonderlijk) en de gewaarborgde gezinsbijslagen (meer courante toepassing) heeft het OCMW op grond van artikel 78 van het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid, een subrogatierecht.

Artikel 78 van het decreet van 27 april 2018 stelt immers:

‘Als een voorschot op de toelage in het kader van het gezinsbeleid door een OCMW voor een bepaalde periode is betaald aan een van de personen, vermeld in dit deel, wordt dat bedrag op verzoek van het OCMW door de uitbetalingsactor terugbetaald aan het OCMW, als de begunstigde recht heeft op dezelfde toelage in het kader van het gezinsbeleid voor diezelfde periode.

Het bedrag voor de periode in kwestie kan, ongeacht het voorschot, nooit hoger zijn dan de toelage in het kader van het gezinsbeleid voor diezelfde periode waarop de begunstigden recht hebben.

Het eventuele positieve saldo ten voordele van de begunstigden wordt door de uitbetalingsactor rechtstreeks aan de begunstigde of begunstigden uitbetaald overeenkomstig de bepalingen van deel 4 van boek 2.

Een OCMW kan afstand doen van het verzoek tot terugbetaling van de voorschotten die het betaald heeft.

De Vlaamse Regering kan de verdere regels inzake de terugbetaling aan het OCMW, vermeld in het eerste tot en met het tweede lid, nader bepalen.’

Bijgevolg kan het OCMW de verleende voorschotten aan de bevoegde uitbetalingsactor terugvragen.

Hoe deze verrekening moet gebeuren wordt besproken in toelichtingsnota 7 – punt 7.2. Deze mededeling vervangt dit punt.

zie https://gpedia.groeipakket.be/nl/reglementering/richtlijnen/toelichtingsnotas/reglementering-detail/toelichtingsnota-7-van-18-april.

Principe

De verrekening van het voorschot kan gebeuren voor zover de persoon aan wie het voorschot werd betaald ontvanger is van de toelage in het kader van het gezinsbeleid of met deze persoon een feitelijk gezin vormt op de datum van de betaling van het voorschot.

Het begrip ontvanger(s) wordt gedefinieerd in toelichtingsnota 7 – punt 2. De ontvanger(s) is/zijn de persoon of personen die de gezinstoelagen ontvangen. Wanneer we te maken hebben met een bijslagtrekkendekern, zal de bijslagtrekkende de ontvanger zijn. In geval van een begunstigdenkern bestaande uit één begunstigde is deze de ontvanger. Bij twee begunstigden zijn zij beiden de ontvangers van de gezinstoelagen, ongeacht de betaalmodaliteit die zij gezamenlijk kiezen. Enkel wanneer de keuze niet gezamenlijk is, bij onenigheid of gebrek aan keuze, zal de jongste van beide begunstigden de ontvanger zijn. In deze mededeling moet het begrip ‘ontvanger(s)’ op deze manier worden begrepen.

Het begrip ‘feitelijk gezin’ wordt gedefinieerd in artikel 1, 2° BVR Sociale toeslagen, nl. een leefeenheid waarin twee personen die geen bloed-of aanverwanten tot en met de derde graad zijn, samenwonen en samen een huishouden regelen, hetzij financieel, hetzij op een andere ondersteunende manier.

Wanneer het voorschot werd betaald aan de persoon met wie de ontvanger een feitelijk gezin vormt, dient de uitbetalingsactor, ervan uit te gaan dat die door de ontvanger toegelaten was om in zijn plaats de bedoelde bedragen te innen. Het OCMW onderzoekt of de ontvanger toelating geeft om het voorschot uit te betalen aan de persoon met wie de ontvanger een feitelijk gezin vormt. Alleen het OCMW kan oordelen of de ontvanger werkelijk toelating heeft verleend en wat deze toelating inhoudt.

In de praktijk dient de uitbetalingsactor, als het voorschot werd betaald aan de persoon waarmee de ontvanger een feitelijk gezin vormt, bij de kennisgeving van de vaststelling van het recht (zie infra), aan het OCMW te melden dat de terugbetaling zal gebeuren, tenzij het OCMW binnen een periode van 30 dagen meldt dat het de eerder bezorgde subrogatie intrekt.  Is dit niet het geval, dan verrekent de uitbetalingsactor de verleende voorschotten met  het OCMW.

Wanneer de ontvanger bij de uitbetalingsactor verklaart niet akkoord te zijn met de verrekening van het voorschot, terwijl de verrekening nog niet plaats vond, stuurt de uitbetalingsactor de verklaring van de ontvanger door naar het OCMW met de vraag binnen de 30 dagen te bevestigen dat de ontvanger toestemming gaf het voorschot te betalen aan de persoon met wie deze een feitelijke gezin vormde/vormt. Wanneer het OCMW bevestigt dat de ontvanger toestemming gaf, kan de verrekening plaats vinden.

Afhankelijk van de situatie heeft dit als volgt invloed op de verrekening van het verleende voorschot :

  • Bijslagtrekkendekern: de bijslagtrekkende is ontvanger.  De verrekening kan plaatsvinden wanneer het voorschot aan deze persoon werd betaald of aan de persoon met wie de ontvanger een feitelijk gezin vormt.
  • Begunstigdenkern:
    • Eén begunstigde: de enige begunstigde is ontvanger. De verrekening kan plaatsvinden wanneer het voorschot aan deze persoon werd betaald of aan de persoon met wie de ontvanger een feitelijk gezin vormt.
    • Twee begunstigden:
      • Er is unanimiteit (gezamenlijke keuze om op een rekening te laten storten): beide begunstigden zijn ontvangers ongeacht de betalingsmodaliteit.  De verrekening kan plaatsvinden wanneer het voorschot aan beide ontvangers of aan één van de ontvangers of aan één van de personen met wie één van de ontvangers een feitelijk gezin vormt, werd verleend. 
      • Er is geen unanimiteit (geen gezamenlijke keuze, bij onenigheid of gebrek aan keuze): de jongste is ontvanger.  De verrekening kan plaatsvinden wanneer het voorschot aan de ontvanger (jongste van de begunstigden) werd verleend of aan de persoon met wie de ontvanger een feitelijk gezin vormt.

Terugbetalingsmodaliteiten

Bij de terugbetaling van de verleende voorschotten aan de begunstigden, gelden de modaliteiten van artikel 17 BVR begunstigden.  

Artikel 17 BVR Begunstigden

§ 1. De terugbetaling van voorschotten aan het OCMW, vermeld in artikel 78 van het decreet van 27 april 2018, betaald aan de begunstigden conform artikel 99 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, moet aan de volgende voorwaarden voldoen:

1°       de terugbetaling heeft alleen betrekking op de sommen die het OCMW als voorschot heeft uitbetaald op de toelagen in het kader van het gezinsbeleid vóór de kennisgeving door de uitbetalingsactor van de vaststelling van het recht op de toelagen;

2°      de periode waarvoor de terugbetaling wordt gevraagd, stemt overeen met de periode waarop de achterstallige betalingen betrekking hebben;

3°       de voorschotten zijn al toegekend aan de begunstigden.

§2. Om de terugbetaling van de voorschotten te vorderen, bezorgt het OCMW de volgende documenten aan de uitbetalingsactor:

1°       de aanvraag van terugbetaling op basis van de wettelijke subrogatie in verband met het dossier van de begunstigden;

2°       een overzicht van de betaalde voorschotten, waarbij wordt aangegeven op welke maanden, welke toelagen en kinderen die betrekking hebben, en wie de voorschotten ontvangen heeft.

§3. De uitbetalingsactor brengt zowel het OCMW als de begunstigde op de hoogte van de terugbetaling van de voorschotten aan het OCMW.

Als de voorschotten niet kunnen worden terugbetaald aan het OCMW, brengt de uitbetalingsactor het OCMW daarvan onmiddellijk met een gemotiveerde beslissing op de hoogte.

§4. De minister kan de nadere voorwaarden bepalen voor de terugbetaling van de voorschotten op de toelagen in het kader van het gezinsbeleid die het OCMW betaald heeft.

 

Procedureel

Het OCMW deelt aan de uitbetalingsactor mee dat een voorschot op een toelage in het kader van het gezinsbeleid werd verleend, overeenkomstig artikel 99 § 2 van de organieke wet van 08 juli 1976.

Wanneer de subrogatie na de beslissing tot toekenning van het recht en na de afsluiting/berekening van de op dat ogenblik verschuldigde bedragen, aan de uitbetalingsactor wordt bezorgd, kan de verrekening niet meer gebeuren.

Zo is het mogelijk dat wanneer de subrogatie wordt bezorgd aan de uitbetalingsactor tussen de datum van de afsluiting/berekening van de verschuldigde bedragen voorafgaand aan de maand van de beslissing en de datum van de afsluiting/berekening van de maand van de beslissing, enkel het voorschot over de maand van de beslissing kan verrekend worden (de andere voorwaarden, zoals deze met betrekking tot datum van de betaling van het voorschot, moeten ook vervuld zijn).

Voorbeeld

Op 16 maart 2021 wordt het recht op gezinsbijslagen vastgesteld vanaf 01 januari 2021 en is de uitbetalingsactor niet op de hoogte dat het OCMW voorschotten verleent. De verschuldigde bedragen over de maanden januari en februari 2021 worden vrijgegeven met de  eerstvolgende kleine betalingstrein op 18 maart 2021. Op 22 maart 2021 ontvangt de  uitbetalingsactor een subrogatie. Het verschuldigde bedrag over maart 2021 is nog niet betaald (datum afsluiting: 27 maart 2021). Het eventuele voorschot verleend over maart 2021 komt nog in aanmerking voor verrekening (voor zover het voorschot is betaald vóór de kennisgeving van de beslissing  van het recht).

 

Bij vaststelling van het recht brengt de uitbetalingsactor de ontvanger(s) hiervan op de hoogte. Op hetzelfde ogenblik informeert de uitbetalingsactor het OCMW dat het recht op groeipakket voor het kind werd vastgesteld en dat voorschotten die vanaf de kennisgeving van de beslissing van het recht werden verleend niet meer kunnen worden verrekend. Verder vraagt de uitbetalingsactor, vooraleer te betalen, aan het OCMW:

  • op welke toelage het voorschot betrekking heeft: gezinsbijslagen, selectieve participatietoeslagen of andere toelagen;
  • de periode van het verleende voorschot per kind;
  • de bedragen die per maand per kind werden betaald;
  • de data waarop de voorschotten werden toegekend;
  • wie het voorschot ontving.

Bij ontvangst van het antwoord:

  • controleert de uitbetalingsactor of de persoon die het voorschot van de toelage in het kader van het gezinsbeleid ontving ontvanger is, of met deze een feitelijke gezin vormt (zie supra). 
Voorbeelden

Een gezin bestaat uit moeder, vader en het kind. De moeder is bijslagtrekkende. Het verleende voorschot op gezinsbijslag werd aan de vader betaald. Het verleende voorschot kan worden verrekend. De vader vormt een feitelijk gezin met de ontvanger van de toelage (de moeder).

Een gezin bestaat uit moeder, vader en het kind. Vader en moeder zijn begunstigden. Het verleende voorschot op gezinsbijslag werd aan de vader betaald. Het verleende voorschot kan worden verrekend. Ofwel is de vader ontvanger (bij unanimiteit), ofwel (bij geen unanimiteit) vormt de vader een feitelijk gezin met de ontvanger van de toelage (de moeder van het kind).

Een gezin bestaat uit moeder, haar kind en haar partner (niet de ouder van haar kind) (bijslagtrekkenden- of begunstigdenkern).  Het verleende voorschot op gezinsbijslag werd aan de partner betaald. Het verleende voorschot kan worden verrekend. Hij vormt een feitelijk gezin met de ontvanger van de toelage (de moeder van het kind).

Een gezin bestaat uit moeder en 2 kinderen. De moeder is enige begunstigde.  Alleen voor het jongste kind wordt het recht op Groeipakket vastgesteld. Het voorschot op gezinsbijslag werd betaald aan het oudste kind. Het verleende voorschot kan niet worden verrekend. Het oudste kind is geen ontvanger van de toelage en vormt met de ontvanger van de toelage geen feitelijk gezin.

De ouders van een kind leven feitelijk  gescheiden. Beide ouders zijn begunstigden. Het kind is gedomicilieerd bij de vader.  De ouders ondertekenden beiden de keuze om de toelage op de rekening geopend op naam van één van de ouders of geopend op naam van beide ouders te betalen. Er is bijgevolg unanimiteit. Het voorschot werd aan de moeder betaald. Het voorschot kan worden verrekend. 

De ouders van een kind leven feitelijk gescheiden. Beide ouders zijn begunstigden. Het kind is gedomicilieerd bij de vader. Enkel de moeder (jongste) ondertekende de vraag tot betaling op de rekening. Het voorschot werd aan haar betaald. Het voorschot kan worden verrekend. De moeder is ontvanger.

De ouders van een kind leven feitelijk gescheiden. Beide ouders zijn begunstigden. Het kind is gedomicilieerd bij de vader. Het voorschot werd aan de vader betaald. Enkel de vader (oudste) ondertekende de vraag tot betaling op de rekening. De moeder wordt geïnformeerd over deze keuze en haar akkoord wordt gevraagd. In afwachting worden zowel de verschuldigde bedragen in het verleden als de bedragen verschuldigd in de maand waarin de kennisgeving van de beslissing gebeurt in beraad gehouden. De bedragen verschuldigd vanaf de maand volgend op de maand van de beslissing worden vrijgegeven. 

         - De moeder reageert en is akkoord met de keuze (unanimiteit).  Het voorschot kan worden verrekend.

         - De moeder reageert niet of is niet akkoord met de keuze (geen unanimiteit). De moeder is de ontvanger. Het voorschot kan niet worden verrekend.

Het kind woont alleen en is begunstigde van zijn eigen Groeipakket en bijgevolg ontvanger. Het voorschot op gezinsbijslag werd betaald aan het kind zelf. Het verleende voorschot kan worden verrekend.

 

  • controleert de uitbetalingsactor welke toelage als voorschot werd verleend. Opgelet: voorschotten op gezinsbijslagen kunnen enkel met gezinsbijslagen verrekend worden, voorschotten op selectieve participatietoeslagen enkel met selectieve participatietoeslagen en voorschotten op andere toelagen enkel met andere toelagen.

  • controleert de uitbetalingsactor of de periode van de verleende voorschotten overeenstemt met de periode van het recht;

  • controleert de uitbetalingsactor of de voorschotten werden verleend voor de kennisgeving van de vaststelling van het recht. Voorschotten die vanaf na de kennisgeving werden verleend kunnen niet verrekend worden.

  • vergelijkt de uitbetalingsactor het totale bedrag dat gevraagd wordt voor de periode waarmee rekening gehouden moet worden, met het totale bedrag van de verschuldigde bedragen.

Bij de betaling:

  • brengt de uitbetalingsactor het OCMW op de hoogte van de betaling en deelt ze de periode en het betaalde bedrag mee;
  • deelt de uitbetalingsactor het OCMW de bedragen en/of de periodes mee die niet terugbetaald kunnen worden, en waarom dat zo is;
  • wordt de begunstigde door de uitbetalingsactor ook op de hoogte gebracht van de betaling aan het OCMW.
Voorbeeld

Een gezin bestaat uit moeder, vader en 2 kinderen A en B.   Voor  beide kinderen wordt het recht vastgesteld.   De kennisgeving van de beslissing werd verstuurd op 05/04/2020.  Verschuldigde bedragen voor kind A.

- januari 2020: 93,93 EUR voor kind A en 163,20 EUR voor kind B

- februari 2020:  93,93 EUR voor kind A en 163,20 EUR voor kind B

- maart 2020:  93,93 EUR voor kind A en 163,20 EUR voor kind B

Verleende voorschotten aan de moeder voor kind A en kind B:

- december 2019: 150,00 EUR voor kind A, 100,00 EUR voor kind B op 10/01/2020;

- januari 2020:   100,00 EUR voor kind A, 50,00 EUR voor kind B op 10/02/2020;

- februari 2020:  200,00 EUR voor kind A, 200,00 EUR voor kind B op 10/03/2020;

- maart 2020: 230,00 EUR voor kind A, 230,00 EUR voor kind B op 10/04/2020.

Te verrekenen bedrag:  514,26 EUR  recht voor januari en februari 2020. Dit bedrag overschrijdt niet het totale bedrag van de verleende voorschotten over januari en februari.

Volgende bedragen kunnen niet worden verrekend:

- Voorschot december 2019: geen recht over december 2019;

- Voorschotten januari en februari 2020: verschil tussen bedragen van de verleende voorschotten en verschuldigde bedragen;

- Voorschot maart 2020: werd toegekend na de kennisgeving van de vaststelling van het recht.

 

Aandachtspunten

  • Sensibilisering en begeleiding

Door de beperkte voorwaarden van het Groeipakket bepaald in artikel 8 van het decreet Groeipakket, de snelle verwerking van de nieuwe aanvragen en de automatische rechtentoekenning zal het verlenen van voorschotten minder relevant zijn dan in het verleden.

De OCMW’s zullen daarom worden gesensibiliseerd om contact op te nemen met de uitbetalingsactor vooraleer een voorschot toe te kennen. Wanneer de uitbetalingsactor op dat ogenblik over alle informatie beschikt om het recht toe te kennen, worden de betalingen uitgevoerd.  

Wanneer op dat ogenblik de betaling van het eventuele recht niet kan uitgevoerd worden, informeert de uitbetalingsactor het OCMW over de stand van zaken. Indien nodig kan het OCMW gevraagd worden de ontbrekende stukken aan te leveren.

Wanneer het OCMW toch wenst voorschotten te verlenen, begeleidt de uitbetalingsactor het OCMW in het verlenen van een veilig voorschot.

Indien duidelijk is dat het gaat over een kind dat geen aanspraak maakt op kinderbijslag op 31 december 2018 krachtens de kinderbijslagreglementering (bv. kind geboren na 31 december 2018, kind woont voor de eerste maal in België na 31 december 2018, …) beperkt het veilig voorschot zich tot het ‘nieuw’ basisbedrag. In het andere geval beperkt het veilig voorschot zich tot het ‘oude’ basisbedrag dat overeenstemt met het jongste kind op 31 december 2018, verhoogd met de gehalveerde leeftijdsbijslagen. Wanneer het OCMW toch hogere bedragen wenst toe te kennen, rekening houdende met de elementen van het dossier, dan verwijst de uitbetalingsactor het OCMW door naar www.groeipakket.be/nl/bedragen

Als een OCMW, eventueel met het oog op de verrekening van de verleende voorschotten, een overzicht van de verschuldigde bedragen vraagt, is de uitbetalingsactor ertoe gehouden dit overzicht te verlenen. Deze informatiedeling situeert zich in het kader van de wettelijke opdracht van het OCMW

Het overzicht van de verschuldigde bedragen kan maar gegeven worden na de vaststelling van het recht. Ieder antwoord op de vraag van het OCMW om een overzicht te bezorgen voor de vaststelling van het recht moet in beraad worden gehouden tot op het ogenblik van de vaststelling van het recht.

  • Voorschot op leefloon versus subrogatierecht

De verrekening kan enkel van toepassing zijn op voorschotten verleend op toelagen in het kader van het gezinsbeleid.

Bij gebrek aan een decretaal kader kan de verrekening niet gebeuren voor het leefloon dat werd uitgekeerd aan een kind dat begunstigde is voor zichzelf. Het leefloon kan immers niet als voorschot op een toelage in het kader van het gezinsbeleid worden beschouwd.

Enkel wanneer specifiek een voorschot op een toelage in het kader van het gezinsbeleid werd verleend, kan van de subrogatie worden gebruik gemaakt, ook voor het kind dat begunstigde is voor zichzelf.

  • Voorschotten op schooltoeslag, kleutertoeslag en kinderopvangtoeslag

Het OCMW kan ook voorschotten verlenen op schooltoeslagen, kleutertoeslagen en kinderopvangtoeslagen. De verrekening gebeurt onder dezelfde voorwaarden en op dezelfde wijze als hierboven beschreven. Om deze verrekening in CGPA correct te laten plaatsvinden, wordt aan de uitbetalingsactor gevraagd eerst advies in te winnen bij ‘Processen’ (mailadres: processen@vutg.be).

  • Schulden versus voorschotten

Het OCMW treedt van rechtswege en tot het bedrag van dat voorschot, in de rechten op de achterstallen die de gerechtigde kan doen gelden (art 99 § 2 organieke wet  OCMW van 08 juli 1976).

Het  subrogatierecht geldt dus alleen voor de bedragen die in handen van de ontvanger(s) kunnen worden betaald. Maw wanneer van de verschuldigde bedragen, bedragen moeten worden in mindering gebracht ter aanzuivering van een ontstane schuld, kunnen alleen de bedragen die in handen van de ontvanger(s) (of persoon met wie de ontvanger een feitelijk gezin vormt), zouden moeten worden betaald (verschuldigde bedragen – inhoudingen) verrekend worden.

  • Dubbele betaling

Wanneer de uitbetalingsactor de te verrekenen toelage(n) in het kader van het gezinsbeleid rechtstreeks aan de ontvanger betaalt terwijl het OCMW zijn rechten subrogeerde en de uitbetalingsactor bijgevolg wist dat er voorschotten werden betaald, moet de uitbetalingsactor de te verrekenen bedragen een tweede maal aan het OCMW betalen en deze bedragen terugvorderen bij de aanvrager, tenzij het OCMW afstand doet van het verzoek tot terugbetaling.

Vragen

Alle vragen betreffende de verrekening van voorschotten worden door de aangewezen SPOC’s aan advies@VUTG.be gericht. 

Bijlagen

In de bijlagen van deze mededeling is een praktische leidraad opgenomen en werd een begrippenkader toegevoegd, specifiek gericht aan de OCMW's. 

 

Datum van publicatie
Datum van afkondiging
Top