A/31 van 11 maart 2022 - Afstand van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid

A/31 - mededeling van het VUTG

11 maart 2022

Betreft: Afstand van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid

 

 

1. Wetgevend kader

Artikel 77, §2 van het Groeipakketdecreet bepaalt dat begunstigden geheel of gedeeltelijk afstand kunnen doen van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid. Het is de Vlaamse Regering die de procedure daarvoor bepaalt.

In het BVR Begunstigden is in artikel 15 opgenomen dat de begunstigden elektronisch of schriftelijk aan hun uitbetalingsactor moeten bevestigen dat ze geheel of gedeeltelijk afstand doen van deze toeslag. Dit artikel werd uitgebreid met de verdere uitwerking van de procedure in het BVR van 11 februari 2022 tot wijziging van diverse besluiten over de toelagen in het kader van et gezinsbeleid.

Toelichtingsnota 7 herneemt onder punt 7.1 het gegeven dat afzien van de rechten mogelijk is conform de bepalingen uit het BVR.

Artikel 225, §1 Groeipakketdecreet vermeldt dat de bepalingen van boek 2, deel 4, titel 2, hoofdstuk 3 van toepassing zijn op zowel de bijslagtrekkende als de begunstigde. Wanneer er twee begunstigden zijn moeten zij beiden de afstandsverklaring ondertekenen (zie ook punt 2.6)

2. Praktische bepalingen voor de afstand van de toelagen

2.1. De afstand gebeurt niet proactief, maar enkel op vraag van begunstigde

Een afstandsverklaring gebeurt op initiatief van de begunstigde(n) zelf, en wordt niet proactief als keuzemogelijkheid aangeboden. De uitbetalingsactoren en gezinsinspecteurs kunnen in het kader van hun informatieplicht en controleopdracht de begunstigde(n) wel wijzen op de mogelijkheid tot het afzien van de toelagen. De begunstigde dient hierbij duidelijk ingelicht te worden over de gevolgen van de afstandsverklaring.

Om afstand te kunnen doen moet betrokkene naast begunstigde ook ontvanger van de toelagen zijn, anders kan deze geen afstand doen. Deze dubbele hoedanigheid is een absolute voorwaarde voor het nemen van de afstand. Voor elke begunstigden- of bijslagtrekkendenkern waarvan betrokkene deel uitmaakt moet er een afzonderlijke afstand gebeuren. De afstand is dus niet geldig voor alle dossiers waarin betrokkene begunstigde of bijslagtrekkende is, maar enkel voor het dossier waarop de afstand effectief betrekking heeft. De afstand kan geheel of gedeeltelijk voor alle toelagen van het gezinsbeleid

2.2. De afstand kan genomen worden van elke toelage afzonderlijk. De afstand moet elektronisch of schriftelijk bevestigd worden

Het BVR en de TN 7 schrijven voor dat er een neerslag moet zijn van de afstand. Dit kan zowel in een elektronische als schriftelijke versie. Er wordt een standaardsjabloon opgemaakt dat gebruikt kan worden.

De melding waarin de begunstigde(n) afstand doen van de toelagen moet volgens het gewijzigde artikel 15 van het BVR ondertekend en gedagtekend zijn. Een louter telefonisch verzoek zal dus niet voldoende zijn om aanleiding te geven tot de aanvraag van de afstand. De begunstigde zal dit schriftelijk of elektronisch gedagtekend en ondertekend moeten bevestigen.  

2.3. De afstand is definitief en geldt enkel voor de toekomst

De beslissing tot het nemen van de afstand van de toelagen wordt genomen met inachtname van de regels die gelden voor elke andere beslissing en heeft alleen gevolgen voor de toekomst.

De afstand is te beschouwen als een wijziging in de betalingsmodaliteit met uitwerking vanaf de datum van ontvangst voor alle betalingen (ook achterstallen) die na de datum van ontvangst ervan door de UA nog dienen te worden uitgevoerd.

De afstand is definitief en geldig tot de begunstigde(n) deze terug intrekt. Ook bij het herroepen van de afstand moet de melding gedagtekend en ondertekend zijn door de begunstigde(n).

2.4. De begunstigde(n) moet voldoende geïnformeerd worden over de gevolgen van de afstand

Bij de ondertekening van een afstandsverklaring is het van belang dat de begunstigde(n) ruime en voldoende informatie krijgt over de gevolgen van de afstand. In bijlage is een standaardsjabloon opgenomen die voldoende informatie geeft aan de begunstigde(n) en de nodige gegevens verzamelt.

Ook de gezinsinspecteurs kunnen tijdens de uitvoering van hun opdracht een afstandsverklaring  ontvangen van begunstigde(n). Ook hier geldt de regel dat dit enkel op initiatief van betrokkene(n) kan. De gezinsinspecteurs zullen hen eveneens grondig informeren over de reikwijdte van deze afstand. Ze gebruiken hiervoor ook het standaardsjabloon.

Indien de begunstigde niet voldoende geïnformeerd werd over de afstand en de gevolgen van de afstand, kan de afstand als onbestaande worden beschouwd. Deze evaluatie gebeurt door de uitbetalingsactoren.

2.5. Indien er twee begunstigden zijn, dienen zij beiden afstand te doen

In een begunstigdenkern kan voor de toelagen waarvoor er slechts één begunstigde is, deze begunstigde alleen afstand doen. Voor de toelagen waarvoor zij beiden begunstigden zijn, kan er enkel afstand gedaan worden indien zij beiden de afstandsverklaring ondertekenen.

Wanneer slechts één van de begunstigden afstand doet van een of meerdere toeslagen, verliest deze begunstigde zijn zeggenschap over de betaalmodaliteiten. Hij kan zo niet langer een wilsuiting tot aansluiting bij een uitbetalingsactor indienen of beslissen over het rekeningnummer waarop er betaald wordt. Een potentiële schuld over een periode waarin de begunstigde afstand van toelagen heeft gedaan kan niet op hem verhaald worden. De situatie is qua gevolgen te vergelijken met de situatie van onenigheid tussen beide begunstigden. In dergelijke gevallen zal de jongste beslissen over de betaalmodaliteiten zonder tussenkomst van de oudste. Bij afstand van toelagen zal diegene die geen afstand heeft gedaan het volledige beslissingsrecht in handen hebben.

Belangrijke opmerking: indien één ouder afstand doet van de sociale toeslag waarop hij recht heeft, betekent dit niet dat de volledige sociale toeslag aan de andere ouder mag uitbetaald worden. Dit betekent wél dat wanneer bijvoorbeeld de jongste begunstigde afstand doet van de basisbijslag de oudste het volledige beslissingsrecht over de betaalmodaliteiten verwerft, namelijk de keuze van uitbetalingsactor en rekeningnummer.

Voorbeeld
De begunstigdenkern voor een kind bestaat uit beide gescheiden ouders die het kind in gelijkmatig verdeelde huisvesting opvoeden. Beide ouders zijn begunstigden voor de gezinsbijslagen maar omwille van de gelijkmatig verdeelde huisvesting is elke ouder apart enige begunstigde voor de helft van de sociale toeslag waarop hij recht heeft.
->
Enkel beide ouders samen kunnen afstand doen van de basisbijslag waarvan ze beiden begunstigden zijn.
-> Elke ouder apart kan afstand doen van de sociale toeslag waarop hij recht heeft.

Als nadien slechts één van de begunstigden de eerdere gezamenlijke afstand herroept, kan deze begunstigde opnieuw de toelagen ontvangen waarvoor hij eerder afstand deed. De andere begunstigde, die geen herroeping doet, zal dan geen beslissingsrecht meer hebben over de betaalmodaliteiten.

 

Voorbeeld
De ouders doen gezamenlijk een afstand van alle toelagen. Kort daarna gaan de ouders uit elkaar en wil de moeder de eerdere afstand herroepen. Zij zal na de herroeping opnieuw alle toelagen ontvangen waarvoor eerder een afstand werd gedaan. De andere ouder zijn afstand blijft gelden tot deze ook wordt herroepen. Tot die tijd kan deze ouder geen beslissingen nemen over de betaalmodaliteiten van de toelagen.
Opgepast: de moeder zal slechts de halve sociale toeslag ontvangen waarop ze recht heeft aangezien de vader enige begunstigde is voor de sociale toeslag waarop hij recht heeft.

 

3. Wat bij overgang van bijslagtrekkende- naar begunstigdenkern?

De bijslagtrekkende kan afstand doen van alle toelagen in het kader van het gezinsbeleid. Wanneer een gebeurtenis plaatsvindt die leidt tot een overschakeling naar een begunstigdenkern van beide ouders, verliest de oorspronkelijke bijslagtrekkende zijn zeggenschap over de betaalmodaliteiten. Dit betekent dat de andere begunstigde, die geen bijslagtrekkende was, het volledige beslissingsrecht verwerft over de betaalmodaliteiten.

Opgepast: De afstand die door de bijslagtrekkende gedaan wordt, betekent wel dat de potentiële halve sociale toeslag waarop hij recht heeft, niet uitbetaald wordt, ook niet aan de andere begunstigde.

Uit de informatie die aan betrokkenen wordt bezorgd bij de omvorming naar een BGK-dossier blijken de gevolgen van de afstandsverklaring. De vroegere bijslagtrekkende kan op dat moment zijn afstand herroepen en zodoende wel zeggenschap krijgen over de betaalmodaliteiten in het dossier.

4. Vragen

Vragen betreffende deze mededeling kunnen gericht worden aan advies@vutg.be, met vermelding van de titel van deze mededeling in het onderwerp van uw mail.

Datum van publicatie
Datum van afkondiging
Top