Geef een zoekwoord in, en selecteer indien gewenst een filter.
Indien je zoekterm bestaat uit meerdere woorden, zet je deze tussen aanhalingstekens (“). Op meerdere termen tegelijk zoeken, kan door het gebruik van een komma.

Toelichtingsnota 13 van 3 december 2019 - Vaststelling en betaling van de selectieve participatietoeslag (schooltoeslag) voor het schooljaar 2019-2020

    Gearchiveerde versie

     

     

    Vooraf

    Deze toelichtingsnota bevat de richtlijnen voor de automatische toekenning van de schooltoeslag 2019/2020.  De antwoorden op de vragen die de toepassing in de praktijk ervan zullen meebrengen, zullen gebundeld worden en later in een bijlage bij deze toelichtingsnota worden meegedeeld.

     

    Inhoudstafel

     

    1.     De toekenningsvoorwaarden
    1.1.  De nationaliteitsvoorwaarden
    1.1.1.  Regels
    1.1.1.1.  Kinderen die in België wonen binnen of buiten Vlaanderen
    1.1.1.2. Kinderen buiten België
    1.1.2. Gegevensvergaring in de automatische en de manuele alarmbelprocedure
    2.      Pedagogische voorwaarden
    2.1. Kleuteronderwijs
    2.1.1 Gegevensvergaring in de automatische procedure en in de manuele alarmbelprocedure
    2.2. Lager onderwijs
    2.2.1.  Gegevensvergaring in de automatische procedure en in de manuele alarmbelprocedure
    2.3.  Secundair Onderwijs en leerlingen van de opleiding verpleegkunde in het hoger beroepsonderwijs (HBO5-verpleegkunde)
    2.3.1.  Gegevensvergaring in de automatische procedure en in de manuele alarmbelprocedure
    2.3.2. Bijzondere situatie: meeneembaarheid van de schooltoeslag voor rechthebbende leerlingen die in het buitenland of in een andere gemeenschap een opleiding volgen
    3.     Financiële voorwaarden
    3.1. Het gezinstype en de inkomensverstrekkers
    3.1.1.  Algemene principes
    3.1.2. Afwijken van het gemeenschappelijk domicilie in het Rijksregister
    3.1.2.1. Er is een gemeenschappelijk domicilie, maar uit een officieel document blijkt dat de betrokkenen niet samenwonen
    3.1.2.2. Er is geen gemeenschappelijk domicilie, maar er is toch een feitelijk gezin
    3.1.2.3. Er is een gemeenschappelijk domicilie, maar het vermoeden van feitelijke gezinsvormig wordt weerlegd
    3.2. Met welke inkomsten wordt er rekening gehouden?
    3.3. Gegevensvergaring inzake de inkomsten
    3.3.1.  In de automatische procedure
    3.3.2.  In de manuele alarmbelprocedure
    3.4. Puntentelling – vaststelling van de “meewegende” personen in de Separ-familie
    3.4.1. De personen fiscaal ten laste van de inkomensverstrekkers. 
    3.4.2. De leerlingen (niet hoger onderwijs) of studenten (hoger onderwijs, incl. BanaBa en ManaMa) die niet fiscaal ten laste zijn van inkomensverstrekkers omwille van bestaansmiddelen en niet het statuut van gehuwde, zelfstandige of alleenstaande rechthebbende leerling (GAZ) hebben.
    3.4.3. Inkomensverstrekkers die fiscaal als gehandicapt worden aangemerkt en/of die hoger onderwijs (incl. BanaBa en ManaMa) volgen
    3.4.4. Het type van het SEPAR—gezin
    3.4.5. Vermindering van het puntentotaal
    4.      Toepasselijk inkomensgrenzen
    5.      Vaststelling recht op de schooltoeslag
    5.1.  Algemene principes
    5.2.  Uitzonderlijke schooltoeslag
    5.3.  Bedragen van de schooltoeslag volgens het onderwijs dat de rechthebbende leerling volgt
    5.3.1.  Kleuteronderwijs
    5.3.2. Lager onderwijs
    5.3.3.  Secundair onderwijs
    6.      De toekenningsprocedure
    6.1.  Onderzoek naar de totale inkomsten van de inkomensverstrekkers
    6.2.  De puntentelling
    6.3. Ontvangst van een aanvraag terwijl de automatische procedure aan de gang is
    7.      Aan wie wordt de schooltoeslag 2019/2020 betaald?
    7.1. Voor de rechthebbende leerling is er in het kader van het Groeipakket ook recht op gezinsbijslag
    7.2.  De rechthebbende leerlingen in België zonder recht op gezinsbijslag in het Groeipakket
    7.3. De rechthebbende leerling verhuist van Vlaanderen naar een andere deelentiteit in België
    7.4.  De rechthebbende leerlingen buiten België
    7.5. Wijziging van bijslagtrekkende/begunstigden na provisionele betaling schooltoeslag in september/oktober 2019 en 31 december 2019 – Gevolgen
    7.6. Betaling aan de rechthebbende leerling zelf
    7.7.  Schuldenbeheer
    8.     Betaalkalender – wanneer wordt de schooltoeslag betaald?
    8.1.  Eerste betaling
    8.2.  Regularisaties
    8.3.  Vanaf januari 2020
    9.      Hoe de experten van onderwijs contacteren?

    Vanaf het schooljaar 2019/2020 maakt de selectieve participatietoeslag, hierna schooltoeslag genoemd, deel uit van het Groeipakket.

    De toekenning van de schooltoeslag 2019/2020 wordt geregeld in de artikelen 24 tot 48 van het Groeipakketdecreet van 27 april 2018, de artikelen 69 en 70 (aan wie de schooltoeslag betalen) van het Groeipakketdecreet van 27 april 2018 en in het BVR (Besluit van de Vlaamse Regering) met betrekking tot de selectieve participatietoeslag van 15 juli 2019.

    Deze bepalingen treden in werking op 1 september 2019.

    Met deze toelichtingsnota worden de administratieve richtlijnen meegedeeld voor de vaststelling en de betaling van de schooltoeslag voor het schooljaar 2019/2020. 

    Eerst worden de toekenningsvoorwaarden waaraan de rechthebbende leerling1  moet voldoen behandeld, nl:

    • de nationaliteitsvoorwaarden;
    • de pedagogische voorwaarden;
    • de financiële voorwaarden.

    Telkens wordt daarbij vermeld op welke spildatum aan die voorwaarden dient voldaan te zijn, hoe de gegevens daarover zullen worden ingewonnen in de automatische procedure en in de manuele alarmbelprocedure en hoe deze gegevens desgevallend aangevuld of verbeterd kunnen worden.

    Daarna volgt de toelichting bij de berekening van het bedrag van de schooltoeslag.

    Tot slot wordt uitgelegd hoe de automatische toekenningsprocedure verloopt, wanneer en hoe de manuele alarmbelprocedure kan worden toegepast, aan wie de schooltoeslag dient te worden uitbetaald en volgens welke betaalkalender.

    1. De toekenningsvoorwaarden

    1.1. De nationaliteitsvoorwaarden

    1.1.1. Regels

    De rechthebbende leerling dient de Belgische nationaliteit te hebben, of, als hij de Belgische nationaliteit niet bezit, toegelaten of gemachtigd zijn om in België te verblijven.

    Op basis van de bepalingen van artikel 2 van het BVR selectieve participatietoeslag voldoen de volgende leerlingen eveneens aan de nationaliteitsvoorwaarden:

    1. de slachtoffers van mensenhandel- of smokkel, geattesteerd door een door de federale overheid erkend centrum dat gespecialiseerd is in het onthaal van slachtoffers van mensenhandel of van slachtoffers van mensensmokkel die op het grondgebied verblijven met een attest van immatriculatie;
    2. een niet-begeleide minderjarige vreemdeling die op het grondgebied verblijft met een attest van immatriculatie;

    een pleegkind of pleeggast als vermeld in artikel 2, 8° en 10°, van het decreet van 29 juni 2012 houdende de organisatie van pleegzorg, op voorwaarde dat het pleegkind of de pleeggast langer dan een jaar onafgebroken bij hetzelfde pleeggezin verblijft.

    1.1.1.1. Kinderen die in België wonen binnen of buiten Vlaanderen:
    • De uitbreiding die geldt om het verblijfsrecht te ontlenen aan één van de ouders die geldt voor de vaststelling voor het recht op gezinsbijslag, kleutertoeslag en kinderopvangtoeslag​ is niet van toepassing voor de schooltoeslag 2019/2020.
      Ze is immers niet voorzien in artikel 2 van het BVR.

    In de overlegvergadering van 11 juni 2019 werd beslist dat Cegeka voor alle kinderen deze nationaliteitsvoorwaarde automatisch (opnieuw) zal onderzoeken rekening houdende met die beperking.

    • De pleegkinderen die langer dan één jaar in hetzelfde pleeggezin verblijven zijn vrijgesteld van de nationaliteitsvoorwaarden.  Deze pleegkinderen zullen in de praktijk geïdentificeerd worden op basis van de gemigreerde gegevens van de federale applicaties naar GPA. Dit wordt nader toegelicht in de mededeling A/8 van 6 juni 2019.
    1.1.1.2. Kinderen buiten België

    Op basis van de burgerschap richtlijn 2004/38 en art. 18 van het EU-verdrag is aan die verblijfsvoorwaarde voldaan en dit ongeacht de nationaliteit van het kind. Er hoeft evenmin te worden nagegaan of het kind toegelaten of gemachtigd is om in het woonland van het kind te verblijven.

    Voor die kinderen dient – om het onderzoek naar het recht op de schooltoeslag te kunnen opstarten- te worden nagegaan bij wie het kind woont.  Een formulier E401 kan daarvoor in aanmerking worden genomen, maar ook elk ander bewijs dat aantoont door en bij wie het kind wordt opgevoed. 

    1.1.2. Gegevensvergaring in de automatische en de manuele alarmbelprocedure

    De nationaliteitsvoorwaarden worden op dezelfde manier onderzocht als bij het onderzoek naar het recht op gezinsbijslag: zie toelichtingsnota 2bis van 18 april 2019.

    Om te bepalen of de rechthebbende leerling voldoet aan de nationaliteitsvoorwaarden wordt rekening gehouden met de toestand op 31 december van het schooljaar, dus op 31 december 2019.
    Bij de provisionele toekenning in september/oktober 2019 wordt rekening gehouden met de actuele gegevens.  Indien deze situatie niet meer geldig is op 31 december 2019, dienen de betalingen te worden herzien in de regularisatieronde (zie rubriek 8 hierna)

    Rappel aan de voorwaarden voor leerlingen die niet over de Belgische nationaliteit beschikken.

    Wanneer het kind beschikt over een van de volgende verblijfskaarten, voldoet het wat betreft het recht op schooltoeslag aan de nationaliteitsvoorwaarden:

    Bewijs verblijfsrecht

    A-kaart

    B-kaart

    C-kaart

    D-kaart

    E-kaart

    E+-kaart

    F-kaart

    F+-kaart

    H-kaart

    Daarnaast dient nog nagegaan te worden of het kind geen slachtoffer is van mensenhandel, of als niet-begeleide minderjarige in België verblijft. Deze dossiers dienen manueel opgevolgd te worden:

    Slachtoffer van mensenhandel

    - de bijlage 15 met optie 6 wordt aanvaard voor zover deze gevolgd wordt door een attest van immatriculatie vergezeld door een attest van een door de federale overheid erkend centrum dat gespecialiseerd is in het onthaal van slachtoffers van menshandel of door een A-kaart met vermelding ‘slachtoffer van mensenhandel’ in de rubriek ‘wettige Verblijven’.

    - het attest van immatriculatie wordt aanvaard voor zover dit vergezeld wordt door een attest van een door de federale overheid erkend centrum dat gespecialiseerd is in het onthaal van slachtoffers van menshandel of door een A-kaart met vermelding ‘slachtoffer van mensenhandel’ in de rubriek ‘wettige Verblijven’.

    Door de federale overheid erkende centra die gespecialiseerd zijn in het onthaal van slachtoffers van menshandel of mensensmokkel:

    - Vlaams Gewest: vzw Payoke;

    - Brussels Gewest – Pag-asa;

    - Waals Gewest – vzw Sürya.

    • Niet-begeleide minderjarigen

    Op basis van een attest van immatriculatie.

    Deze toekenningsvoorwaarde dient strikt te worden toegepast.

    2. Pedagogische voorwaarden

    Vooraf

    • Voor de provisionele betaling van de schooltoeslag houden de uitbetalingsactoren rekening met de studies waarvoor de rechthebbende leerling is ingeschreven in het schooljaar 2019/2020. Bij de definitieve vaststelling of aan de pedagogische voorwaarden is voldaan wordt rekening gehouden met de toestand op de laatste schooldag van juni van het schooljaar 2019/2020, dus de laatste schooldag in juni 2020.
       
    • Het gaat telkens om onderwijs in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde, of gesubsidieerde onderwijsinstelling.  De rechthebbende leerling hoeft dus niet in Vlaanderen te wonen. Ook leerlingen die in een andere deelentiteit in België, of buiten België wonen komen in aanmerking voor een schooltoeslag als ze naar een Vlaamse school gaan en uiteraard voor zover ook de andere toekenningsvoorwaarden vervuld zijn.
       
    • Om na te gaan of de leerling onderwijs volgt in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde, of gesubsidieerde onderwijsinstelling kunnen de uitbetalingsactoren zich enkel baseren op de gegevens van Onderwijs.  Als de gegevens uit de flux afkomstig van Onderwijs betwist worden, kan het dossier enkel aangepast worden op basis van verbeterde gegevens meegedeeld door Onderwijs.  De uitbetalingsactoren dienen anomalieën dienaangaande te signaleren aan het team Kadaster/fluxen van Kind & Gezin.
       
    • Het moet gaan om een school erkend, gesubsidieerd, of gefinancierd door de Vlaamse Gemeenschap. Er kan bijgevolg geen schooltoeslag toegekend worden voor thuisonderwijs, ziekenhuisonderwijs, 2e kans onderwijs (CVO).  Privé onderwijs is meestal niet erkend, maar er zijn uitzonderingen: Eureka, De Leerwijzer, Safe, Sint-Ignatiusschool.  Andere vragen m.b.t. privéonderwijs moet aan de expertisecel worden voorgelegd​. 

    2.1. Kleuteronderwijs

    De rechthebbende leerling in het kleuteronderwijs moet voldoen aan de volgende voorwaarden:

    • ingeschreven zijn in het gewoon of buitengewoon kleuteronderwijs;
    • gerechtigd zijn om kleuteronderwijs te volgen;
    • voldoende aanwezig zijn op school in het lopende en voorafgaande schooljaar.

    Voldoende aanwezigheid, d.w.z.:

    Leeftijd kleuter in 2019

    Voldoende aanwezigheid bij (in het schooljaar)

    <3 jaar

    100 halve dagen

    3 jaar

    150 halve dagen

    4 jaar

    185 halve dagen

    5 jaar

    250 halve dagen

    ≥ 6 jaar

    Maximaal 29 halve dagen ongewettigd afwezig

    Een voorbeeld

    Een kind dat 5 jaar is in 2019 moet in het schooljaar 2019/2020 minstens 250 halve dagen aanwezig zijn en in het schooljaar 2018/2019 minstens 185 halve dagen. Is dat niet het geval dan is er geen recht op schooltoeslag voor 2019/2020.  De schooltoeslag voor 2019/2020 wordt dan ofwel niet toegekend ofwel teruggevorderd.

    2.1.1. Gegevensvergaring in de automatische procedure en in de manuele alarmbelprocedure

    De inschrijving in het kleuteronderwijs blijkt uit de (maandelijkse) dump Inschrijvingen van “Onderwijs”.  Als de kleuter ingeschreven is dient ook te worden aangenomen dat hij gerechtigd is om kleuteronderwijs te volgen. 

    Of de kleuter voldoende aanwezig was op school blijkt uit de consultatiestroom “Aanwezigheden” van Onderwijs.  Via de dump & consultatiestroom van Onderwijs worden de problematische afwezigheden meegedeeld. Om dit te kunnen beoordelen zullen volgende zomer na het einde van het schooljaar 2019/2020 ook de problematische afwezigheden in het schooljaar 2018/2019 aan de uitbetalingsactoren worden meegedeeld.

    2.2. Lager onderwijs

    De rechthebbende leerling in het lager onderwijs moet voldoen aan de volgende voorwaarden:

    • ingeschreven zijn in het lager onderwijs;
    • gerechtigd zijn om lager onderwijs te volgen;
    • voldoende aanwezig zijn in het lopende en voorafgaande schooljaar, d.w.z. minder dan 30, al dan niet gespreide, halve schooldagen ongewettigd afwezig per schooljaar;
    • bij verandering van school in de loop van het schooljaar, mag er niet meer dan 15 kalenderdagen verschil zijn tussen de uitschrijving in de vroegere school en de herinschrijving in de nieuwe school.

    Indien de leerling 2 schooljaren op rij meer dan 29 halve dagen ongewettigd afwezig was op school wordt de schooltoeslag voor het 2e schooljaar ofwel niet-toegekend of teruggevorderd.

    2.2.1. Gegevensvergaring in de automatische procedure en in de manuele alarmbelprocedure

    De inschrijving in het lager onderwijs blijkt uit de (maandelijkse) dump Inschrijvingen van “Onderwijs”.  Uit deze dump van Onderwijs zal ook blijken of de leerling bij verandering van school in de loop van het schooljaar tijdig (binnen 15 kalenderdagen) ingeschreven is in een andere school.  Als de leerling ingeschreven is dient ook te worden aangenomen dat hij gerechtigd is om lager onderwijs te volgen. 

    Of de leerling voldoende aanwezig was op school blijkt uit de consultatiestroom “Aanwezigheden” van Onderwijs.  Via de dump & consultatiestroom van Onderwijs worden de problematische afwezigheden meegedeeld. Om dit te kunnen beoordelen zullen volgende zomer na het einde van het schooljaar 2019/2020 ook de problematische afwezigheden in het schooljaar 2018/2019 aan de uitbetalingsactoren worden meegedeeld.

    2.3. Secundair Onderwijs en leerlingen van de opleiding verpleegkunde in het hoger beroepsonderwijs (HBO5-verpleegkunde)

    De rechthebbende leerling in het secundair onderwijs en HBO5-verpleegkunde moet voldoen aan de volgende voorwaarden:

    • ingeschreven zijn in secundair onderwijs of in HBO5-verpleegkunde;
    • gerechtigd zijn om secundair onderwijs of HBO5-verpleegkunde te volgen;
    • leeftijdsvoorwaarde: maximum 22 jaar in het schooljaar; in het schooljaar 2019/2020 is dat maximum 22 jaar voor of op 31 augustus 2020.
      Uitzondering: er geldt geen leeftijdsgrens voor rechthebbende leerlingen die onderwijs volgen in het buitengewoon secundair onderwijs of die HBO5-verpleegkunde volgen;
    • voldoende aanwezig zijn in het lopende en voorafgaande schooljaar, d.w.z. minder dan 30, al dan niet gespreide, halve schooldagen ongewettigd afwezig per schooljaar;
    • bij verandering van school in de loop van het schooljaar, mag er niet meer dan 15 kalenderdagen verschil zijn tussen de uitschrijving in de vroegere school en de herinschrijving in de nieuwe school.

    Indien de leerling 2 schooljaren op rij meer dan 29 halve dagen ongewettigd afwezig was op school wordt de schooltoeslag voor het 2e schooljaar ofwel niet-toegekend of teruggevorderd. Echter wanneer de leerling op 30 juni 2020 niet meer ingeschreven is in een instelling voor secundair onderwijs, maar in de loop van het schooljaar 2019/2020 zijn kwalificatie behaalde, behoudt hij zijn recht op schooltoeslag voor het schooljaar 2019/2020.

    Wij vestigen er de aandacht op dat de rechthebbende leerling in HBO5-verpleegkunde gedurende de volledige opleidingscyclus in aanmerking komt voor een schooltoeslag.

    2.3.1. Gegevensvergaring in de automatische procedure en in de manuele alarmbelprocedure

    De inschrijving in het secundair onderwijs of HBO5-verpleegkunde blijkt uit de (maandelijkse) dump Inschrijvingen van “Onderwijs”, alsook uit de schoolInschrijvingen_Attest17en de inschrijvingen D062 tot 25 jaar.

    Uit deze dump van Onderwijs zal ook blijken of de leerling bij verandering van school in de loop van het schooljaar tijdig (binnen 15 kalenderdagen) ingeschreven is in een andere school.  Als de leerling ingeschreven is dient ook te worden aangenomen dat hij gerechtigd is om secundair onderwijs te volgen. 

    Of de leerling voldoende aanwezig was op school blijkt uit de consultatiestroom “Aanwezigheden” van Onderwijs.  Via de dump & consultatiestroom van Onderwijs worden de problematische afwezigheden meegedeeld. Om dit te kunnen beoordelen zullen volgende zomer na het einde van het schooljaar 2019/2020 ook de problematische afwezigheden in het schooljaar 2018/2019 aan de uitbetalingsactoren worden meegedeeld.

    Specifiek voor HBO5-Verpleegkunde

    Uitgangspunt voor gegevensvergaring is dat de dump van onderwijs volledig is. Mocht dat niet zo zijn omdat de rechthebbende leerling bijvoorbeeld ouder is dan 25 jaar, dan dient het gezin dat zelf te melden.  Aan de hand van de consultatie van de flux “Geef historiek schoolinschrijvingen” kan het inschrijvingsbewijs worden opgevraagd en het dossier dienovereenkomstig aangepast.

    2.3.2. Bijzondere situatie: meeneembaarheid van de schooltoeslag voor rechthebbende leerlingen die in het buitenland of in een andere gemeenschap een opleiding volgen

    Deze meeneembaarheid kan in aanmerking worden genomen op voorwaarde dat:

    • de rechthebbende leerling een studierichting of opleiding van secundair onderwijs volgt in het buitenland of in een andere gemeenschap die erkend is door de bevoegde overheid in de gemeenschap of land in kwestie;
    • er voor deze studierichting of opleiding geen equivalente opleiding bestaat in Vlaanderen.

    Om te bepalen of er geen equivalente opleiding in Vlaanderen bestaat dienen de uitbetalingsactoren zich te baseren op het bindende advies van NARIC-Vlaanderen (National Academic Recognition Information Centre)

    Deze dossiers m.b.t. de meeneembaarheid vallen buiten de automatische rechtentoekening.  In de praktijk zal het VUTG daar een procedure voor opstellen.  De uitbetalingsactoren dienen in verband hiermee contact op te nemen met de expertise cel schooltoeslag: 02 - 897 11 30 of expertisecelschooltoeslag@vutg.be.  Deze expertise cel zal het onderzoek dan verder aansturen wat betreft meeneembaarheid.

    Deze meeneembaarheid heeft enkel betrekking op de schooltoeslag en staat los van de algemene vrijstellingen van de toekenningsvoorwaarden voor de gezinsbijslagen, vermeld in artikel 8, §3, eerste lid, van het Groeipakketdecreet van 27 april 2018 (zie artikel 47 e.v. BVR rechtgevend kind). 

    3. Financiële voorwaarden

    3.1. Het gezinstype en de inkomensverstrekkers

    3.1.1. Algemene principes
    • Om te bepalen of de rechthebbende leerling in aanmerking komt voor een schooltoeslag wordt uitgegaan van het gezin (de leefeenheid) waartoe de leerling behoort.  Dit gezin wordt vastgesteld op basis van het domicilieadres van de leerling, ook wanneer de leerling in gelijk verdeelde huisvesting door zijn 2 gescheiden ouders wordt opgevoed. 
      Dit is verschillend van de regels die gelden voor het bepalen van het gezin waartoe het kind behoort voor de vaststelling van het recht op sociale toeslag.
      In GPA spreekt men altijd van een SEPAR-gezin.
    • Het pleegkind dat op 31 december 2019 minstens een jaar in hetzelfde pleeggezin verblijft is vrijgesteld van de financiële voorwaarden, en heeft bijgevolg recht op de volledige schooltoeslag, voor zover uiteraard de pedagogische voorwaarden vervuld zijn.
      Pro memorie: deze pleegkinderen zullen in de praktijk geïdentificeerd worden op basis van de gemigreerde gegevens van de federale applicaties naar GPA. Dit wordt nader toegelicht in de mededeling A/8 van 6 juni 2019.
       
    • Er zijn 5 gezinscategorieën (SEPAR-gezin) van leefeenheid gedefinieerd:
      • een gezin waarbij de rechthebbende leerling zijn domicilie heeft bij één van zijn ouders of bij zijn beide ouders;
      •  een gezin waarbij de rechthebbende leerling zijn domicilie heeft bij andere natuurlijke personen (opvoeders) dan zijn ouders;
      • gehuwde leerlingen;2
      • zelfstandige leerlingen;
      • alleenstaande leerlingen.

    De categorie waartoe de leerling behoort, wordt voor elke rechthebbende leerling afzonderlijk vastgesteld.

    Om de gezinscategorie te bepalen waartoe de leerling behoort, wordt eerst nagegaan of hij een gehuwde leerling is, daarna of hij een zelfstandige leerling is, dan of hij bij (één van) zijn ouders zijn domicilie heeft, vervolgens of hij zijn domicilie heeft bij natuurlijke personen andere dan de ouders (opvoeders) en ten slotte of hij alleenstaande leerling is.

    Het is telkens de situatie op basis van het domicilie van de rechthebbende leerling op 31 december 2019 die bepalend is voor de definitieve vaststelling van het recht op schooltoeslag voor het schooljaar 2019/2020.

    Met de mededeling A/5 van 19 juli 2019 werd aan de uitbetalingsactoren een stappenplan bezorgd om dit SEPAR-gezin vast te stellen, telkens wordt daarbij aangegeven wiens inkomsten in het feitelijk gezin3  in aanmerking moeten worden genomen voor de beoordeling van de financiële voorwaarden, de inkomensverstrekkers.

    Onder feitelijk gezin (SEPAR-gezin) dient te worden verstaan: een leefeenheid waarin twee personen die geen bloed- of aanverwanten tot en met de derde graad zijn, samenwonen en samen een huishouden regelen, hetzij financieel, hetzij op een andere ondersteunende manier.

    Het SEPAR-gezin en de inkomensverstrekkers worden vastgesteld op basis van het domicilie van de rechthebbende leerling in het Rijksregister.

    Voor de definitieve vaststelling van het recht op schooltoeslag voor het schooljaar 2019/2020 wordt rekening gehouden met het SEPAR-gezin op 31 december 2019.  Bijgevolg dienen de uitbetalingsactoren een historiek van het SEPAR-gezin, de inkomensverstrekkers en het aantal meewegende personen op de spildatum 31 december 2019 bij te houden.

    Een rechthebbende leerling die nog steeds bij (één van) zijn ouders of bij zijn opvoeders gedomicilieerd is, maar verklaart niet meer op dat adres te wonen, dient met een officieel document aan te tonen dat hij een aparte woonplaats heeft om het statuut van zelfstandige leerling te verkrijgen.  Deze officiële documenten worden opgesomd in de rubriek 2.2.1. van de toelichtingsnota 8 m.b.t. de sociale toeslagen.

    Wanneer de ouder/opvoeder/ rechthebbende leerling naargelang het gezinstype met meerdere niet-verwante personen die geen bloed- of aanverwanten tot en met de derde graad zijn op hetzelfde adres woont, wordt hij geacht een feitelijk gezin (SEPAR-gezin) te vormen met, in afdalende volgorde van voorrang:

    1. De persoon met wie de ouder/opvoeder/rechthebbende leerling gehuwd is of wettelijk samenwoont.4
    2. De andere ouder van de rechthebbende leerling met wie hij samenwoont.
    3. De persoon met wie de ouder/opvoeder/rechthebbende leerling samen een gezinswoning heeft gekocht of gebouwd.
    4. De persoon met wie de ouder/opvoeder verklaart samen de rechthebbende leerling op te voeden. Dit wordt vastgesteld op basis van een verklaring op eer van de betrokkenen.
    5. De persoon met wie de ouder/opvoeder/rechthebbende leerling het langst samenwoont.

    Deze volgorde is bindend. Zo kan 5 enkel worden toegepast als 1 tot 4 niet kunnen worden toegepast.

    In het kader van de automatische rechtentoekenning is er voor geopteerd om het gezinstype (SEPAR-gezin) en de inkomensverstrekkers vast te stellen zonder bevraging van het gezin. Bijgevolg kunnen 3 en 4 supra niet worden toegepast, maar wordt er onmiddellijk van 2 naar 5 overgegaan5 .  Wanneer de ouder/opvoeder/rechthebbende leerling even lang met meerdere niet-verwante personen samenwoont, wordt de oudste ervan als inkomensverstrekker in aanmerking genomen.

    3.1.2. Afwijken van het gemeenschappelijk domicilie in het Rijksregister

    In de volgende situaties dient voor bepaling van de inkomensverstrekkers binnen het SEPAR-gezin afgeweken te worden van het gemeenschappelijk domicilie in het Rijksregister.

    3.1.2.1. Er is een gemeenschappelijk domicilie, maar uit een officieel document blijkt dat de betrokkenen niet samenwonen

    Wanneer uit een officieel document blijkt dat de reële gezinssituatie verschillend is van die in het Rijksregister primeert die reële gezinssituatie op deze in het Rijksregister.

    Op vandaag worden onderstaande documenten aanvaard als officieel document. Het gaat om een limitatieve lijst.  Aanvullingen op deze lijst kunnen enkel bij besluit van de bevoegde Vlaamse minister:

    1. Het ontvangstbewijs van de gemeente van de adreswijziging: het model 2.
    2. Een attest van de politie dat vaststelt dat de werkelijke toestand niet overeenstemt met deze in het Rijksregister.  Het moet gaan om een vaststelling van de politie zelf, niet om een document waarin de politie de verklaring van de betrokkene heeft genoteerd.
    3. Een beschikking, vonnis, of arrest van een rechtbank of hof.
    4. Een attest van het OCMW dat vaststelt dat de toestand in het Rijksregister niet overeenstemt met de reële situatie.

    De huidige richtlijnen voor de toepassing van de AKBW aangaande deze officiële documenten blijven na 1 januari 2019 van kracht6 .

    3.1.2.2. Er is geen gemeenschappelijk domicilie, maar er is toch een feitelijk gezin

    Als het samenwonen niet blijkt uit de gegevens uit het Rijksregister kan de vorming van een feitelijk gezin bewezen worden door:

    1. Een controle door de gezinsinspecteur.
    2. Een vaststelling gemaakt door een andere overheidsdienst waaruit de feitelijke gezinssamenstelling blijkt.
    3. Een beschikking7 , vonnis of arrest van een rechtbank of hof.
    4. Een verklaring van feitelijke gezinsvorming van de ouder/opvoeder/rechthebbende leerling met de persoon met wie hij samenwoont.  Dit gebeurt aan de hand van het model J, dat zoals nu verder door beide betrokken personen wordt ondertekend.
    3.1.2.3. Er is een gemeenschappelijk domicilie, maar het vermoeden van feitelijke gezinsvormig wordt weerlegd
    Vooraf: voor alle bewijsstukken die in deze rubriek opgesomd worden, blijven de bestaande administratieve richtlijnen m.b.t. de voorwaarden waaronder ze voor het weerleggen van het vermoeden van feitelijke gezinsvorming in aanmerking kunnen worden genomen na 1 januari 2019 verder van kracht8 .

    Ook wanneer personen die niet verwant zijn tot en met de derde graad een gemeenschappelijk domicilie hebben, kunnen zij het vermoeden van feitelijke gezinsvorming weerleggen door:

    1. Een geregistreerde huurovereenkomst9  tussen de ouder/opvoeder/rechthebbende leerling en de persoon met wie hij samenwoont.

    2. Een arbeidsovereenkomst met recht van inwoon.10

    3. Een attest van detentie.

    4. Een registratieformulier als mantelzorger, die niet een persoon is met wie de ouder/opvoeder/rechthebbende leerling gehuwd is of wettelijk samenwoont11 .

    5. Een aanwezigheidsattest van het vluchthuis of sociaal huis12 .

    6. Een verklaring van feitelijke gezinsvorming van de niet-verwante persoon tot met de 3e graad met een rechtgevend kind in het gezin. Dit gebeurt op basis van de verklaring van de betrokkenen op het model J. Het formulier dient door beide betrokkenen getekend te worden.

    7. Een verklaring van feitelijke gezinsvorming van de niet-verwante persoon tot en met de derde graad met een andere persoon dan de ouder/opvoeder/rechthebbende leerling met dezelfde woonplaats (domicilie).  Dit gebeurt op basis van de verklaring van de betrokkenen op het model J. Het formulier dient door beide betrokkenen getekend te worden.

    8. Een verklaring van geen feitelijke gezinsvorming van de ouder/opvoeder/rechthebbende leerling met de niet-verwante persoon tot en met de derde graad in zijn gezin (domicilie).

    9. Het feit dat de niet-verwante persoon tot en met de derde graad zelf nog rechtgevend is op gezinsbijslag op het ogenblik dat hij in het gezin van de ouder/opvoeder/rechthebbende leerling komt wonen.  Twee rechtgevenden die samenwonen en elk begunstigde zijn voor zichzelf vormen dus geen feitelijk gezin, tenzij zij samen een kind hebben.

    10. Een bewijs dat het om een inschrijving op een referentieadres gaat.

    11. Een bewijs van de FOD Binnenlandse Zaken en een attest van immatriculatie dat is afgeleverd aan de asielzoeker tijdens de aanvraagprocedure.

    12. Een vaststelling die gemaakt is door een andere overheidsdienst waaruit een andere feitelijke gezinsvormig dan de samenwoonst in het Rijksregister blijkt.

    Opmerkingen

    • In situaties vermeld in punt 6 tot 8 hiervoor, dient een gezinsinspecteur de verklaring van de betrokkenen te staven, om ze in aanmerking te kunnen nemen voor de weerlegging van het vermoeden van feitelijke gezinsvorming.
    • De vorming van een feitelijk gezin kan niet weerlegd worden als de ouder/opvoeder/rechthebbende leerling samenwoont met een persoon met wie hij zich in een van de volgende situaties bevindt:
      • ze hebben een gemeenschappelijk kind13 ;
      • ze hebben samen een gezinswoning gekocht of gebouwd14 .  Zolang de uitbetalingsactoren geen toegang hebben tot de kadastrale gegevens, wordt dit bewezen met een verklaring op eer.

    Zoals in het verleden wordt het onderzoek naar de weerlegging van de feitelijke gezinsvorming gevoerd aan de hand van een formulier waar desgevallend de bewijsstukken worden aan toegevoegd.  Het formulier moet ondertekend worden door beide betrokkenen.

    3.2. Met welke inkomsten wordt er rekening gehouden?

    Voor de vaststelling van de schooltoeslag 2019/2020 worden de volgende inkomsten van de inkomensverstrekkers in aanmerking genomen:

    1. De volgende belastbare inkomsten, voor aftrek van de aftrekbare bestedingen:
    a) de beroepsinkomsten:
          1) voor de beroepsinkomsten in loonverband: vóór de aftrek van beroepskosten;

          2) voor de beroepsinkomsten als zelfstandige: na de aftrek van beroepskosten, vermenigvuldigd met een factor 100/80;

    b) de uitkeringen in het kader van de ziekteverzekering;
    c) de werkloosheidsuitkeringen;
    d) de pensioenen.

    2.  80% van de onderhoudsgelden die uitbetaald zijn aan de persoon of personen van wie de inkomsten voor de berekening van de toelage in aanmerking worden genomen; het alimentatiegeld voor de kinderen van de inkomensverstrekkers is dus niet beoogd.

    3.  Drie keer het geïndexeerde kadastraal inkomen vreemd gebruik en één keer het geïndexeerde kadastraal inkomen voor eigen beroepsdoeleinden.

    4.  De inkomensvervangende tegemoetkoming, toegekend conform de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkoming aan personen met een handicap.

    5.  Het leefloon, toegekend conform de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie.

    6.Het equivalent van leefloon, toegekend conform de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.

    7.  Alle inkomsten die voortvloeien uit de beroepsactiviteit, toegekend aan de personeelsleden van een Europese of andere internationale instelling, verminderd met de persoonlijke bijdragen voor de verzekering die de instelling organiseert om socialezekerheidsrisico’s te dekken.

    In afwijking van wat voorafgaat wordt 80% van de onderhoudsgelden die betaald zijn door ‘één van de inkomensverstrekkers, wel afgetrokken van de belastbare inkomsten.

    Voor de omrekening naar het inkomen van de inkomensverstrekkers, worden de in het Wetboek van de Inkomstenbelastingen geldende regels gevolgd.

    Door al de hiervoor opgesomde inkomsten van inkomensverstrekkers in het SEPAR-gezin op te tellen verkrijgt men de totale inkomsten van het SEPAR-gezin.

     

    Wanneer de inkomsten het toegelaten maximumbedrag in functie van aantal meewegende personen (zie rubriek 3.4. hierna) niet overschrijden, dient daarna te worden onderzocht of de KI-toets moet worden ingesteld, teneinde te bepalen of de rechthebbende leerling in aanmerking komt voor de schooltoeslag.

    De KI-toets dient in principe te worden ingesteld als het geïndexeerde KI-vreemd gebruik van de inkomensverstrekkers hoger is dan 1250 EUR. 

    Bij de KI-toets wordt nagegaan of driemaal het geïndexeerde kadastraal inkomen vreemd gebruik van de inkomensverstrekkers hoger is dan 20% van de totale inkomsten die in aanmerking dienen te worden genomen, verminderd met drie keer het geïndexeerde kadastraal inkomen vreemd gebruik en één keer het geïndexeerde kadastraal inkomen voor eigen beroepsdoeleinden.
    Is dit het geval dan is er geen recht op schooltoeslag, ook al liggen de totale inkomsten lager dan het toepasselijke maximumbedrag.

     

    In een aantal situaties is er echter vrijstelling van de KI-toets.  Dit wil zeggen dat de KI-toets niet moet worden uitgevoerd,  ook al bedraagt het geïndexeerd KI-vreemd gebruik van de inkomensverstrekkers meer dan 1.250 EUR.

    Er is vrijstelling van deze KI-toets wanneer (één van onderstaande mogelijkheden volstaat):

    • ofwel de totale inkomsten van de inkomensverstrekkers geen KI vreemd gebruik bevatten;
    • ofwel het geïndexeerd KI vreemd gebruik van inkomensverstrekkers ≤ 1.250 EUR;
    • ofwel de totale inkomsten van de inkomensverstrekkers leefloon of equivalent leefloon bevatten, ongeacht de hoogte van het bedrag ervan;
    • ofwel de totale inkomsten van de inkomensverstrekkers voor minimaal 70% bestaat uit de som van ontvangen onderhoudsgelden, vervangingsinkomsten, overlevingspensioen en inkomensvervangende tegemoetkomingen);
    • de rechthebbende leerling alleenstaand” is.

    In de automatische procedure worden voor alle inkomensverstrekkers de inkomsten en de kadastrale gegevens voor het inkomstenjaar 2017 in aanmerking genomen.

    In de manuele alarmbelprocedure worden voor alle inkomensverstrekkers de inkomsten en de kadastrale gegevens voor het inkomstenjaar 2019 in aanmerking genomen.

    3.3. Gegevensvergaring inzake de inkomsten

    3.3.1. In de automatische procedure

    In de bijlage 1 bij deze toelichtingsnota gaat een overzicht van de bronnen waaruit de gegevens voor inkomensonderzoek, de KI-toets en de vrijstelling van de KI-toets worden ingewonnen in het kader van de automatische procedure.  In deze automatische procedure kunnen enkel de gegevens uit de vermelde authentieke bronnen in aanmerking worden genomen. Alle gegevens hebben betrekking op het inkomstenjaar 2017.

    3.3.2. In de manuele alarmbelprocedure

    De bijlage 2 biedt hetzelfde overzicht, maar dan voor de toepassing van de manuele alarmbelprocedure op basis van de gegevens voor het inkomensjaar 2019.

    3.4. Puntentelling – vaststelling van de “meewegende” personen in het Separ-gezin

    De spildatum voor definitieve vaststelling van deze personen is 31 december 2019.  Bij de provisionele toekenning van de schooltoeslag wordt bijgevolg rekening gehouden met de actuele gegevens.

    Als hierna in de puntentelling over kinderen wordt gesproken, gaat het telkens om:

    • Kinderen/stiefkinderen/pleegkinderen/adoptiekinderen van één van de inkomensvertrekkers op het domicilieadres van de inkomensverstrekkers.
    • En/of kinderen voor wie (een van) de inkomensverstrekkers de bijslagtrekkende de begunstigde/bijslagtrekkende is op het domicilieadres van de inkomensverstrekkers.

    De volgende personen op het domicilieadres van de rechthebbende leerling kunnen geteld worden als meewegende personen:

    3.4.1. De personen fiscaal ten laste van de inkomensverstrekkers. 

    Als deze personen fiscaal niet als gehandicapt aangemerkt worden, worden ze geteld voor 1 punt.  Indien ze wel fiscaal als gehandicapt aangemerkt worden tellen ze voor 2 punten.  Als ze hoger onderwijs met inbegrip van een BanaBa (bachelor-na bachopleiding of een ManaMa (master-na- masteropleiding) volgen, levert dat eveneens een extra punt op.  Zo telt een kind met recht gezinsbijslag en recht op zorgtoeslag (4 punten in pijler 1) dat hoger onderwijs volgt voor 3 punten.
     

    Gegevensvergaring zowel in de automatische procedure als in de manuele alarmbelprocedure

    Op het domicilieadres leerling

    Fiscaal ten laste maar niet als fiscaal gehandicapt erkend

    • in Vlaanderen: kinderen met recht op basisbedrag Groeipakket;
    • in een andere deelentiteit in België: via het Rijksregister tot 18 jaar en via consulatie gestructureerd kadaster voor 18 tot 25 jaar: kinderen met een openstaande betaalperiode.

    Aandachtspunt : de codes daarover op het aanslagbiljet worden niet in aanmerking genomen.
     

    Fiscaal ten laste als gehandicapte persoon

    • in Vlaanderen: via het gezinsdossier: recht op zorgtoeslag én 4 punten in pijler 1 of minstens een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van minstens 66 %;
    • in een andere deelentiteit in België: geen opzoeking in de automatische rechtentoekenning.  Het gezin moet in eerste instantie zelf het bewijs (attest van de FOD Sociale Zekerheid) aanleveren waaruit blijkt dat het ofwel een erkenning heeft van 4 punten in pijler 1 of minstens een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van minstens 66 %.  Op basis van dat attest wordt het dossier dan geregulariseerd.

    Zodra de gegevensflux “Geef Handicap” operationeel is (streefdatum is 15 oktober 2019) zal dat bewijs ook via deze flux kunnen worden opgezocht

    Aandachtspunt: de codes daarover op het aanslagbiljet worden niet in aanmerking genomen.

    • Voor de rechtgevende kinderen in het gezinsdossier van de inkomensverstrekkers(dus beneden 25 jaar) zal dit gegeven via de consultatiestroom GeefHistoriekInschrijving opgezocht worden én dit zowel voor de kinderen van het SEPAR-gezin gekend in het gezinsdossier in Vlaanderen als voor degene die gekend zijn in het gestructureerd Kadaster (gezinsdossier in een andere deelentiteit in België). Voor de andere personen die fiscaal ten laste zijn (bijv.+ 25-jarigen, hoger onderwijs buiten Vlaanderen, …) dient het gezin zelf die gegevens aan te leveren, waarbij een bijkomende actor gecreëerd wordt en het dossier geregulariseerd.

    Aandachtspunt: er is geen vereiste inzake aantal lesuren of studiepunten, de geldige inschrijving volstaat.

    Aanvullen en verbeteren van gegevens

    Onvolledige gegevens kunnen aangevuld worden met:

    Fiscaal ten laste: via de domiciliegegevens en ofwel (1) het aanslagbiljet voor het inkomstenjaar 2017 (of dat voor het inkomstenjaar 2018 als dat al beschikbaar is) ofwel (2) een attest van de FOD financiën dat het statuut van de ten laste van de inkomensverstrekkers bevestigt.

    Fiscaal als gehandicapt aangemerkt: een attest van de FOD Sociale Zekerheid dat aantoont dat het rechtgevend kind een erkenning heeft van minstens 4 punten in pijler 1 of dat het een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid heeft van minstens 66% én het attest nog geldig is op 31-12-2019.

    Persoon fiscaal ten laste die hoger onderwijs (incl. BanaBa en ManaMa) volgt

    Hoger onderwijs in Vlaanderen: via consulatie “GeefHistoriekInschrijving”

    Hoger onderwijs buiten Vlaanderen: op basis van een attest van de onderwijsinstelling waaruit een geldige inschrijving voor het academiejaar 2019/2020 blijkt.

    3.4.2. De leerlingen (niet hoger onderwijs) of studenten (hoger onderwijs, incl. BanaBa en ManaMa) die niet fiscaal ten laste zijn van inkomensverstrekkers omwille van bestaansmiddelen en niet het statuut van gehuwde, zelfstandige of alleenstaande rechthebbende leerling (GAZ) hebben. 

    Als deze personen fiscaal niet als gehandicapt aangemerkt worden, worden ze geteld voor 1 punt.  Indien ze wel fiscaal als gehandicapt aangemerkt worden tellen ze voor 2 punten.  Als ze hoger onderwijs met inbegrip van BanaBa (bachelor-na bachopleiding of een ManaMa (master-na- masteropleiding) volgen, levert dat eveneens een extra punt op.  Zo telt een kind met een geschorst recht op gezinsbijslag dat hoger onderwijs volgt voor 2 punten

    Gegevensvergaring zowel in de automatische procedure als in de manuele alarmbelprocedure

    Op het domicilieadres leerling

    Leerling of student die niet fiscaal ten laste is wegens eigen bestaansmiddelen en geen GAZ-statuut

    • in Vlaanderen: rechtgevende kinderen in gezinsdossier voor wie er een beletsel is voor de betaling van het basisbedrag Groeipakket omwille van een niet toegelaten tewerkstelling/sociale uitkering;
    • in een andere deelentiteit in België: via het Rijksregister tot 18 jaar en via consulatie gestructureerd kadaster voor 18 tot 25 jaar: kinderen met een openstaande betaalperiode

      Aandachtspunt:  de codes daarover op het aanslagbiljet worden niet in aanmerking genomen.

    Leerling of student die niet fiscaal ten laste is wegens eigen bestaansmiddelen en geen GAZ-statuut én fiscaal als gehandicapt wordt aangemerkt

    • in Vlaanderen: via het gezinsdossier: recht op zorgtoeslag én 4 punten in pijler 1 of minstens een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van minstens 66 %;
    •  in een andere deelentiteit in België: geen opzoeking in de automatische rechtentoekenning.  Het gezin moet in eerste instantie zelf het bewijs aanleveren waaruit blijkt dat het ofwel een erkenning heeft van 4 punten in pijler 1 of minstens een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van minstens 66 %.  Op basis van dat attest wordt het dossier dan geregulariseerd.

    Zodra de gegevensflux “Geef Handicap” operationeel is (streefdatum is 15 oktober 2019) zal dat bewijs ook via deze flux kunnen worden opgezocht.

    Aandachtspunt: de codes daarover op het aanslagbiljet worden niet in aanmerking genomen.

    Leerling of student die niet fiscaal ten laste is wegens eigen bestaansmiddelen én die zelf geen GAZ-statuut heeft én hoger onderwijs (incl. BanaBa en ManaMa) volgt

    • Voor de rechtgevende kinderen in het gezinsdossier van de inkomensverstrekkers (dus beneden 25 jaar) zal dit gegeven via de consultatiestroom GeefHistoriekInschrijving opgezocht worden én dit zowel voor de kinderen van het SEPAR-gezin gekend in het gezinsdossier in Vlaanderen als voor degene die gekend zijn in het gestructureerd Kadaster (gezinsdossier in een andere deelentiteit in België). Voor de andere personen (bijv.+ 25-jarigen, hoger onderwijs buiten Vlaanderen, …) dient het gezin zelf die gegevens aan te leveren, waarbij een bijkomende actor gecreëerd wordt en het dossier geregulariseerd.

    Aandachtspunt: er is geen vereiste inzake aantal lesuren of studiepunten, de geldige inschrijving volstaat.

    Aanvullen en verbeteren van gegevens

    Onvolledige gegevens kunnen aangevuld worden met:

    Fiscaal niet meer ten laste wegens eigen bestaansmiddelen: via de domiciliegegevens en ofwel (1) eigen aanslagbiljet van de meewegende persoon voor het inkomstenjaar 2017 (of dat voor het inkomstenjaar 2018 als dat al beschikbaar is) ofwel (2)een attest van de FOD financiën dat het statuut van niet meer ten laste wegens eigen bestaansmiddelen bevestigt.

    Fiscaal als gehandicapt aangemerkt: een attest van de FOD Sociale Zekerheid dat aantoont dat de meewegende persoon een erkenning heeft van minstens 4 punten in pijler 1 of dat het een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid heeft van minstens 66% én het attest nog geldig is op 31-12-2019.

    Meewegende persoon die fiscaal niet meer ten laste is wegens eigen bestaansmiddelen die hoger onderwijs (incl. BanaBa en ManaMa) volgt:

    • Hoger onderwijs in Vlaanderen: via consulatie “GeefHistoriekInschrijving”
    • Hoger onderwijs buiten Vlaanderen: op basis van een attest van de onderwijsinstelling waaruit een geldige inschrijving voor het academiejaar 2019/2020 blijkt.
    3.4.3. Inkomensverstrekkers die fiscaal als gehandicapt worden aangemerkt en/of die hoger onderwijs (incl. BanaBa en ManaMa) volgen

    Als de inkomensverstrekker fiscaal als gehandicapt aangemerkt wordt levert dat 1 punt. Als de inkomstenverstrekker hoger onderwijs (incl. BanaBa of ManaMa) volgt, levert dat een (extra) punt op. Als de inkomensverstrekker én fiscaal als gehandicapt aangemerkt wordt én hoger onderwijs volgt, levert dat 2 punten op.

    Gegevensvergaring zowel in de automatische als in de manuele alarmbelprocedure

    Op het domicilieadres leerling

    Inkomensverstrekkers die fiscaal als gehandicapt worden aangemerkt

    • Voor alle inkomensverstrekkers binnen en buiten Vlaanderen: op basis van de IPCAL-codes A/B 0280- op het aanslagbiljet zijn dat de codes 1028/2028.

    Inkomensverstekkers die hoger onderwijs (incl. BanaBa en ManaMa) volgen

    • Voor de inkomensverstrekkers in het SEPAR-gezin: via de consultatiestroom ‘GeefHistoriekInschrijving’ wordt het hoger onderwijs (incl. BanaBa en ManaMa) in Vlaanderen opgezocht. Volgen ze hoger onderwijs (incl. BanaBa en ManaMa) buiten Vlaanderen, dan dienen ze dat bewijs aan te leveren en wordt het dossier aangepast.

    Aanvullen en verbeteren van gegevens

    Fiscaal als gehandicapt erkend

    • Aan de hand van een attest van de FOD Sociale Zekerheid dat aantoont dat de inkomensverstrekkers een lichamelijke- of geestelijke ongeschiktheid heeft van minstens 66% ongeschiktheid en het attest geldig is op 31-12-2019.

    Hoger onderwijs (incl. BanaBa of ManaMa) volgen buiten Vlaanderen

    Op basis van een attest van de onderwijsinstelling dat de geldige inschrijving voor het academiejaar 2019/2020 bevestigt.

    ​​​​​​Opmerking: leerlingen op internaat

    Overzicht van de toekenningsprocedure

    Automatische rechtentoekenning in september/oktober 2019

    Eerst wordt de schooltoeslag berekend zonder rekening te houden met de factor ”internaat”.  Bij die toekenning wordt de brief SEPAR01 verzonden.

    Als het gezin naar aanleiding daarvan met een attest aantoont dat de leerling op internaat zit, dient de uitbetalingsactor op basis van dat attest een bijpassing uit te voeren tot de hogere schooltoeslag voor leerlingen op internaat.

    Dump Onderwijs februari 2020: enkel bijbetalingen geen terugvorderingen

    Mogelijke scenario’s:

    • De schooltoeslag als interne leerling werd provisioneel betaald én de leerling is intussen niet langer op internaat én de periode internaat duurde minder dan 5 maanden: geen actie; einde schooljaar afwachten.
    • Er gebeurde nog geen provisionele betaling als interne leerling én de leerling is op internaat vanaf een datum gelegen voor 1 februari 2020 én de dump signaleert een open periode internaat (geen einddatum) = bijpassing tot hogere schooltoeslag voor interne leerlingen
      = provisionele betaling en dit ongeacht of de leerling op dat ogenblik minder of langer dan 5 maanden op internaat is.
       
    • Er gebeurde nog geen provisionele betaling als interne leerling en de leerling is inmiddels niet langer op internaat én de periode internaat duurde minstens 5 maanden= bijpassing tot hogere schooltoeslag voor interne leerlingen.
       
    • Er gebeurde geen provisionele betaling als interne leerling én de leerling is inmiddels niet langer op internaat, én de periode internaat duurde minder dan 5 maanden= geen actie; einde schooljaar afwachten.

    Na einde schooljaar 2019/2020: bijbetalingen en terugvorderingen

    Mogelijke scenario’s:

    • De schooltoeslag als interne leerling is provisioneel betaald én de periode internaat in schooljaar 2019/2020 duurde minstens 5 maanden: de betaling is OK. De schooltoeslag als interne leerling is terecht betaald.
       
    • De schooltoeslag als interne leerling is provisioneel betaald én de periode internaat in schooljaar 2019/2020 duurde minder dan 5 maanden: terugvordering van het verschil tussen de schooltoeslag voor interne en externe leerlingen.
       
    • Er gebeurde geen provisionele betaling van de schooltoeslag als interne leerling en de periode internaat in het schooljaar 2019/2020 duurde minstens 5 maanden: bijpassing tot hogere schooltoeslag voor interne leerlingen.
    • Er gebeurde geen provisionele betaling als interne leerling en periode internaat in het schooljaar 2019/2020 duurde minder dan 5 maanden: geen actie. Geen recht op het bedrag voor de interne leerlingen.
    3.4.4. Het type van het SEPAR—gezin
    • Als de rechthebbende leerling in het SEPAR-gezin het statuut heeft van ten laste van (een van) zijn ouders of van zijn opvoeder(s) wordt voor dat gezinstype een punt toegekend.
    • Als de rechthebbende leerling in het SEPAR-gezin het statuut heeft van gehuwd, wordt voor dat gezinstype een punt toegekend.
    • Als de rechthebbende leerling in het SEPAR-gezin het statuut heeft van zelfstandige of alleenstaande leerling, wordt voor dat gezinstype een punt toegekend op voorwaarde dat die zelfstandige of alleenstaande leerling zelf kinderen heeft met recht op gezinsbijslag.

    Gegevensvergaring zowel in de automatische als in de manuele alarmbelprocedure

    Deze gegevens over het SEPAR-gezin maken deel uit van het dossier

    3.4.5. Vermindering van het puntentotaal
    Op het totaal aantal punten toegekend voor het volgen van hoger onderwijs, BanaBa of ManaMa (niet op de andere punten) wordt 1 punt in mindering gebracht. Indien niemand in het gezin hoger onderwijs, BanaBa of ManaMa volgt, dient deze vermindering niet te worden toegepast.

    4. Inkomensgrenzen

    De vaststelling van het totaal aantal punten van de gezinslast, zoals uitgelegd in rubriek 3.4 bepaalt aan welke minimum- en maximuminkomensgrens het totale inkomen van de inkomensverstrekkers moet worden getoetst.

    Hierna gaat een overzicht van deze inkomensgrenzen voor het schooljaar 2019/2020.   Deze inkomensgrenzen zullen eveneens toegepast worden in 2021 bij de verificatie van inkomsten van 2019 van de inkomensverstrekkers:

    Gezinslast in punten

    Minimumgrens

    Maximumgrens

    0

    11.808,74€

    24.153,07€

    1

    20.465,08€

    33.916,35€

    2

    23.089,01€

    41.490,60€

    3

    25.296,38€

    47.089,41€

    4

    26.629,19€

    53.159,68€

    5

    27.948,13€

    60.644,35€

    6

    29.266,99€

    65.712,70€

    7

    30.585,88€

    68.426,73€

    8

    31.904,76€

    71.107,47€

    9

    33.223,65€

    73.794,25€

    10

    34.542,54€

    76.652,59€

    11

    35.861,49€

    79.167,95€

    12

    37.180,34€

    81.969,06€

    13

    38.499,24€

    84.598,76€

    14

    39.818,18€

    87.285,60€

    15

    41.102,63€

    89.972,35€

    16

    42.312,77€

    92.659,23€

    17

    43.522,91€

    95.346,02€

    18

    44,733,01€

    98.032,81€

    19

    45.943,15€

    100.719,71€

    20

    47.153,27€

    103.406,48€

    5. Vaststelling recht op de schooltoeslag

    Hierbij wordt uitgegaan van de totale inkomsten van de inkomensverstrekkers, de toepasselijke minimum- en maximumgrens in overeenstemming met het aantal punten van de gezinslast in het SEPAR-gezin en het feit dat er geen uitsluiting is van het recht op schooltoeslag op basis van de KI -toets zoals uiteengezet in rubriek 3.2.

    5.1. Algemene principes

    • Indien de rechthebbende leerling een pleegkind/pleeggast is van wie verwacht wordt dat hij op 31 december 2019 langer dan 1 jaar bij hetzelfde pleeggezin wordt opgevoerd, is er vrijstelling van de financiële voorwaarden en van de nationaliteitsvoorwaarden en is de volledige schooltoeslag verschuldigd.
       
    • Indien de totale inkomsten van de inkomensverstrekkers hoger liggen dan de toepasselijke maximumgrens in overeenstemming met aantal punten van de gezinslast is er geen recht op schooltoeslag.

    Indien de totale inkomsten van de inkomensverstrekkers lager of gelijk zijn aan de toepasselijke minimumgrens in overeenstemming met aantal punten van de gezinslast is het volledige bedrag van de schooltoeslag verschuldigd.

    • Indien het totale inkomen van de inkomensverstrekkers hoger is dan de toepasselijke minimumgrens maar lager dan de maximumgrens in overeenstemming met aantal punten van de gezinslast wordt de verschuldigde schooltoeslag als volg berekend:
      volledig bedrag van de schooltoeslag vermenigvuldigd met het resultaat van de volgende breuk:

    maximumgrens – totale inkomsten van de inkomensverstrekkers
    maximumgrens – minimumgrens

    • Indien de totale inkomsten van de inkomensverstrekkers gelijk zijn aan de toepasselijke maximumgrens in overeenstemming met aantal punten van de gezinslast is het minimale bedrag van de schooltoeslag verschuldigd
    Opmerking voor rechthebbende leerlingen in het kleuteronderwijs

    In afwijking van voorgaande principes heeft de rechthebbende leerling in het kleuteronderwijs recht op het volledig bedrag van de schooltoeslag als het totale inkomen van de inkomensverstrekkers lager of gelijk is aan de maximuminkomensgrens

     

    5.2. Uitzonderlijke schooltoeslag

    De uitzonderlijke schooltoeslag is verschuldigd als gelijktijdig voldaan is aan de volgende voorwaarden:

    1. De totale inkomsten van de inkomensverstrekkers zijn lager of gelijk aan 10% van de maximum inkomensgrens in overeenstemming met aantal punten van de gezinslast.
       
    2. De totale inkomsten van de inkomensverstrekkers bestaat (één van onderstaande mogelijkheden is voldoende (geen combinatie mogelijk):
      • ofwel voor minimaal 70% uit leefloon of equivalent van het leefloon;
      • ofwel voor minimaal 70% uit ontvangen onderhoudsgeld;
      • ofwel voor minimaal 70% uit vervangingsinkomsten;
      • ofwel voor minimaal 70 % uit inkomensvervangende tegemoetkoming (IVT).

    In de bijlage 1 en 2 bij deze toelichtingsnota wordt gepreciseerd hoe de gegevens voor de toekenning van de uitzonderlijke schooltoeslag dienen te worden ingewonnen in de automatische en in de manuele alarmbelprocedure.

    Opmerking

    Opgelet! Deze uitzonderlijke schooltoeslag wordt echter niet toegekend voor de rechthebbende leerling in het secundair onderwijs die beantwoordt aan één van de volgende voorwaarden:

    • de rechthebbende leerling heeft het statuut van interne leerling;
    • de rechthebbende leerling heeft in het SEPAR-gezin het gezinstype gehuwde, zelfstandige of alleenstaande leerling;
    • de rechthebbende leerling volgt HBO5- verpleegkunde; wanneer die rechthebbende leerling in het SEPAR-gezin het statuut heeft van gehuwde, zelfstandige of alleenstaande leerling, wordt hij bij HBO5-verpleegkunde altijd als een interne leerling beschouwd.

     

    5.3. Bedragen van de schooltoeslag volgens het onderwijs dat de rechthebbende leerling volgt

    Het bedrag van de schooltoeslag is eveneens afhankelijk van het onderwijs dat de rechthebbende leerling volgt in het schooljaar 2019/2020.

    5.3.1. Kleuteronderwijs

    Voor de rechthebbende leerling in het kleuteronderwijs wordt altijd het vast bedrag van de schooltoeslag betaald. 

    5.3.2. Lager onderwijs

    Voor de rechthebbende leerling in het lager onderwijs geldt er een enkel bedrag van de minimale en de volledige schooltoeslag.

    5.3.3. Secundair onderwijs

    Als de rechthebbende leerling secundair onderwijs volgt dient als volgt worden te werk gegaan:

    1. Eerst wordt nagegaan of de rechthebbende leerling HBO5er-vepleegkunde volgt, waarbij een onderscheid dient gemaakt te worden tussen interne/externe leerlingen.  Heeft hij in het SEPAR-gezin het statuut van gehuwde, zelfstandige en alleenstaande leerling dan wordt hij trouwens altijd als interne leerling beschouwd.

    2. Vervolgens wordt nagegaan of de rechthebbende leerling het voltijds secundair onderwijs volgt.
        Is dat het geval, wordt het bedrag als volgt bepaald:
        2.1. => de rechthebbende leerling = gehuwd, alleenstaande of zelfstandige leerling => toekenning van de schooltoeslag die verbonden is aan die hoedanigheid;
        2.2. => de rechthebbende leerling zit in het 3e jaar van de 3e graad TSO/BSO => toekenning van de schooltoeslag die daaraan gekoppeld is en onderscheid maken tussen interne en externe leerlingen;
        2.3. => de rechthebbende leerling volgt een andere opleiding in het voltijds secundair onderwijs toekenning van de schooltoeslag die daaraan gekoppeld is en onderscheid maken tussen interne en externe leerlingen;
        2.4. => de rechthebbende leerling volgt deeltijds secundair onderwijs. =>   toekenning van de schooltoeslag die daaraan gekoppeld is.

    Gegevensvergaring in de automatische procedure en in de manuele alarmbelprocedure

    Om te bepalen welk onderwijs de rechthebbende leerling volgt baseren de uitbetalingsactoren zich uitsluitend op gegevens van “Onderwijs”.

    De gegevens over internaat zullen pas in najaar in de maandelijkse dump inschrijvingen beschikbaar zijn. Bijgevolg zal de schooltoeslag eerst berekend worden zonder de gegevens over het internaat en bij ontvangst ervan worden de betalingen dan geregulariseerd.

    Bijzondere situaties

    • Een rechthebbende leerling kan binnen het niet hoger onderwijs en HBO-5 verpleegkunde simultaan ingeschreven zijn in 2 studierichtingen.
      Indien er een verschillende schooltoeslag verschuldigd is voor deze 2 studierichtingen, dan wordt de hoogste schooltoeslag uitbetaald, op voorwaarde dat de rechthebbende leerling op 30 juni 2020 nog steeds voor beide studierichtingen is ingeschreven: een leerling is bijvoorbeeld tegelijkertijd ingeschreven voor deeltijds onderwijs en HBO5 -Verpleegkunde. Als deze rechthebbende leerling op 30 juni 2020 voldoet aan de voorwaarde van inschrijving voor “beide” studierichtingen dan wordt de hoogste toelage uitbetaald, in het voorbeeld de schooltoeslag voor HBO5-Verpleegkunde.
       
    • Als de rechthebbende achtereenvolgens ingeschreven is voor 2 studierichtingen die een verschillende schooltoeslag geven, dan wordt de toestand op 30 juni 2020 in aanmerking genomen en heeft de rechthebbende leerling recht op de schooltoeslag voor de studierichting waarvoor hij op 30 juni 2020 is ingeschreven.

    Hierna vind je een overzicht van de bedragen van de schooltoeslag voor 2019/2020. Ze gelden voor ook bij latere regularisaties, zelfs indien er intussen een indexverhoging heeft plaatsgevonden

     

    Bedragen schooltoeslag 2019/2020

    Kinderen uit

     

    Minimum
    toeslag

    Volledige
    toeslag

    Uitzonderlijke toeslag

    Kleuteronderwijs

    € 103,70

    Lager onderwijs

     

    € 121,01

    € 188,19

    € 244,37

    Secundair onderwijs

    Gehuwde/zelfstandige/
    alleenstaande leerlingen

    Extern

    € 712,98

    € 3268,73

     

    Intern

    € 712,98

    € 3268,73

    -

    Leerlingen in het 3e leerjaar van de 3e graad voltijds technisch of beroep secundair

    Extern

    € 280,60

    €1132,07

    € 1329,23

    Intern

    € 725,16

    € 1861,09

    -

    Alle anderen voltijds secundair onderwijs

    Extern

    € 233,75

    € 943,30

    € 1107,57

    Intern

    € 604,31

    € 1550,86

    -

    Deeltijds Secundair onderwijs/Syntra

     

    € 196,55

    € 537,45

    € 693,34

    Verpleegkunde in het hoger beroepsonderwijs- HBO5

    Extern

    € 829,80

    € 1212,27

    -

    Intern

    € 829,80

    € 3640,66

    -

     6. De toekenningsprocedure

    Het streefdoel bestaat erin de schooltoeslag 2019/2020 zo veel mogelijk automatisch toe te kennen.  Zodra het SEPAR-gezin in GPA is aangemaakt zal het onderzoek- en de vaststelling van de schooltoeslag automatisch verlopen; en dit zowel wat betreft de nationaliteitsvoorwaarden, de pedagogische voorwaarden als de financiële voorwaarden betreft.

    Deze automatische procedure heeft altijd voorrang.  Hoewel de gezinnen al vanaf 1 augustus 2019 een aanvraag kunnen doen, kan de manuele alarmbelprocedure enkel worden toegepast wanneer geen toekenning mogelijk is in de automatische. Een bijpassing op grond van de manuele alarmbelprocedure op het bedrag in de automatische procedure wegens een inmiddels verminderd inkomen is niet mogelijk.  Deze bijpassing op basis van het verminderd inkomen zal bijgevolg pas in 2021 kunnen worden uitgevoerd. 

    6.1. Onderzoek naar de totale inkomsten van de inkomensverstrekkers

    Wanneer in de automatische procedure de gegevens over het inkomen van (één van) de inkomensverstrekker(s) voor het inkomstenjaar 2017 niet kunnen worden verkregen via de flux zal de consulent deze gegevens met een brief + formulier (de SEPARST07) dienen op te vragen. Bij ontvangst van deze gegevens kan het onderzoek worden voortgezet.  Daarbij mag niet uit het oog worden verloren dat binnen de automatische procedure alle inkomstengegevens betrekking dienen te hebben op het inkomstenjaar 2017. Zijn die gegevens niet te verkrijgen, dan wordt voor alle inkomensverstrekkers in het dossier overgeschakeld naar een inkomensonderzoek in het kader van de manuele alarmbelprocedure op basis van de inkomsten voor het inkomstenjaar 2019.

    Gemengde situaties waarbij in eenzelfde SEPAR-gezin voor inkomensverstrekker A de inkomstengegevens voor het inkomstenjaar 2017 en voor inkomensverstrekker B de inkomstengegevens voor het inkomstenjaar 2019 in aanmerking worden genomen zijn niet toegestaan.

    Bij het inkomensonderzoek geldt in de praktijk de volgende regeling voor het berekenen van het totale inkomen voor een SEPAR-inkomstenkern:

    • Inkomens van verschillende jaren mogen niet gemengd worden.
    • Alle inkomsten van de inkomensverstrekkers van éénzelfde SEPAR-gezin zitten voor een gegeven jaar in dezelfde procedure (automatisch of manuele alarmbel) om een berekening toe te laten.
    • De automatische procedure primeert op de manuele procedure.
    • De manuele alarmbelprocedure wordt niet gebruikt om inkomens die via de automatische procedure op basis van het aanslagbiljet verkregen zijn te corrigeren om een hogere schooltoeslag te verkrijgen; hiervoor dient de herziening in 2021. Enkel indien in de automatische procedure geen toekenning mogelijk is, kan de manuele alarmbelprocedure worden toegepast.
    • De manuele alarmbelprocedure mag eveneens gebruikt worden om een inkomen te bewijzen wanneer er geen inkomen gekend is en als gevolg hiervan er geen berekening in de automatische procedure mogelijk is.

    Dit resulteert in volgende typesituaties:

    • Aanslagbiljet (Inkomensverstrekker A en inkomensverstrekker B) beiden aanwezig voor het inkomstenjaar 2017
      → berekening schooltoeslag in de automatische procedure.
       
    • Aanslagbiljet voor 2017 voor Inkomensverstrekker A aanwezig, maar aanslagbiljet voor 2017 voor inkomensverstrekker B niet aanwezig
      → blokkeren berekening schooltoeslag en de brief met het formulier om de inkomens op te vragen verzenden:
      -ofwel ontvangst aanslagbiljet voor 2017 voor inkomensverstrekker B: berekening schooltoeslag in de automatische procedure.
      -ofwel Inkomen inkomensverstrekker A en inkomensverstrekker  B voor 2019 via manuele alarmbel (bewijstukken van minstens  6 maanden) te bewijzen .
    • Aanslagbiljet voor inkomensverstrekker A voor 2017 is aanwezig en manueel alarmbel inkomen voor inkomensverstrekker B voor 2019 is aanwezig:
      → blokkeren berekening schooltoeslag zolang manueel alarmbel inkomen voor inkomensverstrekker A voor 2019 ontbreekt.
       
    • Aanslagbiljet voor Inkomensverstrekker A voor 2017 is aanwezig en een papieren aanslagbiljet voor inkomensverstrekker B voor 2017 en toekenning minimaal bedrag schooltoeslag + vraag om hoger bedrag via manueel alarmbel inkomen voor beide inkomensverstrekkers: geen herberekening van de schooltoeslag. De bijpassing zal gebeuren bij de verificatie van het inkomen voor 2019 in 2021 waarmee dit verminderd inkomen bevestigd wordt.

    Uitzondering:

    Uitzonderlijk zal onderzoek niet gevoerd worden op basis van het inkomstenjaar 2017.

    Dit is het geval wanneer gelijktijdig is voldaan aan de volgende voorwaarden:

    1° aan een van inkomensverstrekkers, wordt pas in de loop van 2017 of na 2017 een van de volgende verblijfstitels verleend:
         a) slachtoffer van mensenhandel, geattesteerd door een door de federale overheid erkend centrum dat gespecialiseerd is in het onthaal van slachtoffers van mensenhandel;
         b) persoon met een buitenlandse nationaliteit die toegelaten is tot een verblijf van bepaalde duur in België conform artikel 49, §1, of artikel 49/2, §1, van de wet van 15 december 1980  betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen;

    2° de inkomsten van (één van) de inkomensverstrekkers, kunnen niet bepaald worden aan de hand van de door de Federale Overheidsdienst Financiën gecontroleerde inkomsten, of aan de hand van de door een buitenlandse belastingdienst gecontroleerde inkomsten.

    In die omstandigheden wordt rekening gehouden met de inkomsten van het eerste kalenderjaar dat volgt op het jaar waarin de verblijfstitel is verkregen.

    Wanneer op basis van die regel de inkomsten voor 2018 of voor 2019 in aanmerking dienen te worden genomen, kunnen daarbij de regels die gelden voor de manuele alarmbelprocedure (zie hierna) worden toegepast.

    Wanneer de verblijfstitel pas in 2019 verkregen werd, zou men in principe de van 6 maanden in 2020 dienen af te wachten.  In het belang van de gezinnen heeft beleid echter beslist dat ook in die omstandigheden de schooltoeslag het schooljaar 2019/2020 kan worden toegekend, wanneer het gezin de inkomsten voor 6 maanden in 2019 bewijst in overeenstemming met de manuele alarmbelprocedure.

    Manuele alarmbelprocedure

    Indien geen toekenning mogelijk is in de automatische procedure, kan bij een verminderd inkomen een aanvraag in het kader van de manuele alarmbelprocedure worden ingesteld.  Daarbij moet dan voor alle inkomensverstrekkers het vermoedelijk inkomen voor het kalenderjaar 2019 berekend worden. Dit gebeurt aan de hand van bewijsstukken van minstens zes maanden in 2019.  Op basis van deze bewijsstukken dient via extrapolatie het vermoedelijk inkomen voor 2019 berekend te worden.  Het gaat hier om minstens 6 maanden in 2019.  Het hoeven geen 6 opeenvolgende maanden te zijn.  Dit is dus verschillend van de manuele alarmbelprocedure die geldt in het kader van de sociale toeslag.

    Voor de andere voorwaarden, nl. de nationaliteitsvoorwaarden, de pedagogische voorwaarden en de puntentelling is er geen onderscheid tussen de automatische en de manuele alarmbelprocedure.

    Aandachtspunt: KI-gegevens

    Op het formulier waarmee de inkomsten voor 2019 worden opgevraagd, wordt gevraagd of de inkomensverstrekkers sinds 31 december 2017 gronden/gebouwen hebben gekocht of verkocht hebben.

    Is dit het geval dan dienen zij het KI van de aangekochte gronden/gebouwen op het formulier in te vullen, er bij vermeldend of het al dan niet de eigen woonst betreft en of het al dan niet om een gebouw/grond gaat dat/die voor beroepsdoeleinden wordt gebruikt.  Bewijsstukken dienen wat dat betreft door de inkomensverstrekkers niet meegestuurd te worden, maar bijgehouden worden voor controledoeleinden. Inderdaad een steekproefcontrole kan voorzien worden.  De consulent neemt de verklaring op eer op het formulier in aanmerking.  Uitgaande van deze verklaring worden de KI-gegevens van 2017 (uit de automatische procedure) aangepast. Bij de berekening in de manuele procedure wordt dan rekening gehouden met dit aangepaste KI. Deze aangepaste gegevens zullen worden gecontroleerd aan de hand van de gegevens uit de authentieke bron bij de controle van de financiële voorwaarden in 2021.

    Worden op het formulier geen wijzigingen in de KI-gegevens meegedeeld, dan worden de KI-gegevens voor 2017 uit de fluxen gebruikt bij de berekening in de manuele alarmbelprocedure. Als er geen aanslagbiljet kan verkregen worden, dient er te worden van uit gegaan dat er geen KI voor beroepsdoeleinden is.

    Om het geïndexeerd Ki voor 2019 te verkrijgen dient men het KI te vermenigvuldigen met 1,8230.

    6.2. De puntentelling

    Het puntentotaal wordt vastgesteld op basis van de beschikbare gegevens in de databanken.  Het kan zich echter voordoen dat deze onvolledig zijn.  In de rubriek 3.4.wordt toegelicht hoe het puntentotaal kan verbeterd of aangevuld worden.

    Bij de betaling van de schooltoeslag zullen de begunstigden een overzicht ontvangen van de toekenningsgegevens.  Mochten die niet kloppen of onvolledig zijn, dan dienen zij aan de hand van de nodige bewijsstukken een verbetering of een vervollediging te vragen.  De consulent past dan zo nodig de toekenningsgegevens in GPA aan.

    In deze communicatie zal specifiek aan de begunstigde gevraagd worden aan zijn uitbetalingsactor mee te delen dat:
    - er in zijn gezin personen wonen die ouder zijn dan 25 jaar en hoger onderwijs volgen (ook BanaBa of ManaMa);-
    - een persoon in zijn gezin erkend is als persoon met een handicap. Dat is enkel nodig voor gezinnen die buiten Vlaanderen wonen.

    6.3. Ontvangst van een aanvraag terwijl de automatische procedure aan de gang is

    Het gezin kan al vanaf 1 augustus 2019 de schooltoeslag aanvragen.  Bijgevolg stelt zich de vraag hoe de consulent dient te handelen wanneer hij een (aan)vraag ontvangt in augustus, september of oktober, zijnde de maanden waarin de procedure voor de automatische toekenning aan de gang is.

    In eerste instantie kijkt hij na of het SEPAR-gezin in GPA is aangemaakt.

    Is dit het geval dan deelt hij aan betrokkene mee dat het onderzoek automatisch gevoerd zal worden en dat hij in september, oktober of november (zie betaalkalender onder rubriek 8) de schooltoeslag zal ontvangen als hij daar recht op heeft . Betrokkene zal op dat ogenblik een communicatie ontvangen met een overzicht van de gegevens op basis waarvan de toekenning is gebeurd.

    Mocht hij einde december 2019 alsnog niets ontvangen hebben, dan dient hij zijn uitbetalingsactor opnieuw te contacteren.

    Is er nog geen SEPAR-gezin aangemaakt, dan dient de consulent daar het nodige voor te doen, zodat het onderzoek in de automatische procedure kan worden opgestart.  In het antwoord kan gemeld worden dat de aanvraag geregistreerd is en dat het onderzoek automatisch zal worden gevoerd. Bijkomend kan worden vermeld dat de uitbetalingsactor zelf het gezin zal contacteren mochten er in de loop van het onderzoek nog gegevens ontbreken.

    Het indienen van een aanvraag versnelt de toekenning dus niet.

     7. Aan wie wordt de schooltoeslag 2019/2020 betaald?

    7.1. Voor de rechthebbende leerling is er in het kader van het Groeipakket ook recht op gezinsbijslag

    Als voor de leerling in Vlaanderen ook gezinsbijslag betaald wordt, geldt de aanwijzing van de begunstigden en de betalingsmodaliteit voor de gezinsbijslag eveneens voor schooltoeslag en dit op basis van artikel 69 Groeipakketdecreet

    Dit geldt dus ook voor:

    • Rechthebbende leerlingen die bij de vader gedomicilieerd zijn, maar voor wie aan de bijslagtrekkende moeder betaald wordt.
    • Rechthebbende leerlingen die een bloed-of aanverwant tot de eerste graad hebben aangewezen als bijslagtrekkende/begunstigde.
    • Rechthebbende leerlingen voor wie de gezinsbijslag aan een schuldbemiddelaar of sommendelegant wordt betaald.

    Volgens dezelfde betalingsmodaliteit.

    Als de gezinsbijslag met een circulaire cheque betaald wordt, wordt voor de betaling van de schooltoeslag voor 2019/2020 eveneens een betaling met een circulaire cheque aanvaard.

    Rechthebbende leerlingen die geplaatst zijn in instelling

    De verdeelwijze (1/3 – 2/3) geldt hier niet. 

    In de praktijk wordt als volgt te werk gegaan:

    • Ofwel wordt het 1/3e van gezinsbijslag aan een natuurlijk persoon betaald.  In dat geval dan wordt de schooltoeslag aan deze natuurlijke persoon betaald.

    Ofwel wordt het 1/3e van gezinsbijslag gestort op een spaarrekening op naam van het kind:  in dat geval wordt de schooltoeslag betaald op de spaarrekening op naam van de leerling waarop ook het 1/3de van de gezinsbijslag betaald wordt.  De instellingen zullen ervan verwittigd worden dat ze het formulier om het rekeningnummer op te geven, niet meer hoeven in te vullen.  In de dossiers waarin de uitbetalingsactoren dit ingevulde formulier met het rekeningnummer inmiddels al ontvangen hebben, dient de uitbetalingsactor met een individueel antwoord aan de instelling mee te delen dat de schooltoeslag toch op de spaarrekening van het kind zal betaald worden en dat zij voor nadere informatie daarover contact kan opnemen met de afdeling Voorzieningenbeleid, via het e-mailadres voorzieningenbeleid@jongerenwelzijn.be.​

    • Niet-begeleide minderjarigen

    De richtlijnen gegeven in de bijlage 2 bij de toelichtingsnota 7 voor de betaling van de gezinsbijslag gelden evenzeer voor de betaling van de schooltoeslag.  De maatregel om de betaling voor deze kinderen “on hold” te zetten is opgeheven.

    7.2. De rechthebbende leerlingen in België zonder recht op gezinsbijslag in het Groeipakket

    Indien de rechthebbende leerling geen recht heeft op gezinsbijslag in het kader van het groeipakket en (buiten Vlaanderen) in België woont, wordt de schooltoeslag betaald aan:

    • De ouders of ouder bij wie de rechthebbende leerling zijn domicilieadres heeft.
    • De opvoeders of opvoeder bij wie de rechthebbende leerling zijn domicilieadres heeft.
    • De rechthebbende leerling zelf als hij het statuut heeft van gehuwde, zelfstandige of alleenstaande leerling heeft.

    Wanneer het kind bij een van de gescheiden ouders gedomicilieerd is, is dat een andere regeling dan degene die geldt voor kinderen van gescheiden ouders met recht op gezinsbijslag o.b.v. het Groeipakket. 

    Voor de rechthebbende leerling met domicilie in een andere deelentiteit bepaalt dat domicilie in dat geval aan welke ouder er verplicht dient betaald te worden. 

    • Bij geplaatste kinderen met verdeling 1/3 en 2/3 is er geen verdeling van de schooltoeslag, maar wordt de volledige schooltoeslag (3/3) aan de begunstigde(n) betaald., volgens dezelfde regels als degene die gelden voor de “rechthebbende leerlingen met recht op gezinsbijslag in Vlaanderen en geplaatst in een instelling”

    7.3. De rechthebbende leerling verhuist van Vlaanderen naar een andere deelentiteit in België

    De verhuis van de rechthebbende leerling voor wie de schooltoeslag verschuldigd is,  brengt de overschakeling naar begunstigdenkern mee waarbij de regels uiteengezet in de toelichtingsnota 11 naar analogie van toepassing zijn.

    Bij wijziging van uitbetalingsactor nadat de schooltoeslag al provisioneel is betaald, blijft de uitbetalingsactor die in september/oktober de schooltoeslag provisioneel betaald heeft verantwoordelijk voor de opvolging van de validatie en de mogelijke regularisatie van de betaalde schooltoeslag voor 2019/2020 en dit zowel bij:

    • de herziening van het dossier n.a.v. de correcte situatie op 31-12-2019 (SEPAR-gezin, gezinstype, inkomensverstrekkers, puntentotaal en begunstigde);
    •  de herziening van de pedagogische voorwaarden na het schooljaar 2019/2020;
    •  de verificatie van de financiële voorwaarden in 2021.

    De nieuw gekozen uitbetalingsactor is dus enkel bevoegd voor toekomstige toekenningen. Wat betreft de schooltoeslag is dit de schooltoeslag voor het schooljaar 2020/2021.

    7.4.  De rechthebbende leerlingen buiten België

    Als de rechthebbende leerling geen recht heeft in het kader van het Groeipakket en buiten België woont, wordt de begunstigde aangeduid op basis van de feitelijke woonplaats van het kind. 

    Woont het kind bij beide ouders, dan zijn de ouders samen de begunstigden en kiezen zij samen de betalingsmodaliteit.  Bij gebrek aan keuze of bij onenigheid wordt aan de jongste van de 2 ouders betaald. 

    Gaat het om niet samenwonende ouders/gescheiden ouders, dan is de ouder bij wie het kind feitelijk woont de begunstigde

    Heeft de rechthebbende leerling het statuut van gehuwde, zelfstandige of alleenstaande leerling, dan wordt de schooltoeslag aan de leerling zelf uitbetaald.

    7.5. Wijziging van bijslagtrekkende/begunstigden na provisionele betaling schooltoeslag in september/oktober 2019 en 31 december 2019 – Gevolgen

    • De juiste bijslagtrekkende/begunstigde is de bijslagtrekkende/begunstigde(n) op 31 december 2019.
       
    • Indien er ook recht is op gezinsbijslag in Vlaanderen is dat de bijslagtrekkende/begunstigde die de gezinsbijslag voor december 2019 ontvangt. Dit geldt ook bij verandering van bijslagtrekkende/begunstigde in de loop van december 2019 (zie artikel 61 decreet).
       
    • Bij wijziging van bijslagtrekkende/begunstigden tussen de provisionele betaling van de schooltoeslag in september/oktober en 31 december 2019 wordt de provisioneel betaalde schooltoeslag volledig teruggevorderd van de bijslagtrekkende/begunstigde die er op basis van de correcte situatie op 31 december 2019 geen recht op heeft en volledig opnieuw uitbetaald aan de bijslagtrekkende/begunstigde die er op basis van de correcte situatie op 31 december 2019 wel recht op heeft.  Er is hierbij geen toepassing van het principe van de betaling te goeder trouw.

    7.6. Betaling aan de rechthebbende leerling zelf

    Wanneer de rechthebbende leerling het statuut heeft van gehuwde, zelfstandige of alleenstaande leerling, wordt de schooltoeslag aan de leerling zelf betaald.

    De meerderjarige rechthebbende leerling voor wie de schooltoeslag aan (een van) zijn ouders of aan zijn opvoeder(s) dient te worden uitbetaald, kan vóór de uitbetaling van de schooltoeslag aan de uitbetalingsactor vragen om de schooltoeslag op een andere bankrekening te storten.

    Wanneer de rechthebbende leerling van deze mogelijkheid gebruik maakt, worden de gegevens over de inkomsten die bij de toekenning of afwijzing in aanmerking werden genomen niet meegedeeld aan de leerling door de uitbetalingsactoren.  Indien de rechthebbende leerling echter tegen die beslissing in beroep gaat bij de geschillencommissie, worden in beroepsbeslissing van de geschillencommissie de gezinsinkomsten die in aanmerking werden genomen wel meegedeeld aan de rechthebbende leerling.

    De meerderjarige rechthebbende leerling of de wettelijke vertegenwoordiger kan de uitbetalingsactor eveneens verzoeken de toeslag geheel of gedeeltelijk uit te betalen aan een openbare instelling die de persoon aan wie de selectieve participatietoeslag wordt uitbetaald, begeleidt ter bescherming van zijn financiële belangen.

    7.7. Schuldenbeheer

    De vraag werd gesteld of op de schooltoeslag inhoudingen kunnen worden toegepast voor de aanzuivering van onverschuldigd betaalde gezinsbijslag.

    De volgende regels zijn wat dat betreft van toepassing:

    • Voor een inhoudingsvraag van een betaalinstelling buiten Vlaanderen, kan geen inhouding gebeuren op de schooltoeslag.
    • Onverschuldigd betaalde gezinsbijslag door een Vlaamse uitbetalingsactor kan wel aangezuiverd worden door inhoudingen toe te passen op de schooltoeslag (geen aanpassing inhoudingspercentage specifiek voor schooltoeslag).
    • Voor de terugvordering van onverschuldigd betaalde schooltoeslag gelden dezelfde regels als voor de gezinsbijslagen

    8. Betaalkalender – wanneer wordt de schooltoeslag betaald?

    8.1. Eerste betaling

    Voor de betaling van de schooltoeslag werd de volgende betaalkalender bepaald:

    12/09/2019

    Gezinnen met enkel kinderen met onvoorwaardelijk recht
    en basisrecht aanwezig (Vlamingen dus)
    en inschrijving aanwezig
    en "inkomen bekend"
    en "geen eigendommen" (komt niet voor in AAPD dump)
    en geen aanduiding handicap inkomensverstrekkers in het aanslagbiljet

    v.b.: Vlaams gezin zonder eigen woning en alle kinderen onvoorwaardelijk recht

     

    26/09/2019

    Gezinnen met enkel kinderen met onvoorwaardelijk recht
    en basisrecht aanwezig (Vlamingen dus)
    en inschrijving aanwezig
    en "inkomen bekend"
    en "wel eigendommen" (komt voor in AAPD dump)
    en geen aanduiding handicap inkomensverstrekkers in het aanslagbiljet

    v.b.: Vlaams gezin met eigen woning en alle kinderen onvoorwaardelijk recht

     

    24/10/2019

    Gezinnen met mix kinderen met onvoorwaardelijk recht en studenten
    en basisrecht afwezig of aanwezig (Belgen)
    en inschrijving aanwezig
    en "inkomen bekend"
    en eigendommen/geen eigendommen
    en geen aanduiding handicap in het aanslagbiljet
    v.b.: Vlaams gezin met/zonder eigen woning en oudere+jongere kinderen en een Waals gezin met/zonder eigen woning en oudere+jongere kinderen

     

    Zodra geef handicap operationeel is

    Gezinnen waar er een aanduiding op het aanslagbiljet van één van de inkomensverstrekkers dat deze gehandicapt is.
    Indien de betaling niet geblokkeerd werd tot na verwerking flux, kan dit tot een terugvordering leiden.

    v.b.: Gezin met inkomensverstrekker met handicap

     

    Na verwerking flux leefloon

    Gezinnen met een inkomensverstrekker die leefloon ontving

    Mogelijke negatieve regularisatie omwille van leefloon

    Uitzonderlijke toeslag: mogelijk wanneer 70% van het inkomen bestaat uit leefloon of equivalent leefloon.

    In december 2019

    Gezinnen met inkomen manueel + buitenlanders

    v.b.: rechthebbende leerlingen die buiten België wonen, geen recht hebben op gezinsbijslag in kader van het Groeipakket, maar wel recht hebben op schooltoeslag (dus vb. de Nederlander die gelijkgesteld is qua nationaliteitsvoorwaarde en kind naar school in Vlaanderen stuurt).

    8.2. Regularisaties

    Wekelijks na eerste betaling

    Dossiers waarin het SEPAR-gezin niet tegen de vooropgestelde deadline in GPA is aangemaakt.  Zodra het SEPAR-gezin is aangemaakt wordt de betaling in de wekelijkse regularisaties uitgevoerd.

    Op initiatief van de consulent

    Na de eerste betaling worden regularisaties door het systeem bevroren totdat de exacte situatie op de ijkdatum 31 december 2019 bekend is.  Deze bevriezing heeft tot doel veelvuldige regularisaties na kort na elkaar te vermijden. Deze bevriezing wordt automatisch uitgezet na 31 december 2019, zodat de nodige regularisaties vanaf januari 2020 worden uitgevoerd.

    De consulent kan evenwel ook zelf deze bevriezing uitzetten, teneinde bijvoorbeeld toch bijbetalingen te doen voor 31 december 2019. Dit kan voorvallen als de betrokkenen zelf bewijsstukken opsturen.

    8.3. Vanaf januari 2020

    Regularisaties (bijbetalen en terugvorderen) op basis van de correcte gezinssituatie op 31 december 2019

    Na het einde van het schooljaar 2019/2020

    Regularisaties (ook terugvorderingen) op basis van de verificatie van de pedagogische voorwaarden.

    Na 30 juni 2021

    Regularisatie op basis van het onderzoek werkelijke inkomsten voor 2019: na 30 juni 2021.  Tot op vandaag is de visie van het beleid dat deze verificatie enkel bijpassingen beoogt, geen terugvordering.

    Uiteraard ingeval van fraude wordt altijd teruggevorderd.

    9. Hoe de experten van onderwijs contacteren?

    De uitbetalingsactoren kunnen met hun specifieke vragen over de schooltoeslag terecht bij de experten van onderwijs:

    Tel.: 02 – 897 11 30

    Mail: expertisecelschooltoeslag@vutg.be

    • 1De rechthebbende leerling is het kind voor wie de schooltoeslag wordt toegekend.
    • 2Overeenkomstig artikel 3, §1, 16° van het decreet wordt onder gehuwd verstaan: o Gehuwden o Wettelijk samenwonend kind o 2 personen op hetzelfde adres met een gemeenschappelijk kind o 2 personen op hetzelfde adres en de ene neemt de kinderen van de andere ten laste o Personen van wie de ene toelating heeft om in B te verblijven om een duurzame relatie voort te zetten met een persoon die al verblijfsrecht heeft
    • 3Zie artikel 3, §2 BVR Selectieve participatietoeslagen
    • 4Uiteraard kan die door de betrokkenen weerlegd worden, waarbij dan de afdalende volgorde volledig wordt gevolgd.
    • 5Uiteraard kan die door de betrokkenen weerlegd worden, waarbij dan de afdalende volgorde volledig wordt gevolgd.
    • 6 Zie CO 1386/2018 van 9 februari 2018, dienstbrief 996/109 van 17 april 2014 en dienstbrief 996/109 addendum van 23 december 2015.
    • 7Dit werkt in de 2 richtingen. Zo kan een zittingsblad ook in aanmerking worden genomen voor het weerleggen van het vermoeden van feitelijke gezinsvorming.
    • 8Zie CO 1386/2018 van 9 februari 2018, dienstbrief 996/109 van 17 april 2014 en dienstbrief 996/109 addendum van 23 december 2015.
    • 9De voorwaarde dat de gezinssamenstelling in het Rijksregister binnen 3 maanden moet aangepast worden, is niet langer van toepassing.
    • 10Dus ook een overeenkomst om als aupairjongere in het gezin te werken.
    • 11De volledige definitie van het begrip "gehuwden" vindt men terug in artikel 3,§1,16° van het decreet.
    • 12Worden eveneens in aanmerking genomen een zittingblad van de rechtszitting, een integratiecontract afgesloten tussen de jongere en het OCMW en een attest van een vluchthuis of CAW.
    • 13Dit geldt eveneens wanneer het kind geplaatst is en de ouders samen begunstigde zijn voor het 1/3de van het basisbedrag (boek 2) of de kinderbijslag (boek 5).
    • 14Een gedetineerde mag geacht worden geen inkomsten te hebben, buiten de kadastrale inkomsten.

    Deze toelichtingsnota vernietigt en vervangt de toelichtingsnota 13 van 12 september 2019

    Datum van afkondiging
    Datum einde geldigheid
    Top