Artikel 110 van de Algemene kinderbijslagwet

De Staat stort elk jaar aan FAMIFED een toelage gelijk aan het verschil tussen, enerzijds, het globaal jaarlijks bedrag:

1° van de kinderbijslag, het kraamgeld en de adoptiepremie voorzien bij deze wet voor dat jaar te betalen;

2° van de bij deze wet of in toepassing ervan vastgestelde heffingen, bestemd om de bestuurskosten van de kinderbijslagfondsen en FAMIFED te dekken,

en, anderzijds, de opbrengst van de voor hetzelfde jaar te innen bijdragen.

Onverminderd de toepassing van het tweede lid van § 4 van artikel 107 is het eerste lid van dit artikel niet van toepassing indien en in de mate waarin, op het einde van het jaar, genoemd verschil kan gedekt worden door het in artikel 106 genoemd reservefonds.

De Koning bepaalt de perken binnen welke de bij artikel 32 bedoelde Rijksdienst voor sociale zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten deze toelage geniet.

De wet van 04.04.2014 tot wijziging van de samengeordende wetten van 19 december 1939 betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, art. 101(B.S. 05.05.2014), van kracht vanaf 30.06.2014, heeft het in het artikel 110 de volgende wijzigingen aangebracht:

1° in het eerste lid worden de woorden "de Rijksdienst voor kinderbijslag voor werknemers" telkens vervangen door het woord "FAMIFED";

2° in het eerste lid, 1°, worden de woorden "deze wetten" vervangen door de woorden "deze wet";

3° in het eerste lid, 2° worden de woorden "de wetten" vervangen door de woorden "deze wet" en wordt het woord "kassen" vervangen door het woord "kinderbijslagfondsen";

4° in het tweede lid worden de woorden "van de samengeordende wetten" opgeheven.

Datum van publicatie
Datum van afkondiging
Top