Artikel 91 uit Kinderbijslagwet werknemers

    Het K.B. van 10.04.1957, art. 18 (B.S. 15/16.04.1957), dat uitwerking had vanaf 01.04.1957, heeft artikel 91 als volgt gewijzigd :

    "De krachtens artikel 19 erkende vrije compensatiekassen, de speciale kassen waarvan sprake in artikel 31 en de Hulpkas zijn er toe gehouden een reservefonds tot stand te brengen.

    Dit fonds wordt gestijfd met :

    a) de interesten en het inkomen van het fonds voor gewone uitgaven en van de andere fondsen in het bezit van de kas ;
    b) de overschotten waarvan sprake in artikel 93, alinea 3 ;
    c) de sommen die de compensatiekassen mogen behouden krachtens artikel 24, alinea 7, artikel 31, alinea 11, artikel 33, alinea 7, en artikel 97, alinea 4.

    Het reservefonds moet als voorschot aangewend worden om bij te dragen tot de betaling, op de vervaldag van de kinder- en geboortebijslagen zonder de storting, door de Nationale Compensatiekas, van de bijdragen voor de maatschappelijke zekerheid af te wachten.

    Het vermogen van het reservefonds mag het dubbel van dit van het voorzorgsfonds niet overschrijden.

    Ingeval deze grens mocht overschreden worden, wordt het overschot aan de Nationale Kas gestort, waarvan sprake bij artikel 101."
     

    Het K.B. van 13.07.1957, art. 2 (B.S. 15/16.07.1957), dat uitwerking had vanaf 01.04.1957, heeft de 3de alinea aangevuld met de volgende bepaling :
    "In voorkomend geval, mag het eveneens worden aangewend om de vereffeningskosten van de compensatiekas te dekken."
     

    Datum van publicatie
    Datum van afkondiging
    Top