996/107 van 16 december 2013 - CO 1393 - Programmawet van 28 juni 2013

    Naar aanleiding van de verspreiding van de CO 1393 werd een informatievergadering voor de kinderbijslaginstellingen georganiseerd om de maatregelen vervat in de programmawet van 28 juni 2013 uiteen te zetten.

    Op deze vergadering werden vele vragen gesteld door de kinderbijslaginstellingen, en daarna ook per e-mail. Met deze dienstbrief willen we dan ook:

    1. toelichting geven bij bepaalde maatregelen vermeld in de CO 1393
    2. antwoorden op de vragen van de betaalinstellingen
    3. de modules voor onverschuldigde bedragen en voor de motivering bij opschorting leveren, en een briefmodel om feiten die mogelijk strafbaar zijn, aan te geven bij het Arbeidsauditoraat

    Ik vestig uw aandacht op het feit dat sommige toelichtingen en antwoorden op de vragen over de controles ter plaatse, en de instructies voor de nieuwe procedure te vinden zijn in de vorige dienstbrief II/C/996/106 van 12/11/2013.

    1°. TOELICHTING BIJ DE MAATREGELEN VERMELD IN DE CO 1393

    1.1 Toelichting bij de definitie van sociale fraude.

    De voorbeelden in de CO 1393 ter illustratie van de definitie van sociale fraude zijn alarmsignalen die de aandacht van de dossierbeheerder moeten trekken en hem ertoe aanzetten het dossier grondig te onderzoeken. Deze voorbeelden zijn geen elementen die automatisch leiden tot het vaststellen van een onverschuldigd bedrag.

    In geen enkel geval kan een dossierbeheerder op basis van één alarmsignaal fraude vaststellen en een onverschuldigd bedrag vaststellen zonder eerst dat signaal te bevestigen met andere elementen in het dossier die de fraude aantonen of zonder een controle ter plaatse aangevraagd te hebben.

    Meer bepaald bij wat betreft de vermelde inkomsten op het model 19 is het vaak moeilijk om te weten of de sociaal verzekerde bewust netto inkomsten vermeldde in plaats van bruto inkomsten. Deze informatie moet geval per geval onderzocht worden op basis van de andere elementen van het dossier en van de impact die deze "fout" heeft op de toekenning van de toeslag.

    1.2 Toelichting bij het vergaren van gegevens.

    Aan de hand van de tabel in bijlage 1 moeten de kinderbijslaginstellingen om het kwartaal de onverschuldigde bedragen die vastgesteld werden in de loop van het kwartaal in kwestie meedelen.

    Aandachtspunten:

    In kolom C: de Rijksdienst behoudt het te vermelden gewest, en niet de gemeente1 .

    In kolom I "reden van de terugvordering": dezelfde reden als in kolom "T" van de tabel die de betaalinstellingen moeten invullen voor de controles ter plaatse moet vermeld worden, namelijk:

    • A. valse verklaring over de gezinssamenstelling.
    • B. valse verklaring over de gezinsinkomsten (de frauduleuze intentie moet duidelijk zijn (niet hetzelfde als een fout rond bruto/netto bedrag bij verklaring op de P19)).
    • C. bewust verzwegen situatie om ten onrechte sociale voordelen te blijven verkrijgen.
    • D. misbruik van de identiteit van een ander persoon met of zonder diens toestemming.
    • E. alle andere niet in A, B, C en D bedoelde situaties.

    Deze tabel moet enkel de nieuwe gevallen vermelden en de bestaande gevallen met nieuwe elementen in het dossier, zoals een nieuwe kennisgeving van onverschuldigde bedragen, een nieuw onderzoek, of een heropening van het dossier. De terugbetaling van het onverschuldigd bedrag vormt echter geen nieuw element en wordt dus niet vermeld in deze tabel.

    1.3 toelichting bij het opschorten van de betalingen bij een aanwijzing van fraude.

    Regel:
    De betaling kan worden opgeschort bij ernstige en eensluidende aanwijzingen waaruit blijkt dat de door de sociaal verzekerde meegedeelde informatie om sociale uitkeringen te krijgen frauduleus is. De betaling kan opgeschort worden tot de verdenking niet meer bestaat, voor maximum zes maanden, één maal hernieuwbaar.

    Voorwaarden:

    • er kan geen definitieve beslissing genomen worden omdat in het dossier elementen ontbreken die duidelijk de fraude aantonen
      EN
    • er moet een ernstig vermoeden van fraude bestaan en niet alleen maar twijfel.

    Aandachtspunt:
    De dossierbeheerder mag niet alleen het initiatief nemen om de kinderbijslag op te schorten bij vermoeden van fraude. Hij moet een beroep doen op de persoon die door de betaalinstelling gemachtigd is om dergelijke beslissingen te nemen. Iedere instelling moet hiervoor een interne procedure vastleggen waarin bepaald wordt welke interne instantie bevoegd is om te beslissen of de betaling al dan niet opgeschort wordt en om de notificatie ervan te ondertekenen.
    Bij twijfel over de te nemen maatregel neemt de betaalinstelling per e-mail contact op met de " Cel Sociale Fraude" van de Rijksdienst:

    cel.fraude@rkw-onafts.fgov.be

    Volledige of gedeeltelijke opschorting van de betaling:
    Naargelang de situatie wordt de betaling geheel of gedeeltelijk opgeschort.

    Voorbeelden:

    • Fictieve tewerkstelling: opschorting van de volledige kinderbijslag MAAR de mogelijkheid om het recht te openen uit hoofde van een andere rechthebbende moet onderzocht worden.
      -> Als er geen ander recht is -> Opschorting volledige kinderbijslag - > Als er een ander recht is -> Provisionele betaling door de instelling van de 'frauderende' rechthebbende uit hoofde van de andere niet-frauderende rechthebbende: zolang het onderzoek geen fraude heeft aangetoond, moet het dossier niet worden overgemaakt aan het fonds van de andere rechthebbende.
    • Vermoeden van fraude voor één enkel kind van het gezin.
      -> opschorting van de kinderbijslag voor dat kind + aanpassing van de rangen
    • Vermoeden van fraude over de inkomsten
      -> opschorting van de toeslag.

    Duur en gevolgen van de opschorting:
    De betalingen kunnen worden opgeschort gedurende zes maanden, eenmaal verlengbaar, dus maximaal twaalf maanden.

    Als het onderzoek na deze twaalf maanden niets heeft opgeleverd -> regularisatie van de kinderbijslag voor de periode van opschorting en betaling voor de toekomst.

    Kennisgeving van de beslissing tot opschorting:
    Zie module punt 3.

    1.4 Procedure in verband met de verplichte aangifte aan het arbeidsauditoriaat en het doorsturen van fraude-elementen naar de arbeidsauditeur.

    Wanneer een betaalinstelling feiten vaststelt die een strafrechtelijke overtreding kunnen vormen, moet hij:

    • het bevoegde arbeidsauditoraat hierover inlichten via de standaardbrief voorgesteld in punt 3.
    • een kopie van deze brief sturen naar de Cel Sociale Fraude van de Rijksdienst.
    • de Cel Sociale Fraude van de Rijksdienst op de hoogte houden van het gevolg dat wordt gegeven aan de aangifte.

    1.5 Toelichting bij punt a van rubiek 1.2.3: verduidelijking van de nieuweproceures.

    a) Onderrichtingen voor de verwerking van dossiers met DIMONA-berichten met voorlopig nummer zonder definitieve immatriculatie

    Als er geen definitieve immatriculatie is licht de Rijksdienst het fonds in kwestie hierover in met richtlijnen voor de gepaste behandeling voor elke specifieke situatie.

    b) Vervalste documenten

    Betrokken documenten:
    Documenten of verklaringen van andere personen dan de actoren van het dossier met doorhalingen of correcties die niet geparafeerd zijn.

    Wat te doen als men een vervalst document ontvangt:
    Het document naar de persoon of instelling van wie het afkomstig is terugsturen voor goedkeuring of correctie, en zeker niet naar de sociaal verzekerde.

    1.6 Organisatorische maatregelen.

    Bij de Rijksdienst werd de Cel Sociale Fraude opgericht, die alle informatie en gegevens vergaart van de kinderbijslaginstellingen, maar ook van de parketten en arbeidsauditoraten en alle andere betrokken instellingen, ongeacht of ze nu deel uitmaken van de sociale zekerheidssector of niet. De Cel zal een draaischijf zijn die alle informatie over fraude verspreidt en ontvangt. De Cel Sociale Fraude heeft ook als opdracht om adviezen en zelfs onderrichtingen te geven.

      • de betaalinstellingen moeten alle gegevens over hun dossiers waarin fraude is vastgesteld per e-mail doorsturen.
         
      • de kinderbijslaginstellingen moeten een SPOC aanduiden. Deze is de contactpersoon tussen de betaalinstelling en de Cel Sociale Fraude van de Rijksdienst.

    1.7 Toelichting bij de terugvordering van interesten bij frauduleus verkregen uitkeringen.

    Regel:
    Op basis van artikel 1410 §4 van het Gerechtelijk Wetboek mag een kinderbijslaginstelling, wanneer een sociaal verzekerde frauduleus handelde om gezinsbijslag te verkrijgen, via inhoudingen op latere betalingen van ambtswege de frauduleus verkregen sommen terugvorderen, en ook de intresten die horen bij deze sommen, berekend conform artikel 1410 § 4 van het Gerechtelijk Wetboek. Hoewel dat artikel geen verplichting oplegt om de intresten terug te vorderen maar het wel de mogelijkheid biedt, raadt de Rijksdienst de betaalinstellingen aan om deze intresten van ambtswege terug te vorderen:

    • wanneer de rechthebbende en de bijslagtrekkende dezelfde persoon zijn

    • wanneer de bijslagtrekkende wel kennis diende te hebben van de valse verklaring van de rechthebbende (bijvoorbeeld wanneer de bijslagtrekkende en de rechthebbende deel uitmaken van hetzelfde gezin en de fraude wordt veroorzaakt door het feit dat de rechthebbende en de bijslagtrekkende ten onrechte verklaard en geen feitelijk gezin te vormen)

    • wanneer de valse verklaring of de frauduleuze handelingen veroorzaakt werden door de bijslagtrekkende.

    Wanneer de bijslagtrekkende echter niet verantwoordelijk is voor de fraude, vraagt de Rijksdienst de kinderbijslaginstellingen om geen intresten aan te rekenen.

    Hoe deze intresten aanrekenen:
    De intresten worden berekend op de som die ten onrechte werd betaald aan de sociaal verzekerde wegens zijn frauduleuze handelingen.

    De intresten zijn verschuldigd en berekend tegen de wettelijke interestvoet2 . De wettelijke intrestvoet wordt gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van januari door de algemene administratie van de Thesaurie van de FOD Financiën.

    De intrestvoet voor sociale zaken is 7% voor het jaar 2013.

    Berekening:

    (onverschuldigd bedrag x aantal dagen ten onrechte betaald x intrestvoet van kracht)

    365

    1.8 Toelichting bij de exclusieve bevoegdheid van de Rijksdienst op het vlak van sociale inspectie.

    Zie dienstbrief 996/106 van 12/11/2013.

    Opmerkingen:
    In verband met de automatische controle:

    • Hoewel de dienstbrief stelt dat de automatische controle dient te gebeuren "wanneer de kinderbijslag voor een bijslagtrekkende die de eenoudertoeslag ontvangt betaald wordt op een gemeenschappelijke rekening", is dit niet nodig wanneer de betaling op een gemeenschappelijke rekening aangevraagd werd voor de toepassing van artikel 69, §1, alinea 6, KBW.
    • Hoewel de dienstbrief stelt dat als "één of meer kinderen van een gezin onderwijs volgen in een land buiten de EU of in een land waarmee België een bilaterale overeenkomst gesloten heeft", dient de automatische controle toch uitgevoerd te worden wanneer de Belgische bedragen worden toegekend.

    In verband met bezoeken voor bijstand:

    De bezoeken voor bijstand voorzien in de omzendbrieven 1386, 1366 en 1346 moeten gebeuren zolang deze omzendbrieven niet zijn gewijzigd of zolang geen andere regeling bepaald is in nieuwe omzendbrieven, en dit meer bepaald in het kader van het alternatief voor de inkomensfluxen.

    1.9 Toelichting bij het vertrekpunt van de verjaringstermijn van vijf jaar bij fraude.

    Regel:
    Het nieuwe vertrekpunt van de verjaringstermijn is vijf jaar vanaf de kennisname van de fraude. Datum van de kennisname:

    • = datum van kennisname van bewezen fraude, en niet van het vermoeden van fraude.
    • = datum van kennisname door de kinderbijslagsector, en niet door het kinderbijslagfonds dat rechtstreeks betrokken is bij de fraude.

    Weerslag van die regel:
    Neutralisering van de periode tussen de datum van betaling en de datum van kennisname van de fraude.

    Toepassing in de tijd:
    Onmiddellijke uitwerking voor gegevens ontvangen vanaf 1 augustus 2013, behalve voor onverschuldigde bedragen die al betekend zijn, en enkel voor de periodes waarop deze kennisgeving betrekking heeft.

    Voorbeeld:

    Op 5 augustus 2013 laat de arbeidsauditeur ons weten dat het geboorteattest van het kind Y tot wettiging van de betaling van het kraamgeld op 6 december 2003 vals is.

    -> De periode van 6 december 2003 tot 5 augustus 2013 wordt geneutraliseerd.

    De betaling kan teruggevorderd worden tot 4 augustus 2018 (5 augustus 2013 + 5 jaar).

    Aandachtspunt:
    Als bij de kennisname van de fraude het dossier of de betalingselementen niet meer bestaan, moet het dossier niet opnieuw worden samengesteld om het onverschuldigd bedrag vast te stellen.

    Correctie:
    In de laatste alinea van voorbeeld 2 van punt b, in rubriek 1.6 van hoofdstuk 1, moet men 30 juni 2008 lezen in plaats van 30 juni 2007.

    1.10 Toelichting bij de tenlasteneming van de onverschuldigde bedragen.

    - Op 31 december 2013 reeds geboekte debetten

    De per 1 januari 2014 nog openstaande debetten kunnen binnen de limieten van de "oude" bepalingen van artikel 120 KBW - met toepassing van de verjaringstermijn van 1 jaar - verder worden teruggevorderd. De aandacht van de kinderbijslagfondsen wordt er in dit verband evenwel op gevestigd dat indien de bijslagtrekkende deze terugvordering betwist, geen onnodige kosten mogen worden gemaakt. Tevens wordt de aandacht erop gevestigd dat het ten laste van het reservefonds leggen van deze debetten moet gebeuren overeenkomstig de oude bepalingen van artikel 91 KBW.

    - Vanaf 1 januari 2014 vastgestelde ten onrechte uitgekeerde gezinsbijslagen

    Door artikelen 49 en 57 van de programmawet van 28 juni 2013 worden artikelen 120bis, derde lid, KBW en 9, eerste lid 1 van de wet tot instelling van gewaarborgde gezinsbijslag met ingang van 1 januari 2014 gewijzigd in die zin dat de verjaringstermijn van 1 jaar, van toepassing voor debetten A die het gevolg zijn van een administratieve fout, geschrapt wordt Zodoende mogen vanaf die datum de ingevolge een administratieve fout ten onrechte uitgekeerde kinderbijslag niet meer worden teruggevorderd (toepassing van artikel 17, tweede lid van het Handvest van de sociaal verzekerde). De aandacht wordt er evenwel op gevestigd dat volgens het derde lid van artikel 17 de terugvordering wel mogelijk blijft als de sociaal verzekerde wist of had moeten weten, in de zin van CO 1360 van 1 augustus 2006, dat hij geen recht (meer) had op de ontvangen gezinsbijslag.

    Gezien de kinderbijslaginstellingen vanaf 1 januari 2014 de ingevolge een fout van de administratie vastgestelde ten onrechte uitgekeerde kinderbijslag niet meer mogen terugvorderen, moeten zij deze afboeken van hun reservefonds ongeacht de periode waarop ze betrekking hebben. Debetten B die na 31 december 2 013 aan de bijslagtrekkende werden betekend en nadien oninvorderbaar blijken mogen daarentegen ten laste van het globaal beheer van de sociale zekerheid worden gelegd. De aandacht van de kinderbijslagfondsen wordt er evenwel op ge vestigd dat wanneer een instelling ten onrechte debetten ten laste van het g lobaal beheer van de sociale zekerheid heeft gelegd, de Rijksdienst de rechtzetting van deze verrichtingen zal vragen en een boete zal opleggen die 10% van het recht te zetten bedrag bedraagt. In dit verband wordt onderstreept dat ten onrechte uitgekeerde kinderbijslag met betrekking tot een periode ná 31 december 20143 niet ten laste van het globaal beheer kan worden gelegd gelet op het feit dat vanaf 1 januari 2015 de gefedereerde entiteiten bevoegd zijn inzake de toekenning van de kinderbijslagen. Tenslotte wordt aangestipt dat onterecht uitgekeerde gezinsbijslag die niet meer kan worden teruggevorderd omdat de verjaring is ingetreden ten laste van het reservefonds blijven.

    Gelet op wat voorafgaat zal de financiële aangifte van het eerste kwartaal 2014 (zie bijlage 2) aangepast worden zodat de niet invorderbare debetten aan het globaal beheer kunnen worden aangerekend. Concreet zal dit gebeuren door de betrokken bedragen te vermelden op pagina 1 van de financiële aangifte bij de verschuldigde gezinsbijslagen onder de rubriek "Aan het globaal beheer aan te rekenen oninvorderbare ten onrechte uitgekeerde gezinsbijslag" en bij de verschuldigde bijslagen uitgesplitst volgen de werkelijke financiële stromen onder de rubriek "Aanrekening oninvorderbare debetten aan het globaal beheer". Als bijlage bij de financiële aangifte wordt een lijst gevoegd waarop de kinderbijslagfondsen de details (dossiernummer, datum betekening en het resterend saldo dat niet meer kan worden teruggevorderd) van de aangerekende bedragen moeten vermelden zodat een controle op de uitgevoerde aanrekeningen kan worden uitgevoerd. Tevens wordt aangestipt dat de debetten B die via een aanrekening aan het globaal beheer worden afgehandeld ook op pagina 4 van de financiële aangifte moeten worden vermeld. Hierbij vinden de kinderbijslagfondsen een ontwerp van de financiële aangifte van het eerste kwartaal 2014.

    Via een aanvulling van de handleiding bij het boekhoudplan zullen de kinderbijslagfondsen instructies ontvangen omtrent de boekingswijze van de ingevolge een fout van de administratie vanaf 1 januari 2014 niet meer terug te vorderen gezinsbijslag en van de oninvorderbare debetten die aan het globaal beheer mogen worden aangerekend.

    1.11 Anonieme aangifte en geïdentificeerde aangifte.

    Men moet rekening houden met alle aangiften, getekende of anonieme, voor zover de personen waarop ze betrekking hebben gemakkelijk kunnen geïdentificeerd worden als actoren van een kinderbijslagdossier. Een dergelijke aangifte moet beschouwd worden als een alarmsignaal, en wettigt een onderzoek van het dossier. Als de fraude na dat onderzoek werd gedetecteerd en vastgesteld moet men de procedure volgen die terug te vinden is in de CO 1393.

    2°. VRAGEN / ANTWOORDEN

    De CO 1393 betreffende de programmawet van 28 juni 2013 heeft tot meer vragen geleid van de kinderbijslaginstellingen. De volgende tabel geeft de antwoorden en nodige verduidelijkingen voor een goed begrip van enkele begrippen opgenomen in de CO 1393.

    VRAGEN ANTWOORDEN
    Definitie fraude
    Moet iemand die voltijds werkt en vergoed wordt als volledig werkloze van fraude verdacht worden? Ja. De situatie moet ook gemeld worden aan de RVA.
    Hoofdstuk 1, punt 1.1.b.2.:

    formulier P19 "opzettelijke aangifte van de netto en niet de bruto inkomsten ": Hoe kunnen we zeker zijn dat de netto in komsten op de P19 opzettelijk werden ingevuld?

    Deze informatie moet maar in twijfel getrokken worden als ze een weerslag kan hebben op de beslissing tot toekenning. De informatie moet bovendien getoetst worden aan de andere elementen van het dossier. Bij twijfel of de onjuiste informatie al dan niet opzettelijk is ingevuld moet het advies van de cel fraude van de Rijksdienst gevraagd worden.
    Hoofdstuk 1, punt 1.1.b.5:

    "Valse verklaringen over een fictieve scheiding" (geboorte van gemeenschappelijke kinderen): We nemen aan dat het moet gaan om geboortes nadat een scheiding werd geregistreerd sedert meer dan 9 maanden in het RNP.

    Inderdaad. Er moet een fictieve scheiding vermoed worden in geval van een geboorte na meer dan 9 maanden na de scheiding van het koppel.
    Hoofdstuk 1, punt 1.1.2 van CO 1393:

    Aandachtspunt: 3°
    "In de bestaande gevallen waarvoor de fraude in het verleden werd betekend, wordt de tabel enkel ingevuld en naar de Rijksdienst teruggestuurd wanneer het dossier om een of andere reden opnieuw wordt behandeld ": Wat moet men verstaan onder "opnieuw behandeld"? Moet bijvoorbeeld zelfs een gedeeltelijke terugbetaling van de bijslagtrekkende beschouwd worden als een behandeling?

    Neen. "Opnieuw behandeld" betekent ofwel dat een gearchiveerd dossier opnieuw geopend wordt, ofwel dat men nieuwe elementen ontvangt die een nieuw onderzoek nodig maken.
    Statistieken
    Zou het voor het maken van statistieken mogelijk zijn een duidelijke codificatie te krijgen met type van fraude en reden van de terugvordering. Zie punt 1.2.:

    Toelichting bij de gegevensvergaring + Zie bijlage 1-6 bij dienstbrief 996/106 (blz. 12, kolom T "Fraude") over de procedure van het sociaal toezicht voor ontvangst en terugsturen van controleaanvragen. In de ta bel waarmee de fondsen feedback geven over de controles worden de soorten fraude beschreven.

    Opschorting
    Verblijf op Belgisch grondgebied zonder informatie van het gezin. Wat verder in de tekst zegt men dat het kan gaan om informatie die een sociaal verzekerde verstrekte bij een bezoek aan het onthaal. Als men die maatregel strikt toepast zou men fraude vermoeden bij ouders die ons meedelen dat hun kind een jaar lessen gaat volgen in de VSA (MO nr. 599, interculturele uitwisseling, verblijf met steun van een Belgische universiteit enz.). Zou deze maatregel niet wat duidelijker moeten zijn? Als de situatie van het kind niet overeenstemt met de inschrijving in het RNP en de ouders het kinderbijslagfonds niet inlichtten, moet de situatie inderdaad geverifieerd worden. Dit is een alarmsignaal dat tot een controle leidt, en geen vermoeden van fraude. Ook de situaties gedekt door MO 599 worden hier dus bedoeld.
    Het gezin verblijft op een ander adres dan zijn domicilie. Moet men de gemeenten geen termijn van drie maanden laten om de aanvragen voor adreswijziging te verwerken? Als er een model 2 is (bewijs van aanvraag voor adreswijziging van de gemeente) moet het onderzoek maar gebeuren binnen drie maanden vanaf die aanvraag voor adreswijziging.

    Als er geen aanvraag is, moet het onderzoek onmiddellijk gebeuren van zodra men op de hoogte is van tegenstrijdige gegevens.

    Bij twijfel moet men het advies vragen van de cel fraude van de Rijksdienst.

    Hoofdstuk 1, punt 1.4., a 1 van de CO 1393:

    "Automatische controle voor een kind geboren in een eenoudergezin dat kinderbijslag krijgt tegen een voorkeursschaal": Ook als het kind de naam van d e moeder krijgt die een "eenoudergezin" is?

    Ja. Als het kind geboren is na de termijn van 9 maanden na de scheiding van het koppel en als de vader van het kind de man is van wie de vrouw verklaart te zijn gescheiden. Dat is immers een alarmsignaal.
    Hoofdstuk 1, punt 1.4., a 1 van de CO 1393:

    "Automatische controle als de kinderbijslag voor een bijslagtrekkende met recht op de eenoudertoeslag op een gemeenschappelijke rekening betaald wordt": Hieraan moet toegevoegd worden: behalve voor gezinnen in co-ouderschap waar beide ouders vroegen om de kinderbijslag te storten op een gemeenschappelijke rekening

    Ja. Volgens art. 69, § 1 KBW mag, in geval van co-ouderschap en in de zin van artikel 374 van het Burgerlijk Wetboek, de kinderbijslag inderdaad op vraag van beide ouders gestort worden op een gemeenschappelijke rekening.

    Dit punt werd toegevoegd in rubriek 1.8 van deze omzendbrief.

    Hoofdstuk 1, punt 1.4., a 1 van de CO 1393:

    "Automatische controle als een of meer kinderen van een gezin onderwijs volgen in een land buiten de Europese Unie"; Moeten de op dit moment bekende en betaalde gevallen van ambtswege gesignaleerd worden en moet er een controle ter plaatse voor gebeuren?

    Ja, indien deze kinderen nog steeds zijn ingeschreven in het NRP.
    Aan -of afwezigheid in België.
    Dienen wij de betalingen te schorsen voor meerderjarige kinderen die buiten de EER les volgen, in afwachting van de controle RKW.

    Of onmiddellijk betalingen starten mits toepassing MO 599.
    Blijven wij systematisch een formulier P7int verzenden?

    Ja, indien deze kinderen nog steeds zijn ingeschreven in het NRP.
    Wat vermelden we als reden in de betekening van de schorsing? Er werd een model van brief voor de motivering van de opschorting opgemaakt, zie punt 3°.
    Doorsturen van de gegevens aan het Auditoraat
    De procedure voor het doorsturen van de fraudegevallen naar de RKW en naar het Auditoraat moet verduidelijkt worden. Er werd een briefmodel aan het Arbeidsauditoraat opgemaakt, zie punt 3°.

    In verband met de communicatie met de RKW, zie punt 1.6: er moet een e-mail gestuurd worden naar het adres van de Cel Sociale Fraude met als bijlage de b ewijsstukken van de fraude, als die is vastgesteld. Bij opschorting en in geval van dringende controleaanvraag in het kader van de sociale fraude, wordt een kop ie van het dossier per e-mail naar de Cel Sociale Fraude gestuurd.

    Verjaringstermijn
    Bij fraude begint de verjaringstermijn van 5 jaar op het moment dat de regeling over de informatie beschikt. Hoe moet het fonds reageren als het niet meer over de betaalgegevens beschikt (archivering na 96 maanden)? Als het fonds niet meer over de gegevens beschikt moet het uiteraard het dossier niet opnieuw samenstellen.

    Voor deze gevallen moet er dan ook geen onverschuldigd bedrag worden vastgesteld.

    Onverschuldigde bedragen
    Kan de terugvordering van onverschuldigde bedragen A, betekend vóór 01.01.2001, voortgezet worden? De op 1 januari 2014 openstaande debetten kunnen binnen de grenzen van de " oude" bepalingen van artikel 120 KBW verder worden teruggevorderd.
    Mag een onverschuldigd bedrag B dat gecreëerd werd vóór 01.01.2014 en oninvorderbaar wordt ten laste worden genomen van het globaal beheer? De bepalingen van artikel 91/1 KBW hebben alleen betrekking op debetten die ná 31 december 2013 aan de sociaal verzekerde werden betekend
    Is de toelage van 1,50% van de teruggevorderde kinderbijslag van toepassing op onverschuldigde bedragen die kunnen geannuleerd worden (bv.: het fonds voert een controle ter plaatse uit, wat een verhoogde schaal mogelijk maakt en de annulering van een debet dat al geheel/gedeeltelijk werd teruggevorderd)? Neen, de 1,50% wordt enkel berekend op de werkelijk teruggevorderde o nvers chuldigde bedragen, m.a.w. de bedragen terugbetaald op de financiële rekening van het fonds en op de inhoudingen van de nog verschuldigde kinderbijslag.
    Wat zal er gebeuren met de reeds bestaande openstaande debiteuren A ? Zullen die globaal moeten afgeschreven worden ? De per 31 december 2013 nog openstaande debetten kunnen binnen de limieten van de "oude" bepalingen van artikel 120 KBW verder worden teruggevorderd. Indien het debet A oninvorderbaar is, wordt het op het reservefonds van het kinderbijslagfonds afgeschreven.
    Hoe zal het proces verlopen voor de niet invorderbare debiteuren B? Een onderscheid moet worden gemaakt naargelang het debet B betekend werd vóór of na 1 januari 2014. Indien het debet B voor 1 januari 2014 werd betekend, en dit debet ondanks alle inspanningen van het kinderbijslagfonds niet kan worden teruggevorderd, dan moet het ten laste van het reservefonds worden gelegd. Indien het debet ná 31 december 2013 werd betekend en alle inspanningen om het terug te vorderen tevergeefs zijn geweest, kan het ten laste van het Globaal Beheer worden gelegd. Vanaf het 1ste kwartaal 2014 zal de financiële aangifte aangepast worden zodat deze sommen aan het Globaal Beheer kunnen worden aangerekend. Een detail op dossierniveau moet bij de financiële aangifte worden gevoegd. Ten onrechte aan het Globaal Beheer aangerekende bedragen geven aanleiding tot een rechtzetting en een boete van 10% van het recht te zetten bedrag. De aandacht wordt erop gevestigd dat de hierboven beschreven regeling van aanrekening van de oninvorderbare debetten aan het Globaal Beheer niet meer geldt voor ten onrechte uitgekeerde kinderbijslagen die betrekking hebben op een periode ná 31 december 2014. Vanaf 1 januari 2015 gebeurt de financiering door de gefedereerde entiteiten.
    Terugvorderingen die opgemaakt worden in het 4de kwartaal 2013, moeten bij de financiële aangifte in januari 2014 apart worden vermeld op een lijst.

    Vraag:
    Als deze debetten op het ogenblik van de aanmaak gaan over een periode die verjaard is, mogen deze dan ten laste worden gelegd van het globaal financieel beheer?

    Verjaarde debetten komen niet in aanmerking om aan het Globaal Beheer te worden aangerekend; ze moeten ten laste van het reservefonds worden gelegd.
    Debiteuren A zijn vanaf 01/01/2014 volledig tenlaste van ons eigen reservefonds.

    Vraag:
    Dienen we nog een kennisgeving (regularisatiebericht) naar betrokkene te sturen voor nieuwe debetten die onmiddellijk worden afgeschreven?

    De Rijksdienst is van mening dat deze informatie geen meerwaarde heeft voor het betrokken gezin.
    Op 31/12/2013 dienen we het saldo van de debiteuren A ten laste te nemen.

    Vragen:

    • Dienen we de saldi die we nog kunnen inhouden aan 10% of waarvoor we terugstortingen ontvangen ook ten laste te nemen?
    • Zo ja, moeten we betrokkene aanschrijven dat ze het saldo niet meer moeten vereffenen?
    • Wordt hiervoor een module voorzien? Wanneer?
    De op 31 december 2013 nog openstaande debetten kunnen binnen de grenzen van de "oude" bepalingen van artikel 120 KBW verder worden teruggevorderd.
    De debiteuren B worden vanaf 01/01/2014 ten laste genomen door het globaal beheer van de sociale zekerheid. Volgens CO 1393 (p.28) treedt deze wijziging in werking op 01/01/2014 maar zal vanaf 01/07/2014 niet langer meer ten laste van het globaal beheer zijn.

    Vraag:
    Is er nog een mogelijkheid om debiteuren B ten laste te nemen na 01/07/2014?

    Ten onrechte uitgekeerde kinderbijslagen die oninvorderbaar blijken en betrekking hebben op een periode ná 31 december 2014 kunnen niet ten laste van het Globaal Beheer van de sociale zekerheid worden gelegd (zie punt 2.2. van onderhavige dienstbrief).
    Welke debiteuren B komen in aanmerking voor ten laste neming van het globaal beheer:

    Vragen:

    • Enkel de nieuwe debetten ontstaan na 01/01/2014 of ook de debetten die op 01/01/2014 reeds bestaan?
    • Artikel 119bis vermeldt dat volgende debetten B in aanmerking komen:

    -> Kleine bedragen: tot welk bedrag?

    -> Ambtelijke afschrijvingen: vanaf welke periode?

    -> Buitenland zonder gekend adres: vanaf wanneer?

    ->Herinneringsprocedure beëindigd zonder resultaat en bedrag te klein voor gerechtelijke procedure: vanaf welk bedrag?

    • Debiteuren waarvoor de terugvordering om sociale omstandigheden onmogelijk of niet aangewezen is, vallen niet onder art. 119bis. Komen deze debetten B ook in aanmerking om ten laste te nemen van het globaal beheer?
    • Debiteuren waarvoor kwijtschelding wordt gevraagd ingevolge het Handvest van de Sociaal Verzekerde, vallen eveneens niet onder art. 119bis. Komen deze debetten B ook in aanmerking om ten laste te nemen van het globaal beheer?
    Enkel indien het debet ná 31 december 2013 werd betekend en alle inspanningen om het terug te vorderen tevergeefs zijn, kan het ten laste van het Globaal Beheer worden gelegd. Deze regeling kan niet meer worden toegepast voor kinderbijslagen die betrekking hebben op een periode ná 31 december 2014.

    In het vademecum betreffende het afzien van de terugvordering (zie CO 1346 van 15 december 2003) wordt uitgebreid beschreven onder welke omstandigheden de ten onrechte uitgekeerde kinderbijslag niet moet worden teruggevorderd. Deze onderrichtingen blijven onverkort van toepassing.

    De bedragen die ten laste van het Globaal Beheer kunnen worden gelegd, worden limitatief opgesomd in artikel 91/1 KBW, dat met de programmawet van 28 juni 2013 ingevoerd werd.

    Betreft onverschuldigde bedragen "CA". Als er door het volgende fonds over dezelfde periode maar een gedeelte van het debet kan gerecupereerd worden, dan dient het saldo rechtstreeks aan de bijslagtrekkende te worden gevraagd.

    Vraag:
    In geval dat het onverschuldigde bedrag is ontstaan door een fout van het fonds zelf (CA), moet dit saldo dan eveneens ten laste van het reservefonds worden genomen?

    De op 31 december 2013 openstaande debetten kunnen binnen de limieten van de "oude" bepalingen van artikel 120 KBW verder worden teruggevorderd. Indien dit debet A oninvorderbaar is, wordt het op het reservefonds van het kinderbijslagfonds afgeschreven. Vanaf 1 januari 2014 kan ingevolge een fout van de administratie ten onrechte uitgekeerde kinderbijslag niet meer worden teruggevorderd.
    Tenlasteneming van onverschuldigde betalingen:
    Wanneer een administratieve fout wordt gemaakt door de kinderbijslaginstelling, maar de sociaal verzekerde wist dat het bedrag ten onrechte werd ontvangen, betreft dit een debet B met een verjaringstermijn van 3 jaar of een terugvorderingen categorie A?
    Overeenkomstig artikel 17, derde lid van het Handvest van de Sociaal Verzekerde blijft de terugvordering van ingevolge een administratieve fout ten onrechte uitgekeerde bijslag mogelijk als de sociaal verzekerde wist of had moeten weten dat hij geen recht (meer) had op de ontvangen gezinsbijslag. In de voorliggende hypothese betreft het een debet B. Onder rubriek 2.2 van de CO 1360 van 1 augustus 2006 wordt nader omschreven hoe dergelijke gevallen kunnen worden herkend.
    Controles ter plaatse
    In de CO1393 (p 19 -> 22) wordt duidelijk omschreven dat alle onmiddellijke of dringende controles vanaf 01/10/2013 overgenomen worden door de sociaal inspecteurs van de Rijksdienst.

    Vanaf 01/01/2014 worden ook alle periodieke controles opnieuw gefrequenteerd en uitgevoerd door de sociaal controleurs van de Rijksdienst.

    Omdat er in CO 1393 enkel sprake is van overname van de onmiddellijke of dringende controles vanaf 1/10/2013 door de sociaal controleurs van de Rijksdienst, ga ik ervan uit dat de thuiscontroles van de wezendossiers (3-jaarlijks) toch nog uit te voeren zijn door ons KBF?

    De periodieke controles mogen nog uitgevoerd worden door de controleurs van het kinderbijslagfonds tot 31 december 2013.

    Het zijn enkel de onmiddellijke of dringendecontroles die vanaf 1/10/ 2013 moeten worden overgedragen aan de Rijksdienst.

    De controles ter plaatse voor de wezendossiers mogen dus inderdaad nog door het kinderbijslagfonds zelf uitgevoerd worden tijdens het 4e kwartaal van 2013.

    Wanneer de voor 2013 voorziene controle ter plaatse niet kon gebeuren (bv. recht op verhoogde wezenbijslag), moet het fonds die dan in 2014 doen, of mogen ook de nieuwe bepalingen (tienjaarlijkse controle) worden toegepast? De toepassing van de nieuwe procedure op 1 januari 2014 vernietigt en vervangt de vorige.
    Automatische controles ter plaatse (bv. wanneer de eenoudertoeslag betaald wordt op een gemeenschappelijke rekening). Preciseren of dat uitsluitend van toepassing is op de nieuwe situaties vanaf 1/01/2014. De situaties moeten niet speciaal opgespoord worden. Er moet een controle gebeuren wanneer de situatie zich voordoet.

    Voorbeeld: Wanneer een dossierbeheerder merkt dat er betaald wordt op een gemeenschappelijke rekening, vraagt hij een controle aan, ook al wordt al vóór 1.1.2014 op die rekening betaald.

    Sociale onderzoeken voor debiteuren? Worden die in de toekomst verder uitgevoerd? Door de RKW of door de fondsen? Solvabiliteitscontroles zijn niet verplicht, in tegenstelling tot controles na aanvraag om verzaking. De Rijksdienst voert enkel de verplichte controles uit.
    Op blz. 21:
    Een tienjaarlijkse controle is voorzien voor de gezinnen die kinderbijslag kr ijgen aan de schalen 42bis, 50bis, 50ter en 41: Worden al die dossiers gecontroleerd of wordt er steekproefsgewijs gecontroleerd? Moeten er lijsten met al die types dossiers worden doorgestuurd? Hoe vaak?
    Zie dienstbrief 996/106 punt B. 3-5.
    Op blz. 21:
    Als een fonds zijn controles voor bijstand aan de gezinnen wil delegeren aan de RKW, welke procedure moet dan gevolgd worden? Mag het dezelfde procedure toepassen als voor dringende controles en met dezelfde "Urgency code", namelijk B0?
    De Rijksdienst voert enkel de verplichte controles uit. De bijstandscontrole voor een P19-onderzoek die na herinnering ervan niet terugkeert bij een alleenstaande met enkel een vervangingsinkomen blijft nog steeds verplicht, en dit in afwachting van de aanpassing ervan in CO 1386. Deze controles mogen uitgevoerd worden door de controleurs van de kinderbijslagfondsen zelf, of dienen bij afwezigheid hiervan doorgegeven te worden aan de dienst Sociaal Toezicht van de RKW via een formulier D42 samen met een dossierlijn 'B0' in de Excel tabel 'Request urgent controls'.
    Kunnen we bij het eerste onderzoek van de sociale toeslag eisen om bewijzen bij te voegen (loonfiches, afrekeningen, inkomsten uit zelfstandige activiteit,...) Wanneer een P19 werd verzonden, kunnen wij geen bewijzen vorderen.

    Tijdens het onderzoek van het dossier en wanneer er twijfel bestaat, kunnen wij echter wel bewijzen opvragen aan de sociaal verzekerde, of een controle ter plaatste vragen.

    Wat met de dringende controles die volgende week ingepland zijn? De reeds geprogrammeerde periodieke controles kunnen nog uitgevoerd worden door de controleurs van het kinderbijslagfonds tot 31 december 2013.

    Het zijn enkel de onmiddellijke of dringende controles die vanaf 1 oktober 2013 moeten worden overdragen aan de Rijksdienst.

    Wat als er nog dringende controles die gedefinieerd worden door de circulaire omzendbrief worden uitgevoerd door de controleur van het KBF na 01/10/2013? Idem vorige vraag; de (niet geaccrediteerde) controleurs van de fondsen kunnen geen rechtsgeldige processen-verbaal opmaken. Bij eventuele geschillen is het proces-verbaal van de controleur van het KBF niet rechtsgeldig.

    Bovendien worden deze controles niet terugbetaald.

    Een uitgevoerde controle komt niet meer voor in de selectie de eerstvolgende tien jaar.
    • Geldt dit ook voor een dringende controle (uitsluiten uit latere selectie)?
    • Is dit ook van toepassing op een controle van voor 01.10.2013 uitgevoerd door een personeelslid van het fonds (niet beëdigd)?
    Zie dienstbrief 996/106.

    Tellers op nul op 1 januari 2014.

    Moeten controles die niet zijn uitgevoerd door de RKW na een jaar worden toegevoegd aan de selectie van 10% van het volgende jaar (of worden ze beschouwd als geannuleerd)? Zie dienstbrief 996/106.
    Welk doel hebben de kwartaallijsten als de fondsen geen controles meer uitvoeren? Zie dienstbrief 996/106.
    Vooraleer een dossier mag overgemaakt worden aan de rechtbank dient er een " solvabiliteitscontrole" te worden uitgevoerd.

    Vraag:
    Blijft dit een verplichte controle? Zo ja, door RKW?

    Solvabiliteitscontroles zijn niet verplicht, in tegenstelling tot controles na aanvraag om verzaking.
    Om het recht vast te stellen of betalingen te deblokkeren kunnen volgens CO 1393 (punt b p. 22) de fondsen bijstandsbezoeken uitvoeren bij de gezinnen om gegevens te verzamelen die niet via andere bronnen kunnen verkregen worden.

    Vraag:
    Kunnen wij dergelijke niet-verplichte bijstandsbezoeken ook laten uitvoeren door RKW?

    De Rijksdienst voert enkel de verplichte controles uit van de fondsen die niet meer over controlediensten beschikken.
    Op welke manieren kunnen wij nog inhoudingen doen om de ten onrechte ui tbet aalde kinderbijslag terug te vorderen buiten inhoudingen op kinderbij slag?

    Kunnen wij onmiddellijk overgaan tot intersectorale inhoudingen om debetten fraude sneller aan te zuiveren?

    Het is logisch dat onderzoeken en vaststellingen sociale fraude hun doel pas bereiken als de onterecht betaalde gelden effectief terugvloeien naar de sociale zekerheid.

    Geen onderscheid in de procedure voor de debetten na een fraude.
    Binnen welke termijn worden bij aanwijzing van fraude, de dringende controles uitgevoerd?

    Op p.17 staat "... in het kader van de opschorting van kinderbijslag, begint de controle binnen de vijf dagen na ontvangst van de controleaanvraag."

    Anderzijds staat in de beschrijving van de Excel-tabellen dat dringende controles ten laatste vier weken na de verzenddatum van de aanvraag van de dienst moet ingepland worden.

    De dringende controles moeten gepland worden ten laatste binnen vier weken na ontvangst. Zie dienstbrief 996/106.
    Is een controle ter plaatse naar aanleiding van een opmerking in een D38 te aanzien als een verplichte controle? Zal deze worden uitgevoerd door RKW? Als de D38 een verplichte bijstandscontrole betreft, moet de controle uitgevoerd worden door het fonds als het nog over een controledienst beschikt, zoniet door de Rijksdienst.

    Als de D38 geen bijstandscontrole betreft, moet die enkel door de Rijksdienst worden uitgevoerd.

    Diversen
    Welk gevolg moet men geven aan anonieme aangiften? Men moet rekening houden met anonieme aangiften, zie punt 1.1.1. van hoofdstuk 1.
    Hoofdstuk 1, punt 1.5. van CO 1393:

    "De kinderbijslaginstellingen zijn verplicht alle fraude-elementen, die mogelijk een misdrijf vormen en waarvan zij kennis krijgen bij het uitoefenen van hun functie, te melden aan de arbeidsauditeur": Moeten we rekening houden met de aangiften van derden of de anonieme aangiften die we ontvangen?

    Ja. Zie punt 1.1.1. van hoofdstuk 1.
    Hoofdstuk 1, punt 1.6.f:

    "Toepassing van alinea 3 van artikel 17, de bijslagtrekkende wist of diende te weten dat hij geen recht had of geen recht meer had op de kinderbijslag die hij ontving": Op te merken valt dat het verzenden van het periodiek formulier met info volstaat om te besluiten dat "de bijslagtrekkende wist of moest weten dat hij geen recht had of geen recht meer had op de kinderbijslag die hij ontving", en er moet uitgelegd worden in welke andere gevallen we tot diezelfde conclusie kunnen komen.

    Er wordt een dienstbrief 996 over het begrip goede trouw opgemaakt dat zal aan de kinderbijslaginstellingen bezorgd worden.
    CO's 1366 en 1386 voorzien in bepaalde verplichte bezoeken. In de voetnoot lezen we dat deze richtlijnen herbekeken worden.

    Vraag:
    Voor wanneer is deze herziening voorzien?

    Zie punt 1.9. van die omzendbrief.

    Bezoeken voor bijstand voorzien in de omzendbrieven 1386, 1366 en 1346 moeten gebeuren zolang deze omzendbrieven niet zijn gewijzigd of zolang geen andere regelingen opgemaakt zijn door nieuwe omzendbrieven, meer bepaald in het kader van het alternatief voor de inkomensfluxen

    De gerechtelijke autoriteiten zullen het fonds op de hoogte brengen van bijvoorbeeld een vaststelling van de politie dat een gezinssamenstelling niet overeenstemt met Rijksregister van Natuurlijke Personen.

    Vraag:
    Wanneer dergelijke informatie naar het verkeerde fonds is gestuurd, mag deze informatie dan terug worden gestuurd naar deze gerechtelijke autoriteit met de vermelding dat we niet bevoegd zijn?

    In principe communiceren de gerechtelijke autoriteiten enkel met de Cel Sociale Fraude van de Rijksdienst wat betreft de kinderbijslagregeling.

    De Rijksdienst zal de vragen om informatie doorsturen naar de instelling die erop dient te antwoorden.

    Hoofdstuk 1, punt 1.2.3. van CO 1393:

    Indien het gaat om fictieve of frauduleuze tewerkstelling stuurt de Rijksdienst de ontvangen lijst van de RSZ door naar de fondsen. De fondsen krijgen instructies over de manier waarop deze dossiers dienen behandeld te worden (p. 14)

    • Wanneer mogen wij deze instructies verwachten?
    • Mogen de betalingen in betrokken dossiers worden geschorst?
    • Zie punt 1.5. van die omzendbrief:

    Als er geen definitieve immatriculatie is, licht de Rijksdienst het fonds in kwestie hierover in met instructies voor de gepaste behandeling in elk specifiek geval.

    • Ja.

    3°. MODULES : ONVERSCHULDIGDE BEDRAGEN - MOTIVERING OPSCHORSING - AANGIFTE AUDITORIAAT

    Op vraag van kinderbijslaginstellingen heeft de Rijksdienst modelbrieven opgemaakt om in staat te zijn:

    • de terugvordering van een onverschuldigd bedrag voortkomend uit fraude te motiveren.
    • een schorsing van de betalingen te motiveren.
    • frauduleuze feiten aan te geven bijde Arbeidsauditeurs.

    3.1. Module voor de motivering van de debet

    Brief: Kennisgeving en motivering van een terugvordering in geval van fraude

    Wij hebben vastgesteld dat u ten onrechte........... EUR van ons ontvangen hebt. Meer details vindt u in de tabel.

    U had geen recht op dat bedrag omdat......

    De betaling was in tegenspraak met (de) artikel(en)........ van de Kinderbijslagwet/ van het Koninklijk Besluit van.........
    U vindt hierbij de tekst van dat / die artikel(en).

    of

    Volgens dat / die artikel(en)............

    Het ten onrechte betaalde bedrag werd als volgt berekend:

    Periode Datum betaling Betaald Verschuldigd Terug te vorderen
             
             
    Totaal        

    Volgens onze vaststellingen.................(feiten).

    U verkreeg de kinderbijslag dus door frauduleuze handelingen.

    Daarom vorderen wij ook de interesten4 op de ten onrechte ontvangen kinderbijslag5 terug. De interesten werden als volgt berekend:......

    In totaal vorderen wij dus...... EUR van u terug.

    1. Aangezien u de kinderbijslag verkreeg door frauduleuze handelingen houden wij / houdt kinderbijslagfonds.......... de volgende maanden 100 % in op uw kinderbijslag6 .

    Als u financiële problemen hebt, kunt u vragen dat minder ingehouden wordt op nog te ontvangen kinderbijslag. Daarvoor moet u wel per brief de reden opgeven.

    2. (Toevoegen als het om een hoog bedrag gaat)

    Uw schuld is te groot om ze alleen met inhoudingen af te lossen. Als uw recht op kinderbijslag vervalt, zult u dus nog een groot bedrag terug moeten betalen. Om dat te voorkomen vragen wij u ook nog maandelijks een betaling te doen op rekening.............................. van.............................. U kunt ons voor deze maandelijkse aflossing per brief een bedrag voorstellen. Vermeld bij uw betaling volgend kenmerk:..................

    3. (Als geen inhoudingen mogelijk zijn)

    Wij vragen u daarom dat bedrag te storten op rekening.............................. van.................................., binnen................ dagen na de datum van deze brief. Vermeld bij uw betaling volgend kenmerk:.....................

    Als u het bedrag moeilijk in één keer kunt betalen, kunt u ons per brief voorstellen uw schuld met maandelijkse stortingen af te lossen.

    Als terugbetaling voor u zeer moeilijk is, kunt u ons vragen uw schuld geheel of gedeeltelijk kwijt te schelden. (Ook) daarvoor moet u de reden opgeven. Er wordt vervolgens een onderzoek uitgevoerd.

    De verjaringstermijn van vijf jaar begint op........ Op die datum ontvingen wij / kinderbijslagfonds.........namelijk de informatie over........

    Als u niet akkoord gaat met onze beslissing of als u meer informatie wilt ontvangen, kunt u ons contacteren op het nummer... op werkdagen van.. u tot... u.

    Informatie over de mogelijkheid om in beroep te gaan, vindt u in het kader / op de keerzijde.

    U kunt tegen onze beslissing in beroep gaan door een gedateerd en ondertekend verzoekschrift aangetekend te sturen naar de griffie van de rechtbank van (volledig adres). U kunt uw verzoekschrift daar ook zelf gaan indienen.

    U beschikt over een termijn van tien jaar om in beroep te gaan vanaf de datum van deze brief (art. 2262bis van het Burgerlijk Wetboek).

    In beroep gaan, kan kosteloos. Wij betalen namelijk de gerechtskosten, behalve als de rechter oordeelt dat u absoluut geen reden hebt om te procederen ('roekeloze' of 'tergende' klacht).

    U kunt zelf voor de rechtbank verschijnen, of u kunt vertegenwoordigd worden door een afgevaardigde van de vakbond met een schriftelijke volmacht. Ook kunt u een advocaat nemen op uw kosten. Met toestemming van de rechter kan bovendien ook uw echtgenoot of een (bloed)verwant in uw plaats gaan, eveneens met een schriftelijke volmacht.

    (artikelen 728 en 1017 gerechtelijk Wetboek)

    Het recht op kinderbijslag blijft vijf jaar geldig (artikel 120 Kinderbi jslagwet).
    Wacht niet om contact op te nemen met ons / uw kinderbijslagfonds. Anders loopt u gevaar het recht op kinderbijslag / de kinderbijslagtoeslag te verliezen.

    Wat is sociale fraude?

    Sociale fraude is gedrag met de bedoeling onterecht sociale uitkeringen te krijgen door bedriegelijke handelingen of valse of onbewust onvolledige verklaringen.

    Gevolgen

    Als gezinsbijslag onterecht verkregen is door sociale fraude

    • wordt die tegen 100% ingehouden op nog te ontvangen gezinsbijslag.
    • zijn er ook interesten verschuldigd op de ten onrechte ontvangen bedragen.
    • is de verjaringstermijn vijf jaar vanaf de dag waarop de instelling kennis krijgt van het bedrog, de arglist of de bedriegelijke handelingen van de sociaal verzekerde. Dat wil zeggen dat de bedragen nog vijf jaar na de vaststelling van de fraude teruggevorderd kunnen worden.

    3.2. Module voor de motivering van de opschorting van het betwiste deel van de kinderbijslag.

    Bij vermoeden van fictief of frauduleus werk nadat is meegedeeld dat een inspectiedienst een onderzoek gaat voeren:

    A. Eerste opschorting

    Op basis van onze gegevens kunnen wij geen kinderbijslag / kinderbijslag voor uw kind / sociale toeslag /... meer toekennen. De bevoegde inspectiediensten zullen dus een onderzoek uitvoeren / Er wordt dus bijkomende informatie gevraagd aan ...7 om alle gegevens te verzamelen om uw recht op kinderbijslag / kinderbijslag voor uw kind / een sociale toeslag te kunnen vaststellen. In afwachting van het resul taat van dat onderzoek / de nodige informatie moeten we uw kinderbijslag / de kinderbijslag voor uw kind / de toeslag /... opschorten vanaf..., in toepassing van het artikel 71, § 1, alinea 2 Kinderbijslagwet. De opschorting eindigt op..., behalve als we die moeten verlengen.

    3.3. Module van aangifte bij het arbeidsauditoraat

    Betreft: Aangifte van een vermoedelijk misdrijf

    Mijnheer de Arbeidsauditeur,

    Ik ondertekende naam en voornaam, geboren te.... op.... RN:..., van nationaliteit....,functie bij de kinderbijslaginstelling, die woonplaats kiest op de zetel van fonds, op het adres, deel u op grond van art. 29 Wetboek van Strafvordering mee dat naam en voornaamvan de sociaal verzekerde, (INSS.....) vermoedelijk een misdrijf heeft begaan.

    Dit zijn de feiten: samenvatting van de belangrijkste feiten.

    Bijgaand vindt u een kopie van de elementen die nuttig zijn voor een goed begrip van het dossier.

    Voor verdere informatie kunt u terecht bij onze diensten.

    B. Bij verlenging

    Op... hebben we u meegedeeld dat we de kinderbijslag / de kinderbijslag voor uw kind / de sociale toeslag /... opschorten omdat de bevoegde inspectiediensten een onderzoek uitvoeren / informatie werd gevraagd aan.... Hoewel we er bij die diensten op aangedrongen hebben, ontvingen we nog geen resultaten van het onderzoek / informatie, waardoor we de opschorting verlengen tot...

    • 1Er wordt momenteel gewerkt aan de programmering van de gewestcodes gezien de regionalisering van de kinderbijslagregeling binnenkort,vandaar het belang om de vermelding van het gewest te behouden. In afwachting van die gewestcodes mogen de kinderbijslaginstellingen in dat veld de gemeente/postcode invullen.
    • 2Art. 2, §3 van de wet van 5 mei 1865 betreffende de lening tegen intrest.
    • 3Dit in tegenstelling tot wat in de omzendbrief CO 1393 van 19 september 2013 is vermeld waar gesproken wordt van 1 juli 2014.
    • 4berekend volgens art. 1410, § 4 van het Gerechtelijk Wetboek.
    • 5Op basis van art. 21 van de Wet van 11 april 1995 (Handvest van de Sociaal Verzekerde).
    • 6Art. 1410, § 4 Gerechtelijk Wetboek.
    • 7De betrokken instelling aanduiden (Franse Gemeenschap, Europese instelling...).
    Top