996/118 van 7 september 2015 - De jonge werkzoekende als rechtgevend kind - Impact van de nieuwe maatregelen vanaf 1 september 2015 in de werkloosheidsreglementering op het recht op kinderbijslag - Stopzetting van de betaling

    1.  Situering en impact van de nieuwe maatregelen vanaf 1 september 2015

    Na het onvoorwaardelijk recht op kinderbijslag tot 31 augustus van het jaar waarin de jongere 18 jaar wordt, heeft de jongere overeenkomstig artikel 62, § 5, AKBW onder bepaalde voorwaarden nog recht op kinderbijslag als ingeschreven werkzoekende.  Tijdens de initiële toekenningsperiode van 360 dagen (TP) gelden daarbij geen voorwaarden inzake het studieniveau van de behaalde of stopgezette studies.  De CO 1395 van 14 november 2014 licht toe onder welke voorwaarden de jonge werkzoekende na afloop van die initiële toekenningsperiode (TP) van 360 dagen het recht op kinderbijslag behoudt tijdens de verlenging van de beroepsinschakelingstijd in de werkloosheidsreglementering (BIT) wegens negatieve evaluatie(s) inzake het zoeken naar werk.

    Vanaf 1 september 2015 gelden in de werkloosheidsreglementering bijkomende studievereisten1 voor min-21jarigen om onmiddellijk na het doorlopen van de beroepsinschakelingstijd (BIT) en het verkrijgen van 2 positieve evaluaties inzake het zoeken naar werk recht te hebben op inschakelingsuitkeringen.  Voldoen zij niet aan die bijkomende studievoorwaarden, dan worden zij pas vanaf de leeftijd van 21 jaar toegelaten tot de inschakelingsuitkeringen.  In dat geval ontstaat er dus een kloof tussen het einde van de BIT + 2 positieve evaluaties en de datum waarop ze toegelaten worden tot het recht op inschakelingsuitkeringen.

    De kinderbijslagreglementering blijft ter zake echter ongewijzigd.  Dit impliceert dat de betaling van de kinderbijslag aan deze min-21 jarigen vanaf 1 september 2015 zal worden stopgezet zodra de BIT is beëindigd en de jongere 2 positieve evaluaties heeft verkregen inzake het zoeken naar werk, ook al hebben ze op dat moment geen recht op inschakelingsuitkeringen.  Rekening houdende met artikel 48 AKBW eindigt het recht op kinderbijslag ook voor deze jongeren, net zoals voor de andere werkzoekenden, dus ofwel in de maand waarin de initiële (TP) afloopt, ofwel in de maand waarin de jongere de 2e positieve evaluatie heeft gekregen bij verlenging van de BIT wegens negatieve evaluatie(s).

    2.  Toepassing in de praktijk.

    De RVA heeft bevestigd dat de periode gelegen tussen het einde van de BIT + 2 positieve evaluaties en het bereiken van de leeftijd van 21 jaar niet als beroepsinschakelingstijd wordt gekwalificeerd.

    De RVA heeft bovendien benadrukt dat deze min-21jarigen, voor zover ze zijn ingeschreven als werkzoekende, op dezelfde manier zullen worden opgevolgd/geëvalueerd als de andere jonge werkzoekenden.  Dus ook bij een negatieve evaluatie inzake het zoeken naar werk blijft de opvolging zoals voorheen en zal er na zes maanden een nieuwe evaluatie plaatsvinden op vraag van de jongere.

    Bijgevolg blijft de procedure uiteengezet in de CO 1395 van 14 november 2014 ongewijzigd van kracht.  Een bijkomend onderzoek naar het studieniveau van de beëindigde of stopgezette studies is niet vereist.

    Samengevat :

    Situatie ingeschreven werkzoekende 
    Recht op kinderbijslag?
    Tijdens initiële TP van 360 dagen Recht op kinderbijslag zonder voorwaarden inzake studieniveau van de behaalde of stopgezette studies
    Tijdens de verlenging van de BIT wegens negatieve evaluatie(s) inzake het zoeken naar werk Recht op kinderbijslag op voorwaarde dat de jonge werkzoekende telkens tijdig een nieuwe evaluatie heeft aangevraagd - zie CO 1395
    Na de (verlengde) BIT Geen recht op kinderbijslag ongeacht de leeftijd van de jonge werkzoekende en ongeacht het feit of hij al dan niet onmiddellijk aanspraak kan maken op inschakelingsuitkeringen

    Aandachtspunt: nieuwe studies

    Na het einde van de (verlengde) beroepsinschakelingstijd kunnen deze jongeren enkel nog rechtgevend zijn op kinderbijslag na het volgen van nieuwe studies die voldoen aan de voorwaarden bepaald door of krachtens artikel 62 AKBW.  In voorkomend geval zal een nieuwe toekenningsperiode beginnen te lopen de dag na de datum waarop een nieuwe studie, leertijd of vorming voortijdig beëindigd werd, op voorwaarde dat:

    geen termijn van meer dan vijftien maanden is verlopen tussen het einde van een studie, leertijd of vorming en het begin van de nieuwe studie, leertijd of vorming;

    de nieuwe studie, leertijd of vorming minstens zes maanden heeft geduurd indien de in a) vermelde termijn overschreden is.2

    3.  Aanpassing van de formulieren

    Op het infoblad van het formulier P20 werd het zinnetje over het recht op inschakelingsuitkeringen weggehaald.  Er wordt daarvoor thans verwezen naar de RVA voor bijkomende informatie.

    Het formulier P20  wordt bovendien aangepast n.a.v. de invoering op 1 september 2015 van de "alternerende overeenkomst" in het Waals Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie.  De richtlijnen daarover zullen u eerstdaags met een andere dienstbrief worden meegedeeld (996/117).  Het formulier P20 aangepast aan beide wijzigingen op 1 september 2015, zal als bijlage bij die dienstbrief worden gevoegd.

    Het formulier P20com en de briefmodules blijven ongewijzigd.

    4.  Inwerkingtreding

    Deze toelichting is van toepassing op de jongeren voor wie de BIT op 1 september 2015 een aanvang heeft genomen.

    • 1 Artikel 36, § 1/1 van het KB  van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering
    • 2 Art. 1, § 2, 5°, van het koninklijk besluit van 12 augustus 1985 tot uitvoering van artikel 62, § 5 AKBW.
    Top