996/57 van 19 december 2005 - Praktische schikkingen in verband met recht op kinderbijslag als student - Opvolging van het recht met formulier P7

    De hiernavolgende uiteenzetting heeft betrekking op het overgangsformulier dat verzonden is rond 5 september 2005. Het is een gestructureerd overzicht van al de toelichtingen en de antwoorden
    op vragen die werden gegeven in het kader van dit formulier en de BaMa-structuur.

    1. Studies in België - het formulier P7

    Deel in te vullen door de bijslagtrekkende (P7-A)

    Aangezien gerefereerd wordt naar het voorbije jaar en naar de vakantieperiode1 , waarop zowel de oude regeling als de overgangsmaatregel2 van toepassing zijn, blijven de informatie en het gedeelte in te vullen door de bijslagtrekkende onveranderd. De aandacht wordt enkel gevestigd op het feit dat vanaf het komende school- of academiejaar een nieuwe reglementering toepasselijk wordt (pag. 2 van het infoblad). Een folder gaat als bijlage bij het formulier.

    Deel in te vullen door de schooloverheid (P7-B)

    Dit deel geldt voor het academiejaar 2005-2006. De formulering van de vragen werd aangepast aan het nieuwe koninklijk besluit van 10 augustus 2005. In afwachting van een fundamentele herwerking van het document werd de nummering voor het grote deel behouden.

    Wijzigingen aan het formulier

    Als bijlage II vindt u de wijzigingen in schemavorm.

    De vakantieperiodes

    Voor het hoger onderwijs is het enkel van belang de zomervakantie3 te kennen. De kerst- en paasvakantie vallen qua tewerkstelling onder de norm van 240 uren per kwartaal. Er zijn geen bijzondere restricties (inzake de regelmatigheid van het schoolbezoek) meer.

    Voor het niet-hoger onderwijs blijven de restricties qua regelmatigheid4 van het schoolbezoek bestaan.
    De drie vakantieperiodes worden daarom gevraagd aan de scholen. Er is geen recht op kinderbijslag als de winstgevende activiteit of de sociale uitkering een schorsing heeft meegebracht van de maand vóór die waarin de (zomer-, kerst- en paas-)vakantie begint.

    Rubriek 10 (het voltijds niet-hoger onderwijs)

    De vroegere bepaling (15 uur gespreid over 6 halve dagen vóór 19 uur) werd vervangen door 17 les-uren. Ook het avondonderwijs (na 19 uur) valt daaronder. Aangezien aan de inhoud van het woord "les-uur" met het nieuw koninklijk besluit geen gewijzigde interpretatie is gegeven5 , kan de aanpassing volstaan en zijn de scholen in staat zonder verwarring het formulier in te vullen.

    Rubriek 20 (het deeltijds onderwijs)

    De wijziging hier betreft de vraag 23. Dit betekent dat voor de jongeren in het deeltijds buitengewoon onderwijs voortaan de inkomensnorm6 geldt, zoals voor de jongeren uit het gewoon deeltijds beroepssecundair onderwijs.

    Rubriek 30 (het muziekonderwijs)

    De vraagstelling in verband met het muziekonderwijs is nu opgenomen bij het hoger onderwijs (rubriek 40).

    Rubriek 40 (het hoger onderwijs)

    Universiteiten en hogescholen leveren meestal verkorte attesten af.
    Aangezien nog niet alle opleidingen geconverteerd zijn naar studiepunten (bijv. in de Franse Gemeenschap), zijn als overgangsmaatregel de attesten rechtsgeldig wanneer de vragen 41 (inschrijving voor voltijds studieprogramma met volledig leerplan) tot 44 (inschrijving voor minstens13-uren) met ja zijn beantwoord.

    Voor de naar studiepunten geconverteerde opleidingen en in de mate dat de studieloopbaan geflexibiliseerd (enkel in de Vlaamse gemeenschap) is, worden de vakken uitgedrukt in studiepunten, ook al vallen ze niet onder de BaMa-structuur (bijv. de huidige licenties - opleidingen in afbouw). De vraag 45 is hiervan de weerspiegeling.

    Conclusie voor de praktijk

    Het volstaat voor een kinderbijslaginstelling dat een van de vragen 41 tot 45 met "ja" is beantwoord om recht op kinderbijslag toe te kennen. Bijgevolg is het niet nodig om na te gaan of dat hetzij vraag 41, hetzij vraag 45 had moeten ingevuld worden naargelang op de student al dan niet de BaMa -structuur van toepassing is. Het feit dat de vragen 41 en 45 allebei positief zijn beantwoord vormt evenmin een grond tot een bijkomend onderzoek. Het attest is enkel "overvolledig".

    Uiteraard is de formulering ook goed waarbij het juiste aantal studiepunten wordt verklaard (bijv. student X ingeschreven is voor 30 studiepunten op xxxxxxxxxxxx of volgens datum van het attest.

    Voorbeelden7 :

    Situatie Actie
    1. Het kinderbijslagfonds ontvangt op 25 oktober een verkort attest van universiteit A met vraag 45 positief beantwoord. Het recht op kinderbijslag is behoudens tegenbericht verschuldigd voor het gehele academiejaar 2005-2006.
    2. zelfde situatie als 1, maar op 18 december ontvangt het kinderbijslagfonds van dezelfde universiteit een attest (getekend op 5 december) dat het aantal studiepunten is gedaald (bijv. ingeschreven voor 20 studiepunten). De betalingen worden gestopt vanaf de maand januari 2006. De stopzetting wordt gemotiveerd.
    3. Het kinderbijslagfonds ontvangt op 25 oktober een verkort attest van universiteit A met vraag 45 negatief beantwoord (bijv. ingeschreven 17 studiepunten). De kinderbijslag is niet meer verschuldigd vanaf het einde van de vakantie van het voorbije schooljaar. De stopzetting wordt gemotiveerd.
    4. zelfde situatie als 3, maar het kinderbijslagfonds ontvangt op 14 december een verkort attest van de universiteit A dat de student is ingeschreven voor 27 studiepunten. Het kinderbijslagfonds hervat de betalingen en de vanaf 1 oktober toe te kennen kinderbijslag (achterstallen worden uitbetaald.)
    5. Een voorlopig attest van inschrijving zonder vermelding van het aantal studiepunten bereikt het kinderbijslagfonds op 25 november. De betaling is stopgezet op 31 oktober. Voor het vervolg (cfr. "Timing" pag. 14 van de CO 1354)

    Rubriek 50 (het buitengewoon onderwijs)

    Bij deze rubriek moet altijd gekeken worden naar vraag 23: voor het deeltijds buitengewoon onderwijs geldt nu de inkomensnorm! (cfr. Rubriek 20).

    Rubriek 60

    Op het formulier moet vraag 61 nog worden beantwoord, behalve als vraag 45 is ingevuld.

    Repercussie van vraag 61:

    1. Voor het hoger onderwijs
      De vraag 61 is van belang voor de nog niet naar studiepunten geconverteerde opleidingen. Voor alle naar studiepunten omgezette opleidingen is enkel de inschrijvingsdatum van belang. In geval van twijfel moet aan de instelling het aantal studiepunten opgevraagd worden.
      Bijv.: Op het studieattest is vraag 41 ingevuld. Volgens vraag 61 worden de lessen niet sinds het begin van het academisch jaar, maar vanaf 15 november gevolgd. Navraag toont aan dat de student studies volgt waarvan de modaliteiten nog niet in studiepunten zijn uitgedrukt. Het recht ontstaat volgens artikel 48 Kinderbijslagwet.
    2. Voor het niet-hoger onderwijs
      Vraag 61 blijft van toepassing omdat het regelmatig volgen van de lessen een voorwaarde is (artikel 5 van het KB van 10 augustus 2005).
      Voor de inkomsten uit stages blijft de vraag 62 onveranderd van toepassing. Gelet op de gewijzigde vraagstelling moet worden van uitgegaan dat er geen bezoldigde stages zijn wanneer de vraag onbeantwoord is gebleven. Bepaalde instellingen melden dat ze de vraag met nihil/neen beantwoorden wanneer er onbezoldigde stages voorzien zijn.

    De datum van inschrijving

    Naast de inschrijving voor minstens 27 studiepunten is de datum van inschrijving (uiterlijk op 30 november of daarna) een belangrijke pijler om het recht vast te stellen voor de studenten in het hoger onderwijs.

    Hoe de datum van inschrijving vaststellen?

    1. de datum is vermeld (cfr. vraag 45 of vraag 61);
    2. het studieattest is ten laatste op 30 november ontvangen;
    3. het studieattest is ten laatste op 30 november gedateerd of getekend.

    In geval van twijfel is het nodig om de instelling de juiste datum van inschrijving te vragen.

    2. Studies in het buitenland

    Het formulier P7int

    Het formulier wordt gebruikt voor studenten die buiten de Europese Unie onderwijs volgen.
    Het formulier werd aangepast en met de circulaire III/C/999/c.134/SN verspreid.

    Het formulier E 402

    De redactie van het formulier valt onder de bevoegdheid van de Europese instellingen. De Rijksdienst heeft aan de FOD Sociale Zekerheid gevraagd de aanpassing van het formulier bij de bevoegde instanties aanhanging te maken.

    De procedure in afwachting van de wijziging van het formulier:

    • Omdat naar het aantal uren wordt gevraagd, kan de nieuwe bepaling op het antwoord worden toegepast (de zeventien-urenregeling);
    • De studie is erkend door de nationale overheid of stemt overeen met een door de nationale overheid erkende studie: de overgangsbepaling is van toepassing8 .

    Alleen wanneer het recht zou worden geweigerd omdat aan de huidige vraagstelling op het formulier niet is voldaan, wordt aan het kinderbijslagfonds gevraagd de betrokkene te informeren dat ook recht bestaat op kinderbijslag in België, wanneer de studie wordt uitgedrukt in studiepunten volgens het Europees ECTS-systeem in zoverre de norm van de 27 studiepunten is gehaald. Alvast werd in functie hiervan de vraag 45 van het formulier P7 vertaald naar een aantal talen. (Bijlage I bevat de vertaling naar het Frans, Engels, Duits, Spaans, Portugees).

    Uiteraard is het ook goed wanneer de buitenlandse academische overheid een attest bezorgt (authentieke verklaring), waaruit blijkt dat de studie 27 studiepunten omvat.

    De bilaterale Overeenkomsten

    De Rijksdienst heeft de FOD Sociale Zekerheid gewezen op de aanpassing van de formulieren.

    De procedure in afwachting van de wijziging van het formulier:

    • Omdat naar het aantal uren wordt gevraagd, kan de nieuwe bepaling op het antwoord worden toegepast (de zeventien-urenregeling);
    • De studie is erkend door de nationale overheid of stemt overeen met een door de nationale overheid erkende studie: de overgangsbepaling is van toepassing.

    3. Verkort attest voor het bijzonder thesisjaar

    De vermelding "bijzonder thesisjaar" volstaat voor het toekennen van de kinderbijslag gedurende de reglementaire periode (uiterlijk tot de indiening van de thesis met max. 1 jaar). Het is niet uitgesloten dat de universiteiten en hogescholen het thesisjaar uitdrukken in studiepunten die in bepaalde gevallen onder de 27 studiepunten liggen. De gebeurlijke omzetting naar studiepunten is facultatief en heeft nog geen gevolgen.

    "Eventuele" attesten met de vermelding van inschrijving voor een doctoraatsthesis geven geen aanleiding tot het toekennen van de kinderbijslag, ook al zouden die een aantal studiepunten opgeven. De universiteiten zijn op de hoogte dat er geen attest moet afgeleverd worden. De doctoraatsopleiding van 27 studiepunten of minder dan 27 studiepunten, eventueel aangevuld met andere opleidingen, kan wel aanleiding geven tot het toekennen van het recht op kinderbijslag.

    4. Hoger onderwijs: Informatie aan de onderwijsinstellingen

    Al de universiteiten en hogescholen werden per e-mail op de hoogte gebracht van de nieuwe regels in verband met het aantal studiepunten en het moment van de inschrijving alsook de wijzigingen aan het formulier P7. Ze zijn bijgevolg in staat te laten weten of aan de voorwaarden is voldaan en op welke datum.

    Er werd hen tegelijkertijd gevraagd zo veel mogelijke definitieve studieattesten af te afleveren, wanneer de student is ingeschreven volgens de vroegere regeling of wanneer er zekerheid bestaat dat de norm van 27 studiepunten wordt bereikt, ook al is het aantal studiepunten (27 of meer) nog niet voor elk geval definitief gekend (goedkeuring van een individueel studietraject in het kader van de flexibilisering).

    5. Niet-hoger onderwijs: Informatie aan de Gemeenschappen

    De instanties van de drie Gemeenschappen bevoegd voor het niet-hoger onderwijs werden geïnformeerd over de nieuwe regeling van de 17 les-uren. Er werd hen gevraagd om de scholen die onder hun toezicht staan in te lichten. De Rijksdienst neemt opnieuw contact op om te vermijden dat in de toekomst de formulieren met de oude vraagstelling nog verder worden gebruikt.

    6. De omzetting van studiepunten naar uren

    Het Koninklijk Besluit van 10 augustus 2005 voorziet dat wanneer de modaliteiten van de studies deels worden uitgedrukt in studie-punten en deels in uren, een conversie moet gebeuren naar de voorwaarde van uren:

    Hoger onderwijs + niet-hoger onderwijs (artikel 18)

    Hoger onderwijs (ook sociale promotie) Niet -hoger onderwijs (ook sociale promotie)
    In studiepunten < 27 of in uren < 13 In uren <17

    Omzetting naar Zeventien-urenregel

    Hoger onderwijs (artikel 20, 1°, b)

    Hoger onderwijs (ook sociale promotie) Hoger onderwijs (ook sociale promotie)
    In studiepunten < 27 In uren <13

    Omzetting naar Dertien-urenregel

    Hoe omzetten?

    Er wordt op gewezen dat wanneer de kinderbijslaginstellingen zich geplaatst zien voor het conversieprobleem op de eerste plaats aan de universiteiten en hogescholen toekomt mede te delen met hoeveel lesuren het aantal studiepunten in kwestie overeenkomt of hoeveel procent van de studietijd voorzien is voor het volgen van lessen.

    Wanneer het niet mogelijk is de conversie uit te voeren dan mag worden aange nomen
    dat één studiepunt overeenstemt met 30 minuten9 les.

    Bijv. een student schrijft zich in voor 20 studiepunten aan de universiteit. Om recht te hebben op kinderbijslag vraagt hij voor hoeveel uren hij/zij nog les moet volgen per week in het niet- hoger onderwijs (bijv. taalcursus Frans).

    Antwoord: voor 7 uren, namelijk (10 geconverteerd van het hoger + 7 in het niet-hoger) = 17

    7. De winstgevende bedrijvigheid

    Voor bepaalde categorieën van studenten moet de winstgevende activiteit verder gevolgd worden met de formulieren10 en niet met de DMFA-aangiften:

    • De leerlingen (P9), de studenten-stagiairs (vraag 62 op het formulier P7), de ondernemingsopleiding (P9bis), studenten die deeltijds werken en deeltijds studeren (vraag 20 op het formulier P7);
    • De studenten in het buitenland: E402,.........P7int;
    • Studenten die grensarbeid verrichten.

    Voor de andere gevallen van studenten die opgevolgd worden met DMFA-aangiften werd u de gebruikersgids ter beschikking gesteld (dienstbrief II/A/997/63/agy van 30 november 2005).

    Vanaf 1 januari 2006 ontvangen de kassen de DMFA-berichten met betrekking tot het vierde kwartaal 2005. Desgevallend zullen die berichten en ook de latere voorzien zijn van het optionele blok "Bijdrage studenten", in zoverre ze geen betrekking hebben op een periode van tewerkstelling voorafgaand aan het vierde kwartaal 2005.

    De kinderbijslagfondsen worden gevraagd daarmee rekening te willen houden.

    Aangezien de tewerkstelling van de student zal worden opgevolgd via DMFA-aangiften zal de procedure met het formulier P7 opnieuw worden onderzocht.

    8. Bijlagen

    In de circulaire CO 1354 werd een aanpassing van de modules aangekondigd. Deze zullen u later worden bezorgd.

    Als bijlage I gaat vraag 45 in de verschillende talen.
    Als bijlage II gaat een werkschema inzake de wijzigingen aan het formulier.

    De Rijksdienst is bereid u nog verder elke nodige informatie te verschaffen.

    • 1Vanaf 1 september 2004 tot vandaag
    • 2Artikel 20, 2° van het KB van 10 augustus 2005
    • 3Geen recht op kinderbijslag als de winstgevende activiteit of de sociale uitkering een schorsing heeft meegebracht van de maand vóór die waarin de vakantie begint.
    • 4Artikel 6 van het KB van 10 augustus 2005; het volgen van de lessen moet blijven gecontroleerd worden voor studenten in het niet-hoger onderwijs.
    • 5Zie: de circulaire C0 1354 van 7 juli 2005 pag. 12
    • 6Artikel 3 van het nieuw koninklijk besluit van 10 augustus 2005
    • 7Op de voorbeelden moeten de gewijzigde bepalingen van het artikel 48 worden toegepast vanaf 1 september 2005.
    • 8Overeenkomstig artikel 20, 1°, a), blijft artikel 4 van het KB van 30 december 1975 van toepassing.
    • 927 studiepunten mag worden gelijkgesteld met 13 lesuren of afgerond 30 minuten les voor 1 studiepunt
    • 10Niet de uurnorm geldt, maar nog steeds de inkomensnorm (artikelen 3 en 14 KB 10 augustus 2005)
    Top