996/68 van 12 oktober 2006 - Onverschuldigde betalingen: nieuwe verjaringstermijnen

    De programmawet van 20 juli 2006 voert vanaf 1 oktober 2006 nieuwe verjaringstermijnen in voor de terugvordering van onverschuldigd betaalde gezinsbijslag. De omzendbrief CO 1360 van 1 augustus 2006 geeft toelichting bij het gewijzigde artikel 120bis KBW. De omzendbrief bepaalt eveneens onder welke code (A, B of C) de kinderbijslaginstellingen de debetten voortaan op de financiële aangifte dienen te vermelden.

    Deze dienstbrief heeft een dubbel doel:

    • verduidelijken of deze wetswijziging invloed heeft op het toe te passen inhoudingspercentage op later verschuldigde kinderbijslag voor de aanzuivering van de debetten B;
    • toelichten hoe de kinderbijslaginstellingen dienen te werk te gaan bij de notificatie en de stuiting van de verjaring van de debetten C.

    1. Inhoudingspercentage

    Artikel 1410 Gerechtelijk Wetboek regelt op dwingende wijze hoeveel de kinderbijslaginstellingen ambtshalve kunnen inhouden op later verschuldigde kinderbijslag voor de aanzuivering van de debetten. In principe mag hoogstens 10 % worden ingehouden op de later verschuldigde kinderbijslag, behalve als het debet een gevolg is van nalatigheid, verzuim of fraude door de sociaal verzekerde, in welke gevallen tot 100 % mag worden ingehouden.

    Deze wettelijke bepaling is ongewijzigd gebleven.

    In administratieve zin spreekt men vanaf 1 oktober 2006 van "debetten A" als de onverschuldigde betaling voorvloeit uit een juridische of materiële vergissing van de kinderbijslaginstelling én de sociaal verzekerde niet wist of niet moest weten dat hij er geen recht op had.

    Dit betekent concreet dat het mogelijk is dat de ambtshalve inhoudingen op later verschuldigde kinderbijslag beperkt moeten worden tot 10 %, ook al gaat het om een "debet B".

    Dit is onder meer het geval wanneer:

    • de sociaal verzekerde ten onrechte gezinsbijslag ontving ten gevolge van een fout van de kinderbijslaginstelling, maar wist of moest weten dat hij er geen recht op had;
    • de onverschuldigde betaling niet te wijten is aan een fout van de kinderbijslaginstelling noch aan nalatigheid of verzuim van de sociaal verzekerde.

    Voorbeeld 1

    Als gevolg van een technische fout van de kinderbijslaginstelling wordt de kinderbijslag over een welbepaalde maand twee keer uitbetaald. Wegens de aard van de betaling zelf (dubbele betaling van eenzelfde bedrag aan kinderbijslag voor eenzelfde periode), moest de sociaal verzekerde weten dat hij geen recht had op de tweede betaling. Het gaat dus om een "debet B". De verjaringstermijn bedraagt drie jaar. Het debet is echter niet het gevolg van verzuim of nalatigheid in hoofde van de sociaal verzekerde. Bijgevolg kan de kinderbijslaginstelling op de latere betalingen ambtshalve hoogstens 10 % inhouden.

    Voorbeeld 2

    Een jongere studeert af op 30 juni 2006. De zomervakantie begint op 1 juli 2006 en eindigt op 30 september 2006. Hij schrijft zich niet in als werkzoekende. Op 11 augustus 2006 begint de afgestudeerde voltijds te werken. De sociaal verzekerde meldt deze tewerkstelling onmiddellijk aan zijn kinderbijslaginstelling. De betalingen worden geschorst vanaf 1 augustus 2006. Bij ontvangst van het DMFA-bericht voor het derde kwartaal blijkt dat de afgestudeerde in dat kwartaal meer dan 240 uren heeft gewerkt. Bijgevolg eindigt zijn recht op kinderbijslag op 30 juni 2006. De betaalde kinderbijslag voor juli is onverschuldigd en dient te worden teruggevorderd. Het debet is echter niet te wijten aan een fout van de kinderbijslaginstelling noch aan nalatigheid of verzuim van de sociaal verzekerde. Het gaat om een debet B. De verjaringstermijn bedraagt drie jaar. De kinderbijslaginstelling kan op de latere betalingen ambtshalve hoogstens 10 % inhouden.

    In beide voorbeelden staat het de kinderbijslaginstelling uiteraard vrij de sociaal verzekerde te vragen vrijwillig bijkomende stortingen te doen.

    2. Debetten C - Stuiting van de verjaring

    Om te voorkomen dat het netto debet vervalt terwijl de andere instelling het recht nog onderzoekt, moeten de fondsen volgens CO 1360 onmiddellijk kennisgeving doen van het bruto debet, als bewarende maatregel.

    Voor de desbetreffende gevallen is het noodzakelijk de gebruikte motiveringsmodule aan te passen. Om de verjaring geldig te stuiten en aldus de belangen van de kinderbijslagfondsen bij de terugvordering te vrijwaren dient de formulering van in bijlage 1 opgenomen motiveringsmodule te worden gehanteerd.

    Zodra de kinderbijslagfondsen van de andere instelling de informatie ontvangen van het terug te vorderen bedrag, sturen ze de gezinnen een nieuwe kennisgeving, zoals geformuleerd in module 47.

    Daarnaast moet module 42, die gaat over artikel 120bis KBW, aangepast worden rekening houdend met de verschillende verjaringstermijnen die sinds 1 oktober 2006 van toepassing zijn. "5jaar" moet vervangen worden door "1/3/5 jaar" zodat geval per geval de passende termijn gekozen kan worden.

    Die wijzigingen zullen opgenomen worden in de bijwerking 2006 van de motiveringsmodules en -brieven, die u in januari 2007 toegestuurd zal worden.

    Top