996/85 van 4 april 2008 - Art. 48 KBW - Vaststelling van de datum van de gebeurtenis

    Vanaf 1 september 2005 is het artikel 48 KBW gewijzigd. Vanaf die datum heeft elke gebeurtenis die een recht doet ontstaan, een recht doet eindigen of een wijziging van een bedrag meebrengt uitwerking vanaf de maand die volgt op die waarin de gebeurtenis plaatsvindt.

    De MO 593 van 3 november 2005, het addendum bij die MO van 8 mei 2006 en de dienstbrief 996/66 van 9 oktober 2006 geven toelichting bij deze wetwijziging.

    Nog steeds wordt de vraag gesteld hoe men precies de dag van de gebeurtenis moet vaststellen bij wijziging van het verschuldigde bedrag. Aanvullend daarop stelt men ook de vraag hoe de datum van de gebeurtenis moet worden bepaald om de einddatum van het recht op kinderbijslag voor een kind vast te stellen wanneer dat kind niet langer voldoet aan de voorwaarden gesteld bij de artikelen 62 en/of 63 KBW.

    Na overleg met de FOD Sociale Zekerheid kan de Rijksdienst u de volgende principes meedelen:

    • Voor de vaststelling van de datum waarop een hoger of lager bedrag uitwerking heeft, geldt als datum van de gebeurtenis de eerste dag waarop het recht op dat hoger of lager bedrag ontstaat.
    • Voor de vaststelling van de einddatum van het recht op gewone kinderbijslag voor een kind geldt als datum van de gebeurtenis de laatste dag waarop de jongere een hoedanigheid heeft in de zin van artikel 62 of 63 KBW.
    • Wanneer er geen recht bestaat op gewone kinderbijslag bestaat er evenmin recht op bijkomende bijslag in de zin van artikel 47 KBW.

    Voorbeelden

    1. Een jongere met recht op bijkomende bijslag voor kinderen met een aandoening begint op 1 juni te werken. Naar aanleiding van een herziening van de medische ongeschiktheid wordt het kind vanaf 1 juni niet langer minstens 66 % ongeschikt erkend. Het kind heeft wel verder recht op gewone kinderbijslag als student. In dat geval heeft het kind dus ononderbroken een hoedanigheid in de zin van artikel 62 of 63 KBW. Vanaf 1 juni (datum gebeurtenis) bestaat er enkel nog recht op de gewone kinderbijslag (lager bedrag). Deze gebeurtenis vindt plaats in juni en heeft voor de betalingen uitwerking op 1 juli. Er wordt dus ononderbroken gewone bijslag betaald en bijkomende bijslag voor kinderen met een aandoening tot 30 juni (laatste betaling bijkomende bijslag op 10 juli).
    2. Een student zet zijn studies stop op 31 januari. Vanaf 1 februari volgt hij niet langer onderwijs. Hij gaat voltijds werken en laat zich niet inschrijven als werkzoekende. De datum van de gebeurtenis valt op 31 januari (laatste dag waarop hij een hoedanigheid heeft in de zin van artikel 62 of 63 KBW). De gewone kinderbijslag kan betaald worden tot 31 januari (laatste betaling kinderbijslag op 10 februari).
    3. Een jongere is verbonden met een leerovereenkomst tot 30 juni. Na die leerovereenkomst gaat hij op 1 augustus werken. Hij schrijft zich niet in als werkzoekende. De datum van de gebeurtenis valt op 30 juni (laatste dag waarop hij een hoedanigheid heeft in de zin van artikel 62 of 63 KBW). De gewone kinderbijslag kan betaald worden tot 30 juni (laatste betaling kinderbijslag op 10 juli).
    4. Een jongere van 20 jaar met recht op bijkomende bijslag voor kinderen met een aandoening begint op 1 juni te werken. Naar aanleiding van een herziening van de medische ongeschiktheid wordt het kind vanaf 1 juni niet langer minstens 66 % ongeschikt erkend, waardoor het kind niet langer recht heeft op kinderbijslag. De datum van de gebeurtenis voor de vaststelling van de einddatum van het recht op gewone kinderbijslag valt op 31 mei (laatste dag waarop hij een hoedanigheid heeft in de zin van artikel 62 of 63 KBW). De gewone kinderbijslag kan betaald worden tot 31 mei. Aangezien er voor juni geen recht meer bestaat op gewone kinderbijslag, bestaat er voor die maand evenmin recht op bijkomende bijslag (laatste betaling gewone kinderbijslag en bijkomende bijslag op 10 juni).

    Als gevolg van deze interpretatie wordt het antwoord voor het geval nr. 32 in de bijlage bij de dienstbrief 996/66 van 9 oktober 2007 geannuleerd. De inmiddels afgehandelde gevallen dienen niet systematisch te worden herzien.

    Aandachtspunt.

    Op pagina 4 van de ministeriële omzendbrief MO 593 van 3 november 2005 wordt in één van de voorbeelden gesteld dat wanneer de student 25 jaar wordt op 1 juni, de kinderbijslag voor de maand juni op 10 juli nog kan betaald worden. Deze oplossing blijft onveranderd.

    Top