999/135 van 10 april 2006 - Toeslagen bij de kinderbijslag voor zieke of gehandicapte kinderen - KB van 28 maart 2003

    De hervorming van de reglementering op het vlak van de kinderbijslag voor kinderen getroffen door een aandoening werd uiteengezet in de MO 581 van 16 april 2003.

    De modaliteiten voor de toepassing van de nieuwe bepalingen bleken direct al zeer complex te zijn.

    Naar aanleiding van de opmerkingen van de uitbetalingsinstellingen en de contacten met de bevoegde diensten van de FOD Sociale Zekerheid werd een steekproef verricht bij diverse instellingen die kinderbijslag uitbetalen in de dossiers met nieuwe aanvragen van toeslagen of herzieningen van ambtswege.

    Daaruit blijkt dat er drie jaar na de invoering van de nieuwe reglementering nog altijd onbegrip en verkeerde interpretaties bestaan, zowel bij de FOD als bij de verschillende uitbetalingsinstellingen, en dit is soms in het nadeel van de sociaal verzekerden.

    Het leek mij dan ook nuttig een overzicht te geven van de diverse situaties die zich kunnen voordoen, met een aanduiding van de gegevens die moeten voorkomen op de aanvraag om vaststelling van de ongeschiktheid. Als bijlage vindt u de verschillende scenario's.

    Ik vestig uw aandacht op de rol van het aanvraagformulier voor de vaststelling van de ongeschiktheid. Het invullen ervan definieert de opdracht die u toevertrouwt aan de geneesheer van de FOD Sociale Zekerheid. Het is dan ook belangrijk dat dit document volledig, precies en correct wordt ingevuld. Ieder onvolledig of onjuist ingevuld document leidt tot een risico van fouten of vertraging in het nadeel van de gezinnen. Ik verzoek u dan ook op dit vlak de grootste oplettendheid in acht te nemen.

    Naar aanleiding van de eerder vermelde steekproef moeten bepaalde punten verduidelijkt worden:

    • Men stelde vast dat er verwarring heerst over de voorzijde van het formulier. De beheerder moet met name aanduiden of deze stap kadert in een nieuwe aanvraag, een herziening van ambtswege of een aanvraag om herziening, met vermelding van de overeenkomstige datum (de datum waarop het gezin de nieuwe aanvraag of de aanvraag om herziening indiende, de datum waarop het fonds de aanvraag om herziening van ambtswege verzond). Een enkele van deze rubrieken door het fonds aan de FOD Sociale Zekerheid moet worden vermeld op de keerzijde van het formulier.
    • Als bij een nieuwe aanvraag een medische vaststellingen wordt gevraagd vanaf een bepaalde datum, rekening houdend met artikel 120, KWB, en de medische beslissing geen terugwerkende kracht heeft tot op die datum, dan is het niet aangewezen een aanvraag om medische vaststelling opnieuw in te dienen om te kunnen teruggaan tot de verjaarde periode. Men moet ervan uitgaan dat de geneesheer zijn beslissing genomen heeft en de data bepaalde op basis van de elementen van zijn dossier, en dat hij niet beschikte over elementen die hem de mogelijkheid boden terug te gaan tot een nog vroegere datum.
    • Als er bij een verandering van bevoegdheid een aanvraag om medische vaststelling loopt bij FOD, dan ontvangt het oorspronkelijke fonds, dat het initiatief nam voor de aanvraag om evaluatie, de medische beslissing. Het fonds herziet zijn betalingen op basis hiervan en stuurt de gegevens door naar de verschillende fondsen waarvoor de informatie relevant is, en met name naar het volgende fonds aan de hand van een aanvullend brevet. Het versturen van de kennisgeving van de medische beslissing aan het gezin (formulier X1) is de ttak van het fonds met het actieve dossier.
    • Om de toepassing van de reglementering te kunnen controleren, is het van essentieel belang om in het dossier een kopie van de aanvraag om de vaststelling te behouden.

    De nieuwe bepalingen van artikel 48, KBW, opgenomen in de programmawet van 11 juli 2005 en besproken in de MO 593 van 3 november 2005, bepalen verder dat de uitwerking van een begin van een recht automatisch wordt uitgesteld tot de volgende maand, ongeacht of de gebeurtenis met de wijziging zich op de eerste dag van de maand voordeed of niet. Dit betekent dat in geval van vaststelling, na 1 september 2005, van een nieuw recht op de toeslag voor kinderen getroffen door een aandoening, de toeslag, als de evaluatie positief is vanaf de eerste dag van een maand, maar zal kunnen toegekend worden vanaf de volgende maand.

    Om het recht op de toeslagen bedoeld in artikel 47, KBW, optimaal te waarborgen, moet het formulier voor de aanvraag van de vaststelling van de ongeschiktheid systematisch worden ingevuld met vervroeging van een maand, of een deel van een maand, van het begin van het recht.

    Bijvoorbeeld, voor een kind geboren op 10 oktober 2005 zou de aanvraag om evaluatie volgens de medisch-sociale schaal moeten teruggaan tot 10 oktober 205, om de toeslag te kunnen toekennen vanaf 1 november 2005 in geval van een gunstige medische beslissing.

    Deze redenering is niet van toepassing op de herziening van ambtswege waarvan de uitwerking wordt geregeld door de bijzondere bepalingen van de koninklijke besluiten van 3 mei 1991 en 28 maart 2003. Dit punt is opgenomen in de MO 591 van 3 november 2005.

    Top