CO 1090 van 7 mei 1981 - De door de kinderbijslagfondsen te bezorgen statistische aangiften (uittreksel)

    Met het doel het statistisch programma van de regeling aan te passen aan de behoeften waarin de Rijksdienst op het gebied van de studiën en informatieverstrekking moet voorzien, geven wij u hierbij mededeling van bepaalde wijzigingen en belangrijke noviteiten met betrekking tot de bestaande onderrichtingen, terwijl tevens wordt gewezen op de regelen die van toepassing blijven.

    In deze omzendbrief is een samenvatting gegeven van de richtlijnen die met ingang van het jaar 1981 op het stuk van de statistische aangiften moeten worden in acht genomen.

    STATISTIEK I - De demografische statistieken
    De aangifte moet tweemaal per jaar, namelijk op 30 juni en 31 december, worden bezorgd en niet langer driemaandelijks zoals thans is voorgeschreven.

    De aangifte geldt de bestanden die einde mei en einde november ingeschreven zijn; voor het eerste halfjaar moet zij worden overgelegd vóór 31 augustus, en voor het tweede halfjaar, vóór 28 februari.

    STATISTIEK II - De in het buitenland opgevoede kinderen
    De C.O. 6251 waarbij is voorgeschreven dat deze statistiek elk jaar moet worden bezorgd, blijft op de volgende wijzigingen na van toepassing:

    * de statistiek moet de per einde november ingeschreven bestanden omvatten;
    * moeten in de aangifte worden vermeld, de overgemaakte kinderbijslagbedragen die daadwerkelijk uitgekeerd werden gedurende de periode van 1 januari tot 31 december.

    Wij herinneren eraan dat de aangifte moet bezorgd worden vóór einde februari.

    STATISTIEK III - De geplaatste kinderen

    De onderrichtingen van onze omzendbrief C.O. 6642
    B-Statis. III (blz. 3) zijn opgeheven.

    Met betrekking tot de kinderen geplaatst naar de betekenis van artikel 70 G.W. is thans een inzameling van statistische gegevens in vereenvoudigde vorm aan de gang overeenkomstig het bepaalde in onze omzendbrief C.O. 10883 van 20 augustus 1981.

    STATISTIEK IV - De geografische verdeling van de bijslagtrekkenden en van de rechtgevende kinderen

    Deze statistiek werd aangevuld met een formulier (...) dat de verdeling van de rechtgevende kinderen in leeeftijdsgroepen 0 - 6 jaar, 6 - 10 jaar, 10 - 14 jaar, ouder dan 14 jaar opgeeft4 .

    De aangifte moet niet meer om de twee jaar, maar wel elk jaar worden overgelegd. De volgende aangiftten zullen worden opgemaakt op grond van de in december uitbetaalde kinderbijslag over de maand november. De aangifte dient bezorgd te worden vóór einde februari.

    STATISTIEK V - De enige kinderen

    Onze omzendbrieven C.O. 6205 en 664 waarbij is gesteld dat deze statistiek in de onpare jaren moet worden bezorgd, blijven van toepassing, met dit verschil evenwel dat de telling de per einde november ingeschreven bestanden geldt. De uiterste datum voor het inzenden van de aangiften is vastgesteld op 28 februari.

    (...)

    STATISTIEK VII - De minder-valide en de arbeidsongeschikte rechtgevenden van meer dan 25 jaar oud, per leeftijdsgroep

    Deze twee statistieken die ingediend moeten worden zoals voorgeschreven bij de omzendbrief C.O. 8106 , blijven ongewijzigd wat de aard van de in aanmerking te nemen bestanddelen betreft.

    Zij worden gevoegd bij de demografische statistiek (Statistiek I) per 31 december van elk jaar, maar hebben betrekking op de bestanden die einde november ingeschreven zijn. Zij moeten dus vóór einde februari worden overgezonden.

    STATISTIEK VIII - De werknemers van vreemde nationaliteit, die met hun gezin in België verblijven

    De bij de omzendbrief C.O. 10447 voorgeschreven regeling wordt gehandhaafd, met dit verschil echter dat de aangifte moet worden opgemaakt op grond van de betalingen over de maand november en dat zij moet worden ingezonden vóór einde februari. Wij herinneren eraan dat deze statistiek in de onpare jaren moet worden bezorgd.

    STATISTIEK IX - De technische statistieken

    Het geldt hier een gans nieuwe statistiek die betrekking heeft op bepaalde technische aspecten van de toepassing van de wetgeving.

    Ten einde sommige kinderbijslagfondsen een al te dure of qua resultaat onzekere uitbreiding van de programma's voor automatische informatieverwerking te besparen, zal de Rijksdienst zich beperken tot verrichtingen die manueel kunnen worden uitgevoerd.

    Met het oog daarop stemt de te behandelen stof volledig overeen met het gamma van de speciale gevallen waarop ter uitvoering van de omzendbrief C.O. 8508 een periodieke controle door middel van documenten wordt uitgeoefend.

    De speciale gevallen die aldus gecontroleerd worden, zullen in aparte categorieën moeten ingedeeld worden op grond van de formulieren voor de periodieke controle van 25 september e.k., en van de synoptische kaarten van de rechthebbenden.

    De kinderbijslagfondsen beschikken na 30 september over een termijn van 90 dagen om de statistische aangifte aan de Rijksdienst te bezorgen.

    Op te merken valt dat het de ingeschreven rechthebbenden zijn die los van het aantal betrokken rechtgevenden moeten worden gesteld.

    Als bijlage9 vindt u een exemplaar van het aangifteformulier met betrekking tot de per 30 september ingeschreven gevallen.

    Wij maken u attent op de cumulatieve factoren die bepaalde gegevens ten aanzien van artikel 66 G.W. hebben.

    Aldus zal een vrouwelijke rechthebbende, die de bepalingen van de artikelen 53 en 66 geniet, in elke van de betrokken rubrieken moeten worden aangegeven en zulks terwijl er maar één dossier is aangelegd.

    (...)

    • 1Niet opgenomen.
    • 2Niet opgenomen.
    • 3Niet opgenomen.
    • 4Het koninklijk besluit van 12 april 1984 (in werking sedert 1 mei 1984), heeft de leeftijdsschijven van 6 - 10 en
      10 - 14 jaar, vervangen door, respectievelijk 6 - 12 en 12 - 16 jaar.
    • 5Niet opgenomen.
    • 6Niet opgenomen.
    • 7Niet opgenomen.
    • 8Niet opgenomen.
    • 9Niet opgenomen.
    Top