CO 1120 van 28 februari 1984 - Art. 62, §2 GW - KB van 6 maart 1979 tot bepaling van de voorwaarden waaronder kinderbijslag wordt verleend ten behoeve van het kind dat verbonden is door een leerovereenkomst gewijzigd door KB van 5 december 1983

    (...)

    II. Bespreking

    A. Duur van de toekenningsperiode als werkzoekende

    (...) bedraagt de periode voor de toekenning van de kinderbijslag, 180 of 90 kalenderdagen1 , naargelang het kind op het ogenblik van zijn aanvraag om werkloosheidsuitkering of wachtuitkering de leeftijd van 18 jaar al dan niet heeft bereikt.

    Het kind moet een leertijd hebben beëindigd zoals bedoeld in artikel 124 van het koninklijk besluit van 20 december 19632 betreffende arbeidsvoorziening en werkloosheid, bij de R.V.A. als werkzoekende ingeschreven zijn en als dusdanig de gestelde voorwaarden vervullen.

    De periode van 90 of 180 kalenderdagen3 begint te lopen de dag na de werkelijke datum van de beëindiging van de leertijd.

    Ingeval een leertijd werd beëindigd in de zin van artikel 124 van het koninklijk besluit van 20 december 19634 , en belanghebbende binnen een termijn van minder dan 15 maanden nieuwe studies of een nieuwe leertijd begint in de zin van artikel 62, § 45 en § 2, G.W., begint ingeval van onderbreking van deze laatste studies of leertijd, de periode van 180 of 90 kalenderdagen6 te lopen de dag die volgt op de datum waarop de laatste studies in de loop van het school- of academiejaar of de laatste leertijd werd onderbroken.
    (...)

    Indien er meer dan 15 maanden verlopen zijn tussen de beëindiging van een leertijd als bedoeld in art. 124 van genoemd koninklijk besluit van 20 december 19637 en de herneming van een leertijd of van studies, als respectievelijk bedoeld in art. 62, § 2 en § 48 , dan moeten deze hernomen leertijd of studies minstens zes maanden geduurd hebben.

    Wanneer de periode van 180 of 90 kalenderdagen9 geschorst wordt (...), wordt de kinderbijslag, zoals vroeger reeds het geval was, opnieuw toegekend voor het resterende gedeelte van de periode zo het kind de daartoe vereiste voorwaarden blijft vervullen.

    Vanaf 1 juli 198310 komt daarnaast ook het kind dat zich pas als werkzoekende laat inschrijven nà de beëindiging van één van de in artikel 1bis11 opgesomde toestanden, in aanmerking voor de toekenning van de kinderbijslag.

    De periode van 180 of 90 kalenderdagen12 begint alsdan onmiddellijk nà de beëindiging van de bewuste toestand, onder aftrek evenwel van het eventueel verlopen gedeelte van de periode, rekening houdend met de normale aanvangsdatum van die periode, (...).

    • 1
    • 2
    • 3
    • 4
    • 5
    • 6Lezen 270 of 180 kalenderdagen, zie C.O. 1281.
    • 7Thans artikel 36 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering.
    • 8Lezen § 3, ingevolge artikel 51 van de Wet van 29 april 1996 houdende sociale bepalingen.
    • 9Thans artikel 36 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering.
    • 10Lezen § 3, ingevolge artikel 51 van de wet van 29 april 1996 houdende sociale bepalingen.
    • 11Lezen 1 mei 1984 met toepassing van het koninklijk besluit van 18 april 1984 (zie C.O. 1131, niet opgenomen).
    • 12Thans artikel 4, § 1 van het koninklijk besluit van 12 augustus 1985.
    Top