CO 1300 van 30 september 1996 - Toekenning van kinderbijslag voor de jaren 1995 en 1996 ten laste van het reservefonds van de Rijksdienst voor bepaalde categorieën van rechthebbenden, niet bedoeld door de GW betreffende de kinderbijslag voor werknemers

     

    Gevolg gevend aan de voorstellen nr. 141, 142 en 143, geformuleerd door het Beheerscomité van de Rijksdienst, hechtte de Minister van Sociale Zaken haar goedkeuring aan de toekenning van kinderbijslag en kraamgeld voor de volgende categorieën van rechthebbenden en dit aan de hierna opgesomde voorwaarden.

    1. Jaar 1995

    1. Belgische grensarbeiders die werkloos zijn voor de periode waarin ze zich onttrokken aan de R.V.A.-controle om recht te hebben op het Frans vakantiegeld;
       
    2. Voormalige grensarbeiders die uitgesloten zijn van het voordeel van de gecoördineerde wetten op basis van artikel 59, G.W., of krachtens het territorialiteitsprincipe van de wetten;
       
    3. Wezen: verlenging van het recht op kinderbijslag wanneer het een einde neemt ten gevolge van het overlijden van de rechthebbende, indien deze noch de vader noch de adoptant is;
       
    4. Individuele gevallen ten gevolge van een ministeriële beslissing;
       
    5. Bepaalde categorieën van niet-vergoede werklozen die geen recht hebben op kinderbijslag (zie C.O. nr. 855);
       
    6. Grensarbeiders tewerkgesteld in Frankrijk, van wie de familie in België verblijft.
      Tenlasteneming van het kraamgeld;
       
    7. Werknemers in Frankrijk die krachtens de oude wetgeving (op 1 april 1990: opheffing van de artikels 73.2 en 74.2 van de Verordening (E.E.G.) 1408/71) Belgische kinderbijslag genoten.
      Tenlasteneming van het verschil tussen de Belgische en de Franse schaal;
       
    8. Werkvrouwen en huispersoneel voor wie hoofdelijke bijdragen verschuldigd waren voor 1 januari 1970 (zie C.O. nr. 877);
       
    9. Bijzondere schoolbijslag (14de maand) (gewone en verhoogde schaal) - dienstjaar 1973 en vroeger (achterstallige bedragen);
       
    10. Kinderbijslag voor verdwenen kinderen (zie C.O. 1299).

    2. Jaar 1996

    1. De kinderbijslag en het kraamgeld zijn verschuldigd voor de categorieën bedoeld in punt 1 en aan de daar vermelde voorwaarden.
       
    2. Aan deze opsomming wordt het voordeel toegevoegd van een tussenkomst voor de werknemers in Nederland die hun recht op kinderbijslag verliezen voor kinderen +16/+18 jaar die in België wonen, tengevolge van een wijziging van de Nederlandse wet betreffende de kinderbijslag.

    Wat betreft voorgaande jaren zie: CO 865 van 24.12.1969; 886 van 30.12.1970;908 van 28.01.1972; 942 van 02.08.1973; 973 van 07.08.1974; 1014 van 12.01.1976; 1036 van 11.05.1977; 1055 van 06.07.1978; 1066 van 16.02.1979; 1082 van 22.09.1980; 1093 van 11.08.1981; 1102 van 09.08.1982; 1110 van 21.03.1983; 1125 van 05.04.1984; 1147 van 14.05.1985; 1163 van 30.04.1986; 1177 van 18.06.1987; 1208 van 24.08.1988; 1213 van 28.03.1989; 1229 van 07.05.1990; 1248 van 06.06.1991; 1268 van 05.04.1993; 1270 van 02.08.1993; 1279 van 18.08.1994.

    Top