CO 1342 van 3 oktober 2002 - KB van 2 augustus 2002 tot uitvoering van Art. 60, §1, 3e lid KBW - Voorrangsregels bij samenloop met een recht op gezinsbijslag voor ambtenaren van Eurocontrol en de Europese scholen

     

    Het koninklijk besluit van 2 augustus 2002, verschenen in het Belgisch Staatsblad van 31 augustus 2002, is genomen in uitvoering van artikel 60, § 1, derde lid, KBW (zie kopie als bijlage).(1)

    Het koninklijk besluit stelt de statutaire regelen die van toepassing zijn op het onderwijzend personeel van de Europese Scholen en het vast personeel van Eurocontrol gelijk met deze van toepassing op de ambtenaren en andere agenten van de Europese gemeenschappen voor het bepalen van de voorrangsregels bij samenloop van rechten op gezinsbijslag.

    1. Toelichting

    Artikel 60, § 1, KBW, voorziet in het algemeen beginsel volgens hetwelk, behoudens toepassing van internationale overeenkomsten, het bedrag van de kinderbijslag in de regeling van de werknemers wordt verminderd met het bedrag van de gezinsbijslag die is verschuldigd door een vreemde staat of door een internationale instelling.

    Ingevolge de wijziging aangebracht door artikel 65 van de programmawet van 12 augustus 2000, bepaalt artikel 60, § 1, tweede lid, KBW dat deze regel niet van toepassing is ingeval van samenloop met een recht op een gezinsuitkering toegekend overeenkomstig het statuut van de Europese ambtenaren (zie C.O. 1324 van 22.9.2000).

    Het aan artikel 60, § 1, KBW toegevoegde tweede lid integreert zo in de Belgische wetgeving de voorrangsregel inzake bevoegdheid die is vastgelegd in het statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen en volgens welke, in geval van samenloop met een recht op uitkeringen van dezelfde aard ten behoeve van een rechtgevend kind, de in de statuten voorziene gezinsbijslagen slechts aanvullend worden toegekend.

    Vanuit de zorg voor het respect voor de verdragsrechtelijke verbintenissen (" Pacta sunt servanda ") en voor een samenhang inzake samenloop van rechten, geeft het, met dezelfde programmawet toegevoegde derde lid van artikel 60, § 1, KBW, aan de Koning de bevoegdheid om de volkenrechtelijke instellingen te bepalen, waarvan de statutaire regelen gelijk zijn aan deze van de Europese ambtenaren. Dezelfde voorrangsregel zal dus ook voor hen worden toegepast.

    Op vandaag voldoen de statuten van twee Europese instellingen aan deze voorwaarden, nl. de statuten van Eurocontrol en van de Europese scholen.

    Het voorliggend koninklijk besluit stelt de statuten van beide instellingen dan ook gelijk met deze geldend voor de ambtenaren en andere agenten van de Europese Gemeenschappen, voor de toepassing van de voorrangsregel inzake toekenning van gezinsbijslag in de Belgische regeling.

    2. Datum van inwerkingtreding en verjaring

    Gelijklopend met de basisbepaling in het artikel 60, § 1, tweede lid, KBW heeft het uitvoeringsbesluit uitwerking vanaf 1 september 1993, datum van de overname door de Rijksdienst van het beheer van de kinderbijslagdossiers van de vastbenoemde leerkrachten van de Vlaamse Gemeenschap.

    De termijn van drie jaar waarbinnen de vordering tot het verkrijgen van de kinderbijslag in toepassing van de gewijzigde voorrangsregeling dient ingesteld te worden (artikel 120 KBW), neemt een aanvang bij de bekendmaking van het besluit, met name op 31 augustus 2002.

    Bij samenloop met een recht op kinderbijslag op grond van het statuut van de ambtenaren van Eurocontrol of de Europese Scholen kan aldus de betaling bij voorrang van de Belgische kinderbijslag met ingang van 1 september 1993 gevorderd worden tot 30 september 2005.

    3. Praktische toepassing

    Tot op vandaag en in afwachting van een definitieve oplossing van de problematiek, werd de betaling van de Belgische kinderbijslag in bedoelde situaties geschorst, gezien de tot vóór 31 augustus 2000 geldende redactie van artikel 60 KBW en het feit dat de bijslag die voorzien is in de statuten van de ambtenaren van beide instellingen hoger is dan deze in de Kinderbijslagwet.

    Voor Eurocontrol gebeurde dit bij de vaststelling van de samenloop. In de dossiers van de vastbenoemde leerkrachten van de Vlaamse Gemeenschap, gedetacheerd bij de Europese Scholen gebeurde dit vanaf augustus 1995 op grond van een lijst aangeleverd door de Vlaamse Gemeenschap. De door de Franse en Duitse Gemeenschappen gedetacheerde leerkrachten, konden niet systematisch opgespoord worden, zodat de betaling hier enkel bij de vaststelling van de samenloop werd stopgezet.

    De Rijksdienst heeft geen opdracht gegeven over te gaan tot effectieve recuperatie van eventueel ten onrechte betaalde bijslag. Deze praktijk werd door de Minister van Sociale Zaken met een schrijven van 13 oktober 1998 goedgekeurd.

    Na de publicatie van het koninklijk besluit kunnen alle dossiers nu worden geregulariseerd met terugwerkende kracht tot 1 september 1993. Binnen de perken van de verjaring, zoals hiervoor omschreven, kunnen ook nieuwe aanvragen een retroactiviteit hebben tot deze datum. Er zij hierbij evenwel gepreciseerd dat voor de te regulariseren dossiers, een eventuele bijpassing niet afhankelijk kan worden gemaakt van een nieuwe aanvraag.

    ------------
    (1) Niet opgenomen.

    Top