CO 1361 van 6 november 2006 - Onvatbaarheid voor beslag of overdracht van de gezinsbijslag na creditering op een zichtrekening - KB van 4 juli 2006 houdende uitvoering van Art. 1411bis, §2 en §3 GW en tot vaststelling van de inwerkingtreding van Art. 4 tot 8 van Wet van 27 december 2005 houdende diverse bepalingen

    1. De nieuwe regelgeving

    1.1. Principe

    Overeenkomstig artikel 1410, § 2, 1° van het Gerechtelijk Wetboek worden de gezinsbijslagen beschermd tegen overdracht en beslag. De uitkeringen verliezen evenwel deze bescherming na creditering op een zichtrekening doordat ze niet langer als zodanig identificeerbaar zijn.

    De wet van 27 december 2005 houdende diverse bepalingen (B.S. 30 december 2005) vult het Gerechtelijk Wetboek aan en voorziet in de toekenning van een bijzondere code aan bepaalde uitkeringen bij storting op een rekening. Door deze codering verliezen deze uitkeringen in principe niet langer hun bescherming na creditering op een zichtrekening aangezien zij als zodanig traceerbaar zijn. Het koninklijk besluit van 4 juli 2006 geeft met ingang van 1 januari 2007 uitvoering aan de voormelde bepalingen (B.S. van 14 juli 2006).

    1.2. Duur van de bescherming

    Voor bedragen die maandelijks gestort worden, geldt de bescherming gedurende dertig dagen vanaf de crediteringsdatum. Achterstallen of bedragen die gestort worden onder de vorm van een kapitaal en die betrekking hebben op een periode van meer dan een maand zijn beschermd gedurende een overeenstemmende periode. Kraamgeld en adoptiepremie die niet als een maandelijkse storting kunnen worden beschouwd, maar evenmin betrekking hebben op een welbepaalde periode, genieten dan ook de bescherming beperkt tot een maand.

    In geval van overdracht of beslag op een rekening is de kredietinstelling van de schuldenaar (bijslagtrekkende) verplicht aan de gerechtsdeurwaarder, de overnemer van de schuld of de schuldeiser een lijst mee te delen van de bedragen met een code die gecrediteerd zijn tijdens de periode van dertig dagen voorafgaand aan het beslag.

    Vermits de kredietinstelling slechts de lijst van de bedragen met een code die de jongste dertig dagen zijn gestort dient mee te delen, zal een kapitaal dat meer dan dertig dagen geleden werd gestort, derhalve niet meegedeeld worden. Voor achterstallen die betrekking hebben op een periode van meer dan één maand geldt de geboden wettelijke bescherming derhalve niet automatisch en ligt de bewijslast inzake deze beschermde achterstallen bij de sociaal verzekerde.

    De gerechtsdeurwaarder dan wel de schuldeiser of de overnemer van de schuld maken de pro rata temporisberekening. Die berekening betekent dat indien het gestorte bedrag gedurende een maand beschermd is, de bescherming elke dag met één dertigste afneemt vanaf de datum van de storting. Is het bedrag gedurende 60, 90 of 120 dagen beschermd, dan neemt de bescherming elke dag evenredig met één zestigste, één negentigste of één honderd twintigste af. De ondertussen van de rekening afgehaalde en/of er op gestorte bedragen hebben op deze gewaarborgde bescherming geen invloed.

    Een voorbeeld zal dit illustreren. Op 8 september stort het kinderbijslagfonds 300 € en op 12 september een achterstal van 600 € die betrekking heeft op een periode van twee maanden kinderbijslag. Op 15 september wordt een bedrag van 500 € van de zichtrekening gehaald, terwijl op 20 september een onbeschermd bedrag van 200 € op de rekening gestort wordt. Op 9 oktober wordt opnieuw de maandelijkse kinderbijslag uitbetaald ten bedrage van 300 €.

    (FIGUUR)

    De berekening wordt verstuurd naar de schuldenaar i.c. de sociaal verzekerde. De wet bepaalt dat de schuldenaar zijn eventuele opmerkingen bij de berekening kan meedelen aan de gerechtsdeurwaarder, de schuldeiser of de overnemer. Deze laatsten beschikken dan over een vervaltermijn van vijf dagen om een afschrift van de berekening en de opmerkingen van de schuldenaar ter griffie van de beslagrechter neer te leggen. Concreet betekent dit dat, hoewel de sociale bescherming in geval van achterstallen wettelijk voorzien is, deze niet automatisch gegarandeerd wordt door de toekenning van een code.

    2. Praktische schikkingen

    2.1. Vermelding van de code

    De kinderbijslagfondsen dienen bij elke storting vanaf 1 januari 2007 van gezinsbijslag de code /C/ toe te voegen, ongeacht de periode waarop de betaling betrekking heeft. De letter C (met de schuine strepen) moet steeds een hoofdletter zijn. De opdrachtgever vermeldt de code, gevolgd door een spatie, in de eerste vakjes van de ruimte voor vrije mededelingen, vóór enige andere mededeling. Dus ook op de stortingen voor de maand december 2006 op de vaste betaaldatum in januari 2007 dient de code vermeld te zijn.

    2.2. Informatieplicht

    Zoals hoger gezegd is het mogelijk dat ingeval achterstallen worden betaald, de sociaal verzekerde verplicht is een gedetailleerde afrekening voor te leggen aan de gerechtsdeurwaarder, de overnemer of de schuldeiser.

    Overeenkomstig de motiveringsplicht opgelegd door het Handvest van de sociaal verzekerde dienen de kinderbijslagfondsen ingeval van betaling van achterstallen reeds een gedetailleerde afrekening aan de sociaal verzekerde te bezorgen. In de meeste gevallen zal deze volstaan om de sociaal verzekerde toe te laten de gevraagde informatie aan de gerechtsdeurwaarder, de overnemer of de schuldeiser te bezorgen. Wanneer in uitzonderlijke gevallen de sociaal verzekerde bijkomende informatie vraagt, zullen de kinderbijslagfondsen hieraan snel en correct gevolg geven.

    Top