CO 898 van 23 juni 1971 - Aard van de vergoedingen die de dienst voor ontwikkelingssamenwerking (DOS) aan de bursalen toekent (uittreksel)

     

    Bij zijn brieven van 11 maart en 4 mei 1971 (kenmerk: P.F. 8292 - AG. 13 - 645) heeft de heer Minister van Sociale Voorzorg de aard van de aan de bursalen van de D.O.S. toegekende vergoedingen nader omschreven.

    A. De "vergoedingen voor kinderen" die de D.O.S. aan zijn bursalen toekent krachtens artikel 24 van het ministerieel besluit van 1 oktober 1964, gewijzigd inzonderheid bij het ministerieel besluit van 31 december 1968, moeten worden gelijkgesteld met de kinderbijslag die op grond van de gecoördineerde wetten wordt verleend.

    Deze vergoedingen mogen dus niet gecumuleerd worden met de bijslag verleend volgens artikel 56sexies, G.W., of volgens elke andere bepaling van de voormelde wetten.

    B. De "kledijvergoeding", bepaald bij de aanvullende bijlage tot het koninklijk besluit van 31 december 1968 betreffende de maatschappelijke en culturele hulp aan de bursalen herkomstig uit ontwikkelingslanden, mag niet met het kraamgeld worden gelijkgesteld.

    Deze tegemoetkoming mag bijgevolg het recht op een kraamgeld op grond van de gecoördineerde wetten niet doen vervallen.

    (...)

    Top