MO 156 van 15 april 1958 - Mijnarbeiders van Spaanse nationaliteit, tewerkgesteld in de Belgische steenkoolnijverheid

     

    Ik heb besloten de wettelijke bepaling luidens dewelke het kind in België moet worden opgevoed, op te heffen ten behoeve van de in de Noord-provincie van Marokko opgevoede kinderen van de mijnarbeiders van Spaanse nationaliteit, tewerkgesteld als ondergrondse mijnwerkers in de Belgische steenkoolmijnen.

    Ik maak U opmerkzaam erop dat deze afwijking toepasselijk is binnen dezelfde perken als deze bepaald bij artikel 20, lid 2, van de Overeenkomst betreffende de sociale verzekeringen tussen België en Italië te Brussel op 30 april 1948 getekend.

    Hieruit volgt dat de kinderbijslag zal worden verleend volgens de bedragen van de gewone algemene schaal, met uitzondering van elke verhoogde of speciale kinderbijslag, welke uit de Belgische wetgeving voortvloeit, voor de eigen kinderen van de arbeider, voor de eigen kinderen van zijn echtgenote en voor de gemeenschappelijke kinderen van de echtgenoten en zulks tijdens de perioden van effectieve tewerkstelling en de bij de Belgische wetgeving gelijkgestelde perioden; na het overlijden van de arbeider of na het verlaten van zijn tewerkstelling in de Belgische steenkoolnijverheid wordt hij niet meer verleend.

    Top