MO 158 van 12 mei 1958 - Modelreglement betreffende de sancties - Wijzigingen

    Ik heb de eer U in bijlage een tekst van modelreglement betreffende de sancties over te maken, waaraan de compensatiekassen nuttig een voorbeeld zullen kunnen nemen.

    De Compensatiekassen worden verzocht mij te laten weten of zij volledig deze nieuwe modelbepalingen aannemen.

    Zo niet worden zij verzocht mij de tekst en hun reglement betreffende de sancties te doen geworden, eventueel gewijzigd rekening houdende met de bepalingen van het modelreglement.

    TYPE-REGLEMENT BETREFFENDE DE SANCTIES

    I. - Sancties die gemeen zijn aan de werkgevers, rechthebbenden en vergoedingtrekkenden.

    Artikel 1. - De sancties voorzien door het huidig reglement zijn deze waarvan sprake bij artikel 24, alinea 2 van de geordende wetten.

    Zij zijn verschillend van de andere sancties voorzien door gezegde wetten in hun andere beschikkingen.

    Artikel 2. - De sanctie is van rechtswege verschuldigd door de enkele verwezenlijking met het feit of het verzuim dat er aanleiding toe geeft.

    De Raad van Beheer1 beslist of de inbreuk vaststaat, beveelt eventueel een bijkomend onderzoek waarmede hij een persoon naar keuze kan belasten en beslist over de toepassing van een sanctie en haar afmetingen.

    Artikel 3. - In geval van betwisting nopens de werkelijkheid van het feit of het verzuim wordt het geschil vóór de bevoegde rechtsmacht gebracht hetzij op initiatief van de betrokkene, hetzij op initiatief van de kas.

    Het mag eveneens, mits toestemming van de betrokkene, vóór de Verzoenings en Scheidsrechterlijke Sectie van de CACBZ gebracht worden, volgens de door bedoelde sectie bepaalde rechtspleging.

    Artikel 4. - De Verzoenings- en Scheidsrechterlijke Sectie van de CACBZ mag, op verzoek van de belanghebbenden, totale of gedeeltelijke teruggave der sancties verlenen, wanneer wegens bijzondere omstandigheden, de toepassing van de voorziene sancties niet gerechtvaardigd schijnt.

    II. - Sancties ten opzichte van de leden.

    Artikel 5. - Bij ontstentenis van een regelmatig gehouden staat van personeel en een regelmatig gehouden loonboek of andere geschriften die toelaten vast te stellen dat alle voorwaarden welke het recht van het personeel op de gezinsvergoedingen beheersen, vervuld zijn, en het bedrag te bepalen van de door een lid verschuldigde bijdrage, zal dit lid worden beschouwd als hebbende geheel zijn personeel gebezigd alle werkdagen van de periode waarop de staat van inlichtingen betrekking heeft.2

    Artikel 6. - De aangesloten werkgevers storten hun bijdrage binnen de door reglement V voorziene termijnen, op straffe van verhogingen en verwijlintresten voorzien door de wet.3

    Artikel 7. - De weigering door een lid aan de in reglement IV voorziene toezichters de in dit reglement bedoelde bescheiden mede te delen, sleept een boete met zich die gelijk is aan het bedrag der maandelijkse forfaitaire bijdrage, vermenigvuldigd met het door het lid gebezigd aantal arbeiders.

    In geval van herhaling wordt de boete verdubbeld en kan bovendien het lid worden uitgesloten.

    Artikel 8. - Indien het uitgemaakt is dat er door een werkgever of door één zijner aangestelden bedrog werd gepleegd, is de werkgever verplicht de Kas schadeloos te stellen voor de toegebrachte schade welke geschat wordt op het bedrag van de bijdrage die moest gestort worden maar die niet gestort werd, of op het bedrag van de bijslag die betaald werd maar niet moest betaald worden; dit bedrag wordt verhoogd met een intrest van 10 % 's jaars te rekenen van de vervaldag van de bijdrage die niet betaald werd of van de ten onrechte gestorte bijslag.

    Het lid betaalt bovendien, als burgerlijke boete, een som die gelijk is aan de door de Kas geleden schade, welke geschat wordt overeenkomstig de voorschriften van voorgaande alinea.

    In geval van herhaling wordt de boete verdubbeld en kan bovendien het lid worden uitgesloten.

    Artikel 9. - De leden zijn verantwoordelijk voor de vertragingen in het leveren of doorgeven aan de Kas van de inlichtingen en de verklaringen die hen door de rechthebbenden worden toevertrouwd.

    Zij zullen verplicht zijn tot terugbetaling der sommen die de Kas ten onrechte zou uitbetaald hebben ingevolge de vertraging in het overmaken, alsmede der bijkomende kosten door de Kas gedaan om bedoelde sommen op te eisen.

    Indien echter de onverschuldigd uitbetaalde sommen teruggeïnd worden ingevolge een terugbetaling volbracht door de rechthebbenden of door de vergoedingtrekkende, zal aan het lid de storting, die het gedaan heeft overeenkomstig de voorgaande alinea, terugbetaald worden, maar na aftrek van 10 % van deze storting of van het bedrag der werkelijke inningskosten die door de Kas werden gedaan.

    III. - Sancties die eigen zijn aan de rechthebbenden en vergoedingtrekkenden.

    Artikel 10. - Onverminderd de toepassing van artikel 8 zal elke persoon, die de gezinsvergoedingen aangevraagd of bekomen heeft en die weigert zich aan het toezicht te onderwerpen, binnen de 14 dagen te rekenen van de weigering, aangemaand worden om zich op een nabije datum aan de controle te onderwerpen.

    Indien belanghebbende in zijn weigering volhardt, zal de Kas de uitkering van de kinderbijslag onmiddellijk stopzetten. Zij zal de uitkering slechts kunnen hernemen wanneer de belanghebbende zal aanvaard hebben zich aan de controle te onderwerpen.

    De bijslag die gedurende de betrokken periode vervallen is, zal door de Kas worden ingehouden bij wijze van sanctie.

    De bijslag die op het ogenblik van de controle reeds was betaald en waarvan de geldigheid van de betaling het voorwerp van de controle uitmaakte, zal tot aan het bewijs van het tegendeel, beschouwd worden als zijnde ten onrechte geïnd en de Kas zal er de terugstorting van vorderen.

    Eindelijk zal de weigering zich aan het toezicht te onderwerpen, de verplichting medeslepen aan de kas een vergoeding van 200 Bfr. te storten, bestemd om de kosten van de Kas te dekken.

    Artikel 11. - Wanneer wordt vastgesteld dat een vergoedingtrekkende of een rechthebbende zich heeft schuldig gemaakt aan bedrieglijke aangifte of verzuim, zal hij worden verplicht tot terugbetaling der ten onrechte ontvangen sommen in gezinsvergoedingen of andere voordelen, en er zal hem, onverminderd de strafsancties welke zouden kunnen uitgesproken worden ingevolge de klacht die de Kas tegen hem zal neerleggen, een boete worden opgelegd gelijk aan 30 % van de ten onrechte ontvangen sommen met een minimum van 500 Bfr.

    In geval van herhaling, zal de boete verdubbeld worden.

    • 1
    • 2Indien, krachtens de statuten de Raad de bekwaamheid heeft zijn macht over te dragen en indien hij ze in feite heeft overgedragen aan een college dat de bevoegdheid heeft sancties toe te passen dient men de woorden "de Raad van Beheer" te vervangen door de woorden "het college dat de bevoegdheid heeft sancties toe te passen".
    • 3Deze beschikking beoogt slechts de werkgevers die rechtstreeks bijdragen moeten storten aan de Kas, voor personeel dat geen aanleiding geeft tot de storting van bijdragen aan de Rijksdienst voor Maatschappelijke Zekerheid.
    Top