MO 167 van 20 oktober 1959 - Regelmaat van het schoolbezoek

    Bij artikel 9 van het Ministerieel Besluit van 27 september 1958 en bij artikel 4 van het KB van 13 juni 19591 wordt bepaald:

    1°) dat de lessen geregeld dienen te worden gevolgd;

    2°) welke de toegelaten onderbrekingen zijn.

    Ik heb de eer u hierbij in verband met de toepassing van die bepalingen, de volgende richtlijnen te verstrekken.

    I. - De schooldirectie zal voortaan verklaren of het schoolbezoek geregeld is geweest.

    II. - Aangezien het schoolbezoek geregeld blijft wanneer er afwezigheden zijn wegens redenen vermeld in de voornoemde art. 9 en 4 dienen deze afwezigheden niet te worden vermeld, behalve wanneer het gaat om afwezigheden wegens het verlenen van zorgen aan de bijslagtrekkende of aan het gezinshoofd: deze opgave is inderdaad onontbeerlijk, aangezien deze laatste afwezigheden in de loop van eenzelfde schooljaar 120 halve dagen niet mogen overschrijden.

    III. - De schooldirektie dient te oordelen of afwezigheden om andere redenen dan die vermeld in de voornoemde art. 9 en 4 al dan niet gerechtvaardigd zijn.

    Indien die afwezigheden als ongerechtvaardigd worden aangezien dienen zij door de schooldirektie te worden vermeld met opgave van het aantal halve dagen ongerechtvaardigde afwezigheid.

    IV. - Bij ongerechtvaardigde afwezigheid is de kinderbijslag niet verschuldigd vanaf de dag waarop de eerste ongerechtvaardigde afwezigheid voorkomt tot en met de dag van de laatste ongerechtvaardigde afwezigheid.

    De schooldirectie zal dit tijdvak aanduiden.

    V. - Bij de ministeriële omzendbrief nr. 161 van 22 december 1958 wordt onder III, b aangeduid gedurende welk tijdvak de lessen geregeld moeten gevolgd geweest zijn, opdat de kinderbijslag verschuldigd zou zijn tijdens de duur van de vakanties2 .

    Zo het onder IV bedoelde tijdvak van ongerechtvaardigde afwezigheid zich geheel of gedeeltelijk uitstrekt over een dezer referteperioden, bestaat geen recht op kinderbijslag voor de vakantie die volgt op de beschouwde referteperiode.

    VI. - Zo een kind afwezig is wegens het verlenen van zorgen aan de bijslagtrekkende of aan het gezinshoofd, is het slechts van de 121ste halve dag af dat het schoolbezoek als ongeregeld dient te worden aangezien. Het is van die dag af dat geen recht op kinderbijslag meer bestaat; de bijslag die werd verleend over het tijdvak vóór de 121ste dag blijft behouden.

    Hieruit volgt dat, zo er meer dan 120 halve dagen afwezigheid zijn en zo deze overschrijding voorkomt of voortduurt na het einde van de Paasvakantie, geen recht op kinderbijslag bestaat over de eindejaarsvakantie.

    Als halve dag dient te worden aangezien een halve schooldag dwz een halve dag in de loop waarvan het betrokken kind lessen moet volgen.

    • 1Lezen bij artikel 7 van het koninklijk besluit van 30 december 1975.
    • 2Zie KB van 30.12.1975, art. 9 en MO 335 van 8.6.1976.
    Top