MO 386 addendum van 2 maart 2010 - Actualisering van de principes van MO 386

    De ministeriële omzendbrief nr. 386 van 10 april 1981 heeft aan de kinderbijslaginstellingen richtlijnen gegeven met betrekking tot de aanduiding van de bijslagtrekkende in het geval de ouders van het rechtgevend kind gescheiden leven.

    I. Ter herinnering: vóór de wet van 13 april 1995 betreffende de gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag (in werking getreden op 3 juni 1995) werd, wanneer de ouders niet of niet meer samenwoonden, aan één van hen het hoederecht toegekend, terwijl de andere ouder eventueel slechts het bezoekrecht verkreeg.

    De ministeriële omzendbrief nr. 386 bepaalde dat, wanneer krachtens een gerechtelijke beslissing, het hoederecht en het bezoekrecht werd toegekend aan verschillende personen, degene die het hoederecht verkreeg, het kind ook opvoedde. Deze persoon werd beschouwd als bijslagtrekkende, ook gedurende de periodes tijdens welke de andere ouder het bezoekrecht uitoefende.

    In elk geval, wanneer het kind niet echt verbleef bij deze ouder, werd de bijslagtrekkende aangeduid rekening houdend met alle beschikbare feitelijke elementen.

    In de praktijk werden deze principes ook toegepast om de rechthebbende aan te duiden.

    II. Sedert de invoering van voormelde wet van 13 april 1995, is de gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag de regel. De exclusieve uitoefening van dit gezag door één van de ouders moet uitdrukkelijk worden opgelegd of overeengekomen. Bijgevolg worden de begrippen hoederecht en bezoekrecht niet meer gebruikt.

    In het geval van scheiding van de ouders met exclusieve uitoefening van het ouderlijk gezag, werd de ministeriële omzendbrief nr. 386 naar analogie toegepast.

    III. Gelet op de transparantie en de rechtszekerheid, is het nodig de principes van de omzendbrief nr. 386 als volgt te actualiseren.

    Wanneer de ouders gescheiden leven en uitdrukkelijk1 hebben afgeweken van de regel van de gezamenlijke uitoefening van het ouderlijke gezag, wordt de ouder die het exclusief ouderlijk gezag uitoefent, beschouwd als voorrangsgerechtigde rechthebbende en bijslagtrekkende.

    In elk geval als het kind niet effectief deel uitmaakt van het gezin van de ouder die het exclusief ouderlijk gezag heeft bekomen, wordt de kinderbijslag betaald aan de persoon die het kind werkelijk opvoedt.

    IN 'T KORT
    Exclusief ouderlijk gezag => Rechthebbende + Bijslagtrekkende
    • 1Dit veronderstelt dat één van de ouders het bewijs levert van het exclusief ouderlijk gezag.
    Top