MO 504 van 20 november 1991 - Betaling van de kinderbijslag aan de mandatarissen van de bij de Rijksdienst voor sociale zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten aangesloten besturen

     

    Ik heb de eer u ter kennis te brengen dat ik, op voorstel van het Beheerscomité van de Rijksdienst voor sociale zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten, beslist heb de aanwending van het Reservefonds van de Rijksdienst voor sociale zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten vanaf 1 januari 1991 toe te laten voor de betaling van de kinderbijslag aan de mandatarissen van de aangesloten besturen en dit onder navolgende voorwaarden :

    1. Het moet gaan om een mandataris van een gemeente of een O.C.M.W., die als verkozene een bezoldiging ontvangt (en geen presentiegeld) ten laste van een gemeentebestuur of een O.C.M.W., zoals de burgemeester, de schepen of de voorzitter van het O.C.M.W.

    2. Er kan, in hoofde van deze mandataris of van een andere persoon, geen aanspraak gemaakt worden op een gelijkaardige bijslag ten voordele van de rechtgevende kinderen in toepassing van andere Belgische of buitenlandse wettelijke of reglementaire bepalingen of krachtens de regelen die van toepassing zijn op het personeel van een internationaal-publiekrechtelijke instelling.

    3. De kinderbijslag en het kraamgeld worden toegekend onder de door de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders bepaalde voorwaarden.
    De toekenning ervan is beperkt tot de periode van uitoefening van het mandaat en kan geen rechten doen ingaan op de wezenbijslag en op de verhogingen beoogd bij artikel 42bis G.W. ten titel van gerechtigde op een pensioen.

    4. De kinderbijslag wordt toegekend op grond van een verklaring op eer, te ondertekenen door de mandataris waarbij deze er zich toe verbindt iedere wijziging die een weerslag kan hebben op de betaling van de kinderbijslag, onmiddellijk mede te delen.

    Deze beslissing is eveneens van toepassing op de permanente vertegenwoordigers, die ten aanzien van hun bezoldiging, in een toestand verkeren die nauw aansluit bij deze van de gemeentelijke mandatarissen.

    Top