MO 79 van 20 april 1945 - Kraamgeld procedure - Kraamgeld algemene verklaring

    Draagwijdte van de term "eerste geboorte"

    De toeslag van 1.000 fr. voorbehouden voor de eerste geboorte, dient toegekend van het ogenblik dat het de geboorte betreft van een eerstgeboren kind, hetzij van de vader, hetzij van de moeder, of van het eerste gemeenschappelijk kind van de vader en de moeder1 .

    Kinderen wier geboorte aanleiding geeft tot het toekennen van de toeslag

    Om de geboortetoeslag toe te kennen, is het niet nodig dat de vader of de moeder respectievelijk loontrekkend arbeider of arbeidster weze, die onder het toepassingsgebied van de wet valt. Het volstaat dat het de geboorte betreft van een kind dat recht verleent op de kinderbijslag uit hoofde van een persoon die deze bijslag kan genieten krachtens de wet.

    Doodgeboren kinderen

    De geboortetoeslag wordt toegekend wegens de geboorte van een doodgeboren kind zoals wegens de geboorte van een levend kind.

    Tweelingen, drielingen, enz.

    Ingeval van de geboorte van een tweeling, drieling, enz., wordt de geboortetoeslag zo dikwijls toegekend als er kinderen ter wereld komen. Geldt het een eerste geboorte, dan wordt er zo veel malen 1000 fr. toegekend als er kinderen ter wereld komen.

    Deze interpretatie is zeer breed en vloeit niet noodzakelijk voort uit de tekst; deze verzet er zich evenwel niet tegen. Zij vindt haar billijking in het feit dat de eerste geboorten dienen aangemoedigd, dat de veelvuldige geboorten aanzienlijke en dikwijls onvoorziene uitgaven vergen, en dat ze ten slotte niet dikwijls voorkomen.

    • 1Wijzigingen aangebracht met M.O. nr. 174 van 19 augustus 1960. Als eerste geboorte dient te worden aangezien de eerste geboorte in hoofde hetzij van de vader hetzij van de moeder.
      Toepasselijk voor elke geboorte die plaats had van 19 augustus 1960 af.
    Top