Vlaanderen

Artikel 59 Groeipakketdecreet

§1. Als één ouder of beide ouders, als begunstigden van de gezinsbijslagen, vermeld in deel 1 van boek 2, het rechtgevende kind niet hoofdzakelijk opvoedt of opvoeden, kan de werkelijke opvoeder of kunnen twee werkelijke opvoeders de begunstigde of begunstigden voor het rechtgevende kind worden.

Er ontstaat een weerlegbaar vermoeden van hoofdzakelijke opvoeding als het kind zijn woonplaats heeft bij de werkelijke opvoeder of bij de werkelijke opvoeders.

De werkelijke opvoeder kan of de twee werkelijke opvoeders kunnen worden aangewezen door een tussenkomst van een publiekrechtelijke overheid of instelling, of door een uitspraak van de bevoegde rechtbank. De meest gerede partij bezorgt de gerechtelijke uitspraak aan de uitbetalingsactor.

§2. Als een rechtgevend kind door bemiddeling of ten laste van een openbare overheid in een pleeggezin wordt geplaatst overeenkomstig artikel 2, 6° en 7°, van het decreet van 29 juni 2012 houdende de organisatie van de pleegzorg, wordt de pleegzorger, vermeld in artikel 2, 12°, van hetzelfde decreet, gezien als de werkelijke opvoeder voor de gezinsbijslagen, vermeld in deel 1 van boek 2.

De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen om bijkomend een andere persoon aan te duiden als begunstigde.

 

Datum van publicatie
Datum van afkondiging
Top