Vlaanderen

Toelichtingsnota 17 van 1 december 2020 - Adoptie en startbedrag adoptie

Toelichtingsnota 17 van 1 december 2020

Betreft: Adoptie en startbedrag adoptie

 

Wettelijke basis:

  • Art. 11 en 12 van het decreet van 27 april 2018 (Groeipakketdecreet).
  • Art. 47, 48, 49 en 52 van het besluit van de Vlaamse regering van 5 oktober 2018 tot vaststelling van de diverse hoedanigheden van het rechtgevend kind en betreffende de vrijstelling van de toekenningvoorwaarden voor de gezinsbijslagen, de startbedragen geboorte en adoptie en de universele participatietoeslagen.

Praktische toepassing: zie bijlage bij deze toelichtingsnota

1. Algemene inleiding

Het Groeipakketdecreet voorziet bij elke gewone of volle adoptie1 van een rechtgevend kind in een éénmalige toekenning ten bedrage van € 1.1002, namelijk het startbedrag adoptie.   Het startbedrag adoptie wordt toegekend bij elke adoptie vanaf 1 januari 2019, ongeacht dit een eerste of een volgende adoptie betreft.

Het rechtgevend kind dient te voldoen aan de voorwaarden van art. 8 van het Groeipakketdecreet.

1.1. Onderscheid gewone en volle adoptie

- Gewone adoptie

De gewone adoptie is een rechtshandeling die een band van afstamming creëert tussen de adoptant(en) en het geadopteerde kind, terwijl de juridische band tussen het kind en zijn oorspronkelijke familie behouden blijft.

Het ouderlijk gezag over het geadopteerde kind wordt toegekend aan de adoptant(en).

Aangezien de band met de oorspronkelijke familie niet verbroken is, kan er recht zijn op wezentoeslag als de biologische vader of moeder overlijdt.

- Volle adoptie

De volle adoptie is een rechtshandeling die een band van afstamming creëert tussen de adoptant(en) en het geadopteerde kind en die de juridische band tussen het kind en zijn oorspronkelijke familie volledig verbreekt. Het geadopteerde kind wordt bijgevolg volledig opgenomen in de familie van de adoptant(en).

Het adoptiekind verwerft een juridisch statuut dat identiek is aan dat van een biologisch kind van de adoptant(en).

Er kan enkel recht zijn op wezentoeslag als de adoptievader of -moeder overlijdt, aangezien de band met de oorspronkelijke familie volledig verbroken is.

Opgelet: Plusouderadoptie3 betreft de adoptie van het kind van de partner waarmee men gehuwd4 is. Het kan zowel een volle als een gewone adoptie betreffen. In beide gevallen wordt de adoptant-plusouder samen met de ouder-partner begunstigde voor het geadopteerde kind.

1.2. Cumul

Het startbedrag adoptie kan niet toegekend worden als er binnen het gezin voor hetzelfde kind al kraamgeld, de adoptiepremie overeenkomstig de kinderbijslagreglementering of een startbedrag geboorte werd toegekend aan de adoptant(en), zijn/haar echtgeno(o)t(e) of de persoon5 met wie hij/zij wettelijk samenwoont of een feitelijk gezin vormt of indien hij/zij op het moment waarop de uitbetaling gebeurde gehuwd was, wettelijk samenwoonde of een feitelijk gezin vormde met de persoon die de bijslagtrekkende was van deze uitkering. Voor de toekenning van het startbedrag adoptie dient steeds een vooronderzoek te gebeuren aan de hand van de gegevens in het kadaster om na te gaan of er reeds één van deze toeslagen werd toegekend voor het rechtgevend kind en aan wie deze toeslag werd toegekend6.

Voorbeeld 1 Situatie: Meneer Janssens is gehuwd met mevrouw Roels die een dochter heeft uit een vorige relatie. Bij de geboorte van haar dochter ontving mevrouw Roels het startbedrag geboorte. Meneer Janssens adopteert de dochter van mevrouw Roels en vraagt het startbedrag adoptie aan. De gehuwde ouders zijn begunstigden voor hun 2 kinderen. Op 12.06.2020 wordt het oudste kind geplaatst in een instelling met betaling 1/3de aan de begunstigde(n) voor de plaatsing. Conclusie: Het startbedrag adoptie kan niet toegekend worden. Reden:  Mevrouw Roels ontving al het startbedrag geboorte voor haar dochter.

Voorbeeld 2 Situatie: Meneer Peeters is gehuwd met mevrouw Bourgeois en samen hebben zij een zoon Sam. Bij de geboorte van hun zoon in 2015 ontving mevrouw Bourgeois het kraamgeld. Meneer Peeters en mevrouw Bourgeois gaan uit elkaar in 2018. In januari 2020 wordt Sam geadopteerd door mevrouw Vandamme, de nieuwe partner van meneer Peeters. Conclusie: Het startbedrag adoptie kan niet toegekend worden. Reden: Mevrouw Roels (bijslagtrekkende) ontving al het kraamgeld voor Sam en was op dat moment gehuwd met meneer Peeters, de partner van de adoptant.

1.3. Startbedrag adoptie voor meerderjarige kinderen

Het startbedrag adoptie kan ook toegekend worden bij de adoptie van een meerderjarig kind als het kind voldoet aan de voorwaarden in art. 8 van het Groeipakketdecreet en in toelichtingsnota 14 van 25 september 2019 – Kinderen + 18 jaar: Studenten en schoolverlater. Voor kinderen met een handicap kan het startbedrag adoptie betaald worden tot en met de maand waarin ze 21 jaar worden, en nadien tot en met de maand waarin ze 25 jaar worden onder dezelfde voorwaarden als andere meerderjarige kinderen.

2. Hoe gebeurt de aanvraag voor het startbedrag adoptie?

De aanvraag gebeurt door de adoptant(en) aan de hand van: - een verzoekschrift tot binnen- of buitenlandse adoptie ingediend bij de bevoegde rechtbank7 dat de wil uitdrukt dat de adoptant het kind wil adopteren;   OF bij gebrek hieraan: - een buitenlandse adoptiebeslissing/akte of een buitenlandse beslissing tot plaatsing met het oog op adoptie, met bijvoeging van een beëdigde vertaling.

3. Vanaf wanneer wordt het startbedrag adoptie toegekend?

Het startbedrag adoptie wordt toegekend zodra het kind deel uitmaakt van het gezin van de (kandidaat)-adoptant(en). Men wordt als kandidaat-adoptant beschouwd vanaf het moment dat er een verzoekschrift tot adoptie bij de bevoegde rechtbank werd ingediend of vanaf datum van de buitenlandse beslissing tot plaatsing met het oog op adoptie. Indien bij de ontvangst van de aanvraag het kind nog geen deel uitmaakt van het gezin, dan kan het startbedrag adoptie nog niet worden toegekend.

3.1. Wanneer maakt het kind deel uit van het gezin?

Het kind maakt deel uit van het gezin van de kandidaat-adoptant(en) vanaf het moment dat het officieel ingeschreven is in het rijksregister op het adres van de kandidaat-adoptant(en). De gegevens in het rijksregister kunnen weerlegd worden aan de hand van alle mogelijke rechtsmiddelen. Als meest voorkomende bewijsmiddelen, maar niet limitatief, gelden: - Vonnissen - Attesten van de adoptiedienst

Voorbeeld 1 Situatie: De adoptant dient op 20.03.2020 een aanvraag startbedrag adoptie in voor een kind geadopteerd op 11.03.2020, maar dat nog geen deel uitmaakt van het gezin van de adoptant. Op 10.04.2020 wordt het kind ingeschreven op het adres van de adoptant. Conclusie: Het startbedrag adoptie kan bij de aanvraag niet toegekend worden, maar wel zodra het kind ingeschreven is op het adres van de adoptant. Reden:  Voor de toekenning van het startbedrag adoptie moet het kind deel uitmaken van het gezin van de adoptant(en).

Voorbeeld 2 Situatie: Een koppel doorloopt een adoptieprocedure. Tijdens de procedure wordt het kind op 03.09.2019 ingeschreven op het adres van de kandidaat-adoptanten8. Zij doen op 10.09.2019 een aanvraag tot betaling van het startbedrag adoptie. Het verzoekschrift tot adoptie wordt bij de Familierechtbank ingediend op 05.12.2019. Conclusie: Er is recht op de gezinsbijslagen vanaf 01.09.2019 maar het startbedrag adoptie kan op dat moment nog niet worden toegekend. Het startbedrag adoptie zal ten vroegste vanaf 05.12.2019 kunnen worden toegekend aangezien op dat moment voldaan is aan beide voorwaarden: in het gezin van de kandidaat-adoptanten EN indiening van het verzoekschrift tot adoptie bij de bevoegde rechtbank. Reden:  Vanaf 01.09.2019 voldoet het kind voldoet aan de voorwaarden voor het recht op de gezinsbijslagen9 (art. 8 Groeipakketdecreet). Aangezien het verzoekschrift tot adoptie pas wordt ingediend op 05.12.2019 bestaat er pas vanaf dit moment recht op startbedrag adoptie.

3.2. Aantonen dat het kind deel uitmaakt van het gezin

In eerste instantie zal het Rijksregister geraadpleegd worden om na te gaan of het kind deel uitmaakt van het gezin. Wanneer na raadpleging van het Rijksregister niet kan worden vastgesteld dat het kind deel uitmaakt van het gezin, kan de kandidaat-adoptant aantonen via alle mogelijke rechtsmiddelen dat het kind reeds deel uitmaakt van zijn/haar gezin. In dat geval kan het startbedrag adoptie op basis van dit bewijs al toegekend worden vanaf het moment dat de uitbetalingsactor op de hoogte is dat het kind deel uitmaakt van het gezin van de kandidaat-adoptant aan de hand van de voorgelegde bewijsmiddelen.

Voorbeeld Situatie: De adoptie wordt uitgesproken bij vonnis op 16.03.2020, maar het kind is nog niet ingeschreven op het adres van de adoptanten. De adoptanten vragen het startbedrag adoptie aan en sturen het vonnis mee waarin staat dat het kind vanaf de datum van de uitspraak deel uitmaakt van het gezin. Conclusie: Het startbedrag adoptie kan worden toegekend. Reden:  Een vonnis wordt aanvaard als bewijsmiddel om aan te tonen dat het kind deel uitmaakt van het gezin.

4. Begin recht op gezinsbijslagen bij adoptie

Het recht op gezinsbijslagen gaat in principe in vanaf de eerste dag van de maand waarin het kind deel uitmaakt van het gezin van de kandidaat-adoptant(en) (art. 5 van het Groeipakketdecreet). Indien er voordien al een begunstigde(n)/bijslagtrekkende was voor het geadopteerde kind en de adoptie leidt tot een wijziging van begunstigde(n), dan dient er rekening te worden gehouden met art. 61 van het Groeipakketdecreet.

Concreet: - Er ontstaat een volledig nieuw recht voor het geadopteerde kind: vanaf de eerste dag van de maand waarin het kind deel uitmaakt van het gezin van de kandidaat-adoptant(en) (art. 5 van het Groeipakketdecreet). - Er bestaat al een recht voor het geadopteerd kind en de adoptie brengt een wijziging van begunstigde(n) met zich mee: vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin het kind deel uitmaakt van het gezin van de kandidaat-adoptant(en) (art. 61 van het Groeipakketdecreet).

5. Aan wie wordt het startbedrag adoptie betaald?

Bij adoptie door één adoptant wordt het startbedrag adoptie uitbetaald op een rekeningnummer van de adoptant.

Bij adoptie door twee adoptanten wordt het startbedrag adoptie uitbetaald op een rekeningnummer naar keuze, of bij gebrek aan keuze of onenigheid aan de jongste van beide adoptanten.

Cumul: voor hetzelfde rechtgevend kind kan maar eenmaal het startbedrag adoptie toegekend worden aan dezelfde adoptant(en).

6. Wie wordt begunstigde voor het geadopteerd kind?

- Zowel bij volle als gewone adoptie worden de adoptanten meestal de begunstigden.

Adoptie door één adoptant: indien het kind door één adoptant wordt geadopteerd dan wordt deze de enige begunstigde voor het geadopteerd kind.

Adoptie door één adoptant en het kind behoudt één ouder die al bijslagtrekkende/begunstigde was (plusouderadoptie): De adoptant en de andere ouder worden samen begunstigden.

Adoptie door twee adoptanten: gebeurt de adoptie door twee adoptanten, dan worden zij beiden begunstigde voor het geadopteerd kind. Opgelet: - Indien het kind geen deel uitmaakt van het gezin van de adoptanten, zullen de werkelijke opvoeders de begunstigden zijn. - Indien het kind deel uitmaakt van het gezin van slechts één van de adoptanten10, zijn zij beiden begunstigden in toepassing van artikel 57, §1 Groeipakketdecreet.

7. Algemene vrijstellingen voor kinderen geadopteerd in het buitenland

Voor kinderen die geadopteerd worden in het buitenland, kan er onder bepaalde voorwaarden binnen het Groeipakket recht zijn op het startbedrag adoptie. Artikel 52 van het BVR Rechtgevend kind voorziet namelijk in een aantal algemene vrijstellingen voor kinderen die niet voldoen aan art. 8, §3,11  van het Groeipakketdecreet.

Indien er voldaan wordt aan de voorwaarden van deze algemene vrijstellingen kan het startbedrag adoptie alsook de gezinsbijslagen alsnog worden toegekend in situaties die hieronder verder worden toegelicht, namelijk:

  • Adoptie buiten België en buiten de EER (art. 52, 1°, BVR Rechtgevend kind):
    • tijdens de periode dat er een recht is op gezinsbijslag op basis van de algemene vrijstellingen in art. 47 van het BVR Rechtgevend kind
    • tijdens een periode van detachering (art. 48 BVR Rechtgevend kind)
    • tijdens de uitvoering van het ambt als overheidspersoneel in het buitenland (art. 49 BVR Rechtgevend kind
  • Adoptie binnen de EER en de adoptant is:
    • werknemer of ambtenaar in een EER-lidstaat (Europese Verordening (EG) nr. 492/2011)
    • zelfstandige binnen een EER-lidstaat (art. 52, 2°, BVR Rechtgevend kind).
  • Adoptie in een land waarmee België een bilateraal akkoord afsloot

8. Adoptie buiten België en buiten de EER (art. 52, 1°, BVR Rechtgevend kind)

8.1. Tijdens de periode dat er een recht is op gezinsbijslag op basis van de algemene vrijstellingen in art. 47 van het BVR Rechtgevend kind12

Art. 47 van het BVR Rechtgevend kind voorziet in een aantal algemene vrijstellingen op basis waarvan kinderen die niet voldoen aan art. 8, §3, van het Groeipakketdecreet alsnog een recht op gezinsbijslagen kunnen hebben indien de volgende voorwaarden cumulatief zijn vervuld:

  • er mag geen recht bestaan op gezinsbijslag in een andere deelentiteit, in het buitenland of als personeelslid van een volkenrechtelijke instelling;
  • noch (een van) de adoptant(en), noch zijn/haar echtgeno(o)t(e), noch de persoon13 met wie hij/zij wettelijk samenwoont of een gezin vormt, oefent een winstgevende activiteit als werknemer, ambtenaar of zelfstandige uit in het land waar het kind verblijft;
  • het kind dient binnen 2 maanden na de geboorte zijn woonplaats in Vlaanderen te hebben. Deze periode kan omwille van medische redenen worden verlengd (zie artikel 47, §1, 4° BVR Rechtgevend kind).

Bij de adoptie van een kind dat een recht opent op de gezinsbijslagen op basis van één van deze algemene vrijstellingen, kan het startbedrag adoptie worden toegekend.

Voorbeeld 1 Situatie: Een koppel adopteert een kind in het buitenland, maar het kind kan wegens ziekte niet naar België reizen. De adoptanten vragen het startbedrag adoptie aan en bezorgen de uitbetalingsactor een attest van de arts die verklaart dat het kind wegens medische redenen niet naar België kan komen. In afwachting van de komst naar België wordt het kind vier maanden na de adoptiebeslissing ingeschreven op het adres van de adoptanten in Vlaanderen. Conclusie: De gezinsbijslagen kunnen voor dit kind toegekend worden vanaf de maand waarin het kind ingeschreven wordt in Vlaanderen. Bijgevolg kan ook het startbedrag adoptie toegekend worden. Reden:  Er wordt voldaan aan de voorwaarden van art. 47, §1, 4°, van het BVR rechtgevend kind.

Voorbeeld 2 Situatie: Een koppel adopteert op 15.06.2020 een kind in het buitenland. Zij verblijven na de adoptie nog een tijdje in het land van adoptie. Het kind wordt pas op 20.09.2020 ingeschreven in Vlaanderen op het adres van de adoptanten. Conclusie: Er is geen recht op het startbedrag adoptie. Reden:  Er werd niet voldaan aan de voorwaarden van art. 47, §1, 7°, of 11°, van het BVR Rechtgevend kind: het kind is niet binnen de 2 maanden na de adoptie ingeschreven in Vlaanderen.

Voorbeeld 3 Situatie: Een koppel wil een kind adopteren in het buitenland. In afwachting van de adoptiebeslissing verblijft het koppel in het land van adoptie en begint één van de adoptanten daar ook te werken als werknemer. Op het moment van de adoptiebeslissing op 16.03.2020 is hij er nog steeds tewerkgesteld. Het kind wordt ingeschreven op het adres van het koppel in Vlaanderen. Conclusie: Er is geen recht op het startbedrag adoptie. Reden:  Er werd niet voldaan aan de voorwaarden van art. 47, §2, van het BVR Rechtgevend kind: één van de adoptanten oefent op het moment van de adoptie een winstgevende activiteit uit in het land van adoptie.

8.2. Tijdens een periode van detachering (art. 48 BVR Rechtgevend kind)

Wanneer de adoptant gedetacheerd is buiten België en de adoptie plaatsvindt in het land van detachering tijdens de periode van detachering, kan het startbedrag adoptie toegekend worden als er op basis van deze algemene vrijstelling een recht op gezinsbijslag bestaat vanaf het moment dat het kind deel uitmaakt van het gezin van de adoptant. Het kind moet binnen de twee maanden volgend op de adoptiebeslissing ingeschreven zijn in Vlaanderen. De gezinsbijslagen kunnen in dit geval voor maximaal één jaar worden toegekend.

8.3. Tijdens de uitvoering van het ambt als overheidspersoneel in het buitenland (art. 49 BVR Rechtgevend kind) 

Voor overheidspersoneel dat zijn/haar ambt gedurende meer dan 6 maanden uitoefent buiten België en in die periode een kind adopteert kan er een recht op startbedrag adoptie bestaan als er op basis van deze algemene vrijstelling een recht op gezinsbijslag bestaat vanaf het moment dat het kind deel uitmaakt van het gezin van de adoptant. Het kind moet binnen de twee maanden volgend op de adoptiebeslissing ingeschreven zijn in Vlaanderen. De gezinsbijslagen kunnen in dit geval worden toegekend voor de periode dat het personeelslid in het buitenland zijn/haar ambt uitoefent en eventueel nog erna als het kind in dat land nog verder studeert.

9. Adoptie binnen de EER

9.1. De adoptant is werknemer of ambtenaar in een EER-lidstaat (Europese Verordening (EG) nr. 492/2011)

Wanneer een kind geadopteerd wordt in een EER-lidstaat door een adoptant die werknemer of ambtenaar is in een EER-lidstaat, dan is de Europese Verordening (EG) nr. 492/2011 betreffende het vrije verkeer van werknemers binnen de Unie van toepassing.

Binnen deze verordening dient onder werknemer of ambtenaar te worden verstaan: "de persoon die gedurende een bepaalde tijd voor een andere persoon en onder diens gezag prestaties verricht, waarvoor hij als tegenprestaties een beloning ontvangt. Eens de arbeidsverhouding beëindigd is, wordt betrokkene geacht zijn hoedanigheid van werknemer te verliezen."

Art 7, §2, van deze verordening stelt: "Hij geniet er dezelfde sociale en fiscale voordelen als de nationale werknemer". Het startbedrag adoptie wordt beschouwd als een sociaal voordeel.

Zodra het arbeidscontract14 is afgelopen (bijvoorbeeld werkloosheid, ziekte, etc.), is deze verordening niet van toepassing en is er geen recht op het startbedrag adoptie.

Cumul: het volstaat dat er aanspraak kan gemaakt worden op startbedrag geboorte/adoptie of een gelijkaardige uitkering in een andere lidstaat, om het Vlaamse startbedrag adoptie enkel per verschil toe te kennen.

Voorbeeld 1 Situatie: De adoptant woont in een EER-lidstaat en adopteert daar op 15.03.2020 een kind. Hij/zij werkt in België15 als werknemer. Het kind maakt sinds 12.04.2020 deel uit van zijn/haar gezin. Conclusie: Er bestaat een recht op het startbedrag adoptie. In geval van samenloop en de EER-lidstaat kent:

  • geen gelijkaardige toeslag: het startbedrag adoptie wordt volledig toegekend.
  • een gelijkaardige toeslag en het bedrag van het startbedrag adoptie is hoger: het startbedrag adoptie wordt in verschil bijbetaald.is geen recht op het startbedrag adoptie.

Reden:  De adoptant is op het moment van de adoptie in loondienst en het kind maakt deel uit van zijn/haar gezin.

Voorbeeld 2 Situatie: De adoptant woont in een EER-lidstaat en werkt tot 20.02.2020 in België als werknemer. Daarna is hij/zij werkloos. Op 25.02.2020 adopteert hij/zij een kind dat deel uitmaakt van zijn gezin. Conclusie: Er is geen recht op het startbedrag adoptie. Reden:  De adoptant is op het moment van adoptie niet meer in loondienst.

9.2. De adoptant is zelfstandige in een EER-lidstaat (art. 52, 2°, BVR Rechtgevend kind)

Aangezien de Europese verordening (EG) nr. 492/2011 niet van toepassing is op zelfstandigen, voorziet art. 52, 2°,  BVR Rechtgevend kind in een algemene vrijstelling waardoor er alsnog recht kan bestaan op het startbedrag adoptie als de volgende voorwaarden cumulatief vervuld zijn:

  • De adoptant(en), zijn/haar echtgeno(o)t(e) of de persoon16 met wie hij/zij wettelijk samenwoont of een feitelijk gezin vormt moet(en) zelfstandige zijn.
  • Er is recht op gezinsbijslagen vanaf de eerste dag van de maand waarin het kind deel uitmaakt van het gezin van de adoptant(en).
  • Het kind moet binnen de 2 maanden na adoptie zijn woonplaats in Vlaanderen hebben.
  • Er mag geen recht bestaan op een gelijkaardige toeslag als het startbedrag adoptie in een andere deelentiteit, in het buitenland of als personeelslid van een volkenrechtelijke instelling. Er is dus geen verschilbetaling mogelijk.

Voorbeeld 1 Situatie: De adoptant woont in Vlaanderen en werkt als zelfstandige in een EER-lidstaat. Hij/zij adopteert op 15.03.2020 een kind in een EER-lidstaat. Het kind maakt sinds 12.04.2020 deel uit van het gezin en staat het ingeschreven op het adres van de adoptant in Vlaanderen. Conclusie: Het startbedrag adoptie kan toegekend worden zodra het kind deel uitmaakt van het gezin van de adoptant. Reden:  Alle voorwaarden zijn vervuld.

Voorbeeld 2 - variant op voorbeeld 1 Situatie: De adoptant woont in Vlaanderen en werkt als zelfstandige in een EER-lidstaat. Hij/zij adopteert op 18.06.2020 een kind in een EER-lidstaat. Het kind maakt sinds 02.07.2020 deel uit van het gezin en staat ingeschreven op het adres van de adoptant in Vlaanderen. Er bestaat in de EER-lidstaat waar de zelfstandige activiteit wordt uitgevoerd ook een gelijkaardige toeslag. Conclusie: Het startbedrag adoptie kan niet toegekend worden. Reden:  Niet alle voorwaarden zijn vervuld: er bestaat in de EER-lidstaat ook recht op een gelijkaardige toeslag.voorwaarden zijn vervuld.

Voorbeeld 3 Situatie: De adoptant woont in een EER-lidstaat en werkt als zelfstandige in Vlaanderen. Hij/zij adopteert op 19.05.2020 een kind dat deel uitmaakt van zijn/haar gezin en ingeschreven staat op het adres van de adoptant in de EER-lidstaat waar hij/zij woont. Er bestaat in de EER-lidstaat waar de adoptant woont geen gelijkaardige toeslag. Conclusie: Het startbedrag adoptie kan niet toegekend worden. Reden:  Niet alle voorwaarden zijn vervuld: het kind heeft niet binnen de 2 maanden na adoptie zijn woonplaats in Vlaanderen.

Voorbeeld 4 - variant op voorbeeld 3 Situatie: De adoptant woont in een EER-lidstaat en werkt als zelfstandige in Vlaanderen. Hij/zij adopteert op 22.07.2020 een kind dat deel uitmaakt van zijn/haar gezin en ingeschreven staat op het adres van de adoptant in de EER-lidstaat waar hij/zij woont. Er bestaat in de EER-lidstaat waar de adoptant woont geen gelijkaardige toeslag. Op 09.08.2020 verhuist de adoptant samen met het kind naar Vlaanderen en het kind wordt vanaf die datum ingeschreven in Vlaanderen. Conclusie: Het startbedrag adoptie kan toegekend worden. Reden:  Alle voorwaarden zijn vervuld.

Voorbeeld 5 - variant op voorbeeld 4 Situatie: De adoptant woont in een EER-lidstaat en werkt als zelfstandige in Vlaanderen. Hij/zij adopteert op 03.08.2020 een kind dat deel uitmaakt van zijn/haar gezin en ingeschreven staat op het adres van de adoptant in de EER-lidstaat waar hij/zij woont. De adoptant heeft in de EER-lidstaat waar hij/zij woont recht op een gelijkaardige toeslag. Op 18.09.2020 verhuist de adoptant samen met het kind naar Vlaanderen en het kind wordt vanaf die datum ingeschreven in Vlaanderen. Conclusie: Het startbedrag adoptie kan niet toegekend worden. Reden:  Niet alle voorwaarden zijn vervuld: er bestaat een gelijkaardige toeslag in de andere EER-lidstaat.

10. Adoptie in een land waarmee België een bilateraal akkoord afsloot

De toekenning van het startbedrag adoptie is mogelijk indien het bilateraal akkoord hierin voorziet en voldaan is aan de voorwaarden die gesteld worden in het akkoord.

Meegedeeld via mail van 4 december 2020 - gericht aan de uitbetalingsactorenofficiële publicatie - officiële publicatie bijlage 
  • 1. Cfr. Boek I, titel VIII, van het Burgerlijk Wetboek
  • 2. Niet-geïndexeerd bedrag zoals bepaald in het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid. Bij de betaling geldt uiteraard het geïndexeerde bedrag dat op dat ogenblik van toepassing is (zie: https://www.groeipakket.be/nl/bedragen/geboren-na-1-januari-2019).
  • 3. Ook gekend als stiefouderadoptie, waarbij de term stiefouder bij voorkeur wordt vervangen door plusouder.
  • 4. Gehuwd in de zin van artikel 3, §1, 16° van het Groeipakketdecreet.
  • 5. Geen bloed- of aanverwant tot en met de derde graad van de adoptant.
  • 6. Binnen het Groeipakket zijn startbedrag geboorte en startbedrag adoptie gelijk voor alle kinderen. Binnen de AKBW was het wel mogelijk dat er een lager kraamgeld werd uitbetaald voor het geadopteerde kind. Het verschil kan nog steeds uitbetaald worden.
  • 7. Zowel voor de adoptie van minderjarige als voor meerderjarige kinderen is de Familierechtbank de bevoegde rechtbank.
  • 8. Worden in toepassing van art. 59 van het Groeipakketdecreet op dat moment beschouwd als de werkelijke opvoeders van het kind.
  • 9. Indien er sprake is van een wijziging begunstigde(n) dan heeft dit uitwerking vanaf de 1ste dag van de volgende maand.
  • 10. Of indien het gaat om een plusouderadoptie: van het gezin van de biologische ouder of de adoptant-plusouder.
  • 11. De gezinsbijslagen zijn niet verschuldigd voor de kinderen die worden opgevoed of lessen volgen buiten België.
  • 12. Belangrijk hierbij is dat de andere voorwaarden vervuld blijven inzake (erkenning van) buitenlandse adopties. Hierop kan zoals in het federale verleden niet worden afgeweken (conform artikel 73quater AKBW): zie ook artikel 52 BVR Rechtgevend kind: “Voor de volgende kinderen gelden algemene vrijstellingen van de toekenningsvoorwaarden voor het startbedrag adoptie, ‘op voorwaarde dat er een verzoekschrift tot binnen-of buitenlandse adoptie, ingediend bij de bevoegde rechtbank, wordt voorgelegd, of, bij gebrek daaraan, een buitenlandse adoptiebeslissing of een buitenlandse beslissing tot plaatsing met het oog op adoptie’:” Belangrijk is dus ook om na te gaan wat in aanmerking komt en erkend wordt als adoptie in het buitenland!
  • 13. Geen bloed- of aanverwant tot en met de derde graad van de adoptant.
  • 14. CO 949/67 voorziet in een overzicht van met arbeid gelijkgestelde situatie waarbinnen de verordening alsnog van toepassing is.
  • 15. In toepassing van de aanknopingsfactoren binnen het samenwerkingsakkoord is Vlaanderen de bevoegde entiteit.
  • 16. Geen bloed- of aanverwant tot en met de derde graad van de adoptant.
Datum van publicatie
Datum van afkondiging
Top