Toelichtingsnota 21 van 1 februari 2022 - Privacy

Toelichtingsnota 21 van 1 februari 2022 

Betreft: Privacy

 

 

Inhoudstafel

1. Gegevens doorgeven aan de bijslagtrekkende, de (mogelijke) begunstigde, het kind in het groeipakketdossier of hun wettelijk vertegenwoordiger

1.1. Begunstigde/bijslagtrekkende

1.1.1. Eén begunstigde/bijslagtrekkende of twee begunstigden die samen bankrekening kiezen

1.1.2. Twee begunstigden die bankrekening niet samen kiezen

1.2. Kinderen in een groeipakketdossier

1.2.1.  Minderjarige kinderen

1.2.2. Meerderjarige kinderen

1.2.3. Kind is begunstigde voor zichzelf

1.3. De mogelijke begunstigde (art. 225, §3, Groeipakketdecreet)

1.4. De wettelijk vertegenwoordiger

2. Gegevens doorgeven aan derden

2.1. Lastgeving

2.1.1. Expliciete lastgeving

2.1.2. Impliciete lastgeving

2.2. Advocaat, schuldbemiddelaar, voogd en voorlopig bewindvoerder

2.3. Dienst voor Alimentatievorderingen

2.4. SOLVIT (Netwerk van de Europese Commissie)

2.5. Personen of instellingen die, op basis van een wettelijke bepaling, gerechtigd zijn om persoonlijke gegevens te vragen

2.5.1. Officieren van de gerechtelijke politie

2.5.2. Hoven en rechtbanken

2.5.2.1. Openbaar ministerie bij de arbeidsgerechten

2.5.2.2. Rechters

2.5.2.3. Griffies van de hoven en rechtbanken

2.5.2.4. Procureur des Konings

2.5.2.5. Rekenhof

2.5.3. Hoog Comité van Toezicht (nu: Centrale Dienst voor de Bestrijding van Corruptie)

2.5.4. Ministerie van Financiën – Dienst van de belastingen – Ontvanger van provinciale en gemeentelijke belastingen

2.5.5. Buitenlandse inspectiediensten

2.5.6. Vlaamse ombudsman

2.5.7. Beroepsinstantie inzake de Openbaarheid van Bestuur

2.6. Mededeling van persoonlijke gegevens aan een derde die deze nodig heeft in het kader van de uitvoering van zijn wettelijk opgedragen opdrachten.

2.6.1. Advocaten

2.6.2. Gerechtsdeurwaarders

2.6.3. OCMW

2.6.3.1. Voogdij

2.6.3.2. Sociale bijstand en subrogatierecht

2.6.4. Banken, kredietinstellingen, verzekeringsmaatschappijen

2.6.5. Notarissen

2.6.6. Diplomatieke en consulaire posten

2.6.7. Vereffenaars van faillissementen en curatoren

De uitbetalingsactoren geven, op basis van hun informatie- en raadgevingsplicht, veel informatie door. Hierbij worden vaak persoonlijke gegevens doorgegeven. Welke persoonlijke gegevens1 uit een groeipakketdossier mogen worden doorgegeven is afhankelijk van:

  • de hoedanigheid van de burger in dat dossier;
  • de toelage of toeslag waarover de burger informatie uit het dossier vraagt.

Het al dan niet gezamenlijke kiezen voor de bankrekening heeft ook een invloed op het geven van persoonlijke gegevens. Het niet samen kiezen van een bankrekening is een signaal waaruit kan worden afgeleid dat bepaalde persoonlijke (financiële) gegevens niet of beperkt mogen worden gedeeld. Ook met deze gevoeligheid is bij het schrijven van deze nota rekening gehouden.

Hieronder wordt er uitgelegd welke informatie over het groeipakket aan wie mag worden doorgegeven.

1. Gegevens doorgeven aan de bijslagtrekkende, de (mogelijke) begunstigde, het kind in het groeipakketdossier of hun wettelijk vertegenwoordiger

1.1. Begunstigde/bijslagtrekkende

1.1.1. Eén begunstigde/bijslagtrekkende of twee begunstigden die samen bankrekening kiezen

De begunstigde/bijslagtrekkende die effectief het groeipakket ontvangt, mag alle informatie m.b.t. het groeipakket krijgen. Zo heeft de bijslagtrekkende/begunstigde toegang tot de gegevens waarmee hij het bedrag dat hij ontvangt of dat een andere persoon in zijn plaats ontvangt, kan bepalen. De bijslagtrekkende/begunstigde mag ook de redenen kennen voor inhoudingen, en mag op de hoogte zijn van het bestaan van bijzondere betalingsmodaliteiten (collectieve schuldenregeling, betaling aan een wettelijke vertegenwoordiger, delegatie van sommen). Hij mag de identiteit van de mogelijke begunstigde kennen en de decretale basis voor de vestiging van het recht. Men mag hem echter niet het adres van de mogelijke begunstigde meedelen, de identiteit van zijn werkgever, zijn inkomsten, zijn gezinssamenstelling,…

Dit geldt ook wanneer de begunstigde akkoord is dat het groeipakket op een rekening, die niet op zijn naam staat, wordt gestort.2 Twee begunstigden die deel uitmaken van dezelfde begunstigdenkern en die samen de bankrekening kiezen, mogen dezelfde informatie ontvangen. Wanneer de sociale toeslag wordt gesplitst, kiest elke begunstigde apart de bankrekening waarop zijn deel wordt gestort. Bijgevolg wordt elk deel van de sociale toeslag maar aan één begunstigde betaald, waardoor alle informatie omtrent elk deel van de sociale toeslag enkel aan de ontvangende begunstigde mag worden meegedeeld.

1.1.2. Twee begunstigden die bankrekening niet samen kiezen

Wanneer de begunstigden de bankrekening niet samen hebben gekozen, moet er een onderscheid worden gemaakt tussen het ontvangen van kind gerelateerde toeslagen en inkomen gerelateerde toeslagen.

In dit geval mogen beide begunstigden alle informatie ontvangen m.b.t. de kind gerelateerde toeslagen zijnde: het basisbedrag, de zorgtoeslagen, de universele participatietoeslag, de kinderopvangtoeslag en de kleutertoeslag. Informatie m.b.t. de sociale toeslag en de selectieve participatietoeslag mag enkel aan de begunstigde, die deze toeslagen effectief ontvangt, worden meegedeeld. Beide toeslagen zijn inkomen gerelateerde toeslagen.

Beide begunstigden mogen wel het totaalbedrag aan groeipakket, ten voordele van hun kinderen, kennen. We vermelden niet uit welke verschillende toelagen het groeipakket bestaat.

Tenslotte heeft de begunstigde, die de toeslagen niet ontvangt, toegang tot informatie in het bezit van de uitbetalingsactor over zijn hoedanigheid van begunstigde. Men mag echter niet meer preciseren of dit bedrag integraal en daadwerkelijk aan de andere begunstigde wordt betaald. Mogen evenmin aan de begunstigde, die de toeslagen niet ontvangt, worden meegedeeld: het adres van de andere begunstigde, de identiteit van zijn werkgever, zijn inkomsten, zijn gezinssamenstelling, de naam en het adres van de school waar de kinderen onderwijs volgen, enz.;

Een begunstigde die het exclusief ouderlijk gezag3 heeft, heeft recht op alle informatie uit het groeipakketdossier. De andere ouder is geen wettelijke vertegenwoordiger en heeft slechts een toezichthoudende functie waardoor die enkel het totaalbedrag aan groeipakket mag kennen. We vermelden niet uit welke verschillende toelagen het groeipakket bestaat.

De ouder die uit de ouderlijke macht is ontzet, heeft geen recht op informatie uit het groeipakketdossier want deze ouder verliest alle ouderlijke rechten. Deze ouder is dus niet meer de wettelijke vertegenwoordiger van het kind.

Een bijslagtrekkende in co-ouderschap met de andere ouder van het kind, heeft recht op alle informatie m.b.t. het groeipakketdossier, behalve informatie over de toeslagen die op basis van het inkomen van de andere ouder zijn berekend. De andere ouder heeft nog steeds ouderlijk gezag over dit kind. Hierdoor mag aan de andere ouder van het kind alle informatie m.b.t. kind gerelateerde toeslagen worden gegeven. Informatie over de toeslagen die op basis van het inkomen van de bijslagtrekkende zijn berekend, mogen niet aan de andere ouder van het kind worden doorgegeven. Het totaalbedrag van het groeipakket mag aan de andere ouder worden doorgegeven, maar niet de verschillende toelagen waaruit het groeipakket bestaat.

Uitzondering: toeslagen berekend op basis van de situatie van de ene begunstigde, maar uitbetaald of toegewezen aan een andere begunstigde/persoon

Wanneer toeslagen worden berekend op basis van de gezins- en inkomenssituatie van de ene begunstigde, maar worden uitbetaald aan de andere begunstigde of een ander persoon dan mag de ontvanger van de toeslagen de detailberekening niet ontvangen.

Voorbeeld
Vader en moeder zijn gescheiden. De zoon is bij de vader gedomicilieerd. Hierdoor wordt de selectieve participatietoeslag berekend op basis van de gezins- en inkomenssituatie van de vader. Omdat het groeipakket aan de moeder wordt uitbetaald, zal de moeder ook de selectieve participatietoeslag ontvangen. In deze situatie mag de moeder de detailberekening van de selectieve participatietoeslag niet ontvangen omdat anders de gezins- en inkomensgegevens van de vader aan de moeder kenbaar zullen worden gemaakt. De moeder mag wel het totaalbedrag van de selectieve participatietoeslag kennen.

 

Voorbeeld
Vader en moeder zijn gescheiden. De rechter kent het volledige groeipakket, via vonnis, toe aan de moeder. Door dit vonnis wordt de sociale toeslag, berekend op basis van de situatie van de vader, aan de moeder uitbetaald. In dit geval mag de moeder de detailberekening van de sociale toeslag niet ontvangen. De moeder mag wel het totaalbedrag van het groeipakket kennen, maar niet de verschillende toelagen waaruit het groeipakket bestaat. Opmerking: tijdens de echtscheidingsprocedure zijn de vader en moeder verplicht om hun inkomensgegevens voor de rechtbank kenbaar te maken. Op het moment van het vonnis kennen beide partijen de financiële situatie van elkaar. In dergelijk geval mag de uitbetalingsactor nog steeds niet de financiële gegevens van de vader aan de moeder kenbaar maken, omdat de uitbetalingsactor niet bij het echtscheidingsvonnis is betrokken.  

 

1.2. Kinderen in een groeipakketdossier

1.2.1.  Minderjarige kinderen

Een minderjarig kind mag geen informatie uit het groeipakketdossier, waarvan hij deel uitmaakt, ontvangen. Een kind kan wel algemene informatie over het groeipakket bij elke uitbetalingsactor vragen.

1.2.2. Meerderjarige kinderen

Een meerderjarig kind4 mag enkel de afzonderlijke bedragen kennen die aan het kind zijn gebonden, zijnde: het basisbedrag, de zorgtoeslagen, de universele participatietoeslag, de kinderopvangtoeslag en de kleutertoeslag, met de daarbij horende informatie. Daarbovenop mag aan het meerderjarig kind ook het totaalbedrag van zijn groeipakket worden meegegeven.

1.2.3. Kind is begunstigde voor zichzelf

Enkel wanneer een kind in een groeipakketdossier begunstigde is en het groeipakket zelf ontvangt, kan die alle informatie ontvangen. Het kind mag alle informatie krijgen die je als begunstigde mag ontvangen..

1.3. De mogelijke begunstigde (art. 225, §3, Groeipakketdecreet)

De persoon die op basis van artikel 225, §3, Groeipakketdecreet kan vragen om tot de begunstigdenkern toe te treden, mag dezelfde informatie als een begunstigde ontvangen (zie punt 1.1).

Wanneer uit het groeipakketdossier blijkt dat deze persoon onmogelijk tot de begunstigdenkern kan toetreden, mag er geen informatie uit het groeipakketdossier met deze persoon worden gedeeld. Voorbeeld: uit het dossier blijkt dat de begunstigde exclusief ouderlijk gezag heeft.

1.4. De wettelijk vertegenwoordiger

De wettelijk vertegenwoordiger van de bijslagtrekkende, de (mogelijke) begunstigde of het kind in het groeipakketdossier mag dezelfde informatie krijgen als de actor die hij vertegenwoordigt.

2. Gegevens doorgeven aan derden5

2.1. Lastgeving

2.1.1. Expliciete lastgeving

Het doorgeven van informatie aan andere personen dan de (mogelijke) begunstigde(n) is enkel toegestaan, wanneer de persoon6 in kwestie een uitdrukkelijke lastgeving van de (mogelijke) begunstigde(n) heeft ontvangen. Deze lastgeving moet voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • de lastgeving moet door de (mogelijke) begunstigde(n) schriftelijk zijn opgesteld;
  • de lastgeving vermeldt de voornaam, de naam, het adres, de geboortedatum en de geboorteplaats van de (mogelijke) begunstigde(n);
  • de lastgeving is door de (mogelijke) begunstigde(n) gedateerd en ondertekend;
  • de lastgeving vermeldt ook de voornaam, de naam, het adres van de lasthebber of de voornaam, de naam en de hoedanigheid van de persoon die de rechtspersoon mag vertegenwoordigen;
  • de lastgeving vermeldt welke persoonlijke gegevens de lasthebber mag ontvangen;
  • de geldigheidsduur van de lastgeving wordt vermeld;
  • de lastgeving bepaalt voor welk doel de lasthebber deze gegevens mag gebruiken.

Wanneer de lasthebber een lastgeving voorlegt die aan bovenstaande voorwaarden voldoet, mag de uitbetalingsactor alle persoonlijke gegevens doorgeven aan de lasthebber, binnen de perken van de lastgeving.

Wanneer de lasthebber de lastgeving schriftelijk bij de uitbetalingsactor indient, mag de uitbetalingsactor telefonisch ook de gegevens met betrekking tot de identificatie van de (mogelijke) begunstigde(n), de stand van het dossier en ook de eventuele moeilijkheden, die bij de behandeling van het dossier zijn vastgesteld, meedelen. Dit op voorwaarde dat de lasthebber zijn eigen identiteit en telefoonnummer doorgeeft en ook de voornaam, de naam, het adres, de geboorteplaats en -datum en het dossiernummer van de (mogelijke) begunstigde(n) doorgeeft.

Opgelet! De uitbetalingsactor mag slechts de persoonlijke informatie, die de (mogelijke) begunstigde(n) mag kennen, aan de lasthebber doorgeven.

2.1.2. Impliciete lastgeving

Leden van vakbonden, ziekenfondsen, organisaties van zelfstandigen en verenigingen van personen met een beperking of gepensioneerden worden vermoed een impliciete lastgeving te hebben gegeven aan deze organisaties. Personen die aan het Koninklijk Paleis een tussenkomst in hun groeipakketdossier hebben gevraagd, worden vermoed aan het Koninklijk Paleis een impliciete lastgeving te hebben gegeven.

Een lasthebber die handelt op basis van een impliciete lastgeving kan van de uitbetalingsactoren schriftelijk of telefonisch persoonlijke gegevens verkrijgen over de (mogelijke) begunstigde(n) op dezelfde voorwaarden als een lasthebber met een expliciete lastgeving (naleving van de principes van relevantie, finaliteit, evenredigheid) en voor zover hij daarnaast:

  • het aansluitingsnummer opgeeft van de (mogelijke) begunstigde(n) als de lasthebber een vakbond, een ziekenfonds, een organisatie van zelfstandigen of een vereniging van personen met een beperking of gepensioneerden is;
  • hij een kopie bezorgt van de brief van de (mogelijke) begunstigde(n) als de lasthebber het Koninklijk Paleis is en de gegevens schriftelijk worden gevraagd.

Opgelet! De uitbetalingsactor mag slechts de persoonlijke informatie, die de (mogelijke) begunstigde(n) mag kennen, aan de lasthebber doorgeven.

2.2. Advocaat, schuldbemiddelaar, voogd en voorlopig bewindvoerder

De advocaat7, de voogd en de voorlopig bewindvoerder hebben, als wettelijke vertegenwoordiger, recht op dezelfde informatie als de actor waarvoor zij optreden. De schuldbemiddelaar heeft recht op informatie over het volledige bedrag en de verschillende onderdelen van dit bedrag, op voorwaarde dat de schuldbemiddelaar de begunstigde, die het groeipakket (geheel of gedeeltelijk) ontvangt, vertegenwoordigt.

Opgelet! De uitbetalingsactor mag slechts de persoonlijke informatie, die de (mogelijke) begunstigde(n) mag kennen,  doorgeven.

2.3. Dienst voor Alimentatievorderingen

Op basis van de wet van 21 februari 2003 werd de Dienst voor Alimentatievorderingen (hierna: DAVO) opgericht als onderdeel van de Federale Overheidsdienst Financiën.

DAVO werd opgericht om een oplossing te bieden voor volgende problemen:

  • het bestrijden van armoede door het niet betalen van het onderhoudsgeld (alimentatie) aan kinderen en/of (ex-)partner;
  • het niet uitvoeren van gerechtelijke uitspraken en notariële aktes.

Wanneer het onderhoudsgeld niet wordt betaald, kan de onderhoudsgerechtigde (diegene die het onderhoudsgeld moet krijgen) een aanvraag indienen bij DAVO.

DAVO zal dan optreden om:

  • het maandelijks onderhoudsgeld (en de achterstallen) bij de onderhoudsplichtige (diegene die het onderhoudsgeld moet betalen) op te eisen;
  • eventueel voorschotten op het maandelijks onderhoudsgeld aan de onderhoudsgerechtigde te betalen.

Om hun taken tot een goed einde te brengen kan het zijn dat DAVO persoonlijke gegevens bij de uitbetalingsactoren opvraagt. De DAVO beroept zich hiervoor op het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen, die de onderzoeksmogelijkheden van de ambtenaren belast met de uitvoering van de schuldvordering bepalen.

Artikel 77, §1, lid 1, van dit wetboek stelt: “De administratieve diensten van de Staat, de parketten en de griffies van de hoven en van alle rechtscolleges, de administraties van de Gemeenschappen, de Gewesten, de provincies, de agglomeraties, de federaties van gemeenten en de gemeenten evenals de openbare instellingen en inrichtingen, zijn gehouden, wanneer zij daartoe worden aangezocht door een ambtenaar belast met de invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen, hem alle in hun bezit zijnde toereikende, ter zake dienende en niet overmatige inlichtingen te verstrekken, hem, zonder verplaatsing, van alle in hun bezit zijnde akten, stukken, registers en om het even welke bescheiden inzage te verlenen, en hem alle inlichtingen, afschriften of uittreksels te laten nemen, welke de bedoelde ambtenaar nodig acht om de invordering van de fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen te verzekeren.

Op basis van bovenstaand artikel zijn de uitbetalingsactoren verplicht om alle gegevens, die DAVO opvraagt in het kader van hun onderzoek, aan hen te overhandigen.

2.4. SOLVIT (Netwerk van de Europese Commissie)

SOLVIT helpt burgers en bedrijven van de Europese Unie wanneer zij met een overheidsinstantie, in een ander EU-land, worden geconfronteerd, die de EU-wetgeving niet naleeft. In deze gevallen komt SOLVIT tussen en herinnert die de betrokken instanties aan de EU-rechten van de burger of het bedrijf om zo het probleem op te lossen.

SOLVIT beschikt niet over een impliciete lastgeving van hun klanten voor het bekomen van persoonlijke gegevens. De uitbetalingsactor dient bijgevolg alle gegevens rechtstreeks naar de (mogelijke) begunstigden(n) of zijn wettelijke vertegenwoordiger te verzenden.

2.5. Personen of instellingen die, op basis van een wettelijke bepaling, gerechtigd zijn om persoonlijke gegevens te vragen

2.5.1. Officieren van de gerechtelijke politie

Op basis van artikel 89bis, Wetboek van strafvordering kunnen de officieren van de gerechtelijke politie, bij gemotiveerd bevelschrift, door de onderzoeksrechter worden gedelegeerd om over te gaan tot opsporingen en de inbeslagneming van papieren, effecten of documenten. Zij zijn dus gemachtigd om persoonlijke gegevens bij de uitbetalingsinstellingen te bekomen.

2.5.2. Hoven en rechtbanken

2.5.2.1. Openbaar ministerie bij de arbeidsgerechten

Het Openbaar ministerie kan, op basis van artikel 138, Gerechtelijk Wetboek, bij de arbeidsgerechten, in alle betwistingen die behoren tot de bevoegdheid van de arbeidsgerechten, de nodige inlichtingen bij de uitbetalingsactoren opvragen. De uitbetalingsactoren moeten elke vraag van het arbeidsauditoraat, op basis van artikel 138, Gerechtelijk Wetboek, beantwoorden.

2.5.2.2. Rechters

De rechter kan, op basis van artikel 871, Gerechtelijk Wetboek, aan iedere gedingvoerende partij bevelen het bewijsmateriaal dat zij bezit, over te leggen.

Verder kan de rechter, op grond van artikel 877, Gerechtelijk Wetboek aan een partij of derde bevelen om alle documenten die het bewijs van een ter zake dienend feit inhouden, over te leggen en toe te voegen aan het gerechtsdossier. De procedure van voorlegging van de documenten wordt geregeld bij de artikelen 878 tot 882, Gerechtelijk Wetboek.

Bijgevolg moeten de uitbetalingsactoren aan elke vraag van de rechter die hun door de griffie wordt toegezonden, gevolg geven.

2.5.2.3. Griffies van de hoven en rechtbanken

De griffies mogen de mededeling van gegevens enkel in uitvoering van een gerechtelijke beslissing opeisen.

2.5.2.4. Procureur des Konings

Op basis van artikel 29, eerste lid, Wetboek van Strafvordering moeten de uitbetalingsactoren aan de procureur des Konings alle persoonlijke gegevens meedelen die onder de toepassing van dit artikel vallen.

2.5.2.5. Rekenhof

Artikel 180, Grondwet bepaalt dat het Rekenhof de rekeningen van de verschillende besturen van de Staat vaststelt en ermee is belast alle nodige inlichtingen en bewijsstukken met dit doel te verzamelen.

2.5.3. Hoog Comité van Toezicht (nu: Centrale Dienst voor de Bestrijding van Corruptie)

De wet van 26 april 1962 verleent aan bepaalde personeelsleden van het Hoog Comité van Toezicht bevoegdheden van gerechtelijke politie.

Het koninklijk besluit van 29 juli 1970 bepaalt het organiek reglement van het Hoog Comité. Hierin wordt bepaald dat de personeelsleden van de dienst Enquêtes voor het vervullen van hun opdracht, op verzoek van de voorzitter van het Comité, de ruimste onderzoeksbevoegdheid krijgen. Ze mogen zich alle papieren doen overhandigen welke van enig belang zijn voor hun opsporingen.

2.5.4. Ministerie van Financiën – Dienst van de belastingen – Ontvanger van provinciale en gemeentelijke belastingen

Een aantal wettelijke bepalingen voorzien in de verplichting om aan de belastingdiensten alle nodige inlichtingen te verstrekken om de desbetreffende belasting te vestigen of in te vorderen. Bijgevolg zijn de uitbetalingsactoren verplicht om persoonsgegevens aan de belastingdiensten over te maken.

Zo wordt in artikel 327, §1, van het Wetboek van de inkomstenbelasting bepaald dat “…. de openbare instellingen en inrichtingen, zijn gehouden, wanneer zij daartoe worden aangezocht door een ambtenaar belast met de vestiging van de belastingen, hem alle in hun bezit zijnde inlichtingen te verstrekken, hem, zonder verplaatsing, van alle in hun bezit zijnde akten, stukken, registers en om het even welke bescheiden inzage te verlenen, en hem alle inlichtingen, afschriften of uittreksels te laten nemen, welke de bedoelde ambtenaar voor de vestiging van de door de Staat geheven belastingen nodig acht.

Verder kunnen de plaatselijke overheden (gemeenten en provincies) ook alle nuttige inlichtingen bekomen wanneer zij handelen krachtens het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, de ordonnantie van 27 maart 2014 tot wijziging van artikel 30 van de organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn teneinde sommige mededelingen te verbeteren of de wet van 24 december 1996 betreffende de vestiging en de invordering van de provincie- en gemeentebelasting.

2.5.5. Buitenlandse inspectiediensten

In een aantal internationale verdragen verbindt België zich ertoe om buitenlandse inspectiediensten niet te hinderen in hun werkzaamheden. De uitbetalingsactoren dienen bijgevolg een gevolg te geven aan vragen van buitenlandse inspectiediensten tot mededeling van persoonlijke gegevens, op voorwaarde dat deze inspectiediensten de gegevens, in het kader van hun wettelijke opdrachten, nodig hebben.

2.5.6. Vlaamse ombudsman

De Vlaamse ombudsman mag op basis van artikel 15, §2, decreet van 7 juli 1998 houdende instelling van de Vlaamse Ombudsdienst zich alle besluiten of inlichtingen doen meedelen die zij nodig achten.

De uitbetalingsactoren moeten ingaan op dergelijke vragen van de ombudsmannen die door hen worden geformuleerd in het kader van hun wettelijk opgedragen taak.

2.5.7. Beroepsinstantie inzake de Openbaarheid van Bestuur

De beroepsinstantie inzake de Openbaarheid van Bestuur kan op basis van artikel II.51, Bestuursdecreet van 7 december 2018 een afschrift van alle bestuursdocumenten bij de betrokken overheidsinstantie opvragen.

Alle uitbetalingsactoren vallen onder het toepassingsgebied van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. Bijgevolg moeten de uitbetalingsactoren op dergelijke vragen van deze beroepsinstantie ingaan.

2.6. Mededeling van persoonlijke gegevens aan een derde die deze nodig heeft in het kader van de uitvoering van zijn wettelijk opgedragen opdrachten.

2.6.1. Advocaten

Aanvraag van een advocaat aangaande zijn cliënt, ofwel in het kader van een gerechtelijke of een administratieve procedure, ofwel als raadsheer

Op basis van artikel 440, Gerechtelijk Wetboek verschijnt de advocaat voor de rechtbank als de gevolmachtigde van de partij zonder dat hij van enige volmacht moet doen blijken, behalve indien de wet een bijzondere lastgeving eist. Volgens de rechtspraak van de Raad van State is voornoemd artikel ook van toepassing op de procedure in administratieve aangelegenheden.

Bovendien hangen de advocaten af van een bij wet georganiseerde tuchtoverheid die waakt over de naleving van de beroepsideologie. Men moet er dan ook van uitgaan dat een advocaat die zich kenbaar maakt als raadsman van een burger, handelt krachtens een mandaat.

Bijgevolg dienen de uitbetalingsactoren een gevolg te geven aan elke vraag van een advocaat naar persoonlijke gegevens van zijn cliënt, ofwel in het kader van een gerechtelijke of administratieve procedure, ofwel als raadsman.

De advocaat moet een schriftelijke aanvraag indienen waarin hij duidelijk aangeeft dat de persoon waarover hij gegevens vraagt, zijn cliënt is en deze eenduidig identificeert door het opgeven van zijn naam, voornaam en adres.

Aanvraag van een advocaat aangaande een derde

Op vragen van advocaten naar persoonlijke gegevens van andere personen dan hun cliënten mogen de uitbetalingsactoren slechts ingaan wanneer de advocaat een schriftelijke volmacht van de betrokken personen voorlegt.

2.6.2. Gerechtsdeurwaarders

Gerechtsdeurwaarders worden, op grond van artikel 509, Gerechtelijk Wetboek, door de koning benoemd. Ze zijn, op basis van artikel 516, Gerechtelijk Wetboek, bevoegd tot het opstellen en betekenen van alle exploten en tot het tenuitvoerleggen van alle gerechtelijke beslissingen, akten of titels in uitvoerbare vorm. Notariële akten zijn uitvoerbaar in het gehele Rijk.

De gerechtsdeurwaarders zijn niet uitdrukkelijk bij wet gemachtigd om de mededeling van persoonlijke gegevens op te eisen over andere personen dan de partijen waarvoor zij optreden.

Om bijkomende kosten van een beslag voor de burger te vermijden, mogen de uitbetalingsactoren de persoonlijke gegevens van derden aan de gerechtsdeurwaarder meedelen (bv.: de identiteit van de werkgever van de schuldenaar), op voorwaarde dat hij handelt krachtens een gerechtelijke beslissing of een notariële akte en dat de deurwaarder een afschrift van een uitvoerbare titel voorlegt.

Op basis van artikelen 1452 en 1453, Gerechtelijk Wetboek is in geval van bewarend derdenbeslag de derde-beslagene ertoe gehouden aan de gerechtsdeurwaarder die voor de beslaglegger optreedt een verklaring te doen van de sommen of zaken die het voorwerp zijn van het beslag. Op basis van artikel 1539, Gerechtelijk Wetboek zijn de artikelen 1452 en 1453, Gerechtelijk Wetboek ook van toepassing op het uitvoerend beslag onder derden.

Voor zover, overeenkomstig de bepalingen van het vijfde deel, titels I, II en III, Gerechtelijk Wetboek, een procedure van bewarend of uitvoerend beslag onder derden is ingezet bij een uitbetalingsactor, moet die aan de gerechtsdeurwaarder die voor de beslaglegger optreedt de in artikel 1452, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek vermelde persoonlijke gegevens meedelen, met alle dienstige gegevens voor de vaststelling van de rechten van partijen en, in voorkomend geval, in het bijzonder:

  • de oorzaken en het bedrag van de schuld, de dag van haar opeisbaarheid en in voorkomend geval haar modaliteiten;
  • de bevestiging door de derde-beslagene dat hij niet of niet meer de schuldenaar is van de beslagene;
  • de opgave van de beslagnemingen onder derden waarvan aan de derde-beslagene reeds kennis is gegeven.

Het bewarend derdenbeslag dient gebaseerd te zijn op een authentieke akte of op een onderhands stuk (elk geschrift dat strekt tot het bewijs van een zekere en vaststaande schuldvordering) zoals bepaald in artikel 1445, Gerechtelijk Wetboek, ofwel op een rechterlijke beslissing zoals bepaald in artikel 1447, Gerechtelijk Wetboek.

Het uitvoerend beslag is gebaseerd op één van de volgende uitvoerbare titels:

  • een authentiek afschrift van een veroordelende rechterlijke beslissing die in kracht van gewijsde is gegaan;
  • een eensluidend afschrift van een authentieke akte (akte die voor een openbaar ambtenaar is verleden, in het bijzonder een notariële akte);
  • een arbitrale beslissing na exequatur;
  • een buitenlandse authentieke akte na exequatur.
2.6.3. OCMW

2.6.3.1 Voogdij

De OCMW’s kunnen de voogdij waarnemen van minderjarige kinderen conform artikel 57, §3 en de artikelen 63 tot 68, wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn (hierna: de wet van 8 juli 1976). In dat geval moet het OCMW als een wettelijke vertegenwoordiger van de minderjarige kinderen worden beschouwd en is artikel 15, Kruispuntbankwet niet van toepassing.

Zodra het OCMW het bewijs levert dat ze in het kader van deze voogdij optreedt, dan mogen de uitbetalingsactoren persoonlijke gegevens aan het OCMW meedelen.

2.6.3.2. Sociale bijstand en subrogatierecht

De OCMW’s dienen krachtens de artikelen 60, §2, §5 en 61 van de wet van 8 juli 1976 inlichtingen in te winnen naar aanleiding van hun tussenkomst in het kader van de sociale bijstand.

Bovendien beschikken de OCMW’s over subrogatierecht in het kader van artikel 98, §2 en artikel 99 van de wet van 8 juli 1976.

Bijgevolg moeten de uitbetalingsactoren antwoorden op de informatieaanvragen van de OCMW’s binnen de uitvoering van voormelde wettelijke bepalingen en op voorwaarde dat de OCMW’s de wettelijke basis, waarop hun aanvraag is gebaseerd, meedelen.

2.6.4. Banken, kredietinstellingen, verzekeringsmaatschappijen

Banken, kredietinstellingen, verzekeringsmaatschappijen,…. kunnen zich beroepen enerzijds op de procedure van loonoverdracht zoals voorzien door de artikelen 27 tot 35 van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon of op de procedure inzake overdracht van schuldvordering bepaald door de artikelen 1689 tot 1691, Burgerlijk Wetboek samen met artikel 1390ter, Gerechtelijk Wetboek.

Deze bepaling heeft uitsluitend betrekking op het geval waarin de overdrager of de schuldeiser (schuldenaar van de kredietinstelling, overnemer) ofwel een personeelslid, ofwel een uitkeringsgerechtigde van de uitbetalingsactor is (gecedeerde schuldenaar).

Hieruit volgt dat de uitbetalingsactoren aan de banken, de kredietinstellingen en de verzekeringsmaatschappijen de persoonlijke gegevens meedelen die strikt noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een loonoverdracht of een overdracht van schuldvordering overeenkomstig voormelde wettelijke bepalingen en na overlegging van de bewijstukken.

2.6.5. Notarissen

De notaris is een openbaar ambtenaar waarvan het statuut wordt geregeld bij wet op het notarisambt van 16 maart 1803.

Zijn optreden is verplicht voor het verlijden van een aantal akten (overdracht van onroerende goederen, huwelijkscontracten, openbare testamenten,…). Daarnaast kan hij optreden in bepaalde zaken die niet tot zijn exclusieve bevoegdheid behoren bv. in het kader van een vereffening van een nalatenschap. Hij treedt dan op als notaris-zelfstandige en niet als notaris-ambtenaar.

Omdat het evenwel niet altijd duidelijk is in welke hoedanigheid de notaris zijn vraag richt tot de uitbetalingsactoren, moeten de uitbetalingsactoren toch gevolg geven aan de vragen van de notarissen, op voorwaarde dat zij een schriftelijke aanvraag indienen waarin zij verklaren dat het om een mededeling persoonlijke gegevens van hun cliënt gaat en waarin zij hem identificeren door het opgeven van zijn naam, voornaam en adres.

2.6.6. Diplomatieke en consulaire posten

Diplomatieke en consulaire ambtenaren hebben respectievelijke op grond van het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer van 18 april 1961 en het Verdrag van Wenen inzake consulair verkeer van 24 april 1963 onder meer tot taak de belangen van de Belgen in het buitenland te behartigen.

De uitbetalingsactoren dienen gevolg te geven aan vragen van diplomatieke en consulaire ambtenaren tot mededeling van persoonlijke gegevens, voor zover zij in hun schriftelijke aanvragen aantonen dat zij deze gegevens nodig hebben voor de uitoefening van hun taak zoals omschreven in voormelde verdragen.

2.6.7. Vereffenaars van faillissementen en curatoren

Vereffenaars van faillissementen en curatoren treden op grond van de artikelen XX.122 tot en met XX.154, Wetboek van economisch recht op bij faillissement.

De uitbetalingsactoren moeten hen de gevraagde persoonlijke gegevens meedelen op voorwaarde dat zij aantonen dat zij deze gegevens nodig hebben in het kader van de vereffening of curatele waarmee zij zijn belast.

Bij de mededeling van persoonlijke gegevens moeten niet alleen de principes van de wet van 15 januari 1990 maar ook die van de algemene verordening gegevensbescherming (hierna: AVG) in acht worden genomen, meer in het bijzonder:

  • het finaliteitsprincipe voorzien bij artikel 6, c), AVG van laatstgenoemde wet wordt strikt toegepast, dat wil zeggen dat de gegevens slechts mogen worden verwerkt en dus worden meegedeeld wanneer ze strikt noodzakelijk zijn voor de uitvoering van hun wettelijke opdrachten;
  • artikel 9, AVG is ook van toepassing in het geval dat de meegedeelde gegevens van medische aard kunnen zijn;
  • tenslotte is de grootste voorzichtigheid geboden wanneer deze mededelingen zich richten tot bepaalde mandatarissen die een wettelijke opdracht vervullen die voor betrokkene van gevoelige aard is in de ruime zin.
 
  • 1. Alle informatie over een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon („de betrokkene”); als identificeerbaar wordt beschouwd een natuurlijke persoon die direct of indirect kan worden geïdentificeerd, met name aan de hand van een identificator zoals een naam, een identificatienummer, locatiegegevens, een online identificator of van een of meer elementen die kenmerkend zijn voor de fysieke, fysiologische, genetische, psychische, economische, culturele of sociale identiteit van die natuurlijke persoon (art. 4, 1), AVG. In deze definitie zijn ook de sociale gegevens van persoonlijke aard begrepen.
  • 2. Twee begunstigden die ervoor kiezen om het groeipakket op een rekening, op naam van, één van hen te storten.
  • 3. Dit geldt enkel voor minderjarige kinderen want het ouderlijk gezag stopt wanneer het kind 18 jaar wordt.
  • 4. De ontvoogde minderjarigen worden in deze toelichtingsnota met meerderjarig kinderen gelijkgesteld. Net zoals bij een meerderjarige, staan deze kinderen niet meer onder het ouderlijk gezag. Hierdoor mogen ontvoogde minderjarige kinderen dezelfde informatie als meerderjarige kinderen ontvangen.
  • 5. Beraadslaging nr. 18/091 van 3 juli 2018 over de mededeling van persoonsgegevens aan diverse instellingen van sociale zekerheid door de organisaties van de gemeenschappen dn de gewesten die ingevolgde de zesde staatshervorming bevoegd zijn voor het beheer en de betaling van de gezinsbijslag. Beraadslaging nr. 95/58 van 24 oktober 1995, gewijzigd op 12 mei 1998 en 7 februari 2012, betreffende de mededeling buiten het netwerk van sociale gegevens van persoonlijke aard door de instellingen van sociale zekerheid aan personen of verenigingen die als mandataris van de sociaal verzekerden optreden. Beraadslaging nr. 96/65 van 10 september 1996, gecoördineerd op 10 augustus 1999, betreffende een aanbeveling van de Kruispuntbank van de sociale zekerheid tot machtiging van de instellingen van sociale zekerheid voor het mededelen van sociale gegevens van persoonlijke aard aan bepaalde privé-mandatarissen en openbare besturen buiten het netwerk van de sociale zekerheid die deze gegevens nodig hebben in het kader van hun wettelijk opgedragen taken.
  • 6. Natuurlijke persoon of rechtspersoon.
  • 7. Meer informatie zie verder: punt 2.6.1.
Datum van publicatie
Datum van afkondiging
Top