Vlaanderen

Artikel 2 BVR Rechtgevend kind

Het recht op gezinsbijslagen van een kind dat de Belgische nationaliteit niet bezit als vermeld in artikel 8, §1, eerste lid, 1°, van het decreet van 27 april 2018, ontstaat vanaf de datum waarop de beslissing tot toekenning van het verblijfsrecht conform de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen wordt genomen.

Met behoud van de toepassing van de in het vierde lid vermelde bevoegdheid van de minister, ontstaat het recht op gezinsbijslagen voor het kind dat erkend vluchteling is, vanaf de datum waarop de beslissing van erkenning van de vluchtelingenstatus, overeenkomstig artikel 48/3 van de voormelde wet, wordt genomen.

Als voor het rechtgevend kind zelf niet aangetoond kan worden dat het de toelating heeft of dat het gemachtigd is in België te verblijven of er zich te vestigen conform de voormelde wet, wordt die voorwaarde gecontroleerd via de persoon die het verblijfsrecht van het kind opent als vermeld in het Rijksregister.

De minister bepaalt wat met de voorwaarde van toegelaten of gemachtigd verblijf gelijkgesteld wordt.

Besluit van de Vlaamse Regering van 30 april 2020 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 oktober 2018 tot vaststelling van de diverse hoedanigheden van het rechtgevend kind en betreffende de vrijstellingen van de toekenningsvoorwaarden voor de gezinsbijslagen, de startbedragen geboorte en adoptie en de universele participatietoeslagen, wat betreft de datum van het ontstaan van het recht op gezinsbijslagen voor het kind dat vluchteling is (B.S. 25.05.2020) - artikel 1 Inwerkingtreding 04.06.2020

In artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 oktober 2018 tot vaststelling van de diverse hoedanigheden van het rechtgevend kind en betreffende de vrijstellingen van de toekenningsvoorwaarden voor de gezinsbijslagen, de startbedragen geboorte en adoptie en de universele participatietoeslagen wordt het tweede lid vervangen door wat volgt: "Met behoud van de toepassing van de in het vierde lid vermelde bevoegdheid van de minister, ontstaat het recht op gezinsbijslagen voor het kind dat erkend vluchteling is, vanaf de datum waarop de beslissing van erkenning van de vluchtelingenstatus, overeenkomstig artikel 48/3 van de voormelde wet, wordt genomen.".

gearchiveerde versie (01/01/2019 - 03/06/2020)

 

Datum van publicatie
Datum van afkondiging
Top