Vlaanderen

Artikel 56terdecies van de Algemene kinderbijslagwet

Is rechthebbende op kinderbijslag tegen de bedragen bepaald in artikel 40 :

1° de zelfstandige die zijn beroepsactiviteit heeft stopgezet, mits hij de hoedanigheid van rechthebbende heeft gehad gedurende ten minste zes van de twaalf maanden die voorafgaan aan de maand in de loop waarvan hij zijn activiteit heeft stopgezet. Hij verliest deze hoedanigheid van rechthebbende uiterlijk de laatste dag van het tweede kalenderkwartaal volgend op het kwartaal in de loop waarvan hij zijn activiteit heeft stopgezet;

2° de zelfstandige aan wie het toegelaten is zijn bijdragen verder te betalen in het raam van de regeling betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen, alhoewel hij zijn zelfstandige bezigheid heeft stopgezet;

3° de zelfstandige die geniet van de sociale verzekering krachtens het koninklijk besluit van 18 november 1996 houdende invoering van een sociale verzekering ten gunste van zelfstandigen in geval van faillissement, daarmee gelijkgestelde situaties of gedwongen stopzetting. Hij verliest deze hoedanigheid van rechthebbende uiterlijk de laatste dag van het vierde kalenderkwartaal volgend op het eerste trimester waarvoor de sociale verzekering werd toegekend.

De wet van 04.04.2014 tot wijziging van de samengeordende wetten van 19 december 1939 betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, art. 63 (B.S. 05.05.2014), van kracht vanaf 30.06.2014, heeft het art. 56terdecies ingevoegd dat luidt als volgt:

"Art. 56terdecies. Is rechthebbende op kinderbijslag tegen de bedragen bepaald in artikel 40 :

1° de zelfstandige die zijn beroepsactiviteit heeft stopgezet, mits hij de hoedanigheid van rechthebbende heeft gehad gedurende ten minste zes van de twaalf maanden die voorafgaan aan de maand in de loop waarvan hij zijn activiteit heeft stopgezet. Hij verliest deze hoedanigheid van rechthebbende uiterlijk de laatste dag van het tweede kalenderkwartaal volgend op het kwartaal in de loop waarvan hij zijn activiteit heeft stopgezet;

2° de zelfstandige aan wie het toegelaten is zijn bijdragen verder te betalen in het raam van de regeling betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen, alhoewel hij zijn zelfstandige bezigheid heeft stopgezet;

3° de zelfstandige die geniet van de sociale verzekering krachtens het koninklijk besluit van 18 november 1996 houdende invoering van een sociale verzekering ten gunste van zelfstandigen in geval van faillissement, daarmee gelijkgestelde situaties of gedwongen stopzetting. Hij verliest deze hoedanigheid van rechthebbende uiterlijk de laatste dag van het vierde kalenderkwartaal volgend op het eerste trimester waarvoor de sociale verzekering werd toegekend.".

Datum van publicatie
Datum van afkondiging
Top