996/103 van 5 november 2012 - Gids van de bewegingen van aansluitingen van werkgevers van kinderbijslagfondsen binnen het NRW (opgeheven op 1 oktober 2016)

    Opmerking: Sinds 30 september 2016 zijn de regels van dienstbrief 996/103 niet langer van toepassing.1

    De voorbije jaren werden de kinderbijslaginstellingen nauwkeurig ingelicht over de aansluitingen van werkgevers bij een kinderbijslagfonds.

    Om die gegevens samen te voegen werd een samenvattend document, dienstbrief 996/103, opgesteld waarin de verschillende situaties worden opgelijst die mogelijk zijn bij bewegingen van aansluitingen van werkgevers binnen kinderbijslagfondsen (aansluitingen, schrappingen, ontslagen en uitsluitingen van kinderbijslagfondsen). Bij al die bewegingen worden de wetsbepalingen vermeld en wordt de toepassing ervan aan de hand van een voorbeeld toegelicht.

    De dienstbrief 996/103 werd opgesteld aan de hand van een principe om de toepassing identiek te houden ongeacht de situatie.

    Dat principe houdt in dat met de eerste door een werkgever verstuurde aanvraag2 om aansluiting wordt rekening gehouden om het kinderbijslagfonds te bepalen en dat die aansluiting concreet gemaakt wordt doordat die door het bevoegde fonds in het Nationaal Repertorium van de Werkgevers wordt ingegeven. Dat principe geldt eveneens bij een aansluiting na een aanvraag om ontslag van een werkgever.
    Als de werkgever echter voor de ingangsdatum van het ontslag aan het fonds waar hij ontslag neemt een aanvraag om aansluiting bezorgt, wordt deze gelijkgesteld met een annulatie van zijn aanvraag om ontslag. De aansluiting van de werkgever bij het fonds blijft bijgevolg bestaan en de andere aanvragen tot aansluiting zijn nietig.

    Het principe stabiliseert de bevoegdheid van het kinderbijslagfonds na ontvangst van de eerste aanvraag om aansluiting en garandeert bijgevolg dat het recht op kinderbijslag snel kan worden vastgesteld.

    Dat de gegevens over aansluitingen onmiddellijk worden ingegeven in het Nationaal Repertorium van de Werkgevers verstevigt zijn referentierol over bevoegdheden tussen kinderbijslaginstellingen.

    Als het bevoegde kinderbijslagfonds een aansluiting van een werkgever immers onmiddellijk in het Nationaal Repertorium van de Werkgevers ingeeft, wordt, doordat het toegankelijk is, vermeden dat andere fondsen die een latere aanvraag tot aansluiting ontvangen onnodig werk verrichten (de geldigheid en de ontvankelijkheid van de aanvraag controleren en de aansluiting in de interne gegevensbank van het fonds ingeven).

    De bijgevoegde Gids van de bewegingen van aansluitingen van werkgevers van kinderbijslagfondsen binnen het NRW bestaat uit twee delen: een deel over de administratieve principes en een praktisch deel.

    In het deel over de administratieve principes worden alle mogelijke situaties bij aansluitingen van werkgevers gedefinieerd, de van toepassing zijnde wetsbepalingen worden vermeld en de te volgen regels bij de bewegingen van de werkgevers worden opgesomd.

    In het praktische deel worden het onderzoek van de geldigheidsvoorwaarden voor de brieven van werkgevers en het ingeven van de gegevens en de juiste codes in het NRW beschreven. Als de bewegingen van de aansluitingen controles met zich brengen, worden die eveneens beschreven bij de situatie in kwestie.

    • 1Cfr. dienstbrief 996/103bis
    • 2Momenteel wordt naargelang de situatie rekening gehouden met de eerste of de laatste aanvraag om aansluiting bij het bepalen van het bevoegde fonds.
    Top