996/51 van 4 augustus 2004 - Periode van bevallingsrust tijdens de wachttijd - Schorsing en verlenging van de wachttijd van 270 kalenderdagen

    Het Koninklijk Besluit van 16 februari 2004 tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering (B.S. 23 maart 2004) heeft bepaald dat de periode van bevallingsrust voortaan geen beletsel is voor het doorlopen van de wachttijd met het oog op het verkrijgen van wachtuitkeringen. Totnogtoe betekende de periode van bevallingsrust een schorsing van de wachttijd die werd verlengd met een evenredige periode (max. 15 weken).
    In overeenstemming daarmee werd het recht op kinderbijslag gedurende de wachttijd eveneens geschorst tijdens de periode van bevallingsrust en daarna werd deze verlengd met een periode waarvan de duur gelijk was aan de schorsing.

    In afwachting van een aanpassing van de circulaire wil ik u vragen geen rekening meer te houden met de vroegere regeling (cfr. CO 1212 van 27.02.1989), de betaling van de kinderbijslag tijdens de wachttijd om reden van bevallingsrust niet meer te schorsen en de wachttijd niet meer te verlengen1 .

    Toepassing in de tijd - wachttijd 2003-2004

    Uit contacten met de RVA is gebleken dat de nieuwe bepaling wordt toegepast op de aanvragen om een wachtuitkering ingediend vanaf de publicatie in het Belgisch Staatsblad, nl. vanaf 23 maart 2004.
    Rekening houdende met de complementariteit tussen beide regimes enerzijds en anderzijds het feit dat cumulbetalingen tussen de werkloosheidsreglementering en de kinderbijslagreglementering uitgesloten zijn2 , betekent dit dat geen schorsing van de wachttijd meer diende te worden uitgevoerd op de inschrijvingen als werkzoekende vanaf 27 juni 2003 (= 23/03/2004-270 dagen).

    In functie van deze nieuwe reglementering zal de vraag naar de bevallingrust op het formulier P20 geschrapt worden.

    Overgangsmaatregelen

    De kinderbijslag voor de geschorste periode wordt onmiddellijk uitbetaald.

    De kinderbijslag die tijdens de verlenging betaald is, wordt verrekend met de kinderbijslag die verschuldigd is voor de periode waarvoor de betaling geschorst is geweest. Het verschil wordt dadelijk uitbetaald.

    Voorbeeld: De jongere is ingeschreven op 1 augustus 2003. De kinderbijslag werd geschorst wegens bevallingsrust van 1 december 2003 tot 29 februari 2004. De (verlengde) wachttijd loopt tot 31 juli 2004. De maand mei 2004 is reeds betaald (eerste maand van de verlenging). Het kinderbijslagfonds ontvangt nu een bericht (flux A015) dat de jongere wachtuitkeringen geniet op 1 juni 2004. De geschorste periode wordt geregulariseerd: de kinderbijslag voor de maanden december 2003, januari en februari 2004 wordt toegekend met aftrek van de kinderbijslag voor de maand mei 2004.

    Wanneer de vroegere regeling integraal (schorsing en evenredige verlenging van de duur van de wachttijd) werd toegepast en de jongere uiteindelijk recht heeft gehad op 270 kalenderdagen is er geen regularisatie nodig.

    Een ambtshalve herziening van de afgesloten dossiers is niet noodzakelijk.

    De kinderbijslag voor de geschorste periode wordt terug uitbetaald in alle gevallen waarin een debet werd opgemaakt omdat de betaling voor de periode van bevallingsrust eerst niet werd geschorst.

    • 1Deze wijziging betreft enkel de bevallingrust, en niet de ziekte, het ongeval en de hospitalisatie.
    • 2De bedoeling is dat ze naadloos aaneensluiten en dat de cumulatie niet toegelaten is (cfr. art. 3, laatste alinea van het Koninklijk Besluit van 9 juli 2002 tot wijziging van artikel 62, §3, §4 en §5 van de gecoördineerde wetten).
    Top