999/132 van 24 december 2004 - Aanpassing van de formulieren P19, P19bis en P19ter - KB van 26 oktober 2004 tot uitvoering van de Art. 42bis en Art. 56, §2 Kinderbijslagwet -rechten op een toeslag

    Met het KB van 26 oktober 2004 (BS 24 november 2004) werd het regime van de toeslagen hervormd. De toelichting hierover werd u recent meegedeeld met de CO 1351 van 10 december 2004. Als bijlage bij deze CO bevinden zich de aangepaste formulieren.

    Hierna worden de nieuwe bepalingen van het besluit besproken in samenhang met de aanpassing aan de desbetreffende formulieren.

    1. Schematische voorstelling van de voorwaarden en de gebruikte formulieren

    Welk formulier voor welk gezinstype?

    Type Gezinstoestand Formulieren Voorwaarden
    Inkomensgrens lonen & uitkeringen (EUR) Andere voorwaarden
    1 Rechthebbende die alleen woont met de kinderen (art. 1, 1° KB) P19 1.672,38 Overgang naar type 2 i.g.v. feitelijk gezin of huwelijk1
    2 Rechthebbende die samenwoont met kinderen en met echtgenoot of partner (art. 1, 2° KB) P19 1.930,21 -
    3 Bijslagtrekkende met de kinderen2 (art. 1, 3° KB) die feitelijk of wettelijk gescheiden is van de rechthebbende P19bis 1.672,38

    Het inkomen van de rechthebbende speelt geen rol, alleen het inkomen van de bijslagtrekkende

    Geen nieuw huwelijk of feitelijk gezin
    4 Bijslagtrekkende met de kinderen3 (art. 1, 4° KB) die gescheiden leeft van de andere ouder, die de rechthebbende is P19bis 1.672,38

    Het inkomen van de rechthebbende speelt geen rol, alleen het inkomen van de bijslagtrekkende

    Geen nieuw huwelijk of feitelijk gezin

    2. De gegevensinwinning inzake het inkomen met de formulieren

    De gegevens betreffende de inkomens worden verder ingezameld met de formulieren P19 en P19bis. Bij gebrek aan een authentieke bron met actuele gegevens over de inkomsten wordt de toeslag in principe geldig toegekend op basis van een inkomensverklaring opgevraagd met formulieren. Er is geen aparte behandeling naargelang het inkomen (ook voor inkomsten uit zelfstandige arbeid), echter in geval van kennelijke onvolledigheid, grondige twijfel of onduidelijkheid over het feit of de bruto-inkomens op het formulier werden opgegeven of de verklaarde inkomens het toegelaten plafond niet overschrijden, is het stellig aangewezen om bijkomende stukken te vragen (een goed leesbare kopie van het loonbriefje, de uitkeringsfiche.....).

    3. De verzending, behandeling en verwerking van de formulieren

    3.1. Het formulier P19

    Het formulier wordt verstuurd in geval de rechthebbende alleen woont met kinderen of samenwoont met echtgenoot of partner en kinderen. De geplaatste kinderen worden geacht tot het gezin te behoren4 . Het formulier P19 moet geadresseerd zijn aan de rechthebbende.

    3.2. Het formulier P19bis

    Het formulier wordt verstuurd in geval van gescheiden ouders of niet-samenwonende ouders. Het formulier wordt geadresseerd aan de (stief)ouder, die bijslagtrekkende is voor tot het gezin behorende kinderen, waarvan de andere (stief)ouder buiten het gezin de rechthebbende is (bijv. geval bij co-ouderschap).

    De Rijksdienst heeft de formulieren P19 en P19bis + infoblad aangepast volgens algemeen gekende noties en begrippen, rekening houdende met de nieuwe reglementering.

    De oude formulieren blijven nog een tijd in gebruik voor de onderzoeken die uitsluitend betrekking hebben op periodes voorafgaand aan de inwerkingtreding van het koninklijk besluit (1 januari 2005).

    3.3. Het overgangsformulier P19/P19bis

    3.3.1. Waarom een overgangsformulier?

    De jaarlijks op 15 januari te verzenden formulieren P19/P19bis hebben een dubbel perspectief. Enerzijds de voorwaarden controleren om na te gaan of voor het voorbije jaar de toeslag correct is betaald, anderzijds de basis leggen voor de (provisionele) betaling van een toeslag voor het komende jaar. Dit heeft in concreto tot gevolg dat met betrekking tot de op 15 januari 2005 te verzenden formulieren voor het jaar 2004 nog de voorwaarden van oude regeling moeten worden "gecheckt", terwijl voor het jaar 2005 de condities van de nieuwe regeling worden onderzocht.

    Het formulier dient te worden gestuurd voor alle gevallen waarin op basis van de referentiemaand in 2004 een toeslag wordt betaald of in 2005 betaalbaar is (bijv. rechthebbende bereikt de zevende maand ziekte op 15 december).

    Om reden van die dubbele invalshoek werd dus door de werkgroep formulieren een overgangsformulier P19/P19bis opgesteld.

    3.3.2. De dubbele beoordeling

    Het formulier bevat een exhaustieve opsomming van alle mogelijke inkomens als gevolg van werken (ook zelfstandige arbeid) of het recht op een uitkering zowel van de rechthebbende als van de partner (P19) of de alleenwonende (stief)ouder (P19bis). Voor een correcte beoordeling van de inkomensgrenzen in de oude regeling is het noodzakelijk expliciet vragen te stellen over alle inkomsten, omdat geïmmuniseerde inkomsten en bijzondere regelingen talrijk zijn.

    Gevolg:

    De op het formulier meegedeelde bedragen moet u eenmaal beoordelen volgens de oude regeling (2004) en een tweede maal volgens de nieuwe regeling (2005). Om u hierbij te begeleiden werd het "Beoordelingsblad lnkomen voor de overgangsformulieren P19/P19bis" in bijlage II opgesteld, waarvan de nummering van de rubrieken overeenstemt met de nummering op het formulier.

    3.3.3. Berekening van het referte-inkomen

    Het referte-inkomen is het bedrag dat bekomen wordt na toepassing van de geldende regels op de met het formulier verklaarde inkomsten. Het referte-inkomen is de basis van vergelijking met de vigerende inkomensgrenzen.

    3.3.3.1. Referte-inkomen voor het jaar 2004 - de oude regeling

    REFERTE INKOMEN = TOTAALINKOMEN - VRIJGESTELDE INKOMSTEN

    De aandacht wordt gevestigd op bijzondere berekeningsregels:

    1. het loon van de rechthebbende is vrijgesteld;

    2. het loon van de partner (andere ouder) dat hoger is dan 243,42 EUR is een beletsel voor de toeslag;

    3. de sociale uitkering van de partner (andere ouder) die hoger is dan 243,42 EUR wordt volledig bij de andere uitkeringen geteld;

    4. de sociale uitkering van de partner (ander ouder) die lager of gelijk is aan 243,42 EUR wordt geïmmuniseerd (niet geteld);

    5. extra-legale pensioenen zijn vrijgesteld (infonota 1996/1);

    6. voor inkomsten uit zelfstandige activiteit geldt een bijzondere regeling (infonota 1996/3);

    7. voor het statuut van behoud van rechten in de werkloosheidsregelementering geldt een bijzondere regeling (CO 1289).

    Het regime voor specifieke inkomsten vindt u op het beoordelingsblad (bijlage II).

    Gevolg van de beoordeling voor 2004

    Het referte-inkomen is lager dan of gelijk aan het grensbedrag volgens de vigerende grensbedragen5 . Het recht op getrimestrialiseerde toeslag is in elk geval tot 31 maart 20056 verworven.

    Het referentie-inkomen is hoger dan het grensbedrag. Ht recht op een toeslag is vervallen met een einde van het recht op een getrimestrialiseerde toeslag volgens dossiergegevens.

    3.3.3.2. Referte-inkomen voor het jaar 2005 - de nieuwe regeling

    REFERTE INKOMEN = TOTAALINKOMEN

    Voor de berekening van de inkomensbasis voor bet jaar 2005 komen alle op het formulier ingevulde bruto-inkomsten in aanmerking. Zowel voor de rechthebbende als de partner, worden alle (bruto)-lonen en (bruto)-uitkeringen samengeteld. Voor de partnergezinnen geldt een globaal plafond van 1930,21 EUR. Voor de alleenstaande rechthebbende of (stief)ouder met kinderen is een globaal plafond van 1672,38 EUR van toepassing. Er bestaan vier vrijstellingen, waar het formulier niet naar vraagt: kinderbijslag, tegemoetkomingen voor hulp van derden, opvangvergoedingen voor onthaalouders van Kind & Gezin, vergoedingen en de onkosten voor de voogdij7 van niet-begeleide buitenlandse minderjarigen. Extra-legale pensioenen en andere voordelen verkregen via collectieve overeenkomsten (zelfs op bedrijfsniveau) gelden als inkomsten die moeten worden geteld.

    Bijzondere notie "andere inkomsten"

    In geval deze rubriek is ingevuld moet de aard van het inkomen geval per geval worden nagegaan wat betekent dat moet worden onderzocht of het om een beroepsinkomst of een vervangingsinkomen gaat. Naargelang het geval worden zij meegeteld of vrijgesteld overeenkomstig de toepasselijke regels (zie hiervoor). Gewoonlijk worden onder deze rubriek de inkomsten vermeld krachtens een collectieve arbeidsovereenkomst (ook de bedrijfscao's).

    Gevolg van de beoordeling voor 2005

    Het referte-inkomen is lager dan of gelijk aan het grensbedrag volgens de nieuwe regeling. Het recht op toeslag is verworven vanaf januari 2005.

    Het referentie-inkomen is hoger dan het grensbedrag volgens de nieuwe regeling. Het recht op een toeslag is vervallen met een einde van het recht op de toeslag volgens de concrete dossiergegevens.

    4. Het formulier P19ter - wijziging van de procedure voor de verzending op 15 januari 2005

    De gevallen waar in het verleden de toeslag werd geweigerd ontvangen jaarlijks het formulier P19ter, verzonden op 15 januari. Met dit formulier wordt aan de gezinnen aan wie de toeslag werd geweigerd de kans geboden, bij ongewijzigde reglementering, een nieuw onderzoek te vragen gelet op eventueel sinds de laatste beslissing van weigering ingetreden wijziging in de gezins- of inkomenssituatie (bijv. lager inkomen van de partner).

    Wat voor 2005?

    Wat betreft de verzending van 15 januari 2005 wordt de procedure gewijzigd. Teneinde aan alle gezinnen de mogelijkheid te bieden in aanmerking te komen voor de toeslag gelet op de wijziging van reglementering, wordt aan de kinderbijslagfondsen gevraagd de procedure P19ter te vervangen door een volledig nieuw onderzoek met het nieuw formulier P19/P19bis. Omwille van een juiste en volledige informatie zal ook voor deze gezinnen een folder worden ontwikkeld. Deze verkeert momenteel in een ontwerpfase en wordt u zo spoedig mogelijk bezorgd.

    Desgevallend stuurt u het nieuw formulier waarop in overeenstemming met uw huisstijl de verwijzing "nieuwe reglementering" met duidelijk leesbare lettertekens op de voorkant van het formulier wordt aangegeven (voorbeeld als bijlage III).

    Als u naar aanleiding van dit onderzoek kennis heeft van feiten of gebeurtenissen die een weerslag hebben op het recht op een toeslag voor een periode, voorafgaand aan de inwerkingtreding van het nieuwe koninklijk besluit is het vanzelfsprekend dat de desbetreffende gegevens pro-actiefbij het onderzoek worden betrokken volgens de oude regeling en desgevallend tot een regularisatie van de toeslag zullen leiden.

    5. De wijzigingen in de gezins-en inkomenssituatie (toepassing van artikel 48 Kinderbijslagwet)

    Conform de circulaire 1351 van 10 december 2004 volstaat ingeval van " gewijzigde gezinssituatie" het bestaan tijdens een referentiemaand van een situatie die recht geeft op een toeslag om het recht te vestigen, ongeacht de duur van die situatie. Hierna wordt aangeduid wanneer het recht ingaat.

    Voorbeelden

    • Een langdurig werkloze met een uitkering van 750 EUR/maand, woont samen met een partner met een maandelijks beroepsinkomen van 2000 EUR. Van 5 tot 20 mei leven ze gescheiden. Gezien het maandelijkse plafond voor een rechthebbende die alleen woont met het kind niet overschreden wordt tijdens de scheidingsperiode, kan een toeslag toegekend worden op basis van deze situatie. Het recht op een toeslag ontstaat op 5 mei met uitwerking8 op 1 juni.

    • Een gepensioneerde met een pensioen van 1.750 EUR woont alleen met zijn kind. Op 14 februari gaat hij een feitelijk gezin vormen met zijn partner die geen inkomsten heeft. Er is recht op een toeslag op basis van die tweede situatie die zich tijdens de maand voordoet.
      Het recht op een toeslag is verworven vanaf 14 februari9 met uitwerking op 1 maart.

    6. Scheiding van de ouders - Co-ouderschap - het recht op een toeslag

    Welk formulier zenden ?

    In geval van scheiding van de ouders en co-ouderschap wordt het kind geacht bij de bijslagtrekkende vader of moeder te wonen. De voorwaarden van het koninklijk besluit worden bijgevolg getoetst in het gezin van de ouder die de bijslagtrekkende10 is.

    De standaardprocedure bestaat erin dat het formulier P19bis gezonden wordt aan de moeder die de bijslagtrekkende is in de co-ouderschapsregeling, terwijl de vader rechthebbende is.

    Gevallen waar afstand van het voorrangsrecht van de vader aan de moeder een voordeelregeling oplevert (recht op een toeslag) moeten pro-actief worden opgespoord en geven aanleiding tot een actieve interventie en doelgerichte informatie. Het mogelijk bestaan van een voordeliger schaal in hoofde van de moeder wordt onderzocht door het formulier P19 aan haar te sturen.

    Het formulier P19 wordt aan de moeder gestuurd als die de rechthebbende is (vader zelfstandige).

    Als bet kind bij de vader woont ?

    Is het kind bij de vader gedomicilieerd en heeft hij expliciet om de betaling gevraagd, dan wordt het formulier P19 of P19bis aan de vader gestuurd, naargelang het gezinstype.

    De vraag is gesteld of de inkomensvoorwaarden in zijn gezin kunnen worden onderzocht om tot toekenning van het meest gunstige tarief over te gaan, als het kind bij de vader is gedomicilieerd die het statuut van bijslagtrekkende niet aanvraagt. Er is geen juridisch bezwaar om op basis van het koninklijk besluit in gevallen van bewezen co-ouderschap aan de vader het formulier P19 te sturen en de voorwaarden in zijn gezin te beoordelen.

    Voorbeeld:

    De gescheiden ouders voeden het kind in co-ouderschap op. Het kind is bij de vader gedomicilieerd. De vader die invalide is vraagt geen betaling van de kinderbijslag. De moeder is de bijslagtrekkende en werkt met een inkomen hoger dan het grensbedrag. Geeft de inkomenssituatie van de vader aanleiding tot de toekenning van de schaal voor "invaliden", dan bestaat er geen bezwaar om het gunstigste tarief aan de moeder te betalen.

    7. Motivering van de beslissingen tot weigering of toekenning van een toeslag

    Om in overeenstemming te zijn met het Handvest van de sociaal verzekerde moeten de beslissingen correct en volledig worden gemotiveerd, met een exacte verwijzing naar de juiste wetsbepalingen.
    Bijgevolg moet erop gelet worden dat er op basis van het KB van 12 april 1984 of 26 oktober 2004 wordt gemotiveerd of op basis van beide, naargelang de beslissing tot toekenning of niet-toekenning gesteund is op de beide regelingen of op een ervan. Aan de kinderbijslagfondsen wordt gevraagd het nodige te doen met het oog op een correcte motivering. Gelet op mogelijke combinaties past de Rijksdienst de bestaande motiveringsmodules aan.

    Voor meer informatie over deze circulaire kan u steeds bij Departement Controle terecht.

    Als bijlage I en Ibis vindt u voor informatie de schema's over de wettelijke voorwaarden voor de toepassing van het nieuw KB.

    Als bijlage II gaat de beoordelingstabel in verband met het inkomen.

    Als bijlage III gaat een voorbeeld van het nieuw formulier met verwijzing.

    • 1Zie: punt 5 wijzigingen in de gezins- en inkomenssituatie
    • 2De bijslagtrekkende mag geen nieuw huwelijk hebben aangegaan of een feitelijk gezin vormen
    • 3De bijslagtrekkende mag geen nieuw huwelijk hebben aangegaan of een feitelijk gezin vormen
    • 4Het geplaatste kind wordt geacht tot het gezin van de rechthebbende te behoren als het een derde op een spaarboekje wordt gestort of tot het gezin van de bijslagtrekkende als het een derde op een spaarboekje wordt gestort of tot het gezin van de bijslagtrekkende als het een derde aan een natuurlijk persoon wordt betaald.
    • 51.672,38 EUR als gezamenlijk vervangingsinkomen en 243,42 EUR voor de partner
    • 6Het recht wordt getrimestrialiseerd op basis van de referentiemaand november 2004. Recht op een toeslag tot 31 maart 2005
    • 7beperkt tot twee opdrachten
    • 8overgang van voorwaarden gezinstype II naar I
    • 9overgang van voorwaarden gezinstype I naar II
    • 10Zie: CO 1307 en 1319
    Top