Vlaanderen

CO 1019 van 7 april 1976 - KB van 10 maart 1964 - Art. 5 - Betekenis van de uitdrukking "activiteit die aanleiding geeft tot verzekeringsplicht ingevolge een der regelingen van maatschappelijke zekerheid"

 

Ter aanvulling van onze omzendbrief C.O. 1011 van 31-10-1975, punt I, B, lid 5 (blz. 2 in fine "Bijkomende bijslag") deelt de Minister van Sociale Voorzorg mede dat voor de interpretatie van de voorwaarde "geen activiteit uit te oefenen die aanleiding geeft tot verzekeringsplicht ingevolge één der regelingen van maatschappelijke zekerheid", het feit voor een minder-valide tewerkgesteld in een beschutte werkplaats, een sociale prestatie te genieten, hem niet uitsluit uit het genot van de bijkomende bijslag, omdat hij niet als zodanig onder de toepassing van de sociale zekerheid valt ; die regel geldt welke ook de prestatie weze : werkloosheidsuitkering, bijslag of rente verleend krachtens de wetgeving inzake arbeidsongevallen en beroepsziekten, enz...

De interpretatie moet niet beperkt worden tot enkel de gevallen van minder-valide kinderen tewerkgesteld in een beschutte werkplaats ; ze geldt algemeen, onder andere, voor de kinderen die als totaal ongeschikt zijn erkend om enig beroep uit te oefenen, maar die een vergeefse poging om te werken zouden gedaan hebben die voldoende is om voor hen sommige rechten op sociale zekerheidsuitkeringen te openen, voor gewone, door een ongeval getroffen, ziek of werkloos geworden werknemers en aan wie de deskundige geneesheer het vereiste ongeschiktheidspercentage zou toekennen in voorwaarden die een recht op kinderbijslag zouden kunnen openen.

Top