CO 1056 van 26 juli 1978 - Toepassing van Art. 8 van KB van 30 december 1975 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder kinderbijslag wordt verleend ten behoeve van het kind dat onderwijs volgt

    De vaststelling van het recht op kinderbijslag voor de leerling-verpleegsters (verplegers) die stages doorlopen en die tijdens deze stages kosteloos maaltijden aangeboden krijgen, levert moeilijkheden op.

    Immers, het komt vaak voor dat deze maaltijden in rekening gebracht worden als voordelen in natura, welke de overschrijding kunnen medebrengen van de bij artikel 8 van het koninklijk besluit van 30 december 1975 gestelde loongrens.

    Welnu, bedoeld in artikel 8 bepaalt dat de stages met lesuren gelijkgesteld worden indien onder meer de lonen of vergoedingen toegekend tijdens deze stages niet het bedrag van het loon, waarboven de leerling ophoudt de kinderbijslag te genieten, overtreffen.

    Zich inspirerend op het stelsel dat op de leerling-verpleegsters (verplegers) toepasselijk is merkt de Minister op dat in artikel 8 enkel sprake is van de lonen of vergoedingen van de studenten die een stage doorlopen. Vermits het hier om een beperking gaat van het recht op kinderbijslag voor de studenten dient deze bepaling restrictief beoordeeld te worden ; bijgevolg, aangezien er geen sprake is van voordelen in natura, dienen deze niet in aanmerking genomen te worden.

    Bovendien bevat artikel 8 enkel een verwijzing naar het bedrag van de lonen of vergoedingen die toegelaten zijn in hoofde van de leerlingen en niet naar de componenten van deze lonen of vergoedingen.

    Verder dient ook opgemerkt dat indien de voordelen in natura bedoeld geweest waren, er zou dienen bepaald geweest te zijn in hoofde van de studenten hoeveel, forfaitair, de voordelen in natura belopen. Artikel 2 van het Ministerieel Besluit van 19 mei 19701 tot vaststelling van het bedrag van het loon waarboven de leerling ophoudt de kinderbijslag te genieten kan niet ingeroepen worden als geldend in hoofde van de studenten.

    Tenslotte dient ook met de realiteit rekening gehouden te worden dat het genieten van kosteloze maaltijden voor die leerling-verpleegsters niet enkel geschiedt tijdens de stages, maar ook tussen de lessen en dat de lessen en stages kunnen afwisselen met elkaar zodat het zeer moeilijk zou zijn de zogenaamde voordelen in natura te binden aan het volgen van lessen of aan het verrichten van stages.

    Hieruit vloeit voort dat de voordelen in natura niet medegerekend mogen worden ter bepaling van het loon of de vergoeding van een student die stage doorloopt.

    Deze omzendbrief is toepasselijk vanaf 1 januari 1976, datum van inwerkingtreding van het koninklijk besluit van 30 december 1975, zonder dat tot de ambtshalve herziening van de reeds afgehandelde dossiers moet worden overgegaan.

    • 1Thans artikel 1 van het K.B. van 6 maart 1979.
    Top