CO 1356 van 13 maart 2006 - bijlage van 9 juni 2006 - Meerderjarig kind dat afwisselend en even lang verblijft bij beide ouders - Te volgen procedure als het kind meerderjarig wordt

    De omzendbrief CO 1356 van 13 maart 2006 geeft toelichting bij de principes die gelden wanneer twee niet samenwonende ouders gezamenlijk het ouderlijk gezag over het kind uitoefenen.
    De circulaire besteedt bijzondere aandacht aan de vaststelling van het recht voor kinderen die afwisselend en even lang bij beide ouders verblijven.
    Omdat is gebleken dat er in de praktijk vragen rezen bij de vaststelling van het recht op kinderbijslag als het kind, na de meerderjarigheid, verder afwisselend en even lang bij beide ouders verblijft, heeft de Rijksdienst een procedure uitgewerkt voor kinderen die op het punt staan meerderjarig te worden.

    Praktische maatregelen

    1. Wanneer het kind de leeftijd van 18 jaar zal bereiken

    1.1. Uiterlijk drie maanden voordat het minderjarig kind dat in co-ouderschap wordt opgevoed de leeftijd van 18 jaar bereikt,

    wordt de rolcode van de bijslagtrekkende ouder in het Kadaster van de kinderbijslag omgezet in de code 103. Op die manier is de elektronische transmissie van de socio-professionele gegevensfluxen gewaarborgd1 .

    Tezelfdertijd wordt aan beide ouders een informatiebrief gestuurd, ongeacht of de kinderbijslag op dat ogenblik aan de vader of aan de moeder wordt uitbetaald.
    Een exemplaar van deze informatiebrief in het Nederlands en in het Frans gaat als bijlage.

    Bij deze informatieverstrekking worden de twee ouders uitgenodigd binnen 30 dagen de bijgevoegde verklaring ingevuld terug te sturen, wanneer het kind na de meerderjarigheid verder afwisselend en even lang bij beide ouders zal verblijven of op een studentenkamer zal wonen zonder er ingeschreven te zijn, aansluitend op de tweeverblijfsregeling.
    Een exemplaar van deze verklaring in het Nederlands en het Frans gaat als bijlage.

    Opmerking

    In het geval dat co-ouderschap niet van toepassing is op het minderjarig kind, zijn de kinderbijslaginstellingen al op de hoogte van de feitelijke leefsituatie van het kind en brengt de meerderjarigheid van het kind geen wijzigingen met zich mee. In dat geval hoeft er dan ook geen actie te worden ondernomen

    1.2. Na een maand wordt het dossier opnieuw behandeld.

    • Ofwel hebben beide ouders met de verklaring bevestigd dat het kind na zijn meerderjarigheid verder afwisselend en even lang bij beide ouders zal verblijven of op een studentenkamer zal wonen zonder er ingeschreven te zijn, aansluitend op een tweeverblijfsregeling. In dat geval worden vanaf de meerderjarigheid van het kind de rechthebbende en de bijslagtrekkende verder vastgesteld volgens de "juridische fictie" van het voortduren van het gemeenschappelijk gezin. Er wordt dus verder betaald in hoofde van dezelfde rechthebbende en ook de bijslagtrekkende blijft ongewijzigd2 .
    • Ofwel heeft één van de ouders bevestigd dat het kind na zijn meerderjarigheid verder afwisselend en even lang bij beide ouders zal verblijven of op een studentenkamer zal wonen zonder er ingeschreven te zijn, aansluitend op een tweeverblijfsregeling. De andere ouder reageerde echter niet. In dat geval wordt aan de ouder die de verklaring terugstuurde, gevraagd binnen 30 dagen deze situatie te bewijzen aan de hand van het bestaande vonnis of de bestaande notariële akte over de verblijfsregeling van het kind.
      Bij ontvangst van dat bewijs wordt aan de andere ouder meegedeeld dat na de meerderjarigheid van het kind de rechthebbende en de bijslagtrekkende verder zullen worden vastgesteld volgens de "juridische fictie" van het voortduren van het gemeenschappelijk gezin.
      Kan dat bewijs niet worden bezorgd, dan kan de kinderbijslaginstelling alleen maar vaststellen dat de ouders het oneens zijn over de feitelijke verblijfsregeling van het kind. Om te vermijden dat de kinderbijslaginstellingen daarover dienen te beslissen op basis van feitelijke elementen, wordt het recht op kinderbijslag vastgesteld in overeenstemming met de wettelijke hoofdverblijfplaats van het kind. Er wordt dan vanuit gegaan dat het kind zijn enige of hoofdzakelijke verblijfplaats heeft bij de ouder bij wie het is ingeschreven. De beslissing wordt aan de betrokkenen gemotiveerd conform het Handvest van de sociaal verzekerde.
    • Ofwel reageren de ouders niet of leggen ze tegenstrijdige verklaringen af over de feitelijke hoofdverblijfplaats van het kind. In dat geval worden vanaf de meerderjarigheid van het kind de rechthebbende en de bijslagtrekkende vastgesteld op basis van het domicilie van het kind. Er wordt vanuit gegaan dat het kind zijn enige of hoofdzakelijke verblijfplaats heeft bij de ouder bij wie het is ingeschreven. De beslissing wordt aan de betrokkenen gemotiveerd conform het Handvest van de sociaal verzekerde.

    2. Latere wijzigingen

    De genomen beslissing geldt zolang de verblijfsregeling van het kind dezelfde blijft. Signaleert één van de ouders een wijziging, dan wordt het dossier herzien. Daarbij worden de principes uitgelegd onder 1.2. supra in acht genomen. Wat betreft de inmiddels uitgevoerde betalingen wordt het principe van de betalingen te goeder trouw toegepast3 .

    Aandachtspunten

    • Een domiciliewijziging van het kind van het adres van de moeder naar dat van de vader of omgekeerd, leidt niet tot een nieuw onderzoek als de beide ouders achter de tweeverblijfsregeling blijven staan.
    • Stel dat de kinderbijslag na de meerderjarigheid op basis van de " juridische fictie" van het voortduren van het gemeenschappelijk gezin aan de moeder wordt betaald, maar de vader vraagt om de kinderbijslag voortaan aan hem te betalen. In dat geval dient er te worden vanuit gegaan dat één van de ouders niet langer achter de tweeverblijfsregeling staat. De rechthebbende en de b ijs lagtrekkende worden dan vastgesteld op basis van het domicilie van het kind.
    • Wanneer het kind niet langer ingeschreven staat op het adres van één van de ouders, is de "juridische fictie" van het voortduren van het gemeenschappelijk gezin evenmin nog van toepassing.

    3. Bijzondere situatie

    Het komt voor dat het kind al meerderjarig is wanneer de ouders feitelijk gescheiden gaan leven. Ook in dat geval kan verder betaald worden volgens "de juridische fictie" van het voortduren van het gemeenschappelijk gezin, als beide ouders verklaren dat het kind verder afwisselend en even lang bij beide ouders zal verblijven.

    4. Inwerkingtreding

    De uitgewerkte procedure is onmiddellijk van toepassing op de kinderen die binnen drie maanden de leeftijd van 18 jaar bereiken. Wordt voor een meerderjarig kind thans een verklaring van gelijk verdeelde huisvesting ingediend, dan kan de uiteengezette regeling worden toegepast binnen de perken van de verjaring voorzien in artikel 120 KBW. De al afgehandelde dossiers dienen niet systematisch te worden herzien. Voor periodes waarover de betalingen inmiddels zijn uitgevoerd, worden de hiervoor uiteengezette principes enkel toegepast op vraag van (één van) de ouders.

    Deze omzendbrief dient als bijlage bij CO 1356.

    • 1Om dubbele berichten te vermijden, geldt deze regel niet als de bijslagtrekkende ouder eveneens de rechthebbende is.
    • 2De moeder blijft zo de bijslagtrekkende. Als de vader echter de hoedanigheid van bijslagtrekkende verkreeg op basis van artikel 69, § 1, derde lid, KBW wordt verder aan hem betaald.
    • 3Cfr. informatienota 1986/50 van 14 november 1986.
    Top