CO 1376 van 8 september 2008 - Wet houdende diverse bepalingen (I) van 24 juli 2008

     

    1. Problematiek

    Artikel 68, KBW verplicht de rechtstreekse betaling van de gezinsbijslag aan de bijslagtrekkende.

    Dat artikel bepaalt ook dat de bijslag betaald wordt op een bankrekening of via een circulaire cheque.

    Die betalingsmodaliteiten vereisen dat de bijslagtrekkende stappen onderneemt bij een kredietinstelling, die op haar beurt een identiteitsbewijs vraagt aan de persoon aan wie het verschuldigde bedrag betaald moet worden, i.e. aan de bijslagtrekkende.

    Sommige bijslagtrekkenden, meestal zij die illegaal in België verblijven, kunnen hun identiteit niet voldoende bewijzen en krijgen zo hun kinderbijslag niet, hoewel die uitbetaald werd door de fondsen.

    2. Nieuwe juridische oplossing

    2.1. Principe

    Om die situatie te verhelpen, heeft de wetgever bepaald dat vanaf 17 augustus 2008 de gezinsbijslag die niet betaald kan worden aan de bijslagtrekkende omdat die geen identiteitsbewijs kan voorleggen, voor zijn rekening betaald zal worden aan de rechthebbende.

    Betalingen die op die basis gebeuren zijn liberatoir. De betalingen aan de rechthebbende stoppen op het moment dat de bijslagtrekkende, die zijn identiteit intussen kan bewijzen, het bevoegde fonds schriftelijk vraagt om de betalingen voortaan rechtstreeks aan hem te richten.

    2.2. Preciseringen

    Begin van de betaling aan de rechthebbende
    • De nieuwe wettelijke afwijking op de regel van de rechtstreekse betaling aan de bijslagtrekkende veronderstelt dat de bijslagtrekkende effectief de betaalde gezinsbijslag niet kan ontvangen, omdat hij zijn identiteit niet kan bewijzen. De bijslagtrekkende moet dat verklaren ten opzichte van het fonds. Als echter blijkt dat de bijslagtrekkende voorkomt in het RR, moet de gezinsbijslag verder aan hem betaald worden; de verklaring dat hij de gezinsbijslag niet kan ontvangen, is dan niet ontvankelijk.
    • De bijslagtrekkende en de rechthebbende moeten gezamenlijk schriftelijk aanvragen dat de betaling, voor rekening van de bijslagtrekkende, gebeurt aan de rechthebbende.
    • Vanaf de ontvangstdatum van de aanvraag moet elke betaling (ook regularisaties van betalingen voor voorbije periodes) gericht worden aan de rechthebbende.
    Einde van de betaling aan de rechthebbende, ten voordele van een rechtstreekse betaling aan de bijslagtrekkende
    • de betalingen door de fondsen zijn geldig tot de bijslagtrekkende schriftelijk aan het bevoegde fonds verklaart dat de betaling aan de rechthebbende moet stoppen ten voordele van hem;
    • vanaf de ontvangstdatum van die verklaring moet elke betaling gericht worden aan de bijslagtrekkende.
    Betalingsmodaliteit
    • de toegelichte maatregel betreft een betalingsmodaliteit die geen afbreuk doet aan de hoedanigheid van de bijslagtrekkende. Bijgevolg:
    1. blijft de groepering gebeuren rond de bijslagtrekkende tijdens de hele periode dat betaald wordt aan de rechthebbende;
    2. blijft de bezwaarprocedure in het belang van het kind mogelijk, volgens de voorwaarden bepaald in artikel 69, § 3, KBW;
    3. moeten de maatregelen tot sommendelegatie beslist door de rechter ten voordele van een andere persoon dan de bijslagtrekkende, worden toegepast, als ze beantwoorden aan de bepaalde vormvereisten (cf. dienstbrieven II/A/996/16 van 18/07/2001 en II/A/C/996/81 van 24/02/2008).
    • stopt, bij wijziging van de bijslagtrekkende in toepassing van de bepalingen van artikel 69, KBW, de betaling aan de rechthebbende vanzelfsprekend ten voordele van de betaling aan de nieuwe bijslagtrekkende, overeenkomstig de bepalingen van artikel 70bis, KBW, vanaf de eerste dag van de maand na de maand van de wijziging van de bijslagtrekkende.

    3. Praktische richtlijnen

    Om de mogelijkheden van het nieuwe artikel 68, KBW optimaal te benutten, wordt de fondsen gevraagd:

    • de bijslagtrekkenden op te sporen die de betalingen mogelijk niet kunnen ontvangen, op basis van de aanwijzingen in de aanvragen om kinderbijslag, de niet-inschrijving in het RR van die bijslagtrekkenden of de terugkeer van een circulaire cheque;
    • voor die bijslagtrekkenden een bis-nummer te creëren via de KSZ en dat te integreren in het Kadaster;
    • aan die bijslagtrekkenden een brief te sturen die hen informeert dat de kinderbijslag betaald kan worden aan de rechthebbende, als ze de betalingen zelf niet kunnen ontvangen. Bij die brief moeten dan de nodige formulieren gevoegd worden;
    • aan de bijslagtrekkenden een nieuw "model W" te sturen, waarmee ze kunnen vragen dat de kinderbijslag terug aan hen betaald wordt, zodra de fondsen op de hoogte zijn (via het RR, de bijslagtrekkende zelf of een ander kanaal) dat de bijslagtrekkende intussen zijn identiteit kan bewijzen,
    • in de rubriek "diversen" op het brevet in geval van wijziging van kinderbijslagfonds de redenen te vermelden waarom de kinderbijslag uitbetaald wordt aan de rechthebbende.

    Als bijlage vindt u de modelbrieven in overeenstemming met de richtlijnen van deze CO.

    Top