MO 325 van 13 januari 1976 - Vaststelling van de ongeschiktheid van sommige personen voor de toepassing van de GW (uittreksel)

    (...) verzoek ik de kinderbijslaginstellingen volgende onderrichtingen in acht te nemen:

    1. bij het indienen van een aanvraag om vaststelling van een ongeschiktheid bij de dienst voor geneeskundige controle van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, is het noodzakelijk aan te duiden of deze aanvraag een eerste aanvraag, een aanvraag om hernieuwing of een aanvraag om herziening betreft; in deze twee laatste gevallen dient de voorheen gedane vaststelling en de periode waarop deze slaat, vermeld te worden;

    2. iedere vaststelling van de geneesheer, of deze nu een eerste vaststelling, een hernieuwing of een herziening betreft, dient ter kennis gebracht te worden van de aanvrager door middel van een speciaal daartoe bestemd formulier en niet door de overmaking van het model X of een copie ervan.

    3. indien de vaststelling van de geneesheer tot gevolg heeft dat de kinderbijslag of de bijkomende bijslag voor minder-valide kinderen niet meer wordt toegekend, dient aan de aanvrager medegedeeld te worden dat ofwel herziening mogelijk is van deze vaststelling op grond van nieuwe elementen ofwel verhaal kan worden ingesteld bij de bevoegde arbeidsrechtbank (artikel 580, 2° van het G.W.) tegen de beslissing van de kinderbijslaginstelling houdende weigering van de kinderbijslag of van de bijkomende bijslag voor minder-valide kinderen.

    4. de arbeidsrechtbank kan, overeenkomstig artikel 962 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek, ter oplossing van een voor haar gebracht geschil, een deskundige aanstellen voor het verrichten van een nieuw geneeskundig onderzoek; wanneer een kinderbijslaginstelling dienaangaande overeenkomstig artikel 965, tweede lid van het Gerechtelijk Wetboek in kennis gesteld wordt en er toe uitgenodigd wordt als partij aanwezig te zijn bij het onderzoek, dient het kinderbijslagfonds de dienst voor geneeskundige controle van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering onverwijld hieromtrent in te lichten opdat een geneesheer van deze dienst aanwezig zou kunnen zijn bij dit onderzoek;

    5. een afschrift van alle in kracht van gewijsde gegane vonnissen en arresten in zaken waarin een kinderbijslaginstelling partij is voor de rechtsmachten in arbeidszaken of voor het Hof van Cassatie en welke de ongeschiktheid van een minder-valide kind betreffen, dient onmiddellijk overgemaakt te worden aan de dienst voor geneeskundige controle van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering1 ;

    6. indien de toepassing van de door de geneesheren gedane vaststellingen met betrekking tot de ter zake geldende wetsbepalingen en reglementaire bepalingen moeilijkheden oplevert, wordt de kinderbijslaginstelling verzocht de dienst kinderbijslag van de Algemene directie van de gezinsbijslag en uitkeringen aan minder-validen hiervan op de hoogte te brengen, die, zo nodig, die dienst voor geneeskundige controle van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering zal vragen de vereiste maatregelen te treffen of de nodige verbeteringen of preciseringen aan te brengen.

    • 1Lezen Ministerie van Sociale Zaken.
    Top