MO 382 van 2 februari 1980 - Inlichtingen welke door de kinderbijslaginstellingen dienen verstrekt te worden met betrekking tot de modaliteiten van verhaal

     

    Wanneer een beslissing wordt betekend welke vatbaar is voor verhaal voor een arbeidsrechtbank, dient in de betekening van deze beslissing de volgende formule opgenomen te worden:

    "BELANGRIJKE MEDEDELING"

    "Ingeval U niet akkoord gaat met onderhavige beslissing staat het U vrij verhaal in te dienen tegen deze beslissing door middel van een gedagtekend en ondertekend verzoekschrift, hetzij bij een aangetekende brief gezonden aan de griffie van de arbeidsrechtbank van......... (aanduiding van het volledige adres), hetzij neergelegd ter griffie van voormelde arbeidsrechtbank.

    Nuttigheidshalve, wordt er op gewezen dat, overeenkomstig artikel 120 van de geordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, de rechtsvorderingen waarover de personen beschikken tegenover de kinderbijslaginstellingen om de uitkering te bekomen van de gezinsbijslagen waarop zij gerechtigd zijn, dienen ingesteld te worden binnen de drie jaar; voor alle bijslagen betreffende een zeker aantal dagen van een kwartaal neemt de termijn van drie jaar een aanvang de laatste dag van dat kwartaal.

    De kosten van het geding worden, overeenkomstig artikel 1017 van het Gerechtelijk Wetboek, gedragen door de kinderbijslaginstelling die de rechthebbende bedient, behalve wanneer het geding roekeloos of tergend is.

    De beslissingen van de kinderbijslaginstellingen welke voormelde mededeling dienen te bevatten, zijn bijvoorbeeld deze waarvan sprake in de ministeriële omzendbrieven nr. 290 van 21 december 1973, nr. 325 van 13 januari 1976 en nr. 346 van 26 mei 1977, alsmede in de omzendbrief van de Rijksdienst voor kinderbijslag voor werknemers nr. 1005 van 8 juli 1975. Het betreft de beslissingen welke de gewone of bijkomende kinderbijslag weigeren in de verschillende gevallen van ongeschiktheid voorzien in het kader van de artikelen 47, 62, § 3, eerste lid, 1°, C en 63 van de samengeordende wetten. Er mag evenwel niet uit het oog worden verloren in deze gevallen ook melding te maken van de mogelijkheid om herziening van de medische vaststelling te vragen op grond van nieuwe gegevens.

    Ten einde de kinderbijslaginstellingen behulpzaam te zijn bij de aanduiding voor de belanghebbende van de territoriaal bevoegde arbeidsrechtbank of afdeling ervan, wordt erop gewezen dat overeenkomstig artikel 628, 14° van het Gerechtelijk Wetboek alleen de rechter van de woonplaats van de rechthebbende bevoegd is en wanneer de gezinsbijslagen uitbetaald worden of moeten worden aan een andere persoon dan aan de belanghebbende werknemer, de rechter van de woonplaats van de bijslagtrekkende door of tegen wie de vordering wordt ingediend (artikel 117, derde lid van de samengeordende wetten); indien de rechthebbende of de bijslagtrekkende in België geen woonplaats heeft of er geen meer heeft, wordt de territoriale bevoegdheid bepaald door zijn laatste verblijfplaats of zijn woonplaats in België, indien de rechthebbende of de bijslagtrekkende in België geen woonplaats of geen verblijfplaats heeft gehad, wordt de territoriale bevoegdheid bepaald door zijn laatste plaats van tewerkstelling in België.

    In functie van deze wettelijke bepalingen wordt de territoriaal bevoegde arbeidsrechtbank of afdeling ervan (wanneer er een bestaat) bepaald door na te gaan in welk gerechtelijk arrondissement of gedeelte ervan deze woonplaats of verblijfplaats is gelegen.

    Voor de bepaling van de bevoegde arbeidsrechtbank of van de bevoegde afdeling volgens de hierbovenvermelde regelen, wordt gesuggereerd aan de kinderbijslaginstellingen de tabellen te raadplegen die gepubliceerd zijn in gespecialiseerde werken zoals het "administratief en gerechtelijk jaarboek van België" of de alfabetische lijsten van de Belgische gemeenten met aanduiding van de territoriaal bevoegde gerechten, lijst die meestal gevoegd is bij bepaalde publicaties van het Gerechtelijk Wetboek.

    Top