Vlaanderen

Artikel 192 Groeipakketdecreet

Gearchiveerde versie Dit artikel werd gewijzigd door decreet van 21 mei 2021 tot wijziging van diverse decreten over welzijn, volksgezondheid en gezin (B.S. 18.06.2021)

 

§1. Aan de door de Vlaamse Gemeenschap vergunde opvangplaats, waarbij de organisator niet werkt met het systeem inkomenstarief, vermeld in artikel 27 tot en met 36/1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 november 2013 houdende de subsidies en de eraan gekoppelde voorwaarden voor de realisatie van specifieke dienstverlening door gezinsopvang en groepsopvang van baby’s en peuters, kan Kind en Gezin een bestuurlijke geldboete van 250 tot 1500 euro opleggen als de organisator de verplichting, vermeld in artikel 52, tweede lid, niet naleeft.

Als er sprake is van herhaling, bedraagt de geldboete minstens 500 euro en hoogstens 3000 euro.

§2. De bestuurlijke geldboete kan worden opgelegd binnen een termijn van honderdtachtig dagen vanaf de dag van de vaststelling van de inbreuk, op voorwaarde dat de organisator de kans kreeg om zijn verweer op nuttige wijze mee te delen. De organisator mag vragen om gehoord te worden en kan zich daarbij laten bijstaan door een raadsman.

Als een bestuurlijke geldboete wordt opgelegd, vermeldt de beslissing het bedrag, de wijze waarop en de termijn waarin die moet worden betaald, alsook de motivering voor het opleggen van de bestuurlijke geldboete en voor de hoogte van het bedrag. De kennisgeving van de beslissing aan de organisator vermeldt de wijze waarop en de termijn waarin tegen de beslissing beroep kan worden ingesteld.

Datum van publicatie
Datum van afkondiging
Datum einde geldigheid
Top