Vlaanderen

A/17 van 12 juni 2020 - aangepaste versie 30.07.2020 - COVID-19-toeslag

Mededeling van het VUTG van 12 juni 2020 - Algemeen -  17

Betreft: COVID-19-toeslag (aangepaste versie 30.07.2020)

 

Inleiding

Op basis van een aantal analyses sinds de start van de aanvraag- toekenningsperiode van de COVID-19-toeslag werd de mededeling opnieuw onder de loep genomen en aangevuld met een aantal nieuwe specifieke situaties waarmee rekening moet worden gehouden bij de behandeling van de aanvragen tot COVID-19-toeslag. Daarnaast werden ook een aantal tekstuele en inhoudelijke verduidelijkingen aangebracht. Naast de aanpassingen in de mededeling werd er een bijkomend stappenplan opgemaakt die als bijlage 4 – Stappenplan bis, wordt toegevoegd aan deze mededeling. Dit stappenplan licht een aantal specifieke situaties toe waarin er een manuele berekening nodig is, en waarin de registratie van een nieuwe positieve beslissing mogelijk en nodig is. In Stappenplan bis wordt rekening gehouden met de toepassing manuele berekening COVID-19-toeslag die in productie gaat op vrijdag 31 juli 2020, alsook met de registratie van een nieuwe aanvraag waarbij al een positieve beslissing is genomen die in productie gaat op vrijdag 14 augustus 2020.

1. Wettelijke basis

Decreet van 12 juni 2020 tot invoering van een uitzonderlijke gezinsbijslag in het kader van de COVID-19 maatregelen en tot wijziging van het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid, wat betreft de selectieve participatietoeslagen.

2. Inleiding – Context COVID-19-toeslag

De COVID-19-toeslag is een tijdelijke tegemoetkoming via het Groeipakket voor gezinnen die ten gevolge van de maatregelen die genomen werden in het kader van de indamming van de verspreiding van het coronavirus geconfronteerd worden met een inkomensverlies.

Om dit inkomensverlies van de getroffen gezinnen snel te compenseren via de COVID-19-toeslag is het belangrijk dat het recht op de COVID-19-toeslag prioritair wordt onderzocht.

3. De aanvraag

a. Wie kan de toeslag aanvragen?

De COVID-19-toeslag moet worden aangevraagd door minstens één van de begunstigden bij de uitbetaler.

De COVID-19-toeslag kan aangevraagd worden door beide begunstigden, of 1 van de begunstigden en de bijslagtrekkende. In de verdere tekst moet ook onder begunstigde(n) ook bijslagtrekkende worden begrepen.

Het onderzoek naar het recht op de COVID-19-toeslag gebeurt voor de inkomstenkern van de aanvrager op basis van zijn/haar gezins- en inkomstensituatie.

b. Hoe kan de toeslag worden aangevraagd?

De aanvraag kan ingediend worden per brief, mail, (fax) of telefoon of het loket van de uitbetaler.

Een aanvraagformulier wordt ter beschikking gesteld om de gegevensvergaring te faciliteren.

c. Wanneer kan de toeslag worden aangevraagd?

De COVID-19-toeslag moet worden aangevraagd vanaf 15 juni 2020 tot en met 31 oktober 2020.

d. Wat is de aanvraagdatum?

i. Aanvraag per brief

De aanvraag datum is de datum vermeld op de brief naar het recht op de COVID-19-toeslag die de uitbetaler ontvangt (ongeacht of je al beschikt over alle nodige bewijsstukken);

Of inkomstengegevens ontvangt i.h.k.v. de manuele alarmbelprocedure voor sociale toeslag binnen de periode waarin ook een aanvraag tot de COVID-19-toeslag kan worden aangevraagd, namelijk vanaf 15 juni 2020 tot en met 31 oktober 2020, en gedateerd is.

Wanneer de uitbetaler de aanvraag ontvangt meer dan 14 kalenderdagen na de datum waarop de aanvraag gedateerd is, geldt de datum van ontvangst (=postdatum)als aanvraagdatum (cf. art. 3 van het besluit van de Vlaamse regering betreft de rechten en plichten van de begunstigden)1.

Voorbeeld 1 De uitbetaler ontvangt op 20 juni 2020 een brief van de begunstigden waarin zij vragen of zij recht hebben op de COVID-19-toeslag en wat zij moeten doen op deze toeslag aan te vragen. De brief dateert van 16 juni 2020.

De aanvraagdatum is de datum van de brief, namelijk 16 juni 2020.

Voorbeeld 2 De uitbetaler ontvangt op 10 augustus 2020 per post inkomstenbewijzen van de begunstigden voor het recht op sociale toeslag via de manuele alarmbelprocedure. De opgestuurde bewijsstukken met begeleidende brief dateren van 22 juli 2020.

De aanvraagdatum is in dit geval de datum van ontvangst door de uitbetaler, namelijk 10 augustus 2020.

ii. Aanvraag per e-mail of afgifte aan loket van de uitbetaler

De aanvraagdatum is de datum van de e-mail of de afgifte aan het loket van de uitbetaler.

iii. Telefonische aanvraag

Telefonische aanvragen moeten onverwijld en dus de dag zelf schriftelijk of elektronisch worden bevestigd door de uitbetalingsactor (artikel 5 BVR rechten en plichten begunstigde).  De aanvraagdatum is de datum van de bevestiging.

iv. Bijzondere situatie

Nadat een aanvraag werd ingediend voor een kind komt een nieuw rechtgevend kind in het gezin (door geboorte of een andere gebeurtenis).

  • De initiële aanvraag is goedgekeurd of nog in onderzoek.

De aanvraagdatum voor het nieuwe kind is de datum van de geboorte of gebeurtenis. ​Dit houdt in dat het kind dat geboren wordt of instroomt na 31 oktober 2020 niet meer in aanmerking komt voor de COVID-19-toeslag.

Voorbeeld Op 20/06/2020 werd voor een kind een aanvraag ingediend die werd goedgekeurd. Op 15/09/2020 wordt een tweede kind geboren. Voor dit tweede kind is de aanvraagdatum 15/09/2020.

  • De initiële aanvraag is geweigerd.​

Bijkomende acties zijn niet nodig. Het recht wordt slechts onderzocht indien de begunstigde(n) een nieuwe aanvraag indient ten laatste op 31 oktober 2020. De aanvraagdatum is deze zoals beschreven in de situaties i, ii en iii van deze rubriek. 

e. Wanneer is de aanvraag al dan niet rechtsgeldig?

De aanvraag COVID-19-toeslag is niet rechtsgeldig wanneer deze buiten de aanvraagperiode wordt ingediend.

Het voorleggen van inkomensstukken tijdens de aanvraagperiode zonder formele verwijzing naar de COVID-19-toeslag is rechtsgeldig.

Wanneer tijdens de aanvraagperiode stukken worden voorgelegd in het kader van de manuele alarmbelprocedure, worden deze aanvaard om het recht op de COVID-19-toeslag te onderzoeken. Opgelet: minstens één van de voorgelegde stukken heeft betrekking op januari, februari, maart, april, mei of juni 2020, om de concrete aanvraag(datum) te kunnen aanvaarden. Kan op basis van de voorgelegde stukken geen beslissing genomen worden, dan moet bijkomende informatie worden opgevraagd.

Ook het omgekeerde geldt: wanneer inkomstenstukken worden voorgelegd in het kader van de COVID-19-toeslag gedurende minstens zes opeenvolgende maanden waarbij de toegelaten inkomstengrenzen sociale toeslagen niet zijn overschreden, komen deze in aanmerking om het recht op de sociale toeslag te beoordelen binnen de manuele alarmbelprocedure.

f. Wat als de aanvrager gekend is als begunstigde in meerdere dossiers?

Wanneer een uitbetaler vaststelt dat de aanvrager ook begunstigde is in een ander begunstigdenkerndossier wordt de aanvraag (en de aangeleverde bewijsstukken)doorgestuurd naar de betrokken uitbetaler(en) via mail. Om de uitbetaler toe te laten de ontvangen mail snel op te merken wordt in het onderwerp naast het dossiernummer ‘COVID-19-toeslag' genoteerd.

De datum van aanvraag bij de eerste uitbetaler wordt overgenomen door de andere uitbetaler(en). De eerste uitbetaler bezorgt dit gegeven aan de andere uitbetaler(en).

De te gebruiken mailadressen: FONS: welkom@fons.be INFINO: vlaanderen@infino.be Kidslife: vlaanderen@kidslife.be MyFamily: info@myfamily.be Parentia: vlaanderen@parentia.be

g. Kunnen er verschillende aanvragen ingediend worden?

Tijdens de aanvraagperiode zijn meerdere aanvragen door de begunstigde mogelijk. Een aanvraag omvat bewijsstukken voor een bepaalde periode. Dit wil zeggen dat wanneer men bewijsstukken aanbrengt na de beslissing voor een andere periode, dit een nieuwe aanvraag betreft.

Worden bewijsstukken voor dezelfde periode voorgelegd als in de originele aanvraag, dan wordt dit beschouwd als een herziening met dezelfde aanvraagdatum als de originele aanvraag.

Voorbeeld 1 Het gezin dient de aanvraag in op 25 september 2020 en legt bewijsstukken voor van de maanden februari 2020 en april 2020. Het recht wordt op 05 oktober 2020 afgewezen. Op 05 november 2020 worden (nieuwe) stukken voorgelegd voor de maand april 2020. Dit betreft een herziening. De initiële aanvraagdatum van 25 september 2020 wordt behouden.

Voorbeeld 2 Het gezin dient de aanvraag in op 25 september 2020 en legt bewijsstukken voor van de maanden februari 2020 en april 2020. Het recht wordt op 05 oktober 2020 afgewezen. Op 05 november 2020 worden stukken voorgelegd voor de maand januari 2020. Dit betreft een nieuwe aanvraag. Deze valt buiten de aanvraagperiode. Het recht wordt geweigerd.

De verschillende aanvragen kunnen maar tot één positief resultaat leiden.

Een historiek van de verschillende aanvragen wordt bijgehouden in CGPA. CGPA wijst automatisch het recht af wanneer voorafgaand aan een tweede (of volgende) aanvraag reeds een positief resultaat is geregistreerd.

h. Kunnen verschillende aanvragen tot meer dan één positieve beslissing leiden voor hetzelfde kind?

De verschillende aanvragen kunnen maar tot één positief resultaat leiden.

Wanneer begunstigden samen een feitelijk gezin vormen, geldt de aanvraag van de ene begunstigde ook als aanvraag voor de andere begunstigde.

Bij een positieve beslissing in een bijslagtrekkendekern is na de overschakeling naar een begunstigdenkern geen nieuwe positieve beslissing mogelijk wanneer de bijslagtrekkende ook begunstigde is in het nieuwe dossier.

Uitzondering: 2 positieve beslissingen zijn mogelijk in de volgende situaties:

  • Het kind wordt door beide ouders in co-ouderschap met gelijkmatig verdeelde huisvesting opgevoed. Eén van de begunstigden dient een aanvraag in die leidt tot een positieve beslissing. De andere begunstigde dient een aanvraag in op het ogenblik dat de begunstigden nog feitelijk gescheiden leven en de huisvesting niet gewijzigd is tussen de 2 aanvragen.
  • ​Voor hetzelfde kind ontstaat een volledig nieuwe begunstigdenkern. Dit lichten we toe aan de hand van enkele voorbeelden. 

Voorbeeld 1

Ouders A en B leven feitelijk gescheiden. Het kind wordt opgevoed in gelijkmatig verdeelde huisvesting. Ouder A dient een aanvraag in voor het kind op 20/06/2020. Het recht wordt toegekend. Ouder B dient op 20/09/2020 een aanvraag in. Een nieuwe positieve beslissing voor ouder B is mogelijk.

Voorbeeld 2

Ouders A en B leven feitelijk gescheiden. Het kind wordt opgevoed in gelijkmatig verdeelde huisvesting. Ouder A dient een aanvraag in voor het kind op 20/06/2020. Het recht wordt toegekend. Op 15/09/2020 vormen de ouders A + B opnieuw één feitelijk gezin. Een nieuwe aanvraag wordt door ouder B ingediend op 20/09/2020. Een nieuwe positieve beslissing is niet mogelijk.

Voorbeeld 3

Ouders A en B leven feitelijk gescheiden. Het kind wordt opgevoed in gelijkmatig verdeelde huisvesting. Ouder A dient een aanvraag in voor het kind op 20/06/2020. Het recht wordt toegekend. Op 10/07/2020 ontvangt de uitbetalingsactor een vonnis waaruit blijkt dat het zwaartepunt van opvoeding bij ouder B ligt. Ouder B dient op 20/09/2020 een aanvraag in. Een nieuwe positieve beslissing is niet mogelijk.

Voorbeeld 4

Ouders A en B wonen samen. Ze dienen samen een aanvraag in. Het recht wordt vastgesteld. De ouders gaan uiteen op 15/08/2020. Vanaf dezelfde datum vormt ouder A een feitelijk gezin met partner C. Ouder A dient een nieuwe aanvraag in op 15/10/2020. Een nieuwe positieve beslissing is niet mogelijk.

Voorbeeld 5

Ouder A vormt een feitelijk gezin met partner C en dient een aanvraag in voor het kind op 20/06/2020. Partner C is geen ouder van het kind. Het recht wordt toegekend. A en C gaan uiteen op 15/08/2020. Het kind wordt gehuisvest bij C (geen ouder, opvoeder). Hij/zij wordt de nieuwe begunstigde. C dient een nieuwe aanvraag in op 20/09/2020. Een nieuwe positieve beslissing is mogelijk.

Voorbeeld 6

De ouders A en B leven feitelijk gescheiden. Ouder A is bijslagtrekkende en dient een aanvraag in voor het kind op 20/06/2020. Het recht wordt toegekend. Ouder B vraagt de overschakeling naar een begunstigdenkern op 15/07/2020. Ouder B vraagt de COVID-19-toeslag aan op 20/07/2020. Een nieuwe positieve beslissing is niet mogelijk.

Een nieuwe positieve beslissing registreren is mogelijk in CGPA. Om te vermijden dat dit ten onrechte gebeurt, merkt CGPA op dat deze nieuwe registratie slechts mogelijk is bij de komst van een nieuw kind (geboorte of andere gebeurtenis) in het gezin. Deze waarschuwing is niet blokkerend.

Een historiek van de verschillende aanvragen wordt bijgehouden in CGPA.

Bijzondere situatie: de bijslagtrekkende/begunstigde overlijdt tijdens de toekenningsperiode.

Wanneer de bijslagtrekkende/begunstigde overlijdt tijdens de toekenningsperiode, wordt de toegekende COVID-19-toeslag voor de resterende maanden verder uitbetaald aan de nieuwe begunstigde(n) voor het rechtgevend kind. Dit wordt toegelicht in punt 6, Bijzondere situaties, van bijlage 4 – Stappenplan bis bij deze mededeling.

4. De COVID-19-toeslag

a. Hoeveel bedraagt de toeslag?

De COVID-19-toeslag bedraagt 120,00 euro . Dit bedrag wordt niet gekoppeld aan de index. De betaling wordt gespreid toegekend in schijven van 40,00 euro voor de maand van de aanvraag en de 2 daaropvolgende maanden.

In de praktijk wordt het maandelijks basisbedrag verhoogd met 40,00 euro voor alle kinderen met recht op een basisbedrag tijdens de maand van aanvraag en de 2 daaropvolgende maanden.

Bij co-ouderschap met gelijkmatig verdeelde huisvesting kan de helft (20 euro) van de COVID-19-toeslag worden toegekend aan elk van beide ouders indien de betrokken ouder een aanvraag indiende (opgelet: geldt niet voor bijslagtrekkendedossiers).

i. Zowel het kind waarvoor het nieuwe basisbedrag wordt betaald als het kind waarvoor het oude bedrag wordt betaald kan aanspraak maken op de COVID-19-toeslag.
ii. Alleen kinderen met een actief basisrecht komen in aanmerking
  1. De COVID-19-toeslag kan niet worden toegekend voor het kind met een geschorst recht.
  2. De COVID-19-toeslag kan niet worden toegekend voor het kind waarvoor enkel de schooltoeslag/kleutertoeslag/kinderopvangtoeslag is betaald.
​iii. Ook het eerste kind geboren na 30 juni 2020 kan aanspraak maken op de COVID-19-toeslag.

Voorbeeld Een eerste kind binnen de begunstigdenkern wordt geboren op 15 augustus 2020.  De aanvraag COVID-19-toeslag wordt ingediend op 5 september 2020.  Voor zover aan de inkomstenvoorwaarden wordt voldaan bestaat voor dit kind een recht op de COVID-19-toeslag voor de maanden september, oktober en november 2020.

iv. De toekenningsperiodes in eenzelfde gezin kunnen verschillen.

Voorbeeld

Ouders A en B dienen een aanvraag in op 15/06/2020 voor hun kind.  Het recht wordt toegekend.   Het basisbedrag voor dit kind over de maanden juni, juli en augustus wordt verhoogd met de COVID-19-toeslag (40,00 euro). Een tweede kindje wordt geboren op 15/09/2020.  Voor dit kindje wordt eveneens het recht toegekend. Het basisbedrag wordt over de maanden september, oktober en november 2020 verhoogd met de COVID-19-toeslag (40,00 euro) voor dit tweede kind.

v. Het toegewezen bedrag wordt bepaald op datum van de aanvraag en wijzigt niet tijdens de toekenningsperiode.

Voorbeeld 1 Ouders A en B leven feitelijk gescheiden.  Hun kind wordt in gelijkmatig verdeelde huisvesting opgevoed.  Ouder A heeft recht op de COVID-19-toeslag (20,00 euro) over de maanden augustus, september en oktober.  Op 15/09/2020 vormen beide ouders opnieuw een feitelijk gezin.  Over oktober 2020 blijft er recht bestaan op 20,00 euro (voor ouder A).

Voorbeeld 2    Ouders A en B wonen samen. Voor hun kind wordt de COVID-19-toeslag toegekend over juli, augustus en september (40,00 euro). Op 05/08/2020 gaan de ouders uit elkaar.  Het toegewezen bedrag van 40,00 euro blijft verschuldigd over september 2020 (aan de begunstigdenkern).

b. Aan wie wordt de toeslag betaald?

De principes van de aanwijzing van de begunstigde(n) en de betalingsmodaliteiten voor de gezinsbijslagen gelden eveneens voor de COVID-19-toeslag.

Zie toelichtingsnota 7 ‘aanduiding begunstigden, betaalmodaliteit en inkomstenkern’ van 18 april 2019.

https://gpedia.groeipakket.be/nl/reglementering/richtlijnen/toelichtingsnotas/reglementering -detail/toelichtingsnota-7-van-18-april

Opgelet: de begunstigden en de betalingsmodaliteit worden vastgesteld op datum van de aanvraag.Wijzigingen op het vlak van huisvesting na deze datum hebben geen invloed op de COVID-19-toeslag.Dit wordt uitgebreid toegelicht in bijlage 4 – Stappenplan bis – punt 2,

Voorbeeld 1 Ouders A en B leven feitelijk gescheiden.  Hun kind wordt in gelijkmatig verdeelde huisvesting opgevoed.  Ouder A heeft recht op de COVID-19-toeslag (20,00 euro) over de maanden augustus, september en oktober.  Op 15/09/2020 vormen beide ouders opnieuw een feitelijk gezin. Over oktober blijft de COVID-19-toeslag (20,00 euro) aan ouder A betaald.

Voorbeeld 2   Ouders A en B wonen samen. Voor hun kind wordt de COVID-19-toeslag betaald aan de begunstigdenkern (40,00 euro). Op 05/08/2020 gaan de ouders uit elkaar.  Het toegewezen bedrag over september 2020 (40,00 euro) blijft betaald aan de begunstigdenkern

c. Wanneer wordt de toeslag betaald?

De COVID-19-toeslag wordt een eerste maal betaald met de klein betaaltrein van de maandagavond volgend op de goedkeuring van het recht. De betalingen voor de daaropvolgende maanden gebeurt aan het begin van de maand volgend op een van de betrokken maanden. Op de betaling komt de mededeling ‘COVID-19-toeslag’.                                  

                                          Betaalkalender maandelijkse betaling COVID-19-toeslag.

Maand

Datum betaling

Juli 2020

05 augustus 2020

Augustus 2020

04 september 2020

September 2020

06 oktober 2020

Oktober 2020

04 november 2020

November 2020

04 december 2020

December 2020

06 januari 2021

5. De inkomstenvoorwaarden

a. De ijkmaanden en referentiemaanden

  • onder ijkmaand wordt begrepen: januari of februari 2020
  • onder referentiemaand wordt begrepen: maart, april, mei of juni 2020.

b. Inkomensverstrekkers

Voor de berekening van de inkomsten wordt rekening gehouden met dezelfde inkomstenverstekkers als voor het onderzoek naar het recht op de sociale toeslag. Zie toelichtingsnota 8 ‘vaststelling en de betaling van sociale toeslagen’ - punt 2. Samenstelling van de inkomstenkern.

https://gpedia.groeipakket.be/nl/reglementering/richtlijnen/toelichtingsnotas/reglementeringdetail/toelichtingsnota-8-van-3-december

Opgelet: De inkomstenkern is deze zoals gekend op de datum van de aanvraag.

Wanneer er een nieuw kind in het gezin komt, na de initiële aanvraag die leidde tot een positieve beslissing, wordt de inkomstenkern voor het nieuwe kind bepaald op datum van geboorte of gebeurtenis. Voor dit kind is de datum van geboorte of gebeurtenis gelijk aan de aanvraagdatum.

 We onderscheiden 2 situaties:

i. De inkomstenkern is dezelfde als op de datum van de initiële aanvraag.

Als op basis van de initiële aanvraag een positieve beslissing werd genomen kan het recht op de COVID-19-toeslag voor het nieuwe kind onmiddellijk worden vastgesteld. 

Als naar aanleiding van de initiële aanvraag bijkomende inkomensgegevens werden gevraagd, geldt deze vraag ook voor het nieuwe kind.

ii. De inkomstenkern is verschillend dan op de datum van de initiële aanvraag.

De ontbrekende inkomensgegevens moeten worden opgevraagd om het recht op de COVID-19-toeslag voor het nieuwe kind te kunnen beoordelen (cf. Bijlage 2 – Stappenplan bij mededeling A/17, punt 3, FASE vanaf 03.07.2020).

c. Gezinsinkomsten

De gezinsinkomsten, inclusief de KI-toets, zijn dezelfde als voor het huidige onderzoek naar het recht op sociale toeslagen in het kader van de manuele alarmbelprocedure. Zie hiervoor toelichtingsnota 8 ‘vaststelling en de betaling van sociale toeslagen’ - punt 4.1. Principes voor de tweede toekenningsperiode van 01 oktober tot 30 september.

https://gpedia.groeipakket.be/nl/reglementering/richtlijnen/toelichting…

Opgelet: de compensatiepremie en de hinderpremie die tijdens de referentiemaanden wordt toegekend aan zelfstandigen ingevolge inkomensdaling of verplichte sluiting worden niet beschouwd als een vervangingsinkomen. Met deze inkomsten wordt bijgevolg geen rekening gehouden, noch voor de bepaling van het gezinsinkomen, noch voor de KI-toets.

Het overbruggingsrecht is daarentegen wel een vervangingsinkomen. Dit betekent dat hiermee zowel voor de berekening van het gezinsinkomen, als voor de KI-toets rekening wordt gehouden.

d. Inkomstenvoorwaarden

Volgende inkomstenvoorwaarden zijn cumulatief: de 3 inkomstenvoorwaarden tijdens minstens één en dezelfde referentiemaand moeten een positief resultaat opleveren om het recht op de COVID-19-toeslag te kunnen genereren.

i. Inkomensverlies van 10%

De inkomsten van het gezin voor één van de referentiemaanden liggen minstens 10% lager dan de inkomsten van één van de ijkmaanden.

Voorbeeld Je ontvangt de inkomsten over januari, februari en maart 2020. Om na te gaan of er een inkomensverlies van 10% is wordt het inkomen over maart vergeleken met het inkomen over januari en februari. Hieruit blijkt dat het inkomen van maart 10% lager is dan dat van januari, maar niet van februari. Er is een inkomensverlieii. Grensbedrag van 2.213,30 euros van 10% t.o.v. minstens 1 van de ijkmaanden, namelijk januari.

Het inkomen tijdens de referentiemaanden mag het maandelijkse grensbedrag van 2.213,30 euro niet overschrijden. Dit bedrag wordt niet gekoppeld aan de index.

Opgelet: dit grensbedrag staat los van het jaargrensbedrag i.h.k.v. sociale toeslagen. Dit betekent dat het resultaat van het onderzoek naar het recht op de COVID-19-toeslag niet mag gekopieerd worden naar de manuele alarmbelprocedure sociale toeslagen, of omgekeerd. In bepaalde gevallen kan het onderzoek een verschillend resultaat opleveren. Hoe de verschillende procedures in CGPA lopen leest je verder in de bijlage ‘praktijk’.

iii. KI-toets

Het KI wordt gewogen op dezelfde wijze als voor het recht op de sociale toeslag.

6. Herziening

  • De beslissing van de COVID-19-toeslag is definitief. Dit houdt in dat het recht in 2022 niet zal gecontroleerd worden aan de hand van de gegevens van het aanslagbiljet 2020.
  • Aangezien het recht op de COVID-19-toeslag gekoppeld is aan het basisrecht, leidt een herziening van het basisrecht ook tot een herziening van de COVID-19-toeslag.
  • Wanneer de begunstigde, na de beoordeling van het recht, zijn initiële verklaring aanvult of corrigeert, wordt de beslissing herzien.
  • Leidt de aanvulling of correctie tot een positieve beslissing, dan moeten deze stukken voorgelegd worden binnen de vier maanden na de negatieve beslissing en dit naar
  • analogie met artikel 86 Groeipakketdecreet.

       Opgelet: dit kan niet leiden tot een nieuwe positieve beslissing.

  • Leidt de aanvulling of correctie tot een negatieve beslissing, dan worden de reedsuitbetaalde bedragen COVID-19-toeslag teruggevorderd.

De terugvorderingsmodaliteiten zoals voorzien in artikel 103 Groeipakketdecreet zijn van toepassing. Zie toelichtingsnota 6 van 17 januari 2019 ‘Afzien van terugvordering onverschuldigde betaalde toelagen in het kader van het gezinsbeleid’.

https://gpedia.groeipakket.be/nl/reglementering/richtlijnen/toelichtingsnotas/reglementering-detail/toelichtingsnota-6-van-17-januari

7. Inhoudingen

Vastgestelde onverschuldigde betaalde toelagen in het kader van het gezinsbeleid worden ingehouden op de COVID-19-toeslag.

Een inhoudingspercentage of een vast bedrag waarmee een schuld wordt afgelost, kan in overleg met de begunstigde, opnieuw geëvalueerd en aangepast worden. In uitzonderlijke gevallen kan de terugvordering van de schuld tot en met 31 december 2020 worden opgeschort, voor zover betrokkene aanspraak maakt op de COVID-19-toeslag. In dit laatste geval wordt vanaf 08 januari 2021, de schuld verder ingehouden rekening houdende met de elementen in het dossier.

Vanzelfsprekend geldt voorgaande niet wanneer de openstaande schuld te wijten is aan fraude.

8. Gegevensvergaring

a. Een aanvraagformulier COVID-19-toeslag is voorzien.

b. Gezinsinkomsten

i. Het onderzoek kan ten gronde gevoerd worden wanneer bewijsstukken worden bezorgd m.b.t. tot minstens 2 maanden waarvan minstens één in de ijkmaanden ligt en minstens een tweede in de referentiemaanden.

ii. Verklaart het gezin over geen inkomsten te beschikken, dan kan het recht op de COVID-19-toeslag niet worden toegekend. Evenwel, wanneer het gezin geen inkomsten heeft tijdens de referentiemaanden maar genoot van ofwel de corona-compensatiepremie of de corona-hinderpremie, dan wordt deze verklaring wel aanvaard voor zover het bewijs hiervan wordt voorgelegd.

Deze inkomsten tellen niet mee voor de berekening van het inkomen maar worden wel aanvaard als verklaring van het inkomen 0.

iii. Wanneer het gezin verklaart recht te hebben op het leefloon of een inkomensvervangende tegemoetkoming, wordt de desbetreffende flux beschouwd als bewijs. Enkel wanneer de verklaring niet wordt bevestigd door de flux moet een bewijsstuk worden voorgelegd.

iv. De termijnen bepaald in artikel 86 Groeipakketdecreet worden gerespecteerd. Hierbij is het volgende belangrijk: 1. De inlichtingen die noodzakelijk zijn om een beslissing te nemen worden ingewonnen bij betrokkene; 2. Wanneer de uitbetaler uiterlijk binnen een termijn van drie maanden geen antwoord ontvangt na de vraag om bijkomende inlichtingen te verstrekken, verstuurt de uitbetaler een herinnering waarin een laatste termijn van één maand wordt toegekend om te antwoorden. Als geen antwoord volgt binnen deze termijn, weigert de uitbetaler de COVID-19-toeslag.

De uitbetaler beslist bijgevolg binnen de vier maanden.

Uitzondering: betrokkene geeft een reden op die een langere antwoordtermijn rechtvaardigt.

c. Kadastraal inkomen

Het kadastraal inkomen wordt gecontroleerd via het inkomen/eigendomstoestanden van de begunstigde/actor. Het kadastraal inkomen zoals gekend op het ogenblik van de aanvraag is het kadastraal inkomen dat moet gehanteerd worden.

Hiermee wordt rekening gehouden voor zover deze niet worden gecorrigeerd door de verklaring op het aanvraagformulier.

KI-gegevens die dateren na de aanvraagdatum, tellen niet mee voor de berekening van de inkomsten. Dit wordt verder toegelicht in punt 5, Ontvangst van bijkomende inkomensgegevens na een positieve beslissing, van bijlage 4 – Stappenplan bis bij deze mededeling.

9. Internationaal

De COVID-19-toeslag is gezinsbijslag en exporteerbaar binnen de EER. Vanzelfsprekend kan het recht maar onderzocht worden voor zover een aanvraag werd ingediend binnen de daarvoor voorziene periode (15 juni 2020 tot 31 oktober 2020).

Binnen de toepassing van bilaterale overeenkomsten kan er geen recht ontstaan op de COVID-19-toeslag.

10. De fases

De toekenning van de COVID-19-toeslag in CGPA en de acties die de consulent hierbij moet ondernemen is ingedeeld in 3 fases

a. Fase 1a loopt vanaf 15 juni 2020. Het is nog niet mogelijk om de aanvragen te behandelen in CGPA. De inkomsten worden al berekend in de rekenmodule. Het resultaat wordt opgeslagen in het dossier.

b. Fase 1b loopt vanaf 19 juni 2020. De aanvragen kunnen effectief behandeld worden in CGPA. De berekening van de inkomsten gebeurt buiten GPA.

c. Fase 2 loopt vanaf 03 juli 2020. De berekening van de inkomsten gebeurt in CGPA zelf. De rekenmodule moet niet langer gebruikt worden.

Dit wordt verder toegelicht in bijlage 2 – stappenplan bij deze mededeling.  

11. Bijlagen

Bijlage 1 - Stroomdiagram

Bijlage 2 - Stappenplan

Bijlage 3 - Rekentabel

Bijlage 4 - Stappenblan bis  

12. Brieven en motiveringsmodules

Er zijn in onderstaande documenten een aantal tekstuele en inhoudelijke aanpassingen gebeurd. De inhoudelijke aanpassingen zijn gemarkeerd.

Aanvraag COVID-19-toeslag Toekenning COVID-19-toeslag Weigering COVID-19-toeslag Infoblad COVID-19-toeslag Motiveringsmodules COVID-19-toeslag

13.  Vragen

Alle vragen betreffende de COVID-19-toeslag worden door de aangewezen SPOC’s aan advies@VUTG.be gericht. In het onderwerp wordt ‘COVID-19’ genoteerd.

Meegedeeld via mail van 30 juli  2020 - gericht aan de uitbetalingsactoren - officiële publicatie
  • 1. Indien een brief niet gedateerd is, geldt de datum van ontvangst bij de uitbetaler.

Deze mededeling vernietigt en vervangt de eerste versie van mededeling A/17 van 12 juni 2020 (publicatie 12.06.2020).

Datum van publicatie
Datum van afkondiging
Top