Vlaanderen

Toelichtingsnota 10 van 15 mei 2019 - Kleutertoeslag

Toelichtingsnota 10 van 15 mei 2019

Betreft: Kleutertoeslag

officiële versie - TN 10                                           

 

Inhoudstafel

 

1.     Inleiding

2.     Toekenningsvoorwaarden

2.1.      De Belgische nationaliteit hebben of toegelaten of gemachtigd zijn om in België te verblijven

2.1.1.    Kinderen die in België wonen binnen of buiten Vlaanderen

2.1.2.   Kinderen die buiten België wonen

2.2.      Kleutertoeslag voor 3-jarigen

2.3.      Kleutertoeslag voor 4-jarigen

2.3.1.   In 2019 voor kinderen geboren in 2015

2.3.2.   Vanaf 2020 voor kinderen geboren vanaf 1 januari 2016

2.4.      Aandachtspunten

3.     Wanneer wordt de kleutertoeslag betaald?

4.     Aan wie wordt de kleutertoeslag betaald?

5.     Aandachtspunten

5.1.     Aard van kleutertoeslag

 

  1. Inleiding

Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat voldoende aanwezig zijn in het kleuteronderwijs belangrijke impulsen geeft voor een goede start in het lager onderwijs en de verdere vordering van de schoolloopbaan.  Hoe vroeger een kleuter regelmatig naar school gaat, hoe kleiner de kans op schoolse vertraging.  De kleutertoeslagen zijn een maatregel van gezinsbeleid die ertoe strekken de participatie van kinderen aan het kleuteronderwijs te stimuleren. Deze stimulans heeft als doel jonge gezinnen te ondersteunen bij deze participatie.  

  1. Toekenningsvoorwaarden

De voorwaarden waaraan moet voldaan zijn om recht te hebben op kleutertoeslag zijn opgenomen in de artikelen 53 tot 55 van het decreet Groeipakket en in het BVR van 7 december 2018 houdende kinderopvangtoeslag en kleutertoeslag.

De kleutertoeslag wordt concreet toegekend voor het kind:

  • dat de Belgische nationaliteit heeft, of, als het de Belgische nationaliteit niet bezit, dat toegelaten of gemachtigd is om in België te verblijven;
  • dat ingeschreven is in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstelling voor gewoon of buitengewoon onderwijs.

Ook kinderen die buiten Vlaanderen wonen, komen onder deze voorwaarden in aanmerking voor de kleutertoeslag.  Het kan dus voorkomen dat kinderen geen recht hebben op gezinsbijslag in Vlaanderen, maar wel op kleutertoeslag.

Een kind dat in Vlaanderen woont, maar dat naar een kleuterschool gaat die niet onder de Vlaamse Gemeenschap valt, heeft echter geen recht op kleutertoeslag.  Het kan dus ook voorkomen dat een kind recht heeft op gezinsbijslag in Vlaanderen, maar geen recht heeft op kleutertoeslag.

De kleutertoeslag wordt in 2 schijven betaald, de eerste voor 3-jarigen en de tweede voor 4-jarigen.

De toekenningsvoorwaarden worden hierna verder toegelicht.  

2.1. De Belgische nationaliteit hebben of toegelaten of gemachtigd zijn om in België te verblijven

2.1.1.  Kinderen die in België wonen binnen of buiten Vlaanderen:

Voor die kinderen wordt die voorwaarde op dezelfde manier onderzocht als bij het onderzoek naar het recht op gezinsbijslag: zie toelichtingsnota 2bis van 18 april 2019.

Voorbeelden

  • Een kind met de Congolese nationaliteit dat in Brussel woont, maar niet gemachtigd is om in België te verblijven, heeft geen recht op kleutertoeslag.
  • Een kind met de Chinese nationaliteit dat gemachtigd is om in België te verblijven en in het Waals Gewest woont heeft wel recht op kleutertoeslag.

2.1.2. Kinderen die buiten België wonen

Op basis van de burgerschap richtlijn 2004/38 en art. 18 van het EU-verdrag is aan die voorwaarde voldaan en dit ongeacht de nationaliteit van het kind. Er hoeft evenmin te worden nagegaan of het kind toegelaten of gemachtigd is om in het woonland van het kind te verblijven.

Voor die kinderen dient enkel te worden nagegaan waar en bij wie het kind woont om te bepalen aan wie de kleutertoeslag dient te worden betaald.  Een formulier E401 kan daarvoor in aanmerking worden genomen, maar ook elk ander bewijs dat aantoont door wie het kind wordt opgevoed.

Voorbeeld

  • Een kind met de Congolese nationaliteit dat in Nederland woont, heeft recht op kleutertoeslag; er hoeft niet te worden onderzocht of het kind toegelaten of gemachtigd is om in Nederland te verblijven.  

2.2.  Kleutertoeslag voor 3-jarigen

De eerste schijf van de kleutertoeslag van 130 euro (geïndexeerd) is verschuldigd in het kalenderjaar waarin het kind 3 jaar wordt.  In 2019 gaat het dus om de kinderen geboren in 2016.

Om recht te hebben op die kleutertoeslag moet het kind uiterlijk 2 maanden nadat het de leeftijd van 3 jaar heeft bereikt, ingeschreven zijn in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstelling voor gewoon of buitengewoon onderwijs.

Deze inschrijvingsvoorwaarde wordt automatisch onderzocht op basis van de gegevens die maandelijks per flux door “Onderwijs” worden meegedeeld.

Als de kleuter wegens ziekte niet op tijd kan worden ingeschreven in een onderwijsinstelling, kan de kleutertoeslag alsnog worden toegekend, op voorwaarde dat er aan de uitbetalingsactor een bewijs van de ziekte wordt voorgelegd dat is opgesteld door een geneesheer.

2.3.  Kleutertoeslag voor 4-jarigen

2.3.1. In 2019 voor kinderen geboren in 2015

Voor de kinderen die 4 jaar worden in 2019 geldt een specifieke maatregel. Ze hebben in 2019 recht op een kleutertoeslag van 130 euro (geïndexeerd) op voorwaarde dat ze ingeschreven zijn in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstelling voor gewoon of buitengewoon onderwijs.

Deze inschrijvingsvoorwaarde wordt automatisch onderzocht op basis van de gegevens die maandelijks per flux door “Onderwijs” worden meegedeeld.  De betaling volgt in de maand na de 4e verjaardag.

In 2019 geldt er geen voorwaarde van voldoende aanwezigheid.

Als de kleuter door ziekte niet ingeschreven is in een onderwijsinstelling, kan de kleutertoeslag alsnog worden toegekend, op voorwaarde dat er aan de uitbetalingsactor een bewijs van de ziekte wordt voorgelegd dat is opgesteld door een geneesheer.    

2.3.2. Vanaf 2020 voor kinderen geboren vanaf 1 januari 2016

De tweede schijf van de kleutertoeslag is verschuldigd in het kalenderjaar waarin het kind 4 jaar wordt.

Deze 2e schijf wordt toegekend als voldaan is aan de volgende 2 voorwaarden:

  • De inschrijving in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstelling voor gewoon of buitengewoon onderwijs blijft behouden.
  • Het bewijs wordt geleverd dat het kind voldoende aanwezig was in een betrokken schooljaar.  Deze voldoende aanwezigheid wordt bepaald in artikel 13, §2, 1°,2°juncto §3, §4, §5 en § 6 van het decreet van 8 juni 2007; zie uittreksel hierna.  

Artikel 13, §2, 1°,2°juncto §3, §4, §5 en § 6 van het decreet van 8 juni 2007

§ 2. [Een leerling wordt tijdens een schooljaar geacht voldoende aanwezig te zijn als:

1° hij honderd vijftig halve schooldagen aanwezig is op school, in het geval dat de leerling tijdens het jaar waarin het schooljaar in kwestie begint de leeftijd van drie jaar bereikt. In afwijking hiervan moet de leerling die pas na 31 december van hetzelfde schooljaar de leeftijd van drie jaar bereikt, honderd halve schooldagen aanwezig zijn op school;

2° hij honderd vijfentachtig halve schooldagen aanwezig is op school, in het geval dat de leerling tijdens het jaar waarin het schooljaar in kwestie begint de leeftijd van vier jaar bereikt;

§ 3. Een kleuter wordt geacht een halve dag aanwezig te zijn als dit blijkt uit de registratie in het aanwezigheidsregister van de school.

Een leerplichtige kleuter is ongewettigd afwezig wanneer deze problematisch afwezig is, zoals bedoeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 12 november 1997 betreffende de controle op de inschrijvingen van de leerlingen in het basisonderwijs.

[§ 4. In afwijking van § 3, bepaalt de Vlaamse Regering wanneer een leerling geacht wordt voldoende aanwezig te zijn, wanneer de onderwijsinstelling, vermeld in artikel 10, overeenkomstig artikel 8van het besluit van 17 april 1991 tot organisatie van het schooljaar in het basisonderwijs, in het deeltijds onderwijs en in het onderwijs voor sociale promotie erkend gefinancierd of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap, over een afwijkende uurregeling beschikt.]

[§ 5. In afwijking van § 2 en § 3, eerste lid, wordt een kleuter tijdens het betrokken schooljaar geacht voldoende aanwezig te zijn, indien een attest van een arts, een paramedicus, vermeld in het koninklijk besluit van 2 juli 2009 tot vaststelling van de lijst van de paramedische beroepen, of een houder van een diploma in kinesitherapie, vermeld in artikel 21bis, § 2, van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitvoering van de gezondheidsberoepen, voorgelegd wordt. Het attest bevat een verklaring dat de in een school ingeschreven kleuter tijdens het betrokken schooljaar niet of slechts onregelmatig naar school kan gaan. Het attest wordt door de aanvrager [[of de wettelijke vertegenwoordiger van de leerling bij wie de betrokken leerling zijn hoofdverblijfplaats heeft,]] teruggestuurd naar de bevoegde afdeling Studietoelagen van het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming.

[§ 6. In afwijking van § 3 worden halve dagen aanwezigheid in de rijdende kleuterschool zoals bepaald in artikel 168 van het decreet basisonderwijs beschouwd als aanwezigheid in de erkende school waar de leerling ingeschreven is.]

Deze voorwaarde van voldoende aanwezigheid wordt automatisch onderzocht aan de hand van de gegevens die “Onderwijs” daarover na elk schooljaar aflevert.

Onderzoek naar de voldoende aanwezigheid

In een betrokken schooljaar wil zeggen dat zowel de voldoende aanwezigheid in het schooljaar waarin het kind 3 jaar wordt als de voldoende aanwezigheid in het schooljaar waarin het kind 4 jaar wordt daarvoor in aanmerking kan worden genomen.

Voorbeelden

Het kind geboren op 4 januari 2016 wordt 4 jaar op 4 januari 2020.  De voldoende aanwezigheid kan zowel onderzocht worden op basis van het schooljaar 2018/2019 waarin het 3 jaar wordt, als op basis van het schooljaar 2019/2020 waarin het kind 4 jaar wordt.

Het kind geboren op 31 december 2016 wordt 4 jaar op 31 december 2020. De voldoende aanwezigheid kan zowel onderzocht worden op basis van het schooljaar 2019/2020 waarin het 3 jaar wordt, als op basis van het schooljaar 2020/2021 waarin het 4 jaar wordt.

Procedure

Wanneer het kind de leeftijd van 4 jaar bereikt, wordt nagegaan of de voldoende aanwezigheid kan worden vastgesteld op basis van de gegevens voor het schooljaar waarin het kind 3 jaar werd. Is dat het geval, dan wordt de 2e schijf van de kleutertoeslag betaald in de maand na de vierde verjaardag. 

Is in dat schooljaar niet aan de voorwaarde voldaan, dan volgt een 2e onderzoek na het einde van het schooljaar waarin het kind 4 jaar wordt.  In afwachting daarvan wordt geen provisionele betaling van de kleutertoeslag uitgevoerd.  Als later blijkt dat aan de voorwaarde in het schooljaar waarin het kind 4 jaar wordt voldaan is aan de voorwaarde, dan wordt de 2e schijf van de kleutertoeslag betaling in de maand die volgt op de maand waarin de uitbetalingsactor de vereiste gegevens heeft ontvangen.

Als de kleuter door ziekte onvoldoende aanwezig was op school kan de 2e schijf van de kleutertoeslag alsnog worden toegekend en uitbetaald, op voorwaarde dat er aan de uitbetalingsactor een bewijs van de ziekte wordt voorgelegd dat is opgesteld door een geneesheer.    

2.4. Aandachtspunten

  • Gelet op de informatieplicht van de uitbetalingsactoren dienen zij aan de gezinnen aan wie de kleutertoeslag niet volgens de “automatische rechtentoekenning” kunnen uitbetalen informatie te geven over de mogelijkheid om de 1e en/of de 2e schijf van de kleutertoeslag aan te vragen op basis van een ziekteattest van een geneesheer.  
  • Als je de kleutertoeslag voor 3-jarigen niet kan uitbetalen door laattijdige inschrijving, staat dit de betaling van de 2e schijf van de kleutertoeslag als 4-jarige niet in de weg. Als het kind van 4 jaar voldoende aanwezig was en ingeschreven is, dan zal het de 2e schijf van kleutertoeslag ontvangen   
  • Kinderen die thuisonderwijs of privéonderwijs volgen krijgen geen kleutertoeslag. Enkel kinderen ingeschreven in een erkende, gefinancierde of gesubsidieerde Vlaams onderwijsinstelling kunnen recht hebben op een kleutertoeslag.  

3.  Wanneer wordt de kleutertoeslag betaald?

De toeslag wordt betaald de maand nadat het kind 3 of 4 jaar is geworden, op voorwaarde dat het kind voldoet aan de voorwaarden.  Als dit op dat ogenblik de vereiste gegevens daarvoor nog niet voorhanden zijn, dan wordt de betaling uitgesteld tot het moment dat de voorwaarden wel voldaan zijn en de vereiste gegevens beschikbaar.  De kleutertoeslag wordt nooit provisioneel betaald en dit om terugvordering te vermijden. 

De concrete betaaldata zijn:

Kleutertoeslag voor 3-jarigen:

  • De maand na 3de verjaardag na ontvangst van inschrijving in de kleuterschool uiterlijk in maand van 3de verjaardag.  
  • De maand volgend op maand van ontvangst van de inschrijving in de kleuterschool binnen 2 maanden na de 3e verjaardag. Dit zal een beperkte groep betreffen, aangezien een groot deel van de kinderen reeds ingeschreven zijn op school op de leeftijd van 2,5 jaar.  
  • De maand volgend op de maand waarin de uitbetalingsactor een attest van de geneesheer ontvangt dat aantoont dat het kind zich wegens ziekte niet (tijdig) kon inschrijven in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstelling voor gewoon of buitengewoon onderwijs

Kleutertoeslag voor 4-jarigen:

  • De maand na 4de verjaardag, als in de maand waarin het kind 4 jaar wordt alle vereiste gegevens ontvangen zijn1.  
  • De maand volgend op maand van ontvangst van vereiste gegevens als die gegevens later worden ontvangen.  
  • De maand volgend op de maand waarin de uitbetalingsactor het attest van de geneesheer ontvangt dat aantoont dat het kind zich wegens ziekte niet (tijdig) kon inschrijven in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstelling voor gewoon of buitengewoon onderwijs en/of onvoldoende kon aanwezig zijn op school.

Voorbeelden.

Ada geboren op 4 januari 2016 heeft voldoende aanwezigheid in het schooljaar 2018/2019. De 2e schijf van de kleutertoeslag wordt betaald in februari 2020.

Michiel geboren op 12 mei 2016 heeft onvoldoende aanwezigheid in het schooljaar 2018/2019, maar wel voldoende aanwezigheid in het schooljaar 2019/2020.  De gegevens over het schooljaar 2019/2020 worden in juli 2020 ontvangen. 

De 2e schijf van de kleutertoeslag wordt betaald in augustus 2020. Er is geen provisionele betaling in juni 2020.

Mo geboren op 27 augustus 2016 heeft voldoende aanwezigheid in het schooljaar 2019/2020, De gegevens over het schooljaar 2019/2020 worden in juli 2020 ontvangen.  De 2e schijf van de kleutertoeslag wordt betaald in september 2020.

Febe, geboren op 30 december 2016 heeft onvoldoende aanwezigheid in het schooljaar 2019/2020, maar wel voldoende aanwezigheid in het schooljaar 2020/2021.  De gegevens over het schooljaar 2020/2021 worden in juli 2021 ontvangen.  De 2e schijf van de kleutertoeslag wordt betaald in augustus 2021. Er is geen provisionele betaling in januari 2021.  

4.  Aan wie wordt de kleutertoeslag betaald?

Als voor het kind in Vlaanderen ook gezinsbijslag betaald wordt, geldt de aanwijzing van de begunstigden en de betalingsmodaliteit voor de gezinsbijslag eveneens voor de kleutertoeslag en dit op basis van artikel 69 Groeipakketdecreet.

Als voor het kind geen gezinsbijslag in Vlaanderen betaald wordt, wordt de begunstigde als volgt aangewezen:

  • Ofwel woont het kind in een andere deelentiteit in België: In dat geval worden de begunstigden en de betaalmodaliteit op dezelfde manier vastgesteld als voor de aanwijzing van de begunstigden en betaalmodaliteit voor de gezinsbijslag voor kinderen in Vlaanderen.  Dit wordt verduidelijkt in de toelichtingsnota 7 van 18 april 2019 “aanduiding van begunstigden, betaalmodaliteit en inkomstenkern
  • Ofwel woont het kind buiten België. In dat geval wordt de begunstigde aangeduid op basis van de feitelijke woonplaats van het kind.  Woont het kind bij beide ouders, dan zijn de ouders samen de begunstigden en kiezen zij samen de betalingsmodaliteit.  Bij gebrek aan keuze of bij onenigheid wordt aan de jongste van de 2 ouders betaald.  Gaat het om niet samenwonende ouders/gescheiden ouders, dan is de ouder bij wie het kind feitelijk woont de begunstigde.  

Bij geplaatste kinderen met verdeling 1/3 en 2/3 is er geen verdeling van bedrag, maar wordt de volledige kleutertoeslag (3/3) aan de begunstigde(n) betaald.

Wie niet akkoord gaat met deze betaalwijze kan in België beroep aantekenen bij de familierechtbank.  

5.  Aandachtspunten

5.1.  Aard van kleutertoeslag

De kleutertoeslag kan onder bepaalde voorwaarden wel betaald worden voor kinderen die buiten België wonen, maar het is geen exporteerbare gezinsbijslag in de zin van de VO 883/2004.

Dit betekent dat er geen opvolging naar een mogelijk recht in het woonland van het kind met een formulier P12 nodig is.   De opvolging met een formulier P12 is enkel voorzien in het kader van de (verschil)betaling gezinsbijslag:

Wanneer het kind buiten Vlaanderen woont, dient bijgevolg het volledige bedrag van de kleutertoeslag te worden betaald, zonder rekening te houden met gezinsbijslag waarop het kind recht heeft in een andere deelentiteit in België of in een land buiten België.

De kleutertoeslag dient evenmin vermeld te worden wanneer een andere lidstaat van de EU in het kader van het onderzoek naar de verschilbetaling een opgave vraagt van de betaalde gezinsbijslag in Vlaanderen.

Voorbeeld 

Het gezin woont in Nederland, de vader werkt in Vlaanderen en de moeder is zonder beroep.  Op basis van de Europese Verordeningen is Vlaanderen (België) bij voorrang bevoegd voor de gezinsbijslag en Nederland aanvullend. Wanneer Nederland een opgave vraagt van de betaalde gezinsbijslag op basis van het Groeipakket, mag de kleutertoeslag niet vermeld worden.

Wanneer Vlaanderen (België) op basis van de Europese Verordeningen de gezinsbijslag per verschil betaald, wordt de verschilbetaling gezinsbijslag berekend zonder rekening te houden met de verschuldigde kleutertoeslag in Vlaanderen.  Het volledige bedrag van de kleutertoeslag wordt vervolgens bovenop de verschilbetaling betaald.

Voorbeeld

Het gezin woont in Nederland; de vader werkt in Nederland en de moeder in Vlaanderen (België).  Voor de gezinsbijslag is Nederland bij voorrang bevoegd en Vlaanderen (België) aanvullend.  Stel dat Nederland € 180 gezinsbijslag kan betalen en Vlaanderen € 163,20 gezinsbijslag en € 132,60 kleuteroeslag.  In dat geval kan Vlaanderen geen verschilbetaling gezinsbijslag doen, omdat het bedrag van de Nederlandse gezinsbijslag hoger ligt dan dat in Vlaanderen.  De kleutertoeslag, € 132,60 is een andere toelage en kan dus wel volledig betaald worden.

 

  • 1. In 2019 is dat het bewijs van inschrijving, vanaf 2020 is dat én het bewijs van behoud van de inschrijving én het bewijs van voldoende aanwezigheid in een schooljaar.
Datum van publicatie
Datum van afkondiging
Top