Vlaanderen

Toelichtingsnota 12 van 24 oktober 2019 - Plaatsing in pleeggezin - Pleegzorgtoeslag en forfaitaire pleegzorgbijslag

Toelichtingsnota 12 van 24 oktober 2019

Betreft: Plaatsing in pleeggezin - Pleegzorgtoeslag en forfaitaire pleegzorgbijslag

 

Inhoudstafel

1.        Situering

2.        Gegevenswinning

3.        Overgangsmaatregel voor kinderen geplaatst op 31.12.2018

4.        Forfaitaire pleegzorgbijslag - kinderen geplaatst in een pleeggezin in Vlaanderen vόόr 01.01.2019

5.        Pleegzorgtoeslag - kinderen geplaatst in een pleeggezin in Vlaanderen vanaf of na 01.01.2019 (ongeacht geboren voor of na die datum)

5.1. Perspectiefbiedende pleegzorg

5.2. Perspectiefzoekende pleegzorg

5.2.1. De pleegzorgtoeslag kan niet toegekend worden aan de begunstigde(n) voor de plaatsing als:

5.2.2. Wat bij vonnis met aanduiding ontvanger?

6.        Van forfaitaire pleegzorgbijslag naar pleegzorgtoeslag

7.        Aanwijzing begunstigde(n), betaalmodaliteit en inkomstenkern 

7.1. De pleegzorger(s) als begunstigde(n)

7.2. De forfaitaire begunstigdenkern

7.3. Bepaling bevoegde uitbetalingsactor

8.        Bijzondere situaties

8.1 Laattijdige ontvangst van het plaatsingsbericht

8.2. De plaatsing van het kind in een pleeggezin is een situatie die een plaatsing benadert

8.3. Gecombineerde plaatsing in een instelling en pleeggezin

8.4. Het kind is geplaatst in een pleeggezin door een openbare overheid buiten Vlaanderen

8.5. Het kind is geplaatst in een pleeggezin door een openbare overheid in een andere lidstaat van de EER

8.6. Begunstigde van de pleegzorgtoeslag woont niet in Vlaanderen

8.7. De forfaitaire bijslagslagtrekkende/begunstigde overlijdt

9.        Bijlage - Stroomschema en samenvatting.

 Wettelijke basis:

Artikelen 17, 65, 67, 219, 220 en 225 van het Groeipakketdecreet van 27 april 2018. Artikelen 44, 45 en 52 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2018 betreffende de nadere regels voor het verkrijgen van een zorgtoeslag.

1. Situering

Het Groeipakketdecreet bepaalt dat er een pleegzorgtoeslag of een forfaitaire pleegzorgbijslag kan worden toegekend ten bedrage van € 61,791 voor kinderen die door bemiddeling of ten laste van een openbare overheid geplaatst worden in een pleeggezin2.

De plaatsing kan zowel gebeuren door bemiddeling van een Vlaamse openbare overheid, alsook door een openbare overheid in een andere deelentiteit of een buitenlandse overheid. In Vlaanderen is Pleegzorg Vlaanderen hiervoor de bevoegde instantie.

Het decreet bepaalt daarnaast aan wie deze toeslag kan worden toegekend en onder welke voorwaarden.

Er wordt namelijk een onderscheid gemaakt tussen plaatsingen in de overgangsregeling en plaatsingen in de nieuwe regeling.

In de overgangsregeling spreken wij van de forfaitaire pleegzorgbijslag (art. 219 van het Groeipakketdecreet).

In de nieuwe regeling spreken we van pleegzorgtoeslag (art. 17 van het Groeipakketdecreet) waarbij er een onderscheid wordt gemaakt tussen perspectiefbiedende en perspectiefzoekende (= niet-perspectiefbiedende) pleegzorg.

Er is geen cumul mogelijk van de forfaitaire pleegzorgbijslag en de pleegzorgtoeslag.

De geplaatste kinderen in het pleeggezin tellen voor de toekenning van het recht op sociale toeslag mee voor de bepaling van de gezinsgrootte van de pleegzorger(s). Ze tellen niet mee voor de gezinsgrootte van de begunstigde die de forfaitaire pleegzorgbijslag of de pleegzorgtoeslag (in geval van perspectiefzoekende plaatsing) ontvangt.

Aangezien volgens het decreet Pleegzorg dd. 29.06.2012 een plaatsing in een pleeggezin kan duren tot en met de leeftijd van 25 jaar, kan ook de pleegzorgtoeslag maximaal tot en met deze leeftijd worden toegekend3.

3. Gegevenswinning

De gegevens over pleegplaatsingen in Vlaanderen worden door Pleegzorg Vlaanderen meegedeeld aan de hand van een D2274 waarin volgende gegevens staan vermeld:

  • Gegevens van het geplaatst kind;
  • Gegevens van de pleegzorger(s) of het pleeggezin;
  • Gegevens van de plaatsende overheid;
  • Begindatum (en eventueel einddatum) van de plaatsing;
  • Type/module van de plaatsing, namelijk: perspectiefbiedende of perspectiefzoekende pleegzorg.
  • Indien er in de D227 geen vermelding is van het type plaatsing, gaat het altijd om een perspectiefzoekende plaatsing.
  • Indien de D227 bij de type/module plaatsing “module perspectiefbiedend hoog” of “module perspectiefbiedend laag” vermeldt, dan duidt dit altijd op een perspectiefbiedende plaatsing. Er wordt geen rekening gehouden met de bijkomende vermelding “hoog” of “laag”.

Gegevens over een plaatsing door een openbare overheid in een andere deelentiteit of het buitenland worden door de plaatsende overheid aan de hand van een attest/vonnis bezorgd aan de bevoegde uitbetalingsactor. De procedure beschreven in de CO 1386/2018, Topic 8 blijft verder van toepassing. Dergelijke plaatsingen worden steeds beschouwd als perspectiefzoekend.

Het is de plaatsende overheid die de begin- en einddatum van de plaatsing kwalificeert en vermeldt over welk soort pleegplaatsing het gaat.

4. Overgangsmaatregel voor kinderen geplaatst op 31.12.2018

Hiervoor verwijzen we naar de mededeling van het VUTG van 16 mei 2019 –  A/4 van 16 mei 2019 - Lopende pleegplaatsingen op 31 december 2018 – Toekenning van de pleegzorgtoeslag.

In de mededeling wordt ook verduidelijkt wanneer bijkomende inlichtingen over het type van de lopende pleegplaatsingen dienen te worden opgevraagd bij Kind & Gezin via plaatsingsberichten@kindengezin.be.  

Op basis van de gegevens in het gezinsdossier dienen de uitbetalingsactoren de volgende acties te ondernemen in het dossier:

Er is sprake van een perspectiefbiedende plaatsing en er wordt geen forfaitaire pleegzorgbijslag (i.t.v. AKBW) toegekend.

Vanaf 01.01.2019 wordt de pleegzorgtoeslag toegekend aan het pleeggezin (retroactief).

Er is sprake van een perspectiefbiedende plaatsing en er wordt forfaitaire pleegzorgbijslag toegekend aan de bijslagtrekkende vóór de plaatsing.

Geen actie nodig, de pleegzorgtoeslag blijft vanaf 01.01.2019 naar de bijslagtrekkende vóór de plaatsing gaan.

Er is sprake van een perspectiefzoekende plaatsing en er wordt geen forfaitaire pleegzorgbijslag (i.t.v. AKBW) toegekend.

Geen actie nodig, er wordt vanaf 01.01.2019 geen pleegzorgtoeslag toegekend. 

Er is sprake van een perspectiefzoekende plaatsing en er wordt forfaitaire pleegzorgbijslag toegekend aan de bijslagtrekkende vóór de plaatsing.

Geen actie nodig, de pleegzorgtoeslag blijft vanaf 01.01.2019 naar de bijslagtrekkende vóór de plaatsing gaan.

Indien er na 1 januari 2019 een verandering komt in de plaatsing of het type plaatsing dan is Pleegzorg Vlaanderen bevoegd om deze verandering door te geven. Op basis van deze ontvangen gegevens dient de consulent het dossier te herzien en de nodige aanpassingen te doen.

Als de pleegzorger(s) de uitbetalingsactor een bewijs voorlegt waaruit blijkt dat er sprake is van perspectiefbiedende plaatsing en de forfaitaire pleegzorgbijslag wordt vanaf 01.01.2019 betaald aan de forfaitaire bijslagtrekkende dan blijft deze verder betaald worden aan die forfaitaire bijslagtrekkende. Om de pleegzorgtoeslag te kunnen betalen aan het pleeggezin zelf, dient er een nieuw5 plaatsingsbericht te worden gestuurd naar de uitbetalingsactor met de melding dat het gaat om een perspectiefbiedende plaatsing. Op basis van dit plaatsingsbericht kan de pleegzorgtoeslag aan het pleeggezin worden betaald.

Bij ontvangst van een nieuw plaatsingsbericht vanaf 01.01.2019 waarin gemeld wordt dat er sprake is van perspectiefbiedende of perspectiefzoekende plaatsing, wordt dit beschouwd als een nieuwe plaatsing en dient er in geval van bijslagtrekkende te worden overgeschakeld naar begunstigde(n), ook al is er geen verandering van pleeggezin.

Voor meer informatie hierover verwijzen we naar bijlage 1 bij de toelichtingsnota 7 – Overschakeling van bijslagtrekkende naar begunstigde(n).

5. Forfaitaire pleegzorgbijslag - kinderen geplaatst in een pleeggezin in Vlaanderen vόόr 01.01.2019

De forfaitaire bijslagtrekkende die op 31 december 2018 de forfaitaire pleegzorgbijslag, ten bedrage van € 61,796, ontvangt voor een kind geplaatst vóór 1 januari 2019, blijft deze toeslag ontvangen vanaf en na 1 januari 2019 zolang deze contact blijft hebben met het kind en zich om het kind bekommert, EN totdat de uitbetalingsactor:

Een bericht van einde plaatsing ontvangt.

Recht op forfaitaire pleegzorgbijslag tot en met het einde van de maand waarin de plaatsing stopt.

Een bericht ontvangt dat het kind in een nieuw/ander pleeggezin wordt geplaatst (herplaatsing al dan niet met onderbreking)7.

Recht op de toeslag tot en met het einde van de maand waarin de vorige plaatsing eindigt.

Een bericht ontvangt van de plaatsende overheid dat er een herroeping is voor de betaling van de forfaitaire pleegzorgbijslag (bv. geen contact meer met of bekommert zich niet meer om het kind).

Recht tot het einde van de maand waarin de uitbetalingsactor de beslissing tot herroeping ontvangt.

Een vonnis ontvangt waaruit blijkt dat de bijslagtrekkende van de forfaitaire bijslag is ontzet uit de ouderlijke macht.

Recht tot het einde van de maand waarin de uitbetalingsactor het vonnis ontvangt. 

Als de uitbetalingsactor over informatie beschikt waaruit blijkt dat de begunstigde/ bijslagtrekkende van de forfaitaire pleegzorgbijslag geen contact meer onderhoudt met het kind, of geen belangstelling meer toont voor het kind, dan dient de uitbetalingsactor de plaatsende overheid hierover in te lichten.

Zolang de plaatsende overheid niet reageert op deze informatie worden de betalingen voortgezet. Zodra de plaatsende overheid hierop reageert en de uitbetalingsactor een herroeping van de uitbetaling ontvangt dan stopt het recht vanaf de maand volgend op de ontvangst van deze beslissing.

Indien er door één van bovenstaande situaties een einde komt aan het recht op de forfaitaire pleegzorgbijslag en er komt nadien een nieuwe plaatsing van het kind in een (ander) pleeggezin, dan worden de regels van de pleegzorgtoeslag toegepast, zoals beschreven in punt 5 hieronder.

Voorbeeld:

Karel (°06.05.2000) is geplaatst in een pleeggezin. De moeder ontvangt op 31.12.2018 de forfaitaire pleegzorgbijslag en blijft deze vanaf 01.01.2019 verder ontvangen.

Op 14.06.2020 ontvangt de bevoegde uitbetalingsactor het bericht dat de moeder geen enkel contact meer heeft met het kind en hij geeft deze informatie op 24.06.2020 door aan de plaatsende overheid. De uitbetalingsactor blijft de forfaitaire pleegzorgbijslag verder uitbetalen aan de moeder.

Op 28.09.2020 ontvangt de uitbetalingsactor een bericht van de plaatsende overheid dat er geen forfaitaire pleegzorgbijslag meer kan worden betaald aan de moeder wegens geen contact met het kind (herroeping betaling).

Vanaf 01.10.2020 bestaat er geen recht meer op een forfaitaire pleegzorgbijslag. Deze wordt dus bijgevolg vanaf die datum niet meer betaald8.

6. Pleegzorgtoeslag - kinderen geplaatst in een pleeggezin in Vlaanderen vanaf of na 01.01.2019 (ongeacht geboren voor of na die datum)

Voor de toekenning van een pleegzorgtoeslag (art. 17 van het Groeipakketdecreet) wordt er een onderscheid gemaakt tussen:

  • Perspectiefbiedende pleegzorg: plaatsing met een continu en langdurig karakter;
  • Perspectiefzoekende pleegzorg: plaatsing gedurende een periode van maximaal een jaar, eenmalig verlengbaar met maximaal zes maanden, waarbij een duidelijk perspectief voor het pleegkind of de pleeggast wordt ontwikkeld9.

Dit wordt vermeld op het plaatsingsbericht (D227) dat wij ontvangen via Pleegzorg Vlaanderen.

5.1. Perspectiefbiedende pleegzorg

Voor kinderen die vanaf of na 1 januari 2019 geplaatst worden in een pleeggezin en waarvan het plaatsingsbericht vermeldt dat het een perspectiefbiedende plaatsing betreft, wordt de pleegzorgtoeslag vanaf de maand volgend op de plaatsing toegekend aan het pleeggezin10.

Indien de pleegzorger(s) voor de plaatsing al begunstigde was voor het pleegkind wordt de pleegzorgtoeslag toegekend vanaf de maand waarin de plaatsing begint.

In geval van pleegplaatsing is de pleegzorger altijd de werkelijke opvoeder van het kind. Deze wordt dan ook begunstigde voor het pleegkind en ontvanger van de gezinsbijslagen (basisbedrag, sociale toeslagen, pleegzorgtoeslag, etc.). De gezinsbijslag wordt bijgevolg uitbetaald op een rekeningnummer volgens de keuze van de pleegzorger(s)11.

Zie verdere informatie in rubriek 7, Aanwijzing begunstigde(n), betaalmodaliteit en inkomstenkern van dit document.  

De uitbetalingsactor hoeft de plaatsende overheid niet op de hoogte te brengen aan wie de pleegzorgtoeslag wordt toegekend. De motivering aan het pleeggezin volstaat.

Bij een perspectiefbiedende plaatsing tellen de geplaatste kinderen mee in het gezin van de pleegzorger(s) om de gezinsgrootte en de sociale toeslag te bepalen.

Voorbeeld:

Ouders zijn beiden begunstigden voor een kind. Vanaf 11.11.2021 wordt het kind geplaatst in een pleeggezin en het betreft een perspectiefbiedende plaatsing. Vanaf 01.12.2021 worden zowel de gezinsbijslagen als de pleegzorgtoeslag betaald aan de pleegzorger, die vanaf dan ook begunstigde wordt voor het pleegkind.

5.2. Perspectiefzoekende pleegzorg12

Voor kinderen die vanaf of na 1 januari 2019 geplaatst worden in een pleeggezin en waarvan het plaatsingsbericht vermeldt dat het een perspectiefzoekende plaatsing betreft, wordt de pleegzorgtoeslag vanaf de maand volgend op de plaatsing toegekend aan de begunstigde(n) die onmiddellijk voorafgaandelijk aan de plaatsing gerechtigd was op de gezinsbijslagen13.

De begunstigde(n) die de pleegzorgtoeslag ontvangt bij een perspectiefzoekende plaatsing wordt in de GPA een forfaitaire begunstigde(n) genoemd en is zichtbaar in het dossier van de pleegzorger(s) (= forfaitaire begunstigdenkern)14.  De pleegzorgtoeslag wordt uitbetaald door de uitbetalingsactor bevoegd voor dit dossier.

De uitbetalingsactor hoeft de plaatsende overheid niet op de hoogte te brengen aan wie de pleegzorgtoeslag wordt toegekend15. De motivering aan de forfaitaire begunstigde volstaat. We gaan uit van het vermoeden van een duurzame band.

Als er een einde komt aan een pleegplaatsing en er werd gedurende die plaatsing geen pleegzorgtoeslag toegekend aan de begunstigde voor de plaatsing (bijvoorbeeld wegens geen contact) en er volgt een nieuwe plaatsing, dan kennen we de pleegzorgtoeslag alsnog toe aan de begunstigde voor de plaatsing.

Bij een perspectiefzoekende plaatsing tellen de geplaatste kinderen voor de toekenning van de sociale toeslag en de bepaling van de gezinsgrootte mee in het gezin van de pleegzorger(s). Zij tellen niet mee in het gezin van de forfaitaire begunstigde.

Voorbeeld:

Vader is de enige begunstigde voor zijn kind. Vanaf 11.11.2021 wordt het kind geplaatst in een pleeggezin en het betreft een perspectiefzoekende plaatsing. Aangezien de vader voorafgaandelijk aan de plaatsing de gezinsbijslagen ontving, wordt vanaf 01.12.2021 de pleegzorgtoeslag aan hem toegekend. Vanaf 01.12.2021 worden de gezinsbijslagen betaald aan de pleegzorger(s).

Bij perspectiefzoekende plaatsing ziet het dossier voor het geplaatst kind er als volgt uit:

  • Een begunstigdenkern met de pleegzorger(s) als begunstigden voor de gezinsbijslag en andere toelagen
  • Binnen dit begunstigdendossier een forfaitaire begunstigdenkern met de begunstigde(n) voor de plaatsing als forfaitaire begunstigde voor de uitbetaling van de pleegzorgtoeslag. De pleegzorgtoeslag wordt uitbetaald door de uitbetalingsactor die bevoegd is voor de gezinsbijslag.
 5.2.1. De pleegzorgtoeslag kan niet toegekend worden aan de begunstigde(n) voor de plaatsing als:
  • deze perso(o)n(en) enkel het startbedrag geboorte ontving(en)16;
  • het kind begunstigde was voor zichzelf;
  • deze persoon of personen niet kan of kunnen vastgesteld worden;
  • het kind terzelfdertijd ook geplaatst is in een instelling en deze perso(o)n(en) reeds het 1/3de van de gezinsbijslagen ontvang(en)17;
  • het pleeggezin en het oorspronkelijke gezin hetzelfde zijn18.

Voorbeeld 1:

Op 15.02.2020 wordt Anna geboren. Haar biologische moeder is alleenstaand en zij ontving in voorafbetaling het startbedrag geboorte.

Anna wordt onmiddellijk vanaf de geboorte geplaatst in het pleeggezin van Sam en Karel en is vanaf de dag van geboorte ook bij hen ingeschreven in het rijksregister. Omdat Anna van bij de geboorte ingeschreven staat op het adres van het pleeggezin en ook vanaf die datum is geplaatst, wordt het basisbedrag over de maand van de geboorte uitbetaald aan het pleeggezin. Er kan geen pleegzorgtoeslag betaald worden.

Indien Anna pas op 28.02.2020 wordt geplaatst in het pleeggezin en pas dan is ingeschreven op dat adres, wordt het basisbedrag over de maand van de geboorte uitbetaald aan de biologische moeder. Vanaf 01.03.2020 worden de pleegzorgers de begunstigden en wordt de gezinsbijslag aan hen betaald. In geval van perspectiefzoekende plaatsing kan er pleegzorgtoeslag worden toegekend aan de begunstigde voor de plaatsing, i.c. de biologische moeder

Voorbeeld 2:

Bert wordt geplaatst in een pleeggezin. Voor de plaatsing was er geen enkel recht op gezinsbijslag. Vanaf de plaatsing voldoet Bert aan de voorwaarden om een recht te openen op gezinsbijslag binnen het Groeipakket.

Aangezien er geen begunstigde gekend is voor de plaatsing, kan de pleegzorgtoeslag niet toegekend worden.

Voorbeeld 3:

Tom is 16 jaar en begunstigde voor zichzelf (woont alleen).

Op 25.02.2020 wordt hij geplaatst in een pleeggezin. Aangezien Tom zijn eigen begunstigde was, kan er geen pleegzorgtoeslag worden toegekend.

Voorbeeld 4:

Kind woont in bij haar grootouders, die als werkelijke opvoeders begunstigden zijn voor het kind.

Op 25.03.2020 worden de grootouders effectief pleegzorger voor het kind. Er kan geen pleegzorgtoeslag worden toegekend omdat het pleeggezin en het oorspronkelijk gezin hetzelfde zijn; de grootouders blijven namelijk begunstigden voor het kind op het moment van de plaatsing (geen verandering van begunstigden).

Voorbeeld 5:

Kind woont samen met de moeder in bij haar grootouders. De moeder is begunstigde voor het kind.

Op 25.03.2020 worden de grootouders pleegzorger voor het kind. Door de plaatsing worden de grootouders begunstigden voor het kind. In dit geval kan er wel pleegzorgtoeslag worden toegekend, omdat er een verandering van begunstigde is in het gezin.

Voorbeeld 619:

Kind verhuist op 29.04.2019 van de ouders naar de grootouders. Vanaf 01.05.2019 worden de grootouders begunstigden voor dit kind. Op 17.05.2019 wordt het kind geplaatst (perspectiefzoekend) in het gezin van de grootouders.

De pleegzorgtoeslag wordt toegekend aan de begunstigde(n) die onmiddellijk voorafgaand aan de plaatsing gerechtigd was op de gezinsbijslag. Aangezien de grootouders sinds 01.05.2019 al begunstigden zijn voor het kind, is er geen wijziging van begunstigde en bijgevolg is het pleeggezin en het oorspronkelijk gezin hetzelfde.

Er kan geen pleegzorgtoeslag worden betaald.

Indien het kind in deze situatie op 05.05.2019 verhuist naar de grootouders en op 17.05.2019 geplaatst wordt, worden de grootouders vanaf 01.06.2019 begunstigden voor dit kind en bestaat er vanaf deze datum ook recht op pleegzorgtoeslag die betaald kan worden aan de begunstigde(n) voor de plaatsing, i.c. de ouders (die onmiddellijk voorafgaand aan de plaatsing gerechtigd waren op de gezinsbijslag).

5.2.2. Wat bij vonnis met aanduiding ontvanger?

De rechtbank20 kan in het belang van het kind beslissen dat de pleegzorgtoeslag moet worden uitbetaald aan een andere persoon. Tenzij anders vermeld in het vonnis wordt dit beschouwd als een verandering in de betaalmodaliteit (aanduiding ontvanger) en kan de pleegzorgtoeslag toegekend worden aan de aangeduide persoon vanaf de maand van ontvangst van het vonnis21

De meeste gerede partij brengt de uitbetalingsactor op de hoogte van de uitspraak.

Voorbeeld:

Ann (°03.02.2010) woont met haar moeder in bij haar grootouders. De moeder ontvangt de gezinsbijslagen.

Op 03.05.2020 wordt Ann geplaatst in een pleeggezin. Het betreft een perspectiefzoekende plaatsing.

De pleegzorger ontvangt vanaf 01.06.2020 de gezinsbijslagen.

Vanaf 01.06.2020 heeft de moeder recht op de pleegzorgtoeslag.

Op 2 september 2020 ontvangt de uitbetalingsactor een vonnis waaruit blijkt dat de pleegzorgtoeslag dient te worden toegekend aan de grootmoeder (= wijziging forfaitaire begunstigde). Alle betalingen na 2 september 2020, dus ook die voor september uitbetaald in oktober, worden toegekend aan de grootmoeder.

6.Van forfaitaire pleegzorgbijslag naar pleegzorgtoeslag

Er is een overgang van een forfaitaire pleegzorgbijslag naar een pleegzorgtoeslag als er sprake is van:

  • Einde plaatsing die achteraf gevolgd wordt door een nieuwe plaatsing (al dan niet perspectiefbiedend of -zoekend).
  • Een wijziging in de plaatsing, waaronder van perspectiefzoekende naar perspectiefbiedende plaatsing22 of vice versa.
  • Verlenging van een bestaande plaatsing aan de hand van een nieuw plaatsingsbericht23.

Wanneer er een overgang is van een forfaitaire pleegzorgbijslag naar een pleegzorgtoeslag, dan kunnen deze toeslagen niet gelijktijdig toegekend worden.

De forfaitaire pleegzorgbijslag wordt tot het einde van de maand van de gebeurtenis of ontvangst van het bericht/vonnis toegekend aan de persoon die deze bijslag ontving op 31.12.2018. Vanaf de eerste dag van de volgende maand wordt de pleegzorgtoeslag toegekend aan de nieuwe gerechtigde begunstigde.

Bij overgang van forfaitaire pleegzorgbijslag naar pleegzorgtoeslag door een einde plaatsing onmiddellijk gevolgd door een nieuwe plaatsing begint de toekenning van de pleegzorgtoeslag:

  • Vanaf de eerste van de maand van de gebeurtenis als deze wordt toegekend aan dezelfde persoon (art. 5 van het Groeipakketdecreet).
  • Vanaf de eerste van de maand volgend op de gebeurtenis als deze wordt toegekend aan een andere begunstigde (art. 61 van het Groeipakketdecreet).

Voorbeeld 1:

Kind is geplaatst in een pleeggezin. De moeder ontvangt op 31.12.2018 de forfaitaire pleegzorgbijslag en blijft deze ontvangen vanaf 01.01.2019.

Op 06.06.2020 ontvangt de uitbetalingsactor een nieuw plaatsingsbericht met nieuwe begindatum waarin meegedeeld wordt dat de lopende plaatsing vanaf 03.06.2020 wordt verlengd.

De forfaitaire pleegzorgbijslag wordt toegekend tot en met 30.06.2020 aan de moeder en de pleegzorgtoeslag vanaf 01.07.2020 aan de begunstigde(n) voor de plaatsing.  Als de begunstigde voor de plaatsing ook de moeder blijkt te zijn, dan wordt de pleegzorgtoeslag vanaf 01.06.2020 aan haar toegekend.

Voorbeeld 2:

Kind is geplaatst in een pleeggezin. De moeder ontvangt op 31.12.2018 de forfaitaire pleegzorgbijslag en blijft deze ontvangen vanaf 01.01.2019.

Op 06.06.2020 wordt het kind van het ene pleeggezin geplaatst in een ander pleeggezin en het betreft een perspectiefbiedende plaatsing.

Omdat er sprake is van een wijziging van begunstigde, namelijk de pleegzorger i.p.v. de moeder, is er toepassing van art. 61 van het Groeipakketdecreet dat stelt dat de verandering van begunstigde ingaat vanaf de maand volgend op de gebeurtenis. Bijgevolg wordt de pleegzorgtoeslag vanaf 01.07.2020 toegekend aan de pleegzorger(s). De moeder ontvangt nog tot 30.06.2020 de forfaitaire pleegzorgbijslag.   

Voorbeeld 3:

Kind is geplaatst in een pleeggezin. De moeder ontvangt op 31.12.2018 de forfaitaire pleegzorgbijslag en blijft deze ontvangen vanaf 01.01.2019.

Op 06.06.2020 ontvangt de uitbetalingsactor een nieuw plaatsingsbericht waarin meegedeeld wordt dat de plaatsing wordt verlengd.

De forfaitaire pleegzorgbijslag wordt toegekend tot en met 30.06.2020 aan de moeder en de pleegzorgtoeslag vanaf 01.07.2020 aan de begunstigde(n) voor de plaatsing.  Als de begunstigde voor de plaatsing ook de moeder blijkt te zijn, dan wordt de pleegzorgtoeslag vanaf 01.06.2020 aan haar toegekend.

Voorbeeld 4:

Kind is geplaatst in een pleeggezin. De moeder ontvangt op 31.12.2018 de forfaitaire pleegzorgbijslag en blijft deze ontvangen vanaf 01.01.2019.

Op 06.06.2020 komt er een einde aan de plaatsing, er volgt niet onmiddellijk een nieuwe plaatsing. Op 08.08.2019 wordt het kind opnieuw geplaatst.

De forfaitaire pleegzorgbijslag wordt toegekend tot en met 30.06.2020 aan de moeder.

Vanaf 01.09.2019 wordt de pleegzorgtoeslag toegekend aan de begunstigde(n) voor de plaatsing. Hier start het recht vanaf de maand volgend op de plaatsing aangezien er geen aaneensluitende plaatsing is.

7. Aanwijzing begunstigde(n), betaalmodaliteit en inkomstenkern 

7.1. De pleegzorger(s) als begunstigde(n)

Voor een kind dat geplaatst is in een pleeggezin is de pleegzorger altijd de werkelijke opvoeder en bijgevolg ook de begunstigde voor de gezinsbijslag.

Als de pleegzorger begunstigde is samen met een andere begunstigde in zijn gezin voor andere kinderen in zijn gezin, dan wordt deze persoon automatisch de bijkomende begunstigde voor het pleegkind. Bij meerdere begunstigden in het gezin, kiest de pleegzorger de bijkomende begunstigde.

Indien er in het gezin van de pleegzorger (een) andere perso(o)n(en) is/zijn waarmee hij samen geen begunstigde is voor andere kinderen in het gezin, dan kan de pleegzorger (één van) deze perso(o)n(en) aanwijzen als bijkomende begunstigde voor het pleegkind.

Indien op het plaatsingsbericht wordt vermeld dat het pleeggezin de pleegzorger is, dan worden zij samen begunstigden en wordt er betaald op een rekeningnummer volgens keuze, en bij gebrek aan keuze of bij onenigheid aan de jongste.

Het recht op sociale toeslag voor het pleegkind wordt berekend op basis van de inkomsten van de pleegzorger(s), of deze van de pleegzorger en de bijkomende begunstigde of partner.

Meer informatie over de begunstigden bij een plaatsing in een pleeggezin, vind je terug in de toelichtingsnota 7 van 18 april 2019 - "Aanduiding begunstigden, betaalmodaliteit en inkomstenkern".

7.2. De forfaitaire begunstigdenkern

Bij perspectiefzoekende pleegplaatsing wordt de pleegzorgtoeslag betaald aan de begunstigde(n) voor de plaatsing.

Op het moment van de plaatsing/wijziging plaatsing is er sprake van een bijslagtrekkendedossier:

De plaatsing van een kind in een pleeggezin is een wijziging in de opvoedingssituatie die een overschakeling van bijslagtrekkende naar begunstigde met zich meebrengt, zowel in het dossier van de pleegzorger als in het dossier van de bijslagtrekkende voor de plaatsing.

Dossier pleegzorger(s): pleegzorger(s) worden begunstigden voor het pleegkind. Indien de pleegzorger(s) nog gemeenschappelijke kinderen hebben en/of kinderen die zij gezamenlijk opvoeden, worden deze kinderen toegevoegd in het begunstigdendossier van het pleegkind. De gezinsbijslag wordt betaald op een rekeningnummer naar keuze van de pleegzorger(s).

Dossier bijslagtrekkende voor de plaatsing: er ontstaat een begunstigdendossier met (beide) ouder(s) van het kind dat geplaatst wordt voor alle andere gemeenschappelijke kinderen en/of de kinderen die zij gezamenlijk opvoeden. De gezinsbijslag wordt voor deze kinderen betaald volgens keuze van de begunstigde(n), en bij gebrek aan keuze of onenigheid aan de jongste.

De begunstigde(n) worden in het dossier van de pleegzorger(s) toegevoegd als forfaitaire begunstigde(n)24 en vormen de forfaitaire begunstigdenkern voor de toekenning van de pleegzorgtoeslag. De pleegzorgtoeslag wordt uitbetaald op het rekeningnummer gekozen door de forfaitaire begunstigde(n).

In de dossiers waarbij er vanaf 01.01.2019 een forfaitaire pleegzorgbijslag wordt betaald aan de bijslagtrekkende voor de plaatsing, bestaat de forfaitaire begunstigdenkern uit de bijslagtrekkende die voor 01.01.2019 de forfaitaire bijslag 70ter (i.t.v. AKBW) ontving. Dit blijft zo tot er sprake is van einde plaatsing of wijziging in de plaatsing.

Op het moment van de plaatsing/wijziging plaatsing is er sprake van een begunstigdendossier:

Dossier pleegzorger(s): het pleegkind wordt in het dossier gevoegd van de pleegzorger(s).

Dossier ouder(s) geplaatst kind: het kind wordt geschrapt in het dossier. De begunstigden worden toegevoegd als forfaitaire begunstigden in het dossier van de pleegzorger(s).

In de dossiers waarbij er vanaf 01.01.2019 een forfaitaire pleegzorgbijslag wordt betaald aan de bijslagtrekkende voor de plaatsing, bestaat de forfaitaire begunstigdenkern uit de forfaitaire bijslagtrekkende die voor 01.01.2019 de forfaitaire bijslag 70ter (i.t.v. AKBW) ontving. Dit blijft zo tot er sprake is van einde plaatsing of wijziging in de plaatsing.

7.3. Bepaling bevoegde uitbetalingsactor

De uitbetalingsactor bevoegd voor het kind dat geplaatst wordt in een pleeggezin ontvangt in principe het plaatsingsbericht.

Deze uitbetalingsactor gaat na of hij bevoegd is voor het dossier:

De pleegzorger of het pleeggezin heeft nog geen dossier, noch bij de uitbetalingsactor die het plaatsingsbericht ontving, noch bij een andere uitbetalingsactor.

De uitbetalingsactor die het plaatsingsbericht ontving (en dus op het moment van de plaatsing betaalt voor dit kind), is bevoegd en onderneemt hierbij 2 acties:

  • Opstart van een nieuw dossier met de pleegzorger als begunstigde vanaf de maand volgend op de plaatsing (art. 61 Groeipakketdecreet, wijziging begunstigde).

Indien er enkel een pleegzorger is, dan voorziet art. 3 van het BVR begunstigde dat deze een bijkomende begunstigde kan aanduiden. De pleegzorger krijgt hiervoor 3 maanden de tijd.

  • Behandeling van het dossier waarin het kind vóór de plaatsing gekend is.

Indien er reeds een begunstigdendossier bestaat, wordt het dossier afgesloten25.

Bij een bijslagtrekkendedossier gebeurt er een overschakeling naar begunstigde(n) voor de andere gemeenschappelijke kinderen van de ouders/opvoeders van het geplaatst kind26 vanaf de maand volgend op de plaatsing.

Voorbeeld:

Kind wordt op 04.06.2019 vanuit het gezin van zijn ouders geplaatst. Er zijn nog 2 andere kinderen in het gezin waarvoor de moeder bijslagtrekkende is waarvan één een gemeenschappelijk kind is met de vader van het geplaatst kind, en de ander een kind is van haar ex-partner.  

Voor het geplaatst kind: vanaf 01.07.2019 nieuwe begunstigdenkern voor het geplaatst kind met de pleegzorger(s) als begunstigden.  

Voor het gemeenschappelijk kind: kind schrappen in het bijslagtrekkendedossier op 30.06.2019 en nieuwe begunstigdendossier met beide ouders als begunstigden vanaf 01.07.2019.  

Voor het niet-gemeenschappelijk kind: bijslagtrekkendedossier blijft zoals het is.  

De pleegzorger of het pleeggezin heeft een dossier bij een andere uitbetalingsactor.

De uitbetalingsactor die het plaatsingsbericht ontving (en dus op het moment van de plaatsing betaalt voor dit kind), is niet bevoegd en onderneemt volgende actie:

  • Sluit voor het geplaatst kind het dossier af op het einde van de maand waarin de plaatsing gebeurt27 en stuurt het plaatsingsbericht samen met het brevet door naar de uitbetalingsactor bevoegd voor het dossier van de pleegzorger of het pleeggezin.

De uitbetalingsactor die bevoegd is voor het dossier van de pleegzorger of het pleeggezin onderneemt volgende acties:

  • Gaat na of hij inderdaad bevoegd is voor het dossier en brengt de uitbetalingsactor die het plaatsingsbericht doorstuurde hiervan op de hoogte28.
  • Behandelt het dossier van de pleegzorger of het pleeggezin.

Als er al een begunstigdendossier is, wordt het geplaatst kind toegevoegd vanaf de eerste van de maand volgend op de plaatsing.

Als blijkt dat de pleegzorger al een dossier heeft voor andere kinderen in het gezin waarin hij/zij begunstigde is met een andere begunstigde in het gezin, dan worden zij beiden ook begunstigden voor het geplaatst kind (kind wordt toegevoegd aan het dossier).

Indien er enkel een pleegzorger is, dan voorziet art. 3 van het BVR begunstigde dat deze een bijkomende begunstigde kan aanduiden. De pleegzorger krijgt hiervoor 3 maanden de tijd.

Is er nog sprake van een bijslagtrekkendedossier, dan dient er te worden overgeschakeld naar een begunstigdendossier voor de gemeenschappelijke kinderen van de pleegzorger (en de bijkomende begunstigde) of het pleeggezin. De richtlijnen in toelichtingsnota 11 dd. 26 juni 2019 zijn in dit geval van toepassing.

De pleegzorger heeft dossiers bij verschillende uitbetalingsactoren

Indien blijkt dat de pleegzorger dossiers heeft bij verschillende uitbetalingsactoren dan bepaalt de uitbetalingsactor die het plaatsingsbericht ontving de bevoegde uitbetalingsactor als volgt:

De pleegzorger is in verschillende dossiers samen met een andere begunstigde, begunstigde voor kinderen in het gezin, en woont samen met één van die begunstigden.

De uitbetalingsactor met het dossier waarin de pleegzorger begunstigde is met de persoon met wie hij/zij een feitelijk gezin vormt op het moment van de plaatsing is bevoegd.

De pleegzorger is in verschillende dossiers samen met een andere begunstigde, begunstigde voor kinderen in het gezin, en woont samen met meerdere van die begunstigden.

De uitbetalingsactor met het jongste kind wordt bevoegd.

De pleegzorger heeft geen begunstigdendossier met de persoon met wie hij/zij feitelijk samenwoont of met een andere begunstigde voor kinderen in het gezin.

De uitbetalingsactor die het plaatsingsbericht ontving wordt bevoegd, creëert een begunstigdenkern met de pleegzorger als enige begunstigde en informeert de pleegzorger over de opstart van het dossier en de keuze van een bijkomende begunstigde (indien de pleegzorger samenwoont met een andere persoon die nog geen begunstigde is voor kinderen in het gezin).

Wanneer blijkt dat de pleegzorger bij verschillende uitbetalingsactoren gekend is als bijslagtrekkende, dan dienen de verschillende bijslagtrekkendedossiers van de pleegzorger eerst te worden samengevoegd bij de uitbetalingsactor met het oudste kind. Vanuit het samengevoegd bijslagtrekkendedossier dient te worden bepaald voor welke kinderen er een begunstigdendossier moet worden opgemaakt op basis van de richtlijnen beschreven in bijlage 1 van toelichtingsnota 7 dd. 15 mei 2019 – Overschakeling van bijslagtrekkende naar begunstigde(n).

Voor meer uitleg over de aanduiding van een bijkomende begunstigde verwijzen we naar de toelichtingsnota 7 van 18 april 2019.

8. Bijzondere situaties

8.1. Laattijdige ontvangst van het plaatsingsbericht

Als de uitbetalingsactor het plaatsingsbericht laattijdig ontvangt, wordt de pleegzorgtoeslag vanaf ontvangst van dit plaatsingsbericht toegekend aan de begunstigde van deze toeslag.

  1. Indien de plaatsing gepaard gaat met een wijziging van begunstigde, dient deze wijziging onmiddellijk te worden doorgevoerd, vanaf de eerstvolgende betaling. De termijn voor de verwerking van 30 dagen blijft behouden en begint te lopen vanaf de ontvangst van het bericht door de bevoegde uitbetaler, een andere uitbetaler (bij doorzending) of door Opgroeien Regie, waarbij deze als één gemeenschap beschouwd worden29.
  2. Op de reeds gedane betalingen wordt het principe van de goede trouw, zoals vermeld in artikel 1240 Burgerlijk Wetboek, toegepast. Dit betekent dat indien het werkelijk verschuldigde bedrag wijzigt, de eventuele aanvullingen aan de werkelijke begunstigde dienen te gebeuren of het eventueel teveel ontvangen bedrag bij de ontvanger van de onverschuldigde bedragen dient teruggevorderd te worden.

Voorbeeld:

Een kind wordt op 18.06.2019 geplaatst vanuit het gezin van zijn ouders in een pleeggezin; het betreft een perspectiefzoekende plaatsing. Het plaatsingsbericht wordt pas op 29.08.2019 naar de uitbetalingsactor verstuurd, die het behandelt op 12.09.2019. Vanaf 01.09.2019 wordt het pleeggezin begunstigde voor het geplaatste kind en vormen de ouders een forfaitaire begunstigdenkern die de pleegzorgtoeslag ontvangt. Daarnaast dient de periode juli – augustus 2019 te worden onderzocht op basis van punt 2 hierboven.

8.2. De plaatsing van het kind in een pleeggezin is een situatie die een plaatsing benadert

Naast een effectieve fysieke plaatsing in een pleeggezin worden situaties die een plaatsing benaderen ook beschouwd als een plaatsing, bijvoorbeeld de situatie waarin het rechtgevend kind niet fysiek in een pleeggezin verblijft, maar op basis van een gerechtelijke beslissing of een beslissing tot hulp of bijzondere bijstand wordt toevertrouwd aan een pleeggezin, belast met het toezicht en de begeleiding van dit kind.

Het is de plaatsende overheid die beslist of het in dergelijke situaties om een plaatsing gaat of niet. Indien het een plaatsing in een pleeggezin betreft, zal de uitbetalingsactor een plaatsingsbericht D227 ontvangen.

De uitbetalingsactor bepaalt zijn betalingen voor de pleegzorgtoeslag op basis van dit plaatsingsbericht (gekwalificeerd gegeven). Hij dient geen verder onderzoek over de plaatsing te verrichten.

8.3. Gecombineerde plaatsing in een instelling en pleeggezin30

Het kind wordt vanuit het pleeggezin geplaatst in een instelling

Bij een dubbele plaatsing wordt de pleegzorgtoeslag als volgt toegekend:

  • perspectiefzoekende pleegplaatsing: de pleegzorgtoeslag wordt (verder) integraal uitbetaald aan de forfaitaire begunstigde(n).
  • perspectiefbiedende pleegplaatsing: de pleegzorgtoeslag wordt samen met het basisbedrag en de andere gezinsbijslagen betaald met verdeling 1/3de – 2/3de.

Het kind wordt vanuit een instelling geplaatst in een pleeggezin

  • perspectiefzoekende pleegplaatsing: de pleegzorgtoeslag wordt betaald aan de forfaitaire begunstigde(n) voor de plaatsing31.
  • Perspectiefbiedende pleegplaatsing: de pleegzorgtoeslag wordt samen met het basisbedrag en de andere gezinsbijslagen betaald met verdeling 1/3de -2/3de vanaf de maand volgend op de pleegplaatsing (wijziging begunstigde). Over de maand van de plaatsing wordt het 1/3de – 2/3de nog betaald aan de begunstigde/bijslagtrekkende over die maand.

8.4. Het kind is geplaatst in een pleeggezin door een openbare overheid buiten Vlaanderen

Pleegplaatsingen door een openbare overheid buiten Vlaanderen zijn altijd perspectiefzoekend.

Indien een kind geplaatst is in een pleeggezin in een andere deelentiteit in België en we ontvangen van de plaatsende overheid in de andere deelentiteit een attest van plaatsing, dan kan het recht op gezinsbijslagen en de pleegzorgtoeslag binnen het Groeipakket nog steeds toegekend worden op voorwaarde dat het kind zijn domicilie in Vlaanderen blijft behouden32.

De pleegzorgtoeslag wordt in dit geval betaald aan de begunstigde(n) voor de plaatsing.

Indien er voor het oorspronkelijke gezin nog sprake is van een bijslagtrekkendedossier dan dient ook in deze situatie een overschakeling te gebeuren naar een begunstigdendossier voor de andere gemeenschappelijke kinderen die gedomicilieerd zijn in Vlaanderen.

Voor het geplaatst kind dat nog steeds in Vlaanderen gedomicilieerd is, wordt een dossier opgemaakt met toepassing van de algemene regeling33.

Indien het kind zijn domicilie krijgt in de andere deelentiteit is Vlaanderen niet langer bevoegd. Het recht op gezinsbijslag dient dan te worden onderzocht volgens de regelgeving van de andere entiteit door de uitbetalingsactor in die deelentiteit.

Dit geldt ook als het kind vanuit een andere deelentiteit in Vlaanderen in een pleeggezin wordt geplaatst.

Als het kind op het moment van de plaatsing zijn domicilie behoudt in de andere deelentiteit, dan bestaat er geen enkel recht op gezinsbijslagen binnen het Groeipakket, inclusief de pleegzorgtoeslag.

Zodra het geplaatst kind zijn domicilie officieel in Vlaanderen heeft, kan het recht op gezinsbijslagen binnen het Groeipakket, alsook het recht op de pleegzorgtoeslag, onderzocht en toegekend worden als voldaan is aan de voorwaarden.

Indien het kind geplaatst wordt in een pleeggezin in Vlaanderen en het betreft een perspectiefzoekende plaatsing, dan kan de pleegzorgtoeslag toegekend worden aan de begunstigde in de andere deelentiteit.

Wat betreft de gegevensvergaring worden de richtlijnen gegeven met de CO 1386/2018 verder toegepast.

Voorbeeld 1:

Moeder en kind wonen in Wallonië. De moeder is begunstigde en ontvangt de gezinsbijslagen volgens de regelgeving voorzien in het Wallonië.

Op 05.08.2019 wordt het kind geplaatst in een pleeggezin in Vlaanderen. Het kind blijft ingeschreven in Wallonië.

Op 20.11.2019 wordt het kind officieel gedomicilieerd bij het pleeggezin in Vlaanderen. Het betreft een perspectiefzoekende plaatsing.

De moeder blijft in Wallonië wonen.

Tot 30.11.2019 kan er geen recht bestaan op gezinsbijslagen binnen het Groeipakket aangezien het kind niet voldoet aan de voorwaarden vermeld in art. 8 van het Groeipakketdecreet. Wallonië blijft in toepassing van het samenwerkingsakkoord bevoegd tot 30.11.2019.

Aangezien het kind vanaf 20.11.2019 officieel ingeschreven staat in Vlaanderen, kan vanaf 01.12.2019 het recht op gezinsbijslagen binnen het Groeipakket onderzocht en uitbetaald worden (art. 6 van het Samenwerkingsakkoord).

De pleegzorgtoeslag kan vanaf 01.12.2019 aan de begunstigde(n) in Wallonië worden toegekend.

Voorbeeld 2:

Moeder en kind wonen in Vlaanderen. De moeder is begunstigde en ontvangt de gezinsbijslag volgens de regelgeving van het Groeipakket.

Op 05.08.2019 wordt het kind geplaatst in een pleeggezin in Brussel. Het kind blijft ingeschreven in Vlaanderen. Het gaat om een perspectiefzoekende plaatsing.

Op 20.11.2019 wordt het kind officieel ingeschreven in Brussel.

Tot 30.11.2019 bestaat er recht in het Groeipakket.

De gezinsbijslag wordt tot 31.08.2019 aan de moeder betaald. Van 01.09.2019 tot 30.11.2019 wordt de gezinsbijslag aan de pleegzorger in Brussel betaald. De moeder ontvangt van 01.09.2019 tot 30.11.2019 de pleegzorgtoeslag, omdat zij de begunstigde is voor de plaatsing.

Op 30 november 2019 worden alle betalingen in Vlaanderen stopgezet. Vanaf 01.12.2019 is Brussel uitsluitend bevoegd.

8.5. Het kind is geplaatst in een pleeggezin door een openbare overheid in een andere lidstaat van de EER.

Bij plaatsingen in het buitenland is er altijd sprake van een perspectiefzoekende plaatsing waarbij de pleegzorgtoeslag wordt toegekend aan de begunstigde voor de plaatsing.

De pleegzorgtoeslag en de forfaitaire pleegzorgbijslag zijn exporteerbaar naar andere lidstaten van de EER.

Het vonnis tot pleegplaatsing geldt als basis voor de toekenning van de pleegzorgtoeslag.

Voorbeeld:

Het gezin woont in Vlaanderen en heeft recht op gezinsbijslag. De ouders zijn begunstigden.

Op 03.07.2019 wordt het kind geplaatst in het gezin van een tante in Frankrijk en ontvangt de uitbetalingsactor een vonnis van de Franse plaatsende overheid waarin de plaatsing wordt meegedeeld.

De ouders werken beiden voor een werkgever gevestigd in Vlaanderen.

De tante (pleegzorger) ontvangt een uitkering.  

Op basis van de Europese Verordeningen is België bij voorrang bevoegd. Vlaanderen is de bevoegde deelentiteit.

Aangezien het een perspectiefzoekende plaatsing is, wordt de pleegzorgtoeslag toegekend aan de persoon die voor de plaatsing de gezinsbijslag ontving, namelijk de ouders.

De gezinsbijslagen worden toegekend aan de pleegzorger, de tante.

Er bestaat dus een begunstigdendossier met de tante als begunstigde en een forfaitaire begunstigdenkern met de ouders als forfaitaire begunstigde(n).

8.6. Begunstigde van de pleegzorgtoeslag woont niet in Vlaanderen

In geval van perspectiefzoekende plaatsing en de begunstigde woont niet in Vlaanderen, dan kan de pleegzorgtoeslag alsnog worden toegekend en uitbetaald aan de begunstigde buiten Vlaanderen (andere deelentiteit of het buitenland) en dit onder de algemene voorwaarden.

Het geplaatst kind dient wel rechtgevend te zijn in toepassing van het Groeipakket en moet bijgevolg dus voldoen aan de voorwaarden van art. 8 van het Groeipakketdecreet34.

Voorbeeld:

Kind wordt geplaatst in een pleeggezin in Vlaanderen. Het betreft een perspectiefzoekende plaatsing.

De moeder van het kind ontving voor de plaatsing de gezinsbijslagen en woont in Wallonië.

Alhoewel de moeder niet in Vlaanderen woont, kan de pleegzorgtoeslag aan haar worden toegekend.

De gezinsbijslagen worden toegekend aan de pleegzorger(s).

8.7. De forfaitaire bijslagslagtrekkende/begunstigde overlijdt

Wanneer de forfaitaire bijslagtrekkende/begunstigde(n) komt te overlijden, dan dient naargelang de situatie van het dossier volgende toepassing te gebeuren:

Er wordt forfaitaire pleegzorgbijslag betaald en het type plaatsing is niet gekend.

Via plaatsingsberichten@kindengezin.be nagaan om welk type plaatsing het gaat:

  • Perspectiefbiedend = betalen aan pleegzorger/pleeggezin vanaf maand na overlijden forfaitaire begunstigde35
  • Perspectiefzoekend = betaling stoppen vanaf maand na overlijden.

Er wordt pleegzorgtoeslag betaald en er is maar 1 forfaitaire begunstigde.

De betaling stoppen vanaf maand na overlijden.

Er wordt pleegzorgtoeslag betaald en er zijn 2 forfaitaire begunstigden.

Vanaf de maand na overlijden van de ene forfaitaire begunstigde verder betalen aan de andere gekende forfaitaire begunstigde.

9. Bijlage - Stroomschema en samenvatting

  • 1. Niet-geïndexeerd bedrag zoals bepaald in het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid. Bij de betaling gelden uiteraard de geïndexeerde bedragen die op dat ogenblik van toepassing zijn.
  • 2. De korte periode waarin een kind wordt opgevangen in een crisisopvang, die in de meeste gevallen wordt gevolgd door een effectieve plaatsing horen hier niet onder. Enkel bij ontvangst van een effectief plaatsingsbericht is er sprake van een plaatsing in een pleeggezin.
  • 3. Mits het kind nog steeds voldoet aan de voorwaarden om een recht te hebben op gezinsbijslag binnen het Groeipakket.
  • 4. In de toekomst zal de D227 vervangen worden door een flux.
  • 5. Het moet gaan om een nieuw plaatsingsbericht dat dateert van na 1 januari 2019. Een duplicaat van een plaatsingsbericht van voor 1 januari 2019 volstaat niet. Bovendien dient de ingangsdatum van de plaatsing na of vanaf 01.01.2019 te liggen. Een nieuw plaatsingsbericht met een (oorspronkelijke) ingangsdatum voor 01.01.2019 maar met een einddatum na 01.01.2019 wordt aanzien als een verlenging van de lopende plaatsing en niet als een nieuwe plaatsing.
  • 6. Niet-geïndexeerd bedrag zoals bepaald in het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid. Bij de betaling gelden uiteraard de geïndexeerde bedragen die op dat ogenblik van toepassing zijn.
  • 7. Ook de situatie waarbij een nieuw plaatsingsbericht wordt ontvangen binnen hetzelfde pleeggezin valt hieronder.
  • 8. Laatste betaling van de forfaitaire bijslag is deze over de maand september 2020 die in oktober 2020 wordt uitbetaald.
  • 9. De consulent dient dit niet op te volgen en zich enkel te baseren op de informatie die hij/zij ontvangt van Pleegzorg Vlaanderen. Pleegzorg Vlaanderen is bevoegd voor de pleegplaatsingen en het doorgeven van de correcte informatie.
  • 10. Een uitzondering hierop: wanneer de plaatsing op de 1ste dag van de maand volgt op een einde plaatsing in een instelling op de laatste dag van de voorgaand maand of op de eerste dag van de betrokken maand, wordt de pleegzorgtoeslag vanaf het begin van de betrokken maand uitbetaald aan het pleeggezin.
  • 11. Pleegzorger is (één van de) titularis(sen) van de gekozen rekening.
  • 12. Volgens het decreet Pleegzorg van 29.06.2012, kan een perspectiefzoekende plaatsing maximaal 1,5 jaar duren. Deze bepaling is een bevoegdheid van Pleegzorg Vlaanderen. De consulent dient dit niet op te volgen.
  • 13. Onmiddellijk voorafgaand aan de plaatsing = maand voor de plaatsing (of in geval van meerdere opeenvolgende plaatsingen de maand voor de eerste plaatsing, zoals in AKBW) – zie dienstbrief 996/45.
  • 14. In geval van perspectiefbiedend is er geen forfaitaire begunstigdenkern aanwezig. De pleegzorgtoeslag wordt met het basisbedrag uitbetaald aan de pleegzorger(s).
  • 15. Het is de plaatsende overheid die de uitbetalingsactor dient in te lichten indien er geen pleegzorgtoeslag meer kan of mag worden betaald aan de begunstigde voor de plaatsing. Indien de uitbetalingsactor beschikt over gegevens waaruit blijkt dat er geen contact meer is tussen de begunstigde en het pleegkind, dan dient hij deze informatie wel mee te delen aan de plaatsende overheid en hun reactie af te wachten. Indien zij niet reageren wordt de pleegzorgtoeslag verder uitbetaald.
  • 16. Dezelfde regel wordt ook toegepast als er voor de plaatsing enkel startbedrag adoptie werd toegekend.
  • 17. Cfr. MO 521 van 12 maart 1993.
  • 18. Op het moment van de plaatsing is er geen verandering van begunstigde(n).
  • 19. Als startpositie worden in deze situaties de richtlijnen in dienstbrief 996/45 dd. 24 december 2003, rubriek “De bijslagtrekkende onmiddellijk voor de plaatsingsmaatregel” gehandhaafd.
  • 20. Voor buitengerechtelijke pleegzorgplaatsingen gebeurt de aanwijzing door de Familierechtbank. Voor gerechtelijke pleegzorg gebeurt dit door de Jeugdrechtbank.
  • 21. Aangezien het een aanduiding ontvanger betreft geldt deze toepassing voor alle toekomstige betalingen, alsook die voor het verleden (tenzij anders bepaald in vonnis, zie ook bijlage 2 bij toelichtingsnota 7).
  • 22. Op basis van een nieuw plaatsingsbericht, waarin er het type plaatsing of de wijziging van het type wordt meegedeeld.
  • 23. Het moet gaan om een nieuw plaatsingsbericht dat dateert van na 1 januari 2019. Een duplicaat van een plaatsingsbericht van voor 1 januari 2019 volstaat niet. Bovendien dient de ingangsdatum van de plaatsing na of vanaf 01.01.2019 te liggen. Een nieuw plaatsingsbericht met een (oorspronkelijke) ingangsdatum voor 01.01.2019 maar met een einddatum na 01.01.2019 wordt aanzien als een verlenging van de lopende plaatsing en niet als een nieuwe plaatsing.
  • 24. Als de gezinsbijslag in een begunstigdenkern met beide ouders wordt betaald, worden beide ouders opgenomen als forfaitaire begunstigde in de forfaitaire begunstigdenkern met betaling op het gekende rekeningnummer van de begunstigdenkern voor de gezinsbijslag. Indien er een nieuwe keuze van rekeningnummer wordt genomen telt de toepassing vermeld in art. 64 en 65 van het Groeipakketdecreet.
  • 25. Indien er nog andere kinderen in het dossier zijn, wordt enkel het geplaatst kind geschrapt.
  • 26. Alsook voor de kinderen die zij gezamenlijk opvoeden. Voor de kinderen die niet gemeenschappelijk zijn of die zij niet gezamenlijk opvoeden, blijft het bestaande bijslagtrekkendedossier behouden.
  • 27. Indien er nog andere gemeenschappelijke kinderen in het dossier aanwezig zijn en er is sprake van een bijslagtrekkendedossier dan dient er voor deze kinderen een overschakeling naar een begunstigdendossier te gebeuren vanaf de eerste van de maand volgend op de plaatsing.
  • 28. Indien blijkt dat hij toch niet bevoegd is, dan stuurt hij het plaatsingsbericht door naar de bevoegde uitbetalingsactor en brengt de uitbetalingsactor van wie hij het bericht ontving, hiervan op de hoogte.
  • 29. Indien de behandelingsperiode van 30 dagen verstreken is, dient er een regularisatie te gebeuren vanaf datum ontvangst plaatsingsbericht (debet A).
  • 30. Vroeger gekend als “dubbele plaatsing”, MO 521
  • 31. Behalve als deze begunstigde(n) reeds het 1/3de ontving, cfr. MO 521.
  • 32. De gegevens in het rijksregister gaan voor op gegevens in de D227. Bij de ontvangst van een D227 kan er niet van uit gegaan worden dat het kind in Vlaanderen verblijft.
  • 33. Ook de algemene regeling voor de gezinsgrootte sociale toeslagen wordt toegepast.
  • 34. Mits rekening te houden met toepassing V883/2004EG.
  • 35. Indien de forfaitaire pleegzorgbijslag om een andere reden dan een beslissing tot herroeping/intrekking niet kon worden uitbetaald, kan deze in dit geval retroactief tot 1 januari 2019 worden toegekend aan betrokken pleegzorger/pleeggezin.
Datum van publicatie
Datum van afkondiging
Top