Vlaanderen

Toelichtingsnota 13 van 29 januari 2021 - Vaststelling en betaling van de selectieve participatietoeslag (schooltoeslag) vanaf het schooljaar 2020-2021

Toelichtingsnota 13 van 29 januari 2021

Betreft: Vaststelling en betaling van de selectieve participatietoeslag (schooltoeslag) vanaf het schooljaar 2020-2021

 

Met deze toelichtingsnota worden de administratieve richtlijnen meegedeeld voor de vaststelling en de betaling van de schooltoeslag vanaf het schooljaar 2020/2021. 

Eerst worden de toekenningsvoorwaarden waaraan de rechthebbende leerling1 moet voldoen behandeld, nl:

  • de nationaliteitsvoorwaarden;
  • de pedagogische voorwaarden;
  • de financiële voorwaarden.

Telkens wordt daarbij vermeld op welke spildatum aan die voorwaarden dient voldaan te zijn, hoe de gegevens daarover zullen worden ingewonnen in de automatische procedure en in de manuele alarmbelprocedure en hoe deze gegevens desgevallend aangevuld of verbeterd kunnen worden.

Daarna volgt de toelichting bij de berekening van het bedrag van de schooltoeslag.

Tot slot wordt uitgelegd hoe de automatische toekenningsprocedure verloopt, wanneer en hoe de manuele alarmbelprocedure kan worden toegepast, aan wie de schooltoeslag dient te worden uitbetaald en volgens welke betaalkalender.

1. De toekenningsvoorwaarden

1.1. De nationaliteitsvoorwaarden

1.1.1. Regels

De rechthebbende leerling dient de Belgische nationaliteit te hebben, of, als hij de Belgische nationaliteit niet bezit, toegelaten of gemachtigd zijn om in België te verblijven.

Op basis van de bepalingen van artikel 2 van het BVR selectieve participatietoeslag voldoen de volgende leerlingen eveneens aan de nationaliteitsvoorwaarden:

1° de slachtoffers van mensenhandel- of smokkel, geattesteerd door een door de federale overheid erkend centrum dat gespecialiseerd is in het onthaal van slachtoffers van mensenhandel of van slachtoffers van mensensmokkel die op het grondgebied verblijven met een attest van immatriculatie;

2° een niet-begeleide minderjarige die op het grondgebied verblijft met een attest van immatriculatie;

3° een pleegkind of pleeggast als vermeld in artikel 2, 8° en 10°, van het decreet van 29 juni 2012 houdende de organisatie van pleegzorg, op voorwaarde dat het pleegkind of de pleeggast langer dan een jaar onafgebroken bij hetzelfde pleeggezin verblijft.

1.1.1.1. Kinderen die in België wonen binnen of buiten Vlaanderen:
  • De uitbreiding die geldt om het verblijfsrecht te ontlenen aan één van de ouders die geldt voor de vaststelling voor het recht op gezinsbijslag is niet van toepassing voor de schooltoeslag. Ze is immers niet voorzien in artikel 2 van het BVR.
  • De pleegkinderen die langer dan één jaar in hetzelfde pleeggezin verblijven zijn vrijgesteld van de nationaliteitsvoorwaarden.  Dit wordt nader toegelicht in de mededeling A/8 van 6 juni 2019.
1.1.1.2. Kinderen buiten België

Op basis van de burgerschap richtlijn 2004/38 en art. 18 van het EU-verdrag is aan die voorwaarde voldaan en dit ongeacht de nationaliteit van het kind. Er hoeft evenmin te worden nagegaan of het kind toegelaten of gemachtigd is om in het woonland van het kind te verblijven.

Voor die kinderen dient – om het onderzoek naar het recht op de schooltoeslag te kunnen opstarten- te worden nagegaan bij wie het kind woont.  Een formulier E401 kan daarvoor in aanmerking worden genomen, maar ook elk ander bewijs dat aantoont door en bij wie het kind wordt opgevoed.

1.1.2. Gegevensvergaring in de automatische en de manuele alarmbelprocedure

De nationaliteitsvoorwaarden worden op dezelfde manier onderzocht als bij het onderzoek naar het recht op gezinsbijslag: zie toelichtingsnota 2bis van 18 april 2019 en Mededeling A/11 van 27 april 2020.

Om te bepalen of de rechthebbende leerling voldoet aan de nationaliteitsvoorwaarden wordt rekening gehouden met de toestand op 31 augustus van het kalenderjaar waarin het schooljaar waarvoor het recht op een schooltoeslag onderzocht wordt, aanvangt.

2. Pedagogische voorwaarden

Vooraf

  • Voor de provisionele betaling van de schooltoeslag houden de uitbetalingsactoren rekening met de studies waarvoor de rechthebbende leerling is ingeschreven in het schooljaar waarvoor de schooltoeslag wordt onderzocht. Bij de definitieve vaststelling of aan de pedagogische voorwaarden is voldaan wordt rekening gehouden met de toestand op de laatste schooldag van juni van dat schooljaar  
  • Het gaat telkens om onderwijs in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde, of gesubsidieerde onderwijsinstelling.  De rechthebbende leerling hoeft dus niet in Vlaanderen te wonen. Ook leerlingen die in een andere deelentiteit in België, of buiten België wonen komen in aanmerking voor een schooltoeslag als ze naar een Vlaamse school gaan en uiteraard voor zover ook de andere toekenningsvoorwaarden vervuld zijn.
  • Om na te gaan of de leerling onderwijs volgt in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde, of gesubsidieerde onderwijsinstelling kunnen de uitbetalingsactoren zich enkel baseren op de gegevens van Onderwijs2.  Als de gegevens uit de flux afkomstig van Onderwijs betwist worden, kan het dossier enkel aangepast worden op basis van verbeterde gegevens meegedeeld door Onderwijs.  De uitbetalingsactoren dienen anomalieën dienaangaande te signaleren aan Kring.info@kindengezin.be.
  • Het moet gaan om een school erkend, gesubsidieerd, of gefinancierd door de Vlaamse Gemeenschap. Er kan bijgevolg geen schooltoeslag toegekend worden voor thuisonderwijs, ziekenhuisonderwijs, 2e kans onderwijs (CVO).  Privé onderwijs is meestal niet erkend, maar er zijn uitzonderingen: Eureka, De Leerwijzer, Safe, Sint-Ignatiusschool.

2.1. Kleuteronderwijs

De rechthebbende leerling in het kleuteronderwijs moet voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • ingeschreven zijn in het gewoon of buitengewoon kleuteronderwijs;
  • gerechtigd zijn om kleuteronderwijs te volgen;
  • voldoende aanwezig zijn op school in het lopende of voorafgaande schooljaar.

Voldoende aanwezigheid, d.w.z.:

Leeftijd kleuter in betrokken kalenderjaar waarin het schooljaar start

Voldoende aanwezigheid bij (in het schooljaar dat aanvangt vanaf het betrokken kalenderjaar)

<3 jaar

100 halve dagen

3 jaar

150 halve dagen

4 jaar

185 halve dagen

5 jaar

Verplichte aanwezigheid van minstens 290 halve dagen

≥ 6 jaar

Maximaal 29 halve dagen ongewettigd afwezig

Opmerking: Vanaf 1 september 2020 is elk kind leerplichtig op de leeftijd van 5 jaar. Alle kinderen die in hetzelfde kalenderjaar geboren zijn, worden op hetzelfde moment leerplichtig, namelijk op 1 september van het kalenderjaar waarin zij 5 jaar worden.

Voorbeelden

  1. Een kind dat 5 jaar wordt op 20 maart 2020 moet in het schooljaar 2020/2021 minstens 290 halve dagen aanwezig zijn en in het schooljaar 2019/2020 minstens 185 halve dagen. Is dat niet het geval dan is er geen recht op schooltoeslag voor 2020/2021.  De schooltoeslag voor 2020/2021 wordt dan teruggevorderd.
  2. Een kind dat 5 jaar wordt op 20 maart 2020 moet in het schooljaar 2020/2021 minstens 290 halve dagen aanwezig zijn en in het schooljaar 2021/2022 mag het maximaal 29 halve dagen ongewettigd afwezig zijn. Is dat niet het geval dan is er geen recht op de schooltoeslag voor 2021/2022. De schooltoeslag voor 2020/2021 wordt dan teruggevorderd.
2.1.1. Gegevensvergaring in de automatische procedure en in de manuele alarmbelprocedure

De inschrijving in het kleuteronderwijs blijkt uit de (maandelijkse) dump Inschrijvingen van “Onderwijs”.  Als de kleuter ingeschreven is dient ook te worden aangenomen dat hij gerechtigd is om kleuteronderwijs te volgen. 

Of de kleuter voldoende aanwezig was op school blijkt uit de consultatiestroom “Aanwezigheden” van Onderwijs.  Via de dump & consultatiestroom van Onderwijs worden de problematische afwezigheden meegedeeld.

2.2. Lager onderwijs

De rechthebbende leerling in het lager onderwijs moet voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • ingeschreven zijn in het lager onderwijs;
  • gerechtigd zijn om lager onderwijs te volgen;
  • voldoende aanwezig zijn in het lopende of voorafgaande schooljaar, d.w.z. minder dan 30, al dan niet gespreide, halve schooldagen ongewettigd afwezig per schooljaar;
  • bij verandering van school, mag er niet meer dan 15 kalenderdagen verschil zijn tussen de uitschrijving in de vroegere school en de inschrijving in de nieuwe school.

Indien de leerling 2 schooljaren op rij meer dan 29 halve dagen per schooljaar ongewettigd afwezig was op school wordt de schooltoeslag voor het 2e schooljaar teruggevorderd.

2.2.1. Gegevensvergaring in de automatische procedure en in de manuele alarmbelprocedure

De inschrijving in het lager onderwijs blijkt uit de (maandelijkse) dump Inschrijvingen van “Onderwijs”.  Uit deze dump van Onderwijs zal ook blijken of de leerling bij verandering van school in de loop van het schooljaar tijdig (binnen 15 kalenderdagen) opnieuw ingeschreven is in een andere school.  Als de leerling ingeschreven is dient ook te worden aangenomen dat hij gerechtigd is om lager onderwijs te volgen. 

Of de leerling voldoende aanwezig was op school blijkt uit de consultatiestroom “Aanwezigheden” van Onderwijs.  Via de dump & consultatiestroom van Onderwijs worden de problematische afwezigheden meegedeeld.

2.3. Secundair Onderwijs en leerlingen van de opleiding verpleegkunde in het hoger beroepsonderwijs (HBO5-verpleegkunde)

De rechthebbende leerling in het secundair onderwijs en HBO5-verpleegkunde moet voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • ingeschreven zijn in secundair onderwijs of in HBO5-verpleegkunde;
  • gerechtigd zijn om secundair onderwijs of HBO5-verpleegkunde te volgen;
  • leeftijdsvoorwaarde: ≤ 22 jaar in het schooljaar; in het schooljaar 2020/2021 is dat: leeftijd ≤ 22 jaar voor of op 31 augustus 2021. Uitzondering: er geldt geen leeftijdsgrens voor rechthebbende leerlingen die onderwijs volgen in het buitengewoon secundair onderwijs of die HBO5-verpleegkunde volgen;
  • voldoende aanwezig zijn in het lopende of voorafgaande schooljaar, d.w.z. minder dan 30, al dan niet gespreide, halve schooldagen ongewettigd afwezig per schooljaar;
  • bij verandering van school mag er niet meer dan 15 kalenderdagen verschil zijn tussen de uitschrijving in de vroegere school en de inschrijving in de nieuwe school.

Indien de leerling 2 schooljaren op rij meer dan 29 halve dagen per schooljaar ongewettigd afwezig was op school wordt de schooltoeslag voor het 2e schooljaar teruggevorderd.  Echter wanneer de leerling op 30 juni 2021 niet meer ingeschreven is in een instelling voor secundair onderwijs, maar in de loop van het schooljaar 2020/2021 zijn kwalificatie behaalde, behoudt hij zijn recht op schooltoeslag voor het schooljaar 2020/2021.

De term “kwalificatie” op zich heeft een brede betekenis en moet binnen het Groeipakketdecreet naar de geest van de vroegere terminologie “opleiding voltooid” geïnterpreteerd worden bij uitschrijving vóór 30/6

  • In aanmerking te nemen als ‘kwalificatie’ voor behoud schooltoeslag:
    • diploma over volledig voltooide opleiding (eind-onderwijskwalificatie) => voor onderwijsvormen waar een beroepskwalificatie aan vasthangt, dient zowel de onderwijskwalificatie als de beroepskwalificatie te worden behaald.
    • eindbewijzen voor onderwijsvormen 1 en 2 van het buitengewoon secundair onderwijs (BuSo):
      • “maatschappelijk functioneren en participeren in een omgeving met ondersteuning”
      • “maatschappelijk functioneren en participeren in een omgeving met ondersteuning én arbeidsdeelname in een omgeving met ondersteuning”
  • NIET in aanmerking te nemen:
    • deelkwalificaties
    • beroepskwalificaties
    • kwalificaties behaald bij de Examencommissie
2.3.1. Gegevensvergaring in de automatische procedure en in de manuele alarmbelprocedure

De inschrijving in het secundair onderwijs of HBO5-verpleegkunde blijkt uit de (maandelijkse) dump Inschrijvingen van “Onderwijs”, alsook uit de schoolInschrijvingen_Attest17 tot 25 jaar.

Uit deze dump van Onderwijs zal ook blijken of de leerling bij verandering van school in de loop van het schooljaar tijdig (binnen 15 kalenderdagen) opnieuw ingeschreven is in een andere school.  Als de leerling ingeschreven is dient ook te worden aangenomen dat hij gerechtigd is om secundair onderwijs te volgen. 

Of de leerling voldoende aanwezig was op school blijkt uit de consultatiestroom “Aanwezigheden” van Onderwijs.  Via de dump & consultatiestroom van Onderwijs worden de problematische afwezigheden meegedeeld.

Specifiek voor HBO5-Verpleegkunde

Uitgangspunt voor gegevensvergaring is dat de dump van onderwijs volledig is. Mocht dat niet zo zijn omdat de rechthebbende leerling bijvoorbeeld ouder is dan 25 jaar, dan dient het gezin dat zelf te melden.  Aan de hand van de consultatie van de flux “Geef historiek inschrijvingen” kan het inschrijvingsbewijs worden opgevraagd en het dossier dienovereenkomstig aangepast.

2.3.2. Bijzondere situatie: meeneembaarheid van de schooltoeslag voor rechthebbende leerlingen die in het buitenland of in een andere gemeenschap een opleiding volgen

Deze meeneembaarheid kan in aanmerking worden genomen op voorwaarde dat:

  • de rechthebbende leerling een studierichting of opleiding van secundair onderwijs volgt in het buitenland of in een andere gemeenschap die erkend is door de bevoegde overheid in de gemeenschap of land in kwestie;
  • er voor deze studierichting of opleiding geen equivalente opleiding bestaat in Vlaanderen.

Om te bepalen of er geen equivalente opleiding in Vlaanderen bestaat dienen de uitbetalingsactoren zich te baseren op het bindende advies van NARIC-Vlaanderen (National Academic Recognition Information Centre)

Deze dossiers vallen buiten de automatische rechtentoekenning.  De uitbetalingsactoren dienen in verband hiermee contact op te nemen met de expertise cel schooltoeslag: 02 - 897 11 30 of expertisecelschooltoeslag@vutg.be.  Deze expertise cel zal het onderzoek dan verder aansturen wat betreft meeneembaarheid.

Deze meeneembaarheid heeft enkel betrekking op de schooltoeslag en staat los van de algemene vrijstellingen van de toekenningsvoorwaarden voor de gezinsbijslagen, vermeld in artikel 8, §3, eerste lid, van het Groeipakketdecreet van 27 april 2018 (zie artikel 47 e.v. BVR rechtgevend kind).

3. Financiële voorwaarden

3.1. Het gezinstype en de inkomensverstrekkers

3.1.1. Algemene principes

Om te bepalen of de rechthebbende leerling in aanmerking komt voor een schooltoeslag wordt uitgegaan van het gezin waartoe de leerling behoort.  Dit gezin wordt vastgesteld op basis van het domicilieadres van de leerling, ook wanneer de leerling in gelijk verdeelde huisvesting door zijn 2 gescheiden ouders wordt opgevoed. 

Dit is verschillend van de regels die gelden voor het bepalen van het gezin waartoe het kind behoort voor de vaststelling van het recht op sociale toeslag.

In GPA spreekt men altijd van de SEPAR-familie.

  • Het pleegkind dat op 31 augustus  minstens een jaar3 in hetzelfde pleeggezin verblijft is vrijgesteld van de financiële voorwaarden voor het schooljaar dat aanvangt op 1 september, en heeft bijgevolg recht op de volledige schooltoeslag, voor zover uiteraard de pedagogische voorwaarden vervuld zijn.
  • Er zijn 5 gezinscategorieën (SEPAR-familie) gedefinieerd:
    • een gezin waarbij de rechthebbende leerling zijn domicilie heeft bij één van zijn ouders of bij zijn beide ouders;
    •  een gezin waarbij de rechthebbende leerling zijn domicilie heeft bij andere natuurlijke personen (opvoeders) dan zijn ouders;
    • gehuwde leerlingen4;
    • zelfstandige leerlingen;
    • alleenstaande leerlingen5.

De categorie waartoe de leerling behoort, wordt voor elke rechthebbende leerling afzonderlijk vastgesteld.

Om de gezinscategorie te bepalen waartoe de leerling behoort, wordt eerst nagegaan of hij een gehuwde leerling is, daarna of hij een zelfstandige leerling is, dan of hij bij (één van) zijn ouders zijn domicilie heeft, vervolgens of hij zijn domicilie heeft bij natuurlijke personen andere dan de ouders (opvoeders) en ten slotte of hij alleenstaande leerling is.

Het is telkens de situatie op basis van het domicilie van de rechthebbende leerling op 31 augustus voorafgaand aan het schooljaar in kwestie, die bepalend is voor de definitieve vaststelling van het recht op schooltoeslag.

Met de mededeling A/5 van 19 juli 2019 werd aan de uitbetalingsactoren een stappenplan bezorgd om deze SEPAR-familie vast te stellen, telkens wordt daarbij aangegeven van wie de inkomsten in het feitelijk gezin in aanmerking moeten worden genomen voor de beoordeling van de financiële voorwaarden, de inkomensverstrekkers.

Onder feitelijk gezin (SEPAR-familie) dient te worden verstaan: een leefeenheid waarin twee personen die geen bloed- of aanverwanten tot en met de derde graad zijn, samenwonen en samen een huishouden regelen, hetzij financieel, hetzij op een andere ondersteunende manier.

De SEPAR-familie en de inkomensverstrekkers worden vastgesteld op basis van het domicilie van de rechthebbende leerling in het Rijksregister.

Voor de definitieve vaststelling van het recht op schooltoeslag voor een schooljaar wordt rekening gehouden met de SEPAR-familie op 31 augustus van het kalenderjaar waarin het betrokken schooljaar zal aanvangen. 

Een rechthebbende leerling die nog steeds bij (één van) zijn ouders of bij zijn opvoeders gedomicilieerd is, maar verklaart niet meer op dat adres te wonen, dient met een officieel document aan te tonen dat hij een aparte woonplaats heeft om het statuut van zelfstandige leerling te verkrijgen.  Deze officiële documenten worden opgesomd in de rubriek 2.2.1. van de toelichtingsnota 8 m.b.t. de sociale toeslagen.

Wanneer de ouder/opvoeder/ rechthebbende leerling naargelang het gezinstype met meerdere niet-verwante personen die geen bloed- of aanverwanten tot en met de derde graad zijn op hetzelfde adres woont, wordt hij geacht een feitelijk gezin (SEPAR-familie) te vormen met, in afdalende volgorde van voorrang:

  1. De persoon met wie de ouder/opvoeder/rechthebbende leerling gehuwd is of wettelijk samenwoont.
  2. De andere ouder van de rechthebbende leerling met wie hij samenwoont.
  3. De persoon met wie de ouder/opvoeder/rechthebbende leerling samen een gezinswoning heeft gekocht of gebouwd.
  4. De persoon met wie de ouder/opvoeder verklaart samen de rechthebbende leerling op te voeden. Dit wordt vastgesteld op basis van een verklaring op eer van de betrokkenen.
  5. De persoon met wie de ouder/opvoeder/rechthebbende leerling het langst samenwoont.

Deze volgorde is bindend. Zo kan 5 enkel worden toegepast als 1 tot 4 niet kunnen worden toegepast.

3.1.2. Afwijken van het gemeenschappelijk domicilie in het Rijksregister

In de volgende situaties dient voor bepaling van de inkomensverstrekkers binnen de SEPAR-familie afgeweken te worden van het gemeenschappelijk domicilie in het Rijksregister.

3.1.2.1. Er is een gemeenschappelijk domicilie, maar uit een officieel document blijkt dat de betrokkenen niet samenwonen

Wanneer uit een officieel document blijkt dat de reële gezinssituatie verschillend is van die in het Rijksregister primeert die reële gezinssituatie op die in het Rijksregister.

Op vandaag worden de volgende documenten aanvaard als officieel document. Het gaat om een limitatieve lijst.  Aanvullingen op deze lijst kunnen enkel bij besluit van de bevoegde Vlaamse minister:

  1. Het ontvangstbewijs van de gemeente van de adreswijziging: het model 2.
  2. Een attest van de politie dat vaststelt dat de werkelijke toestand niet overeenstemt met die in het Rijksregister.  Het moet gaan om een vaststelling van de politie zelf, niet om een document waarin de politie de verklaring van de betrokkene heeft genoteerd.
  3. Een beschikking, vonnis, of arrest van een rechtbank of hof.
  4. Een attest van het OCMW dat vaststelt dat de toestand in het Rijksregister niet overeenstemt met de reële situatie.

De huidige richtlijnen voor de toepassing van de AKBW aangaande deze officiële documenten blijven na 1 januari 2019 van kracht6.

3.1.2.2. Er is geen gemeenschappelijk domicilie, maar er is toch een feitelijk gezin

Als het samenwonen niet blijkt uit de gegevens uit het Rijksregister kan de vorming van een feitelijk gezin bewezen worden door:

  1. Een controle door de gezinsinspecteur.
  2. Een vaststelling gemaakt door een andere overheidsdienst waaruit de feitelijke gezinssamenstelling blijkt.
  3. Een beschikking7, vonnis of arrest van een rechtbank of hof.
  4. Een verklaring van feitelijke gezinsvorming van de ouder/opvoeder/rechthebbende leerling met de persoon met wie hij samenwoont.  Dit gebeurt aan de hand van het model J, dat zoals nu verder door beide betrokken personen wordt ondertekend.
3.1.2.3. Er is een gemeenschappelijk domicilie, maar het vermoeden van feitelijke gezinsvormig wordt weerlegd
Vooraf: voor alle bewijsstukken die in deze rubriek opgesomd worden, blijven de bestaande administratieve richtlijnen m.b.t. de voorwaarden waaronder ze voor het weerleggen van het vermoeden van feitelijke gezinsvorming in aanmerking kunnen worden genomen na 1 januari 2019 verder van kracht8.

Ook wanneer personen die niet verwant zijn tot en met de derde graad een gemeenschappelijk domicilie hebben, kunnen zij het vermoeden van feitelijke gezinsvorming weerleggen door:

1. Een geregistreerde huurovereenkomst9 tussen de ouder/opvoeder/rechthebbende leerling en de persoon met wie hij samenwoont.

2. Een arbeidsovereenkomst van inwoon10.

3. Een attest van detentie.

4. Een registratieformulier als mantelzorger, die niet een persoon is met wie de ouder/opvoeder/rechthebbende leerling gehuwd is of wettelijk samenwoont11.

5. Een aanwezigheidsattest van het vluchthuis of sociaal huis12.

6. Een verklaring van feitelijke gezinsvorming van de niet-verwante persoon tot met de derde graad met een rechtgevend kind in het gezin. Dit gebeurt op basis van de verklaring van de betrokkenen op het model J. Het formulier dient door beide betrokkenen getekend te worden.

7. Een verklaring van feitelijke gezinsvorming van de niet-verwante persoon tot en met de derde graad met een andere persoon dan de ouder/opvoeder/rechthebbende leerling met dezelfde woonplaats (domicilie).  Dit gebeurt op basis van de verklaring van de betrokkenen op het model J. Het formulier dient door beide betrokkenen getekend te worden.

8. Een verklaring van geen feitelijke gezinsvorming van de ouder/opvoeder/rechthebbende leerling met de niet-verwante persoon tot en met de derde graad in zijn gezin (domicilie).

9. Het feit dat de niet-verwante persoon tot en met de derde graad zelf nog rechtgevend is op gezinsbijslag op het ogenblik dat hij in het gezin van de ouder/opvoeder/rechthebbende leerling komt wonen.  Twee rechtgevenden die samenwonen en elk begunstigde zijn voor zichzelf vormen dus geen feitelijk gezin.

10. Een bewijs dat het om een inschrijving op een referentieadres gaat.

11.Een bewijs van de FOD Binnenlandse Zaken en een attest van immatriculatie dat is afgeleverd aan de asielzoeker tijdens de aanvraagprocedure.

12. Een vaststelling die gemaakt is door een andere overheidsdienst waaruit een andere feitelijke gezinsvormig dan de samenwoonst in het Rijksregister blijkt.

Opmerkingen

  • In situaties vermeld in punt 6 tot 8 hiervoor, dient een gezinsinspecteur de verklaring van de betrokkenen te staven door een controle ter plaatse, om ze in aanmerking te kunnen nemen voor de weerlegging van het vermoeden van feitelijke gezinsvorming.
  • De vorming van een feitelijk gezin kan niet weerlegd worden als de ouder/opvoeder/rechthebbende leerling samenwoont met een persoon met wie hij zich in een van de volgende situaties bevindt:
    • ze hebben een gemeenschappelijk kind13;
    • ze hebben samen een gezinswoning gekocht of gebouwd. Zolang de uitbetalingsactoren geen toegang hebben tot de kadastrale gegevens, wordt dit bewezen met een verklaring op eer.

Zoals in het verleden wordt het onderzoek naar de weerlegging van de feitelijke gezinsvorming gevoerd aan de hand van een formulier waar desgevallend de bewijsstukken worden aan toegevoegd en ondertekend door beide betrokkenen.

3.2. Met welke inkomsten wordt er rekening gehouden?

Voor de vaststelling van de schooltoeslag worden de volgende inkomsten van de inkomensverstrekkers in aanmerking genomen:

1. De volgende belastbare inkomsten, voor aftrek van de aftrekbare bestedingen: a) de beroepsinkomsten:       1) voor de beroepsinkomsten in loonverband: vóór de aftrek van beroepskosten;       2) voor de beroepsinkomsten als zelfstandige: na de aftrek van beroepskosten, vermenigvuldigd met een factor 100/80; b) de uitkeringen in het kader van de ziekteverzekering; c) de werkloosheidsuitkeringen; d) de pensioenen.

2.  80% van de onderhoudsgelden die uitbetaald zijn aan de persoon of personen van wie de inkomsten voor de berekening van de toelage in aanmerking worden genomen; het alimentatiegeld voor de kinderen van de inkomensverstrekkers is dus niet beoogd.

3.  Drie keer het geïndexeerde kadastraal inkomen vreemd gebruik en één keer het geïndexeerde kadastraal inkomen voor eigen beroepsdoeleinden.

4.  De inkomensvervangende tegemoetkoming, toegekend conform de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkoming aan personen met een handicap.

5.  Het leefloon, toegekend conform de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie.

6.Het equivalent van leefloon, toegekend conform de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.

7.  Alle inkomsten die voortvloeien uit de beroepsactiviteit, toegekend aan de personeelsleden van een Europese of andere internationale instelling, verminderd met de persoonlijke bijdragen voor de verzekering die de instelling organiseert om socialezekerheidsrisico’s te dekken.

In afwijking van wat voorafgaat wordt 80% van de onderhoudsgelden die betaald zijn door één van de inkomensverstrekkers, wel afgetrokken van de belastbare inkomsten.

Voor de omrekening naar het inkomen van de inkomensverstrekkers, worden de in het Wetboek van de Inkomstenbelastingen geldende regels gevolgd.

Door al de hiervoor opgesomde inkomsten van inkomensverstrekkers in de SEPAR-familie op te tellen verkrijgt men de totale inkomsten van de SEPAR-familie. 

Wanneer de inkomsten het toegelaten maximumbedrag in functie van aantal meewegende personen (zie rubriek 3.4. hierna) niet overschrijden, dient daarna te worden onderzocht of de KI-toets moet worden ingesteld, teneinde te bepalen of de rechthebbende leerling in aanmerking komt voor de schooltoeslag.

De KI-toets dient in principe te worden ingesteld als het geïndexeerde KI-vreemd gebruik van de inkomensverstrekkers hoger is dan 1250 EUR.

Bij de KI-toets wordt nagegaan of driemaal het geïndexeerde kadastraal inkomen vreemd gebruik van de inkomensverstrekkers hoger is dan 20% van de totale inkomsten die in aanmerking dienen te worden genomen, verminderd met drie keer het geïndexeerde kadastraal inkomen vreemd gebruik en één keer het geïndexeerde kadastraal inkomen voor eigen beroepsdoeleinden. Is dit het geval dan is er geen recht op schooltoeslag, hoewel de totale inkomsten lager liggen dan het toepasselijke maximumbedrag.

In een aantal situaties is er echter vrijstelling van de KI-toets.  Dit wil zeggen dat de KI-toets niet moet worden uitgevoerd ofschoon het geïndexeerd KI-vreemd gebruik van de inkomensverstrekkers meer bedraagt dan 1.250 EUR.

Er hoeft geen KI-test te gebeuren wanneer (één van onderstaande mogelijkheden volstaat):

  • ofwel de totale inkomsten van de inkomensverstrekkers geen KI vreemd gebruik bevatten;
  • ofwel het geïndexeerd KI vreemd gebruik van inkomensverstrekkers ≤ 1.250 EUR;
  • ofwel de totale inkomsten van de inkomensverstrekkers leefloon of equivalent leefloon bevatten, ongeacht de hoogte van het bedrag ervan;
  • ofwel de totale inkomsten van de inkomensverstrekkers voor minimaal 70% bestaat uit de som van ontvangen onderhoudsgelden, vervangingsinkomsten, overlevingspensioen en inkomensvervangende tegemoetkomingen);
  • de rechthebbende leerling alleenstaand is.

In de automatische procedure worden voor alle inkomensverstrekkers de inkomsten en de kadastrale gegevens voor het inkomstenjaar T-2 (=toekenningsjaar -2) in aanmerking genomen.

In de manuele alarmbelprocedure worden voor alle inkomensverstrekkers de inkomsten en de kadastrale gegevens voor het inkomstenjaar T (=toekenningsjaar) in aanmerking genomen.

3.3. Gegevensvergaring inzake de inkomsten

3.3.1. In de automatische procedure

In de bijlage 1 bij deze toelichtingsnota gaat een overzicht van de bronnen waaruit de gegevens voor inkomensonderzoek, de KI-toets en de vrijstelling van de KI-toets worden ingewonnen in het kader van de automatische procedure.  In deze automatische procedure kunnen enkel de gegevens uit de vermelde authentieke bronnen in aanmerking worden genomen. Alle gegevens hebben betrekking op het inkomstenjaar T-2.

3.3.2. In de manuele alarmbelprocedure

De bijlage 2 biedt hetzelfde overzicht, maar dan voor de toepassing van de manuele alarmbelprocedure op basis van de gegevens voor het inkomstenjaar T.

3.4. ​Puntentelling – Separ-familie

De spildatum voor definitieve vaststelling van de Separ-familie is 31 augustus van het jaar waarin het schooljaar aanvangt.  Bij de toekenning van de schooltoeslag wordt bijgevolg rekening gehouden met de actuele gegevens.

Opmerking: Mogelijk zijn de inschrijvingen hoger onderwijs voor sommige personen in de Separ-familie nog niet gekend op 31 augustus. Indien één van deze personen zich na deze datum nog inschrijft als student in het hoger onderwijs, kan het gezin vragen om de schooltoeslag te herberekenen en te regulariseren. Sowieso zullen de inschrijvingen hoger onderwijs van deze personen worden gecontroleerd op de laatste dag van het betrokken schooljaar, samen met de pedagogische voorwaarden.

Als hierna in de puntentelling over kinderen wordt gesproken, gaat het telkens om:

  • Kinderen/stiefkinderen/pleegkinderen/adoptiekinderen van één van de inkomensvertrekkers op het domicilieadres van de inkomensverstrekkers.
  • En/of kinderen voor wie (een van) de inkomensverstrekkers  de begunstigde/bijslagtrekkende is op het domicilieadres van de inkomensverstrekkers.

De volgende personen op het domicilieadres van de rechthebbende leerling kunnen geteld worden als meewegende personen:

3.4.1. De personen fiscaal ten laste van de inkomensverstrekkers.

 Als deze personen fiscaal niet als gehandicapt aangemerkt worden, worden ze geteld voor 1 punt.  Indien ze wel fiscaal als gehandicapt aangemerkt worden tellen ze voor 2 punten.  Als ze hoger onderwijs met inbegrip van een BanaBa (bachelor-na bachopleiding) of een ManaMa (master-na- masteropleiding) volgen, levert dat eveneens een extra punt op.  Zo telt een kind met recht gezinsbijslag en recht op zorgtoeslag (4 punten in pijler 1) dat hoger onderwijs volgt voor 3 punten

Gegevensvergaring zowel in de automatische procedure als in de manuele alarmbelprocedure Op het domicilieadres leerling Fiscaal ten laste maar niet als fiscaal gehandicapt erkend

  • in Vlaanderen: kinderen met recht op basisbedrag Groeipakket;
  • in een andere deelentiteit in België: via het Rijksregister tot 18 jaar en via consulatie gestructureerd kadaster voor 18 tot 25 jaar: kinderen met een openstaande betaalperiode.

Aandachtspunt: de codes daarover op het aanslagbiljet worden niet in aanmerking genomen.

Fiscaal ten laste als gehandicapte persoon

  • in Vlaanderen: via het gezinsdossier: recht op zorgtoeslag én 4 punten in pijler 1 of minstens een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van minstens 66 %;
  • in een andere deelentiteit in België: geen opzoeking in de automatische rechtentoekenning.  Het gezin moet in eerste instantie zelf het bewijs aanleveren waaruit blijkt dat het ofwel een erkenning heeft van 4 punten in pijler 1 of minstens een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van minstens 66 %.  Op basis van dat attest wordt het dossier dan geregulariseerd.
  • Voor de rechtgevende kinderen in het gezinsdossier van de inkomensverstrekkers(dus beneden 25 jaar) zal dit gegeven via de consultatiestroom GeefHistoriekInschrijving opgezocht worden én dit zowel voor de kinderen van de SEPAR-familie gekend in het gezinsdossier in Vlaanderen als voor degene die gekend zijn in het gestructureerd Kadaster (gezinsdossier in een andere deelentiteit in België). Voor de andere personen die fiscaal ten laste zijn (bijv.+ 25-jarigen, hoger onderwijs buiten Vlaanderen, …) dient het gezin zelf die gegevens aan te leveren, waarbij een bijkomende actor gecreëerd wordt en het dossier geregulariseerd.

Aandachtspunt: er is geen vereiste inzake aantal lesuren of studiepunten, de geldige inschrijving volstaat.

Aanvullen en verbeteren van gegevens

Onvolledige gegevens kunnen aangevuld worden met: Fiscaal ten laste: via de domiciliegegevens en ofwel (1) het aanslagbiljet voor het inkomstenjaar T-2 (of dat voor het inkomstenjaar T-1 als dat al beschikbaar is) ofwel (2) een attest van de FOD financiën dat het statuut van de ten laste van de inkomensverstrekkers bevestigt.

Fiscaal als gehandicapt aangemerkt: een attest van de FOD Sociale Zekerheid dat aantoont dat het rechtgevend kind een erkenning heeft van minstens 4 punten in pijler 1 of dat het een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid heeft van minstens 66% én het attest nog geldig is op 31-08-T (toekenningsjaar).

Persoon fiscaal ten laste die hoger onderwijs (incl. BanaBa en ManaMa) volgt Hoger onderwijs in Vlaanderen: via consulatie “GeefHistoriekInschrijving Hoger onderwijs buiten Vlaanderen: op basis van een attest van de onderwijsinstelling waaruit een geldige inschrijving voor het academiejaar blijkt.

3.4.2. De leerlingen (niet hoger onderwijs) of studenten (hoger onderwijs, incl. BanaBa en ManaMa) die niet fiscaal ten laste zijn van inkomensverstrekkers omwille van bestaansmiddelen en niet het statuut van gehuwde, zelfstandige of alleenstaande rechthebbende leerling (GAZ) hebben.

 Als deze personen fiscaal niet als gehandicapt aangemerkt worden, worden ze geteld voor 1 punt.  Indien ze wel fiscaal als gehandicapt aangemerkt worden tellen ze voor 2 punten.  Als ze hoger onderwijs met inbegrip van BanaBa (bachelor-na bachopleiding of een ManaMa (master-na- masteropleiding) volgen, levert dat eveneens een extra punt op.  Zo telt een kind met een geschorst recht op gezinsbijslag dat hoger onderwijs volgt voor 2 punten

Gegevensvergaring zowel in de automatische procedure als in de manuele alarmbelprocedure Op het domicilieadres leerling Leerling of student die niet fiscaal ten laste is wegens eigen bestaansmiddelen en geen GAZ-statuut

  • in Vlaanderen: rechtgevende kinderen in gezinsdossier voor wie er een beletsel is voor de betaling van het basisbedrag Groeipakket omwille van een niet toegelaten tewerkstelling/sociale uitkering;
  • in een andere deelentiteit in België: via het Rijksregister tot 18 jaar en via consulatie gestructureerd kadaster voor 18 tot 25 jaar: kinderen met een openstaande betaalperiode

Aandachtspunt: de codes daarover op het aanslagbiljet worden niet in aanmerking genomen.

Leerling of student die niet fiscaal ten laste is wegens eigen bestaansmiddelen en geen GAZ-statuut én fiscaal als gehandicapt wordt aangemerkt

  • in Vlaanderen: via het gezinsdossier: recht op zorgtoeslag én 4 punten in pijler 1 of minstens een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van minstens 66 %;
  • in een andere deelentiteit in België: geen opzoeking in de automatische rechtentoekenning.  Het gezin moet in eerste instantie zelf het bewijs aanleveren waaruit blijkt dat het ofwel een erkenning heeft van 4 punten in pijler 1 of minstens een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van minstens 66 %.  Op basis van dat attest wordt het dossier dan geregulariseerd. Het bewijs kan opgezocht worden via de flux “GeefHandicap”.

Aandachtspunt: de codes daarover op het aanslagbiljet worden niet in aanmerking genomen.

Leerling of student die niet fiscaal ten laste is wegens eigen bestaansmiddelen én die zelf geen GAZ-statuut heeft én hoger onderwijs (incl. BanaBa en ManaMa) volgt

  • Voor de rechtgevende kinderen in het gezinsdossier van de inkomensverstrekkers (dus beneden 25 jaar) zal dit gegeven via de consultatiestroom GeefHistoriekInschrijving opgezocht worden én dit zowel voor de kinderen van de SEPAR-familie gekend in het gezinsdossier in Vlaanderen als voor degene die gekend zijn in het gestructureerd Kadaster (gezinsdossier in een andere deelentiteit in België). Voor de andere personen (bijv.+ 25-jarigen, hoger onderwijs buiten Vlaanderen, …) dient het gezin zelf die gegevens aan te leveren, waarbij een bijkomende actor gecreëerd wordt en het dossier geregulariseerd.

Aandachtspunt: er is geen vereiste inzake aantal lesuren of studiepunten, de geldige inschrijving volstaat.​

Aanvullen en verbeteren van gegevens Onvolledige gegevens kunnen aangevuld worden met:

  • Fiscaal niet meer ten laste wegens eigen bestaansmiddelen: via de domiciliegegevens en ofwel (1) eigen aanslagbiljet van de meewegende persoon voor het inkomstenjaar T-2 (of dat voor het inkomstenjaar T-1 als dat al beschikbaar is) ofwel (2)een attest van de FOD financiën dat het statuut van niet meer ten laste wegens eigen bestaansmiddelen bevestigt.
  • Fiscaal als gehandicapt aangemerkt: een attest van de FOD Sociale Zekerheid dat aantoont dat de meewegende persoon een erkenning heeft van minstens 4 punten in pijler 1 of dat het een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid heeft van minstens 66% én het attest nog geldig is op 31 augustus van het kalenderjaar waarin het betrokken schooljaar aanvangt.
  • Meewegende persoon die fiscaal niet meer ten laste is wegens eigen bestaansmiddelen die hoger onderwijs (incl. BanaBa en ManaMa) volgt:  Hoger onderwijs in Vlaanderen: via consulatie “GeefHistoriekInschrijvingHoger onderwijs buiten Vlaanderen: op basis van een attest van de onderwijsinstelling waaruit een geldige inschrijving voor het academiejaar blijkt.
​3.4.3. Inkomensverstrekkers die fiscaal als gehandicapt worden aangemerkt en/of die hoger onderwijs (incl. BanaBa en ManaMa) volgen

Als de inkomensverstrekker fiscaal als gehandicapt aangemerkt wordt levert dat 1 punt. Als de inkomstenverstrekker hoger onderwijs (incl. BanaBa of ManaMa) volgt, levert dat een (extra) punt op. Als de inkomensverstrekker én fiscaal als gehandicapt aangemerkt wordt én hoger onderwijs volgt, levert dat 2 punten op.

Gegevensvergaring zowel in de automatische procedure als in de manuele alarmbelprocedure Op het domicilieadres leerling Inkomensverstrekkers die fiscaal als gehandicapt worden aangemerkt

  • Voor alle inkomensverstrekkers binnen en buiten Vlaanderen: op basis van de IPCAL-codes A/B 0280- op het aanslagbiljet zijn dat de codes 1028/2028.

Inkomensverstekkers die hoger onderwijs14 (incl. BanaBa en ManaMa) volgen

  • Voor de inkomensverstrekkers in de SEPAR--familie: via de consultatiestroom ‘GeefHistoriekInschrijving’ wordt het hoger onderwijs (incl. BanaBa en ManaMa) in Vlaanderen opgezocht. Volgen ze hoger onderwijs (incl. BanaBa en ManaMa) buiten Vlaanderen, dan dienen ze dat bewijs aan te leveren en wordt het dossier aangepast.
Aanvullen en verbeteren van gegevens Fiscaal als gehandicapt erkend
  • Aan de hand van een attest van de FOD Sociale Zekerheid dat aantoont dat de inkomensverstrekkers een lichamelijke- of geestelijke ongeschiktheid heeft van minstens 66% ongeschiktheid en het attest geldig is op 31 augustus van het kalenderjaar waarin het betrokken schooljaar aanvangt.

Hoger onderwijs (incl. BanaBa of ManaMa) volgen buiten Vlaanderen

  • Op basis van een attest van de onderwijsinstelling dat de geldige inschrijving voor het academiejaar bevestigt.

Opmerking: leerlingen op internaat/kot

Overzicht van de toekenningsprocedure

Automatische rechtentoekenning

In eerste instantie wordt de schooltoeslag berekend zonder rekening te houden met de factor ”interne leerling”.  De toekenning van de hogere toeslag voor een interne leerling zal pas gebeuren wanneer uit de maandelijkse gegevens van Onderwijs blijkt dat de leerling de voorwaarde van minstens 149 dagen op internaat heeft bereikt.

Voor wat betreft de kotstudenten:

De gegevens voor kotstudenten dienen door het gezin zelf aangeleverd te worden. De bijpassing voor interne leerling zal pas plaatsvinden nadat het gezin de bewijsstukken aanlevert dat de leerling minstens 149 dagen op kot verbleef. Dit kan aangetoond worden via een huurovereenkomst en bewijs van betaling van de huur voor de betreffende periode.

3.4.4. Het type van het SEPAR—gezin
  • Als de rechthebbende leerling in de SEPAR-familie het statuut heeft van ten laste van (een van) zijn ouders of van zijn opvoeder(s) wordt voor dat gezinstype een punt toegekend.
  • Als de rechthebbende leerling in de SEPAR-familie het statuut heeft van gehuwd, wordt voor dat gezinstype een punt toegekend.
  • Als de rechthebbende leerling in de SEPAR-familie het statuut heeft van zelfstandige of alleenstaande leerling, wordt voor dat gezinstype een punt toegekend op voorwaarde dat die zelfstandige of alleenstaande leerling zelf kinderen heeft met recht op gezinsbijslag

Gegevensvergaring zowel in de automatische als in de manuele alarmbelprocedure

Deze gegevens over het SEPAR-gezin maken deel uit van het dossier

3.4.5. Vermindering van het puntentotaal
  • Op het totaal aantal punten toegekend voor het volgen van hoger onderwijs, BanaBa of ManaMa (niet op de andere punten) wordt 1 punt in mindering gebracht. Indien niemand in het gezin hoger onderwijs, BanaBa of ManaMa volgt, dient deze vermindering niet te worden toegepast.

4. Toepasselijk inkomensgrenzen

De vaststelling van het totaal aantal punten van de gezinslast, zoals uitgelegd in rubriek 3.4 bepaalt aan welke minimum- en maximuminkomensgrens het totale inkomen van de inkomensverstrekkers moet worden getoetst.

De toepasselijke inkomensgrenzen kunnen geraadpleegd worden via Mededeling T/4 – Indexering van de bedragen.

5. Vaststelling recht op de schooltoeslag

Hierbij wordt uitgegaan van de totale inkomsten van de inkomensverstrekkers, de toepasselijke minimum- en maximumgrens in overeenstemming met het aantal punten van de gezinslast in de SEPAR-familie en het feit dat er geen uitsluiting is van het recht op schooltoeslag op basis van de KI -toets zoals uiteengezet in rubriek 3.2.

5.1. Algemene principes

  • Indien de rechthebbende leerling een pleegkind/pleeggast is die op 31 augustus langer dan 1 jaar bij hetzelfde pleeggezin wordt opgevoerd, is er vrijstelling van de financiële voorwaarden en is de volledige schooltoeslag verschuldigd.
  • Indien de totale inkomsten van de inkomensverstrekkers hoger liggen dan de toepasselijke maximumgrens in overeenstemming met het aantal punten van de gezinslast is er geen recht op schooltoeslag.
  • Indien de totale inkomsten van de inkomensverstrekkers lager of gelijk zijn aan de toepasselijke minimumgrens in overeenstemming met het aantal punten van de gezinslast is het volledige bedrag van de schooltoeslag verschuldigd.
  • Indien het totale inkomen van de inkomensverstrekkers hoger is dan de toepasselijke minimumgrens maar lager dan de maximumgrens in overeenstemming met het aantal punten van de gezinslast wordt de verschuldigde schooltoeslag als volgt berekend: volledig bedrag van de schooltoeslag vermenigvuldigd met het resultaat van de volgende breuk: maximumgrens – totale inkomsten van de inkomensverstrekkers maximumgrens – minimumgrens
  • Indien de totale inkomsten van de inkomensverstrekkers gelijk zijn aan de toepasselijke maximumgrens in overeenstemming met het aantal punten van de gezinslast is het minimale bedrag van de schooltoeslag verschuldigd

Opmerking voor rechthebbende leerlingen in het kleuteronderwijs

In afwijking van voorgaande principes heeft de rechthebbende leerling in het kleuteronderwijs recht op het volledig bedrag van de schooltoeslag als het totale inkomen van de inkomensverstrekkers lager of gelijk is aan de maximuminkomensgrens

5.2. Uitzonderlijke schooltoeslag

De uitzonderlijke schooltoeslag is verschuldigd als gelijktijdig voldaan is aan de volgende voorwaarden:

  1. De totale inkomsten van de inkomensverstrekkers zijn lager of gelijk aan 10% van de maximum inkomensgrens in overeenstemming met aantal punten van de gezinslast.  
  2. De totale inkomsten van de inkomensverstrekkers bestaat (één van onderstaande mogelijkheden is voldoende):
    • ofwel voor minimaal 70% uit leefloon of equivalent van het leefloon;
    • ofwel voor minimaal 70% uit ontvangen onderhoudsgeld;
    • ofwel voor minimaal 70% uit vervangingsinkomsten;
    • ofwel voor minimaal 70 % uit inkomensvervangende tegemoetkoming (IVT).

In de bijlage 1 en 2 bij deze toelichtingsnota wordt gepreciseerd hoe de gegevens voor de toekenning van de uitzonderlijke schooltoeslag dienen te worden ingewonnen in de automatische en in de manuele alarmbelprocedure.

Opmerking

Opgelet! Deze uitzonderlijke schooltoeslag wordt echter niet toegekend voor de rechthebbende leerling in het secundair onderwijs die beantwoordt aan één van de volgende voorwaarden:

  • de rechthebbende leerling heeft het statuut van interne leerling;
  • de rechthebbende leerling heeft in de SEPAR-familie het gezinstype gehuwde, zelfstandige of alleenstaande leerling;
  • de rechthebbende leerling volgt HBO5- verpleegkunde; wanneer die rechthebbende leerling in de SEPAR-familie het statuut heeft van gehuwde, zelfstandige of alleenstaande leerling, wordt hij bij HBO5-verpleegkunde altijd als een interne leerling beschouwd.

5.3. Bedragen van de schooltoeslag volgens het onderwijs dat de rechthebbende leerling volgt

Het bedrag van de schooltoeslag is eveneens afhankelijk van het onderwijs dat de rechthebbende leerling volgt tijdens schooljaar.

5.3.1. Kleuteronderwijs

Voor de rechthebbende leerling in het kleuteronderwijs wordt altijd de volledige schooltoeslag betaald.

5.3.2. Lager onderwijs

Voor de rechthebbende leerling in het lager onderwijs geldt er een enkel bedrag van de minimale en de volledige schooltoeslag.

5.3.3. Secundaire onderwijs

Als de rechthebbende leerling secundair onderwijs volgt dient als volgt worden te werk gegaan:

1. Eerst wordt nagegaan of de rechthebbende leerling HBO5-verpleegkunde volgt, waarbij een onderscheid dient gemaakt te worden tussen interne/externe leerlingen.  Heeft hij in de SEPAR-familie het statuut van gehuwde, zelfstandige en alleenstaande leerling dan wordt hij trouwens altijd als interne leerling beschouwd.

2. Vervolgens wordt nagegaan of de rechthebbende leerling het voltijds secundair onderwijs volgt. Is dat het geval, wordt het bedrag als volgt bepaald:     2.1. => de rechthebbende leerling = gehuwd, alleenstaande of zelfstandige leerling => toekenning van de schooltoeslag die verbonden is aan die hoedanigheid;     2.2. =>de rechthebbende leerling zit in het 3e jaar van de 3e graad TSO/BSO => toekenning van de schooltoeslag die daaraan gekoppeld is en onderscheid maken tussen interne en externe leerlingen;     2.3. => de rechthebbende leerling volgt een andere opleiding in het voltijds secundair onderwijs toekenning van de schooltoeslag die daaraan gekoppeld is en onderscheid maken tussen interne en externe leerlingen;

3. Indien de rechthebbende leerling deeltijds secundair onderwijs volgt. =>   toekenning van de schooltoeslag die daaraan gekoppeld is.

Gegevensvergaring in de automatische procedure en in de manuele alarmbelprocedure

Om te bepalen welk onderwijs de rechthebbende leerling volgt baseren de uitbetalingsactoren zich uitsluitend op gegevens van “Onderwijs”.

Bijzondere situaties

  • Een rechthebbende leerling kan binnen het niet-hoger onderwijs en HBO-5 verpleegkunde simultaan ingeschreven zijn in 2 studierichtingen. Indien er een verschillende schooltoeslag verschuldigd is voor deze 2 studierichtingen, dan wordt de hoogste schooltoeslag uitbetaald, op voorwaarde dat de rechthebbende leerling op 30 juni van het betrokken schooljaar nog steeds voor beide studierichtingen is ingeschreven: een leerling is bijvoorbeeld tegelijkertijd ingeschreven voor deeltijds onderwijs en HBO5 -Verpleegkunde. Als deze rechthebbende leerling op 30 juni voldoet aan de voorwaarde van inschrijving voor “beide” studierichtingen dan wordt de hoogste toelage uitbetaald, in het voorbeeld de schooltoeslag voor HBO5-Verpleegkunde.
  • Als de rechthebbende achtereenvolgens ingeschreven is voor 2 studierichtingen die een verschillende schooltoeslag geven, dan wordt de toestand op 30 juni van het betrokken schooljaar in aanmerking genomen en heeft de rechthebbende leerling recht op de schooltoeslag voor de studierichting waarvoor hij op 30 juni is ingeschreven.

Een overzicht van de bedragen is terug te vinden via Mededeling T/4 – Indexering van de bedragen

6. De toekenningsprocedure

De schooltoeslag wordt zo veel mogelijk automatisch toegekend.  Zodra de SEPAR-familie in GPA is aangemaakt zal het onderzoek en de vaststelling van de schooltoeslag automatisch verlopen; en dit zowel wat betreft de nationaliteitsvoorwaarden, de pedagogische voorwaarden als de financiële voorwaarden.

Deze automatische procedure heeft altijd voorrang.  De manuele alarmbelprocedure kan enkel worden toegepast wanneer geen toekenning mogelijk is in de automatische. Een bijpassing op grond van de manuele alarmbelprocedure op het bedrag in de automatische procedure wegens een inmiddels verminderd inkomen is niet mogelijk.  Deze bijpassing op basis van het verminderd inkomen zal bijgevolg pas 2 jaar later kunnen worden uitgevoerd.

6.1. Onderzoek naar de totale inkomsten van de inkomensverstrekkers

Wanneer in de automatische procedure de gegevens over het inkomen van (één van) de inkomensverstrekker(s) voor het inkomstenjaar T-2 niet kunnen worden verkregen via de flux zal de consulent deze gegevens met een brief + formulier dienen op te vragen. Bij ontvangst van deze gegevens kan het onderzoek worden voortgezet.  Daarbij mag niet uit het oog worden verloren dat binnen de automatische procedure alle inkomstengegevens betrekking dienen te hebben op het inkomstenjaar T-2. Zijn die gegevens niet te verkrijgen, dan wordt voor alle inkomensverstrekkers in het dossier overgeschakeld naar een inkomensonderzoek in het kader van de manuele alarmbelprocedure op basis van de inkomsten voor het inkomstenjaar T.

Gemengde situaties waarbij in eenzelfde SEPAR-familie voor inkomensverstrekker A de inkomstengegevens voor het inkomstenjaar T-2 en voor inkomensverstrekker B de inkomstengegevens voor het inkomstenjaar T in aanmerking worden genomen zijn niet toegestaan.

Bij het inkomensonderzoek geldt in de praktijk de volgende regeling voor het berekenen van het totale inkomen voor een SEPAR-inkomstenkern:

  • Inkomens van verschillende jaren mogen niet gemengd worden.
  • Alle inkomsten van de inkomensverstrekkers van éénzelfde SEPAR-familie zitten voor een gegeven jaar in dezelfde procedure (automatisch of manuele alarmbel) om een berekening toe te laten.
  • De automatische procedure primeert op de manuele procedure.
  • De manuele alarmbelprocedure wordt niet gebruikt om inkomens die via de automatische procedure op basis van het aanslagbiljet verkregen zijn te corrigeren om een hogere schooltoeslag te verkrijgen; hiervoor dient de herziening in T+2. Enkel als in de automatische procedure geen toekenning mogelijk is, kan de manuele alarmbelprocedure worden toegepast.
  • De manuele alarmbelprocedure mag eveneens gebruikt worden om een inkomen te bewijzen als er geen inkomen gekend is en als gevolg hiervan er geen berekening in de automatische procedure mogelijk is.

Dit resulteert in volgende typesituaties:

  • Aanslagbiljet (Inkomensverstrekker A en inkomensverstrekker B) beiden aanwezig voor het inkomstenjaar T-2 → berekening schooltoeslag in de automatische procedure.
  • Aanslagbiljet voor T-2 voor Inkomensverstrekker A aanwezig, maar aanslagbiljet voor T-2 voor inkomensverstrekker B niet aanwezig → blokkeren berekening schooltoeslag en de brief met het formulier om de inkomens op te vragen verzenden: -ofwel ontvangst aanslagbiljet voor T-2 voor inkomensverstrekker B: berekening schooltoeslag in de automatische procedure. -ofwel Inkomen inkomensverstrekker A en inkomensverstrekker  B voor T via manuele alarmbel (bewijstukken van minstens  6 maanden) te bewijzen .
  • Aanslagbiljet voor inkomensverstrekker A voor T-2 is aanwezig en manueel alarmbel inkomen voor inkomensverstrekker B voor T is aanwezig: → blokkeren berekening schooltoeslag zolang manueel alarmbel inkomen voor inkomensverstrekker A voor T ontbreekt.
  • Aanslagbiljet voor Inkomensverstrekker A voor T-2 is aanwezig en een papieren aanslagbiljet voor inkomensverstrekker B voor T-2 en toekenning minimaal bedrag schooltoeslag + vraag om hoger bedrag via manueel alarmbel inkomen voor beide inkomensverstrekkers: geen herberekening van de schooltoeslag. De bijpassing zal gebeuren bij de verificatie van het inkomen voor T in T+2 waarmee dit verminderd inkomen bevestigd wordt.

Uitzondering:

In uitzonderingsgevallen zal het automatisch onderzoek niet gevoerd worden op basis van het inkomstenjaar T-2.

Dit is het geval wanneer aan de volgende voorwaarden samen is voldaan:

1° aan een van inkomensverstrekkers, wordt pas in de loop van T-2 of na T-2 een van de volgende verblijfstitels verleend:      a) slachtoffer van mensenhandel, geattesteerd door een door de federale overheid erkend centrum dat gespecialiseerd is in het onthaal van slachtoffers van mensenhandel;      b) persoon met een buitenlandse nationaliteit die toegelaten is tot een verblijf van bepaalde duur in België conform artikel 49, §1, of artikel 49/2, §1, van de wet van 15 december 1980  betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen;

2° de inkomsten van (één van) de inkomensverstrekkers, kan niet bepaald worden aan de hand van de door de Federale Overheidsdienst Financiën gecontroleerde inkomsten, of aan de hand van de door een buitenlandse belastingdienst gecontroleerde inkomsten.

In die omstandigheden wordt rekening gehouden met de inkomsten van het eerste kalenderjaar dat volgt op het jaar waarin de verblijfstitel is verkregen.

Wanneer op basis van die regel de inkomsten voor T-1 of voor T in aanmerking dienen te worden genomen, kunnen daarbij de regels die gelden voor de manuele alarmbelprocedure (zie hierna) worden toegepast.

Indien dit tot gevolg zou hebben dat inkomsten voor T+1 dienen geraamd te worden, dient u het dossier voor advies voor te leggen aan de expertise cel schooltoeslag.

Manuele alarmbelprocedure

Indien geen toekenning mogelijk is in de automatische procedure, kan bij een verminderd inkomen een aanvraag in het kader van de manuele alarmbelprocedure worden ingesteld.  Daarbij moet dan voor alle inkomensverstrekkers het vermoedelijk inkomen voor het kalenderjaar T berekend worden. Dit gebeurt aan de hand van bewijsstukken van minstens zes maanden in T.  Op basis van deze bewijsstukken dient via extrapolatie het vermoedelijk inkomen voor T berekend te worden.  Het gaat hier om minstens 6 maanden in T.  Het hoeven geen 6 opeenvolgende maanden te zijn.  Dit is dus verschillend van de manuele alarmbelprocedure die geldt in het kader van de sociale toeslag.

Voor de andere voorwaarden, nl. de nationaliteitsvoorwaarden, de pedagogische voorwaarden en de puntentelling is er geen onderscheid tussen de automatische en de manuele alarmbelprocedure.

Aandachtspunt: KI-gegevens

Op het formulier waarmee de inkomsten voor T worden opgevraagd, wordt gevraagd of de inkomensverstrekkers sinds 31 december van T-2 gronden/gebouwen hebben gekocht of verkocht hebben.

Is dit het geval dan dienen zij het KI van de aangekochte gronden/gebouwen op het formulier in te vullen, er bij vermeldend of het al dan niet de eigen woonst betreft en of het al dan niet om een gebouw/grond gaat dat/die voor beroepsdoeleinden wordt gebruikt.  Bewijsstukken dienen wat dat betreft door de inkomensverstrekkers niet meegestuurd te worden, maar bijgehouden worden voor controledoeleinden. Een steekproefcontrole kan voorzien worden.  De consulent neemt de verklaring op eer op het formulier in aanmerking.  Uitgaande van deze verklaring worden de KI-gegevens van T-2 (uit de automatische procedure) aangepast. Bij de berekening in de manuele procedure wordt dan rekening gehouden met dit aangepaste KI. Deze aangepaste gegevens zullen worden gecontroleerd aan de hand van de meest recent gekende gegevens uit de authentieke bron.

Worden op het formulier geen wijzigingen in de KI-gegevens meegedeeld, dan worden de KI-gegevens voor T-2 uit de fluxen gebruikt bij de berekening in de manuele alarmbelprocedure. Als er geen aanslagbiljet kan verkregen worden, dient er te worden van uit gegaan dat er geen KI voor vreemd gebruik of eigen beroepsdoeleinden is.

6.2. De puntentelling

Het puntentotaal wordt vastgesteld op basis van de beschikbare gegevens in de databanken.  Het kan zich echter voordoen dat die onvolledig zijn.  In de rubriek 3.4.wordt toegelicht hoe het puntentotaal kan verbeterd of aangevuld worden.

Bij de betaling van de schooltoeslag zullen de begunstigden een overzicht ontvangen van de toekenningsgegevens.  Mochten die niet kloppen of onvolledig zijn, dienen zij aan de hand van de nodige bewijsstukken een verbetering of een vervollediging te vragen.  De consulent past dan zo nodig de toekenningsgegevens in GPA aan.

In deze communicatie zal in het bijzonder aan de begunstigde gevraagd worden aan zijn uitbetalingsactor mee te delen dat: - er in zijn gezin personen wonen die ouder zijn dan 25 jaar en hoger onderwijs volgen (ook BanaBa of ManaMa); - een persoon in zijn gezin erkend is als persoon met een handicap. Dat is enkel nodig voor gezinnen die buiten Vlaanderen wonen.

7. Aan wie wordt de schooltoeslag betaald?

7.1. Voor de rechthebbende leerling is er in het kader van het Groeipakket ook recht op gezinsbijslag

Als voor de leerling in Vlaanderen ook gezinsbijslag betaald wordt, geldt de aanwijzing van de begunstigden en de betalingsmodaliteit voor de gezinsbijslag eveneens voor schooltoeslag en dit op basis van artikel 69 Groeipakketdecreet

Dit geldt dus ook voor:

  • Rechthebbende leerlingen die bij de vader gedomicilieerd zijn, maar voor wie aan de bijslagtrekkende moeder betaald wordt.
  • Rechthebbende leerlingen die een bloed-of aanverwant tot de eerste graad hebben aangewezen als bijslagtrekkende/begunstigde.
  • Rechthebbende leerlingen voor wie de gezinsbijslag aan een schuldbemiddelaar of sommendelegant wordt betaald.

Volgens dezelfde betalingsmodaliteit.

Als de gezinsbijslag met een circulaire cheque betaald wordt, wordt voor de betaling van de schooltoeslag eveneens een betaling met een circulaire cheque aanvaard.

Rechthebbende leerlingen die geplaatst zijn in instelling

De verdeelwijze (1/3 – 2/3) geldt niet. 

In de praktijk wordt als volgt te werk gegaan:

  • Ofwel wordt het 1/3e van gezinsbijslag aan een natuurlijk persoon betaald.  In dat geval wordt de schooltoeslag aan deze natuurlijke persoon betaald.
  • Ofwel wordt het 1/3e van gezinsbijslag gestort op een spaarrekening op naam van het kind:  in dat geval wordt de schooltoeslag betaald op de spaarrekening op naam van de leerling waarop ook het 1/3de van de gezinsbijslag betaald wordt. 
  • Niet-begeleide minderjarigen

De regels gegeven in de bijlage 2 bij de toelichtingsnota 7 voor de betaling van de gezinsbijslag gelden evenzeer voor de betaling van de schooltoeslag.  De maatregel om de betaling voor deze kinderen “on hold” te zetten is opgeheven.

7.2. De rechthebbende leerlingen in België zonder recht op gezinsbijslag in het Groeipakket

Indien de rechthebbende leerling geen recht heeft op gezinsbijslag in het kader van het groeipakket en (buiten Vlaanderen) in België woont, wordt de schooltoeslag betaald aan:

  • De ouders of ouder bij wie de rechthebbende leerling zijn domicilieadres heeft.
  • De opvoeders of opvoeder bij wie de rechthebbende leerling zijn domicilieadres heeft.
  • De rechthebbende leerling zelf als hij het statuut heeft van gehuwde, zelfstandige of alleenstaande leerling heeft.

Wanneer het kind bij een van de gescheiden ouders gedomicilieerd is, is dat een andere regeling dan degene die geldt voor kinderen van gescheiden ouders met recht op gezinsbijslag o.b.v. het Groeipakket. 

Voor de rechthebbende leerling met domicilie in een andere deelentiteit bepaalt dat domicilie in dat geval aan welke ouder er verplicht dient betaald te worden. 

  • Bij geplaatste kinderen met verdeling 1/3 en 2/3 is er geen verdeling van de schooltoeslag, maar wordt de volledige schooltoeslag (3/3) aan de begunstigde(n) betaald., volgens dezelfde regels als degene die gelden voor de “rechthebbende leerlingen met recht op gezinsbijslag in Vlaanderen en geplaatst in een instelling”

7.3. De rechthebbende leerling verhuist van Vlaanderen naar een andere deelentiteit in België

De verhuis van de rechthebbende leerling voor wie de schooltoeslag verschuldigd is,  brengt de overschakeling naar begunstigdenkern mee waarbij de regels uiteengezet in de toelichtingsnota 11 naar analogie van toepassing zijn.

7.4. Wijziging van uitbetalingsactor

Bij wijziging van uitbetalingsactor nadat de schooltoeslag al provisioneel is betaald, blijft de uitbetalingsactor die de schooltoeslag provisioneel betaald heeft verantwoordelijk voor de opvolging van de validatie en de mogelijke regularisatie van de betaalde schooltoeslag en dit zowel bij:

  • de herziening van het dossier n.a.v. een inschrijving hoger onderwijs van een meewegende persoon na 31 augustus;
  •  de herziening van de pedagogische voorwaarden na het schooljaar;
  •  de verificatie van de financiële voorwaarden in T-2.

De nieuw gekozen uitbetalingsactor is dus enkel bevoegd voor toekomstige toekenningen. Wat betreft de schooltoeslag is dit de schooltoeslag voor het volgende schooljaar.

7.5. De rechthebbende leerlingen buiten België

Als de rechthebbende leerling geen recht heeft in het kader van het Groeipakket en buiten België woont, wordt de begunstigde aangeduid op basis van de feitelijke woonplaats van het kind. 

Woont het kind bij beide ouders, dan zijn de ouders samen de begunstigden en kiezen zij samen de betalingsmodaliteit.  Bij gebrek aan keuze of bij onenigheid wordt aan de jongste van de 2 ouders betaald. 

Gaat het om niet samenwonende ouders/gescheiden ouders, dan is de ouder bij wie het kind feitelijk woont de begunstigde

Heeft de rechthebbende leerling het statuut van gehuwde, zelfstandige of alleenstaande leerling, dan wordt de schooltoeslag aan de leerling zelf uitbetaald.

7.6. Betaling aan de rechthebbende leerling zelf

Wanneer de rechthebbende leerling het statuut heeft van gehuwde, zelfstandige of alleenstaande leerling, wordt de schooltoeslag aan de leerling zelf betaald.

De meerderjarige rechthebbende leerling voor wie de schooltoeslag aan (een van) zijn ouders of aan zijn opvoeder(s) dient te worden uitbetaald, kan voor de uitbetaling van de schooltoeslag aan de uitbetalingsactor vragen om de schooltoeslag op een andere bankrekening te storten.

Wanneer de rechthebbende leerling van deze mogelijkheid gebruik maakt, worden de gegevens over de inkomsten die bij de toekenning of afwijzing in aanmerking werden genomen niet meegedeeld aan de leerling door de uitbetalingsactoren.  Indien de rechthebbende leerling echter tegen die beslissing in beroep gaat bij de geschillencommissie, worden in beroepsbeslissing van de geschillencommissie de gezinsinkomsten die in aanmerking werden genomen wel meegedeeld aan de rechthebbende leerling.

De meerderjarige rechthebbende leerling of de wettelijke vertegenwoordiger kan de uitbetalingsactor eveneens verzoeken de toeslag geheel of gedeeltelijk uit te betalen aan een openbare instelling die de persoon aan wie de selectieve participatietoeslag wordt uitbetaald, begeleidt ter bescherming van zijn financiële belangen.

7.7. Schuldenbeheer

De vraag werd gesteld of op de schooltoeslag inhoudingen kunnen worden toegepast voor de aanzuivering van onverschuldigd betaalde gezinsbijslag.

De volgende regels zijn wat dat betreft van toepassing:

  • Voor een inhoudingsvraag van een betaalinstelling buiten Vlaanderen, kan geen inhouding gebeuren op de schooltoeslag.
  • Onverschuldigd betaalde gezinsbijslag door een Vlaamse uitbetalinsgactor kan wel aangezuiverd worden door inhoudingen toe te passen op de schooltoeslag (geen aanpassing inhoudingspercentage specifiek voor schooltoeslag).
  • Voor de terugvordering van onverschuldigd betaalde schooltoeslag gelden dezelfde regels als voor de gezinsbijslagen.

8. Hoe de experten van onderwijs contacteren?

De uitbetalingsactoren kunnen met hun specifieke vragen over de schooltoeslag terecht bij de experten van onderwijs:

Tel.: 02 – 897 11 30 Mail: expertisecelschooltoeslag@vutg.be

Meegedeeld via mail van 2 februari 2021 - gericht aan de uitbetailingsactoren - officiële publicatie
  • 1. De rechthebbende leerling is het kind voor wie de schooltoeslag wordt toegekend.
  • 2. Alleen Syntra secundair onderwijs wordt automatisch aangeleverd via de maandelijkse dump onderwijs. Voor Syntra Volwassenenonderwijs dienen de nodige gegevens te worden verzameld via het formulier P7.
  • 3. De periode van 1 jaar vangt aan op de startdatum van de plaatsing volgens de D227. De adreswijziging in het RR maakt niet uit (dit kan vroeger of later zijn dan de datum op de D227).
  • 4. Overeenkomstig artikel 3, §1, 16° van het decreet wordt onder gehuwd verstaan: o Gehuwden o Wettelijk samenwonenden o 2 personen op hetzelfde adres met een gemeenschappelijk kind o 2 personen op hetzelfde adres en de ene neemt de kinderen van de andere ten laste o Personen van wie de ene toelating heeft om in B te verblijven om een duurzame relatie voort te zetten met een persoon die al verblijfsrecht heeft
  • 5. Alleenstaande leerlingen dienen gesignaleerd te worden aan het VUTG via advies@vutg.be
  • 6. Zie CO 1386/2018 van 9 februari 2018, dienstbrief 996/109 van 17 april 2014 en dienstbrief 996/109addendum van 23 december 2015.
  • 7. Dit werkt in de 2 richtingen. Zo kan een zittingsblad ook in aanmerking worden genomen voor het weerleggen van het vermoeden van feitelijke gezinsvorming.
  • 8. Zie CO 1386/2018 van 9 februari 2018, dienstbrief 996/109 van 17 april 2014 en dienstbrief 996/109addendum van 23 december 2015.
  • 9. De voorwaarde dat de gezinssamenstelling in het Rijksregister binnen 3 maanden moet aangepast worden, is niet langer van toepassing.
  • 10. Dus ook een overeenkomst om als aupairjongere in het gezin te werken.
  • 11. De volledige definitie van het begrip "gehuwden" vindt men terug in artikel 3, §1, 16°, van het decreet.
  • 12. Worden eveneens in aanmerking genomen een zittingblad van de rechtszitting, een integratiecontract afgesloten tussen de jongere en het OCMW en een attest van een vluchthuis of CAW.
  • 13. Dit geldt eveneens wanneer het kind geplaatst is en de ouders samen begunstigde zijn voor het 1/3de van het basisbedrag (boek 2) of de kinderbijslag (boek 5).
  • 14. Er is geen vereiste inzake aantal lesuren of studiepunten, de geldige inschrijving volstaat.
Datum van publicatie
Datum van afkondiging
Top