Vlaanderen

Toelichtingsnota 6 van 17 januari 2019 - Afzien van terugvordering onverschuldigde betaalde toelagen in het kader van het gezinsbeleid

Toelichtingsnota 6 van 17 januari 2019

Betreft: afzien van terugvordering onverschuldigde betaalde toelagen in het kader van het gezinsbeleid

 

 

Inhoudstafel

 

1.      Alle onverschuldigde betaalde toelagen terugvorderen (artikel 103, §1, Groeipakketdecreet)

2.     Terugvordering uitgesloten door het Groeipakketdecreet (artikel 103, §2, Groeipakketdecreet)

2.1.     Afzien van terugvordering door de uitbetalingsactor

2.1.1.  Terug te vorderen bedrag is gering 

2.1.2.  Terugvordering onzeker of duur

2.1.3.  Overlijden van de schuldenaar of begunstigde

2.2.    Afzien van terugvordering op vraag van de schuldenaar

2.2.1.  Schuldenaar te goeder trouw 

3.    Bedrog, bedrieglijke handelingen of fraude

 

Deze toelichtingsnota geeft een kort overzicht van situaties waarin de uitbetaler kan afzien van de terugvordering van onverschuldigde betaalde toelagen.

1. Alle onverschuldigde betaalde toelagen terugvorderen (artikel 103, §1, Groeipakketdecreet)

Alle onverschuldigde betaalde toelagen in het kader van het gezinsbeleid worden teruggevorderd. Dit principe kan worden genegeerd in de gevallen waarin:

  • een dergelijke terugvordering wordt uitgesloten door het Groeipakketdecreet;
  • inhoudingen door de uitbetalingsactor op de nog te betalen toelagen in het kader van het gezinsbeleid mogelijk zijn, conform artikel 1410, §4, Gerechtelijk Wetboek.

2. Terugvordering uitgesloten door het Groeipakketdecreet (artikel 103, §2, Groeipakketdecreet)

Binnen de voorwaarden bepaald door de Vlaamse Regering kan de uitbetalingsactor afzien van de terugvordering van onverschuldigd betaalde bedragen:

  • in bijzondere, gemotiveerde gevallen of in bepaalde categorieën van gevallen op voorwaarde dat de schuldenaar te goeder trouw is;
  • als het terug te vorderen bedrag gering is;
  • als blijkt dat de terugvordering onzeker of duur is in vergelijking met het bedrag dat teruggevorderd moet worden.

2.1. Afzien van terugvordering door de uitbetalingsactor

2.1.1. Terug te vorderen bedrag is gering (artikel 14 BVR rechten en plichten) 

De uitbetalingsactor kan afzien van de terugvordering van een onverschuldigd betaald bedrag van minder dan 50 euro, op voorwaarde dat dit bedrag niet via inhoudingen op later verschuldigde toelagen in het kader van het gezinsbeleid kan worden teruggevorderd.

2.1.2. Terugvordering onzeker of duur (artikel 15 BVR rechten en plichten)

De Vlaamse Belastingdienst vordert de onverschuldigd betaalde toelagen in het kader van het gezinsbeleid terug indien:

  • de toelage niet door middel van inhoudingen kan worden teruggevorderd;
  • de schuldenaar niet op minstens twee aanmaningen van de uitbetalingsactor reageert;
  • de schuldenaar het goedgekeurde afbetalingsplan niet langer uitvoert.

De uitbetalingsactor kan afzien van de terugvordering van een onverschuldigd betaald bedrag wanneer het onverschuldigd betaald bedrag via de Vlaamse Belastingdienst kan worden teruggevorderd, maar minder dan 200 euro bedraagt.

2.1.3. Overlijden van de schuldenaar of begunstigde (artikel 103, §3, §4, Groeipakketdecreet)

Bij het overlijden van de schuldenaar ziet de uitbetalingsactor ambtshalve af van de terugvordering van de onverschuldigd betaalde toelagen in het kader van het gezinsbeleid, op voorwaarde dat de schuldenaar op het ogenblik van het overlijden nog niet op de hoogte van de terugvordering was gebracht.

De uitbetalingsactor kan de toelagen in het kader van het gezinsbeleid terugvorderen, indien op het ogenblik van het overlijden van de begunstigde, de toelagen in het kader van het gezinsbeleid vervallen waren, maar nog niet aan hem waren uitbetaald of aan één van de volgende personen waren uitbetaald:

  • de echtgenoot met wie de gerechtigde op het ogenblik van zijn overlijden samenleefde;
  • de kinderen met wie de gerechtigde op het ogenblik van zijn overlijden samenleefde;
  • de persoon met wie de gerechtigde op het ogenblik van zijn overlijden samenleefde;
  • de persoon die tegemoetgekomen is in de ziekenhuiskosten;
  •  de persoon die de begrafeniskosten betaald heeft.

2.2. Afzien van terugvordering op vraag van de schuldenaar

2.2.1. Schuldenaar te goeder trouw (artikel 13 BVR rechten en plichten)

De schuldenaar aan wie een beslissing tot terugvordering van het onverschuldigd betaalde bedrag is meegedeeld, kan bij de uitbetalingsactor, waarbij de schuld is ontstaan, een verzoek indienen om van die terugvordering af te zien. Dit verzoek kan alleen ingewilligd worden als de schuldenaar:

  • te goeder trouw is;
  • zich in een onzekere financiële situatie bevindt.

3. Bedrog, bedrieglijke handelingen of fraude

In geval van bedrog, bedrieglijke handelingen of fraude kan de uitbetalingsactor kan niet afzien van de terugvordering van het onverschuldigd betaalde bedrag.

Datum van afkondiging
Top