Vlaanderen

Toelichtingsnota 7 - Bijlage 2 van 6 juni 2019 - Feitelijke scheidingen en (echtscheidings)vonnissen

Toelichtingsnota 7 - Bijlage 2 van 6 juni 2019 

Betreft: Feitelijke scheidingen en (echtscheidings)vonnissen

 

Inhoudstafel

 

 

1.        Feitelijke scheidingen voor en na 01.01.2019

2.        Meerderjarigheid van een kind

3.        Modellen L

4.        Aanwijzing begunstigde

5.        Interpretatie van vonnissen en toepassing in het dossier

5.1         Inleiding

5.2         Bijslagtrekkendedossier

5.3         Begunstigdendossier

6         Eén van de ouders is niet akkoord met de wijze van betaling of toepassing van het vonnis

7         Bijzondere situaties

7.1.        Verblijf van het kind in het buitenland (toepassing Europese verordening of bilateraal akkoord)

7.2.        Verblijf van bijslagtrekkende/begunstigde buiten Vlaanderen 

7.3.        Buitenlandse vonnissen

7.4.        Ontvangst van EOT-overeenkomst bij scheiding

7.5.        Uitwerking vonnis aanwijzing ontvanger en aanwijzing begunstigde

7.6.        Aanwijzing van begunstigde voor niet-begeleide minderjarigen

8.        Schema

 

Deze bijlage behandelt volgende aspecten:

  1. Feitelijke scheidingen voor en na 01.01.2019
  2. Meerderjarigheid van een kind
  3. Modellen L
  4. Aanwijzing begunstigde
  5. Interpretatie van vonnissen en toepassing in het dossier
  6. Eén van de ouders is niet akkoord met de wijze van betaling of toepassing van het vonnis
  7. Bijzondere situaties
  8. Schema

1. Feitelijke scheidingen voor en na 01.01.2019

Feitelijke scheidingen die zich voordoen vanaf 01.01.2019 worden binnen het Groeipakketdecreet niet beschouwd als een wijziging in de opvoedingssituatie die een overschakeling van bijslagtrekkende naar begunstigde met zich meebrengt, ook niet als er 1 kind met de ene ouder meeverhuist en het ander kind bij de andere ouder blijft wonen.

Dit betekent ook dat er geen overschakeling van bijslagtrekkende naar begunstigde is als er zich bij de feitelijk scheiding een van de volgende situaties voordoet:

  • De bijslagtrekkende verhuist met (één van de) kind(eren);
  • De bijslagtrekkende verhuist met alle kinderen;
  • De bijslagtrekkende verhuist alleen en de kinderen blijven bij de andere ouder;
  • De andere ouder verhuist met (één van de) kind(eren);
  • De andere ouder verhuist en de kinderen blijven bij de bijslagtrekkende.

Het bijslagtrekkendedossier blijft op vlak van bijslagtrekkende zoals het is.

De consulent dient wel een brief te sturen aan de beide ouders waarin meegedeeld wordt dat:

  • We op de hoogte zijn van de scheiding en dat de gezinsbijslag verder wordt betaald aan de bijslagtrekkende;
  • We uitgaan van co-ouderschap en dat zij dit kunnen weerleggen aan de hand van een vonnis, bijvoorbeeld exclusief ouderlijk gezag. Het dossier wordt dan op basis van het vonnis bekeken;
  • (één van) de ouders vanaf 01.01.2020 de uitbetalingsactor schriftelijk kan verzoeken begunstigde te worden1.

Enkel als na de feitelijke scheiding van de ouders één van de kinderen verhuist van de ene ouder naar de andere ouder2, is er een wijziging in de opvoedingssituatie en gebeurt de overschakeling van bijslagtrekkende naar begunstigde(n), of bij een andere wijziging in de opvoedingssituatie (nieuw kind in gezin, plaatsing of wijziging in het ouderlijk gezag)3.

Meer informatie hierover vind je in bijlage 1 van de toelichtingsnota 7 van 15 mei 2019: Overschakeling van bijslagtrekkende naar begunstigde(n).

Een uitzondering hierop is wanneer de bijslagtrekkende naar het buitenland verhuist. In dit geval ontstaat er een begunstigdendossier met de andere ouder in Vlaanderen als enige begunstigde. Meer informatie hierover vind je in punt 7.2. van dit document, ‘Verblijf van bijslagtrekkende/begunstigde buiten Vlaanderen’.

Wanneer de feitelijke scheiding zich voordeed voor 01.01.2019 betalen we verder aan de bijslagtrekkende, behalve als de uitbetalingsactor een vonnis ontvangt waaruit een andere situatie blijkt, zoals een vonnis exclusief ouderlijk gezag of aanwijzing ontvanger gezinsbijslag.

Meer informatie hierover vind je in punt 5 van dit document, ‘Interpretatie van vonnissen en toepassing in het dossier’.

2. Meerderjarigheid van een kind

Wanneer een kind meerderjarig wordt, dan heeft dit geen enkele impact op het dossier.

In principe loopt bij meerderjarigheid alles gewoon door en passen we de situatie die bestond bij de minderjarigheid van het kind onveranderd toe wanneer het kind 18 jaar wordt.

Dit betekent concreet dat we, zowel in een bijslagtrekkendedossier als in een begunstigdendossier, vermoeden dat er in de praktijk niets verandert aan de situatie van het kind wanneer het 18 jaar wordt. We blijven de situatie die bestond bij de minderjarigheid van het kind onveranderd toepassen.

Vanaf 01.01.2019 worden er dan ook geen modellen L meer verstuurd op het moment dat een kind meerderjarig wordt.

Zodra het meerderjarig kind verhuist naar het gezin van de andere ouder, wordt aangenomen dat er wel sprake is van een verandering in de situatie van het kind en worden overeenkomstig artikel 57 van het Groeipakketdecreet de beide ouders van het kind aangewezen als begunstigden. Er wordt dan ook aangenomen dat de kinderen door beide ouders in gelijk verdeelde huisvesting worden opgevoed. Een afwijking hierop is mogelijk nadat de bevoegde Familierechtbank daarover na de meerderjarigheid van het kind een (nieuwe) uitspraak doet in het belang van het kind. Dit principe geldt eveneens, wanneer als gevolg van een wijziging in het ouderlijk gezag of in de opvoedingssituatie van een minderjarig kind, ook voor het meerderjarig kind dient overgeschakeld te worden van bijslagtrekkende naar begunstigde(n). Ook bij die overschakeling – ook al wijzigt de situatie van het meerderjarig kind niet- wordt vermoed dat het kind door beide ouders in gelijkmatig verdeelde huisvesting wordt opgevoed en is een afwijking daarop enkel mogelijk nadat de bevoegde Familierechtbank na de meerderjarigheid van het kind daarover een (nieuwe) uitspraak doet in het belang van het kind.

Voorbeeld 1:

Kind is minderjarig. Er is vonnis zwaartepunt bij moeder.

Kind wordt meerderjarig. Het dossier blijft zoals het is.

Daarna verhuist het naar de andere ouder en ontstaat er een begunstigdenkern met beide ouders als begunstigden en uitgangspunt gelijk verdeelde huisvesting.

Het oudere vonnis kan niet meer toegepast worden. Enkel een nieuw vonnis van aanwijzing ontvanger of aanwijzing begunstigde kan nog aanvaard worden.

Voorbeeld 2:

De gescheiden ouders hebben 2 kinderen een minderjarig en een meerderjarig.  Voor beide kinderen wordt aan de moeder betaald, maar het minderjarig kind staat op het adres van de vader gedomicilieerd.  Vervolgens wijzigt het domicilieadres van het minderjarig kind van het adres van de vader naar dat van de moeder.

Als gevolg van de verhuis van het minderjarige kind wordt voor beide kinderen overgeschakeld van bijslagtrekkende naar begunstigdenkern. Vanaf de overschakeling wordt zowel voor het meerderjarig als het minderjarig kind vermoed dat het door beide ouders in gelijkmatig verdeelde huisvesting wordt opgevoed.  Het “vroegere” vonnis kan voor het meerderjarig kind niet meer worden toegepast.  Enkel een nieuw vonnis van aanwijzing ontvanger of aanwijzing begunstigde kan voor dat meerderjarig kind worden aanvaard om daarvan af te wijken.

Als de begunstigdenkern al bestond voordat het kind meerderjarig wordt, vermoeden we dat er niets verandert wanneer het kind meerderjarig wordt. Zodra het kind verhuist van de ene ouder naar de andere passen we het principe gelijk verdeelde huisvesting toe voor het meerderjarig kind.

3. Modellen L

Vanaf 01.01.2019 worden er geen modellen L meer verstuurd en gaan we bij meerderjarigheid uit van het principe gelijk verdeelde huisvesting, of als er al een vonnis is op het moment dat het kind minderjarig was, dan vermoeden we dat er in de praktijk niets verandert aan de situatie en blijft het dossier zoals het is tot er zich een wijziging in de opvoedingssituatie voordoet4.

Als er in een dossier vóór 01.01.2019 al modellen L zijn ontvangen waaruit bleek dat er bij de meerderjarigheid geen sprake was van gelijk verdeelde huisvesting en er doet zich vanaf 01.01.2019 een wijziging voor waardoor er een overschakeling is naar begunstigde3 en beide ouders begunstigden worden, dan passen we in het nieuw begunstigdendossier sowieso gelijk verdeelde huisvesting toe en wordt de sociale toeslag voor het meerderjarig kind voor de helft verdeeld onder beide ouders.

4. Aanwijzing begunstigde

Vanaf 01.01.2019 kan de Familierechtbank in het belang van het kind één van beide ouders5 als begunstigde aanwijzen6.

Bij deze aanwijzingen is de uitbetalingsactor betrokken partij en wordt bijgevolg opgeroepen om te verschijnen ter zitting.

Enkel als de uitbetalingsactor partij is in het geding en de rechter wijst één van de 2 ouders aan als enige begunstigde, dan wordt de uitspraak beschouwd als een effectieve aanwijzing begunstigde.

Dit betekent dat er vanaf de eerste van de maand volgend op de ontvangst van de uitspraak een nieuwe begunstigdenkern ontstaat met de aangewezen ouder als enige begunstigde. Deze ontvangt integraal de gezinsbijslagen (basisbedrag en sociale toeslag). Dergelijke uitspraken kunnen zowel van toepassing zijn op minderjarige kinderen als op meerderjarige kinderen.

Als de uitbetalingsactor partij is in het geding en de rechter bepaalt enkel dat alle toelagen in het kader van het gezinsbeleid aan één van de 2 ouders moet worden uitbetaald, dan wordt de uitspraak beschouwd als een aanwijzing van ontvanger (geen aanwijzing begunstigde). In dit geval zijn beide ouders de begunstigden, maar wordt de gezinsbijslag, inclusief de sociale toeslag, via het principe sommendelegatie integraal uitbetaald aan de ouder die aangeduid wordt als ontvanger.

Indien er op het moment van de aanwijzing ontvanger nog sprake is van een bijslagtrekkendedossier, dan blijft dit behouden. De gezinsbijslag wordt wel integraal betaald aan de aangewezen ontvanger via het principe van sommendelegatie7.

Wanneer de uitbetalingsactor een vonnis ontvangt dat dateert van vóór 01.01.2019 en waarin één van de 2 ouders wordt aangeduid als bijslagtrekkende8, wordt dit vonnis vanaf 01.01.2019 beschouwd als een aanwijzing van ontvanger.

Indien de aangeduide ouder niet de bijslagtrekkende is, zal deze vanaf de eerste van de maand van ontvangst van het vonnis de gezinsbijslag integraal ontvangen via het principe sommendelegatie9.

De toepassing van het vonnis gebeurt enkel voor het kind voor wie de uitspraak geldt.

5. Interpretatie van vonnissen en toepassing in het dossier

5.1 Inleiding

Vanaf 01.01.2019 is de Familierechtbank bevoegd voor uitspraken in echtscheidingsprocedures en de aanwijzing van begunstigde.

Vonnissen zijn van toepassing voor alle gezinsbijslagen (ook kinderopvangtoeslag en kleutertoeslag) met uitzondering van de selectieve participatietoeslagen.

Voor de interpretatie van de vonnissen gelden volgende richtlijnen:

  • Alle vonnissen in het kader van de echtscheidingsprocedure, waarbij de uitbetalingsactor geen partij is in het geding, zijn te beschouwen als een aanwijzing van ontvanger (geen aanwijzing begunstigde).
  • Als de uitbetalingsactor partij is in het geding en de rechter wijst één van beide ouders aan als enige begunstigde, dan voeren we dat zo uit, dus aanwijzing van begunstigde.
  • Als de uitbetalingsactor partij is in het geding en de rechter bepaalt enkel dat alle toelagen in het kader van het gezinsbeleid aan één van de 2 ouders moet worden uitbetaald, gaat het om een aanwijzing als ontvanger (geen aanwijzing begunstigde).

Vonnissen die een wijziging van begunstigde met zich meebrengen, hebben uitwerking vanaf de eerste dag van de maand na ontvangst.

Vonnissen waarin een ouder of andere persoon wordt aangeduid als ontvanger, hebben uitwerking vanaf de dag van ontvangst van het vonnis10.

In een dossier kunnen we volgende (echtscheidings)vonnissen ontvangen:

  • Vonnis (co-ouderschap met) gelijk verdeelde huisvesting;
  • Vonnis co-ouderschap met zwaartepunt verblijf bij één van de ouders;
  • Vonnis exclusief ouderlijk gezag;
  • Vonnis waarin één van de ouders aangeduid wordt als ontvanger van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid;
  • Vonnis waarin één van de ouders wordt aangewezen als begunstigde11.

De eerste 3 vonnissen met betrekking tot het ouderlijk gezag en de huisvesting worden enkel uitgesproken indien er minderjarige kinderen zijn. Voor meerderjarige kinderen bestaat er geen ouderlijk gezag meer en zij kunnen zelf beslissen waar ze wonen.

Let wel, als een kind meerderjarig wordt dan vermoeden we dat er niets verandert en passen we toe wat beschreven staat in punt 2 van deze bijlage.

Vonnissen die een ontvanger of een begunstigde aanwijzen kunnen zowel voor minderjarige als voor meerderjarige kinderen uitgesproken worden.

De toepassing van het vonnis gebeurt enkel voor het kind voor wie de uitspraak geldt12.

Als er geen vonnis is gaan we uit van het principe gelijk verdeelde huisvesting.

5.2. Bijslagtrekkendedossier

De bijslagtrekkende op 31.12.2018 blijft bijslagtrekkende tot wijziging in:

  • Ouderlijk gezag13
  • Opvoedingssituatie, namelijk:
    • Nieuw kind in het gezin;
    • Einde of begin plaatsing;
    • Kind verhuist van ene ouder naar de andere ouder.

Als de scheiding plaatsvond voor 01.01.2019 dan blijft het dossier op 31.12.2018 identiek vanaf 01.01.2019, namelijk de gezinsbijslag blijft betaald aan de bijslagtrekkende, tenzij één van bovenstaande wijzigingen gebeuren en we overgaan naar de toepassing begunstigden.

Voor verdere uitleg over overschakeling van bijslagtrekkende naar begunstigde verwijzen we naar bijlage 1 bij toelichtingsnota 7.

Indien er sprake is van een bijslagtrekkendedossier, heeft een vonnis geen impact meer op het dossier, behalve als de uitbetalingsactor een vonnis ontvangt en er sprake is van één van de volgende situaties:

A. Het exclusief ouderlijk gezag wordt toegekend aan de andere ouder dan de bijslagtrekkende

Vanaf de eerste dag van de maand na de ontvangst van het vonnis (al dan niet daterend voor of na 01.01.2019) ontstaat er een nieuw begunstigdendossier met de andere ouder aan wie het exclusief ouderlijk gezag werd toegewezen als enige begunstigde voor de minderjarige kinderen.

Als (één van) de kinderen (ondertussen) meerderjarige (ouderlijk gezag niet meer van toepassing) (is)zijn, dan ontstaat er voor hen een begunstigdendossier met beide ouders als begunstigden en toepassing van gelijk verdeelde huisvesting (verdeling sociale toeslag 50-50)14. Er zijn dan 2 dossiers in de GPA, één voor de minderjarige kinderen en één voor de meerderjarige kinderen.

B. Er is een vonnis (dd. vanaf 01.01.2019) dat de andere ouder dan de bijslagtrekkende aanwijst als enige begunstigde15

Vanaf de eerste dag van de maand na de ontvangst van het vonnis ontstaat er een nieuw begunstigdendossier met de aangewezen ouder als enige begunstigde.

Als het vonnis zich ook uitspreekt over meerderjarige kinderen, wordt dit ook voor hen toegepast.

De toepassing van het vonnis gebeurt enkel voor (het) de kind(eren) voor wie de uitspraak geldt16. Voor de andere gemeenschappelijke (minderjarige of meerderjarige) kinderen blijft de bestaande bijslagtrekkendekern. Er is namelijk geen sprake van een wijziging in het ouderlijk gezag.

C. Er is een vonnis dat de andere ouder dan de bijslagtrekkende aanduidt als ontvanger van de toelagen in kader van het gezinsbeleid17

Vanaf de datum van ontvangst van het vonnis (al dan niet daterende voor of na 2019) wordt de gezinsbijslag via het principe sommendelegatie integraal aan deze ouder toegekend.

Voorbeeld:

De uitbetalingsactor ontvangt het vonnis op 05.03.2019 en betaalt de gezinsbijslag die over maart kan worden toegekend uit aan de andere ouder die aangeduid wordt als ontvanger.

De toepassing van het vonnis gebeurt enkel voor het kind voor wie de uitspraak geldt. Als deze uitspraak ook geldt voor meerderjarige kinderen, dan wordt dit ook voor hen toegepast18.

Voor de andere kinderen blijft de gezinsbijslag integraal betaald worden aan de bijslagtrekkende.

Als het vonnis bepaalt dat de ouder die de gezinsbijslag ontvangt de volledige of een deel van de gezinsbijslag moet doorstorten aan de andere ouder of dat de verdeling enkel geldt in de interne rechtsverhouding tussen de partijen, dan blijven we betalen aan de bijslagtrekkende.

Deze staat in voor de doorstorting naar de andere ouder. De uitbetalingsactor komt hier niet in tussen.

In alle andere situaties heeft de ontvangst van een vonnis binnen een bijslagtrekkendedossier geen enkele impact.

Voorbeeld:

Er wordt betaald aan de bijslagtrekkende moeder en de vader stuurt een vonnis op waaruit blijkt dat het zwaartepunt van verblijf bij hem ligt. Er verandert niets in het dossier.

Dergelijk vonnis kan niet beschouwd worden als een wijziging in het ouderlijk gezag en brengt geen overschakeling naar de toepassing van begunstigde met zich mee.

Vanaf 01.01.2020 kan de vader vragen begunstigde te worden en dan wordt het vonnis in die zin toegepast.

Als de kinderen bij de andere ouder dan de bijslagtrekkende wonen dan blijft de bijslagtrekkende de gezinsbijslag ontvangen. Opeising van de gezinsbijslag is vanaf 01.01.2019 niet meer mogelijk19

Indien deze andere ouder vanaf 01.01.2019 de gezinsbijslag wenst te ontvangen voor de kinderen die bij hem/haar wonen, kan dit enkel door een vonnis exclusief ouderlijk gezag te bezorgen aan de uitbetalingsactor. Of hij/zij kan aan de rechter vragen om hem/haar aan te wijzen als ontvanger, of als enige begunstigde voor de kinderen.

Vanaf 01.01.2020 kan deze andere ouder schriftelijk vragen begunstigde te worden.

5.3. Begunstigdendossier

Bij scheiding gaan we uit van het principe gelijk verdeelde huisvesting (GVH).

Invloed van scheiding (GVH) in de begunstigdenkern: de sociale toeslag wordt in beide gezinnen afzonderlijk geëvalueerd en indien het recht wordt vastgesteld, voor de helft aan de gerechtigde begunstigde(n) toegekend20.

Inkomstenkern: er wordt voor beide begunstigden een inkomstenkern aangemaakt bestaande uit begunstigde en de persoon met wie hij/zij een feitelijk gezin vormt. Het recht op sociale toeslag voor de kinderen wordt berekend per inkomstenkern van de begunstigden: voldoet de inkomstenkern aan de inkomstenvoorwaarde?

Gezinsgrootte: de kinderen van de personen in de inkomstenkern voor wie zij bijslagtrekkende en/of begunstigde zijn en de kinderen die zij in gelijk verdeelde huisvesting opvoeden indien zij begunstigde zijn voor het betrokken kind21.

Inkomstenvoorwaarde:

Ongeacht aantal kinderen

< 30.984 euro

Recht op sociale toeslag

≥ 3 kinderen waarvan 1 kind de bedragen zoals bepaald in boek 2 ontvangt.

< 30.984 euro en 61.200 euro  

Recht op sociale toeslag (ook voor kinderen in de overgangsmaatregel)

Op basis van deze gegevens is duidelijk welke begunstigde welke sociale toeslag kan krijgen voor welke kinderen.

De begunstigden worden ingelicht over de toepassing gelijk verdeelde huisvesting en de gevolgen in het dossier. Er wordt hen gevraagd de uitbetalingsactor een vonnis te bezorgen als er geen sprake is van gelijk verdeelde huisvesting. Bij ontvangst van het vonnis wordt het dossier aangepast en worden beide begunstigden ingelicht over de impact op het dossier.

Het vonnis wordt toegepast vanaf de maand van ontvangst van het vonnis, als het om een wijziging in de betalingsmodaliteit gaat en vanaf de 1e dag van de maand volgend op de ontvangst als het om een wijziging van begunstigde gaat. Geen terugwerkende kracht.

Ook vonnissen van het verleden kunnen in aanmerkingen worden genomen. Een vonnis kan enkel met een nieuw vonnis weerlegd worden.

Wanneer in een vonnis uit het verleden bepaald wordt dat de kinderbijslag aan een van de ouders moet worden betaald, geldt dit ook voor de aanwijzing van de ontvanger van de sociale toeslag.

Voorbeeld:

Ouders zijn gescheiden in 2013 en er is een vonnis van 2015 waaruit blijkt dat het zwaartepunt van verblijf bij de moeder ligt. Er is één minderjarig en één meerderjarig kind.

Op 15.04.2019 doet er zich een wijziging in de opvoedingssituatie voor waardoor er vanaf 01.05.2019 een overschakeling is van bijslagtrekkende naar begunstigde. We vermoeden gelijk verdeelde huisvesting.

De moeder bezorgt de uitbetalingsactor op 20.05.2019 het vonnis van 2015. Het vonnis wordt vanaf 01.06.2019 voor het minderjarig kind. Voor het meerderjarig kind passen we het principe van gelijk verdeelde huisvesting toe zelfs al was dit kind op het moment van de uitspraak minderjarig.

Als het dossier een begunstigdendossier betreft, dan worden vonnissen (daterende voor of na 01.01.2019) als volgt toegepast:

A. Er is geen vonnis, of er is een vonnis (co-ouderschap met) gelijk verdeelde huisvesting

We passen het principe gelijk verdeelde huisvesting toe, met verdeling 50-50 sociale toeslag over beide begunstigden met elk een aparte inkomstenkern (en mogelijk aparte rekening).

Het basisbedrag wordt betaald op rekening volgens keuze van de begunstigden, of bij gebrek aan keuze of enigheid aan de jongste.

Schema

Indien er bij één van de inkomstenkernen niet voldaan is aan de inkomstenvoorwaarden dan kan er voor de begunstigde in deze inkomstenkern geen recht op sociale toeslag zijn.

De andere begunstigde (die wel voldoet) blijft slechts 50% van de sociale toeslag ontvangen.

B. Er is een vonnis exclusief ouderlijk gezag                       

De ouder met het exclusief ouderlijk gezag is/wordt enige begunstigde22 en vormt de inkomstenkern met de persoon met wie hij/zij een feitelijk gezin vormt. Zowel de gezinsbijslag als de sociale toeslag worden integraal aan deze ouder uitbetaald.

Schema

Als een kind op het moment van de scheiding al meerderjarig (ouderlijk gezag niet meer van toepassing) is, dan behoud je voor dit kind het begunstigdendossier met beide ouders als begunstigden en verdeling sociale toeslag 50-50 (principe gelijk verdeelde huisvesting). Er zijn dan 2 dossiers in de GPA, één voor de minderjarige kinderen en één voor de meerderjarige kinderen.

Wordt een kind nadien meerderjarig, dan vermoeden we dat er niets verandert23.

C. Er is een vonnis co-ouderschap met zwaartepunt verblijf bij één van de ouders24

Beide ouders zijn begunstigden met betaling basisbedrag volgens keuze of bij gebrek en/of onenigheid aan de jongste.                

De sociale toeslag wordt in dit geval voor 100% geëvalueerd in het gezin van en betaald aan de ouder met zwaartepunt verblijf op basis van zijn/haar feitelijk gezin en inkomsten.

Voorbeeld: de kinderen verblijven voor 75% bij de vader

Schema

Er wordt in dit geval een inkomstenkern aangemaakt van de vader met aanduiding van verblijf van de kinderen 100%.

Voor de moeder wordt er een feitelijk gezin aangemaakt met aanduiding verblijf van de kinderen 0%. 

Als een kind op het moment van de scheiding al meerderjarig is, dan behoud je voor dit kind het begunstigdendossier met beide ouders als begunstigden en verdeling sociale toeslag 50-50 (principe gelijk verdeelde huisvesting). Wordt een kind nadien meerderjarig, dan vermoeden we dat er niets verandert25.

D. Er is een vonnis waarin één van de ouders aangeduid wordt als ontvanger van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid26.

Beide ouders zijn begunstigden en verdeling 50-50 sociale toeslag. Beide ouders vormen elke apart hun eigen inkomstenkern. Het onderzoek naar het recht op sociale toeslag gebeurt ook op basis van deze aparte inkomstenkernen.

Het basisbedrag en de sociale toeslag (ook helft van de andere ouder)27 wordt via het principe sommendelegatie betaald aan aangeduide ouder28.

Voorbeeld:

Vader is volgens vonnis ontvanger van de gezinsbijslag. Als de moeder op basis van haar inkomsten recht heeft op sociale toeslag zal haar deel van de sociale toeslag (= 50%) via het principe sommendelegatie uitbetaald worden aan de vader.

Schema

Als een kind op het moment van de scheiding al meerderjarig is en er is in het vonnis geen betaalmodaliteit voorzien voor dit meerderjarig kind, dan wordt voor dit kind de sociale toeslag elk voor de helft aan beide ouders betaald. Het basisbedrag wordt betaald op een rekening gekozen door de begunstigden, of bij gebrek aan keuze of onenigheid aan de jongste.

Als het vonnis bepaalt dat de ouder die de gezinsbijslag ontvangt de volledige of een deel van de gezinsbijslag moet doorstorten aan de andere ouder of dat de verdeling enkel geldt in de interne rechtsverhouding tussen de partijen, dan blijven we betalen op de door de begunstigden gekozen rekening(en). De doorstorting wordt geregeld tussen de begunstigden zelf. De uitbetalingsactor komt hier niet in tussen.

6. Eén van de ouders is niet akkoord met de wijze van betaling of toepassing van het vonnis

Als één van de ouders niet akkoord is met de toepassing van het vonnis in het dossier of met de wijze van betaling voor zowel meerderjarige als minderjarige kinderen, dan dient hij/zij de uitbetalingsactor een nieuw vonnis te bezorgen waarin de rechtbank hem/haar aanwijst als ontvanger van de gezinsbijslag en/of de sociale toeslag of waarin de rechtbank hem/haar aanwijst als enige begunstigde voor de kinderen.

De toepassing van het vonnis gebeurt enkel voor het kind voor wie de uitspraak geldt29.

Een bestaand vonnis kan weerlegd worden door een nieuw vonnis, eventueel via de procedure “Dringende en voorlopige maatregelen”. Binnen deze procedure is een uitspraak mogelijk op korte termijn.

In geval van een bijslagtrekkendedossier, kan de andere ouder vanaf 01.01.2020 schriftelijk vragen om begunstigde te worden in het dossier.

7. Bijzondere situaties

7.1. Verblijf van het kind in het buitenland (toepassing Europese verordening of bilateraal akkoord)

Als het kind in het buitenland verblijft, vervalt het co-ouderschap en is er geen sprake van de toepassing gelijk verdeelde huisvesting.

In deze situaties geldt de feitelijke situatie en word(t)en de perso(o)n(en) bij wie het kind ingeschreven staat en effectief woont de begunstigde(n) (althans voor landen binnen de EER en waarmee er een bilateraal akkoord is).

Ofwel worden de kinderen door beide ouders samen opgevoed. Dan worden beide ouders als begunstigde aangewezen. Ze kiezen dan samen op welke rekening de toelagen dienen gestort te worden. Bij gebrek aan keuze of bij onenigheid wordt aan de jongste betaald. 

Ofwel heeft het kind zijn woonplaats bij een enkele ouder (niet samenwonende of gescheiden ouders).  In dat geval wordt de feitelijke hoofdverblijfplaats van het kind in aanmerking genomen en is de ouder wij wie het kind zijn woonplaats heeft de enige begunstigde

Voor kinderen die in een land wonen buiten de EER of een land waarmee er geen bilateraal akkoord is, voorziet het Groeipakket in principe geen recht30.

7.2. Verblijf van bijslagtrekkende/begunstigde buiten Vlaanderen  

Voor een kind dat in Vlaanderen woont en waarvan één van de ouders niet in Vlaanderen verblijft gelden volgende bepalingen:

Een van de ouders woont in een andere deelentiteit in België 

De regels inzake aanwijzing van de begunstigden in het decreet zijn gebaseerd op de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek. Ze gelden bijgevolg voor alle kinderen die in België door hun ouders worden opgevoed. Dus ook voor de aanwijzing van de begunstigden wanneer één van ouders in een andere deelentiteit van België woont. 

Wanneer één van de ouders in een andere deelentiteit woont, dan worden alsnog beide ouders begunstigden voor het kind. De gezinsbijslag wordt betaald volgens keuze van de begunstigden, of bij gebrek aan keuze of enigheid aan de jongste.

Voorbeeld:

Kind woont met moeder in Vlaanderen en vader woont in Brussel. Moeder is bijslagtrekkende en er doet zich een wijziging voor die een overschakeling naar begunstigde met zich meebrengt.

Beide ouders worden begunstigden voor het kind en de gezinsbijslag wordt betaald volgens keuze van de begunstigden, of bij gebrek aan keuze of enigheid aan de jongste.

De sociale toeslag wordt bij gelijk verdeelde huisvesting 50-50 verdeeld en beide ouders vormen elk apart een eigen inkomstenkern.

Een van de ouders woont in een land buiten België

Indien één van de ouders woont in een land buiten België (ongeacht het een land binnen of buiten de EER of een land waarmee er al dan niet een bilateraal akkoord is) of hiernaar verhuist, dan wordt de ouder bij wij het kind verblijft in Vlaanderen de enige begunstigde voor het kind. De andere ouders dient in het dossier wel te worden aangelegd als bijkomende actor.

Voorbeeld:

Kind woont in Vlaanderen bij haar vader. De vader heeft de kinderbijslag niet opgeëist en de moeder is bijslagtrekkende. Op 20.02.2019 verhuist de moeder naar de Verenigde Staten.

Vanaf 01.03.2019 wordt de vader de enige begunstigde voor het kind dat bij hem verblijft. De moeder wordt in het dossier toegevoegd als bijkomende actor.

De vader ontvangt integraal de gezinsbijslag en de sociale toeslag (inkomstenonderzoek gebeurt ook enkel op basis van zijn feitelijk gezin).

Indien de moeder daarna terugkeert naar België en we zijn hiervan op de hoogte, dan gaan we uit van het principe gelijk verdeelde huisvesting en worden beide ouders begunstigden.

7.3. Buitenlandse vonnissen

Buitenlandse vonnissen over het ouderlijk gezag of een regeling betreft de gezinsbijslagen kunnen aanvaard worden indien zij voldoen aan de voorwaarden zoals beschreven op de website van het FOD Buitenlandse zaken:

http://diplomatie.belgium.be/nl/Diensten/legalisatie_van_documenten/zoekcriteria

De toepassing van het vonnis is enkel mogelijk indien hierin is voorzien binnen het Groeipakket.

Bij ontvangst van een buitenlands vonnis wordt aangeraden om dit voor te leggen aan de juridische dienst van het AUG via advies@vutg.be.

7.4. Ontvangst van EOT-overeenkomst bij scheiding

Bij ontvangst van een EOT-overeenkomst bij een scheiding, houdt de uitbetalingsactor de betaling voor maximaal 1 maand in beraad in afwachting van het effectieve vonnis.

Indien het vonnis binnen deze maand niet wordt ontvangen, dan vangt de uitbetalingsactor de betaling terug aan zoals voordien.

Ontvangt de uitbetalingsactor binnen die maand het vonnis dan past hij vanaf de datum van ontvangst het vonnis toe.

7.5. Uitwerking vonnis aanwijzing ontvanger en aanwijzing begunstigde

Betreft het vonnis van aanwijzing ontvanger dan heeft dit onmiddellijk uitwerking vanaf de datum van ontvangst van het vonnis, en dit voor het heden en het verleden.

Voorbeeld:

De uitbetalingsactor ontvangt op 15.04.2019 een vonnis waarin er een andere persoon dan de begunstigde(n) als ontvanger van de gezinsbijslag wordt aangeduid. Het vonnis heeft onmiddellijke uitwerking op 15.04.2019.

In september 2019 concludeert de uitbetalingsactor dat er vanaf januari 2019 een recht op sociale toeslag bestaat en dat deze niet werd uitbetaald.

Zowel de achterstallige (vanaf 01.01.2019) als de toekomstige toe te kennen sociale toeslag wordt uitbetaald aan de aangeduide ontvanger.

Bij een effectieve aanwijzing begunstigde heeft het vonnis uitwerking van de eerste dag van de maand volgend op de ontvangst en dit enkel voor het heden en de toekomst.

Voorbeeld

De uitbetalingsactor ontvangt op 15.04.2019 een vonnis waarin de vader wordt aangeduid als enige begunstigde voor de gezinsbijslag. Voordien werd er betaald aan de moeder. 

Het vonnis heeft onmiddellijke uitwerking vanaf de eerste van de maand volgend op de ontvangst. 

In september 2019 concludeert de uitbetalingsactor dat er vanaf januari 2019 een recht op sociale toeslag bestaat en dat deze niet werd uitbetaald.

De achterstallige sociale toeslag wordt over de periode van 01.01.2019 tot 30.04.2019 uitbetaald aan de moeder.

De nog toe te kennen sociale toeslag vanaf 01.05.2019 wordt toegekend aan de vader.

7.6. Aanwijzing van begunstigde voor niet-begeleide minderjarigen

Het kind heeft de leeftijd van 16 jaar bereikt

Wanneer het kind de leeftijd van 16 jaar bereikt heeft, is het overeenkomstig artikel 57, § 3 van het decreet begunstigde voor zichzelf.

Het kind is jonger dan 16 jaar

We gaan er van uit dat kinderen jonger dan 16 jaar wellicht niet alleen zullen wonen maar in een opvangcentrum zullen verblijven als ze niet kunnen opgevangen worden in een gastgezin of bij een familielid.

Wanneer ze bij familie wonen of in een gastgezin worden opgevoed, kunnen de werkelijke opvoeders vastgesteld worden overeenkomstig artikel 59 van het decreet: dus in de praktijk de familieleden of de personen in het gastgezin die instaan voor de werkelijke opvoeding van het kind.

Voor kinderen die in een opvangcentrum verblijven, is er geen pasklare oplossing te vinden in het decreet. In het belang van het kind en gelet op het feit dat deze kinderen zich in een kwetsbare situatie bevinden, wordt aanvaard dat ze zich in een gelijkaardige situatie bevinden als geplaatste kinderen met 1/3de spaarrekening. Deze kinderen worden ook aanzien als hun eigen begunstigde/inkomstenkern, ongeacht hun leeftijd.

Het enige verschil zit hem in het feit dat de plaatsing in een opvangcentrum niet kan aanzien worden als een plaatsing in een instelling met verdeling 1/3de – 2/3de. Het volledige bedrag wordt bijgevolg aan het kind zelf toegekend.  De toelagen worden dus gestort op een bankrekening geopend door het kind (al dan niet in aanwezigheid van de voogd). 

Gelet op het feit dat deze situatie niet afdoende geregeld is in het decreet, zal ze worden meegenomen bij de uitvoeringsevaluatie met het oog op eventuele aanpassingen aan het decreet (zie project “Borging regelgeving”).

8. Schema

In bijlage gaat een schema ter illustratie.

  • 1. Als één van de ouders of de partner met wie zij een feitelijk gezin vormen het recht op de verhoogde toeslag 50ter kan genereren, kunnen (één van) de ouders in 2019 al vragen begunstigde te worden (art. 225 §2 Groeipakketdecreet en art. 16 BVR Sociale toeslag).
  • 2. Ook als de scheiding plaatsvindt op 04.02.2019 en het kind op 06.02.2019 verhuist naar de andere ouder.
  • 3. Let op: een combinatie van een ouder en een opvoeder binnen dezelfde begunstigdenkern is niet mogelijk. Een begunstigdenkern kan enkel bestaan uit ofwel ouder(s), ofwel opvoeder(s).
  • 4. Wijziging in ouderlijk gezag of wijziging in de opvoedingssituatie door een nieuw kind in het gezin, begin/einde plaatsing of verhuis van ene ouder naar andere.
  • 5. Naast één van de 2 ouders kan ook een andere persoon als begunstigde worden aangeduid. Bij een effectieve aanwijzing begunstigde wordt deze persoon de enige begunstigde voor het kind.
  • 6. Op basis van artikel 572bis, 8° van het Gerechtelijk Wetboek.
  • 7. De aanwijzing ontvanger is geen wijziging die een overschakeling naar een begunstigdenkern met zich meebrengt.
  • 8. Een aanduiding bijslagtrekkende zoals gekend binnen de AKBW is 01.01.2019 niet meer van toepassing.
  • 9. Het onderzoek naar het recht op sociale toeslag gebeurt nog steeds op basis van de inkomstenkern van de bijslagtrekkende.
  • 10. Art. 16 BVR Begunstigde.
  • 11. Zie meer informatie in punt 4 van deze bijlage.
  • 12. Als er in het vonnis niet specifiek gerefereerd wordt naar bepaalde kinderen, dan gaan we er van uit dat het vonnis van toepassing is voor alle kinderen.
  • 13. Via gerechtelijke weg, maar ook door erkenning van een ouder van een kind (niet bij erkenning van meerderjarig kind want dan is er geen sprake meer van ouderlijk gezag).
  • 14. Een vroeger vonnis heeft niet langer uitwerking noch wat betreft de uitoefening van het ouderlijk gezag, noch wat betreft de verblijfsregeling.
  • 15. Uitbetalingsactor is partij in het geding en rechter duidt één van de 2 ouders aan als begunstigde.
  • 16. Als er in het vonnis niet specifiek gerefereerd wordt naar bepaalde kinderen, dan gaan we er van uit dat het vonnis van toepassing is voor alle kinderen.
  • 17. Of vonnis aanduiding bijslagtrekkende dat dateert van voor 01.01.2019.
  • 18. Als er in het vonnis niet specifiek gerefereerd wordt naar bepaalde kinderen, dan gaan we er van uit dat het vonnis van toepassing is voor alle kinderen.
  • 19. Vanaf 01.01.2020 kan de andere ouder schriftelijk vragen begunstigde te worden.
  • 20. Bij bijslagtrekkendekern geen invloed: sociale blijft integraal uitbetaald aan de bijslagtrekkende en inkomstenkern wordt gevormd door bijslagtrekkende en de persoon met wie zij een feitelijk gezin vormt.
  • 21. De voorwaarde gelijk verdeelde huisvesting is niet van toepassing in geval van bijslagtrekkende, want gezinsbijslag wordt integraal aan bijslagtrekkende betaald.
  • 22. Vanaf de eerste dag van de maand na ontvangst vonnis.
  • 23. Zie punt 2 van deze bijlage.
  • 24. Dergelijke vonnissen hebben in een bijslagtrekkendedossier geen enkele impact.
  • 25. Zie punt 2 van deze bijlage.
  • 26. Of een vonnis aanduiding bijslagtrekkende van voor 01.01.2019.
  • 27. Ondanks dat de helft van de sociale toeslag van de moeder aan de vader betaald wordt, tellen de kinderen wel mee voor de gezinsgrootte van de moeder.
  • 28. Als in het vonnis gespecifieerd wordt welke toelagen (vb. enkel sociale toeslagen) betaald dienen te worden aan de aangeduide ouder, dan worden enkel deze toelagen via het principe sommendelegatie betaald.
  • 29. Als er in het vonnis niet specifiek gerefereerd wordt naar bepaalde kinderen, dan gaan we er van uit dat het vonnis van toepassing is voor alle kinderen.
  • 30. Met uitzondering van de algemene vrijstellingen voorzien in het BVR Rechtgevend kind.
Datum van publicatie
Top