Vlaanderen

Artikel 3 BVR Herziening en Geschillencommissie

De minister kan op verzoek van de betrokkene een einde maken aan het mandaat van voorzitter, lid of plaatsvervanger.

De minister kan, na advies van de commissie en nadat hij de betrokkene de gelegenheid heeft gegeven om te worden gehoord, in de volgende gevallen een einde maken aan het mandaat van voorzitter, lid of plaatsvervanger:

1° als de betrokkene drie keer na elkaar zonder voorafgaande verwittiging afwezig is op de vergaderingen van de commissie of de kamer waarvoor hij is uitgenodigd;

2° als de betrokkene het vertrouwelijke karakter van de beraadslagingen van de commissie of van een kamer niet respecteert of vertrouwelijke documenten verspreidt.

De minister maakt, nadat hij de betrokkene de gelegenheid heeft gegeven om te worden gehoord, een einde aan het mandaat van voorzitter, lid of plaatsvervanger als de betrokkene zich in een geval van onverenigbaarheid bevindt als vermeld in artikel 2

Top