Vlaanderen

Artikel 36 BVR Rechtgevend kind

§1. Een winstgevende activiteit van het kind leidt tot de schorsing van de gezinsbijslagen, tenzij die activiteit:

1°      gedurende de periode waarvoor een verminderde sociale bijdrage verschuldigd is, uitgeoefend wordt in het kader van een arbeidsovereenkomst voor studenten als vermeld in titel VII van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten;

2°      in een maand gedurende niet meer dan tachtig uur uitgeoefend wordt in het kader van elke tewerkstelling, die geen tewerkstelling is als vermeld in punt 1°;

3°      uitgeoefend wordt door een kind als zelfstandige en daarbij geen bijdragen verschuldigd is als een zelfstandige in hoofdberoep.

Als het kind een sociale uitkering ontvangt op basis van een Belgische of buitenlandse regeling over ziekte, invaliditeit, arbeidsongevallen, beroepsziekten, werkloosheid of loopbaanonderbreking als vermeld in hoofdstuk IV, afdeling 5, van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen, worden de gezinsbijslagen geschorst voor de maand waarop de uitkering betrekking heeft. Als het kind een sociale uitkering ontvangt die voortvloeit uit een activiteit in het kader van een leerovereenkomst, worden de maandelijkse gezinsbijslagen niet geschorst.

§2. De tewerkstelling die het kind dat verbonden is door een leerovereenkomst, uitoefent in het kader van die leerovereenkomst, wordt niet beschouwd als een winstgevende activiteit.

 

Datum van publicatie
Datum van afkondiging
Top